Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

De gemeente stuurt rekeningen (aanslagen) voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan o.a. de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Algemene beleidslijn

Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen.

Bijzonderheden en ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Bijzonderheden en ontwikkelingen

De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Zoals elk jaar, worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting, gebaseerd op het prijspeil van het voorliggende jaar. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de Belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt. 

Tot en met 2021 werden de woningen getaxeerd op basis van de inhoud. Vanaf 2022 gebeurt dit op basis van de gebruiksoppervlakte van een woning (een nieuwe ontwikkeling en wettelijke verplichting). Landelijk waren er verschillen in waarderingsmethodiek waardoor ervoor gekozen is om alle gemeenten de woningen op basis van oppervlakten te laten taxeren. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, het CBS, de burgers etc. Door de overgang op de gebruiksoppervlakte bij woningen zijn er ook geen problemen bij de verplichte levering aan de afnemers.

De gebruiksoppervlakte van alle niet-woningen zoals winkels, agrarische- en overige bedrijven met een woning, dient nu ook ingemeten te worden. Vanaf november 2024 is een inventariseerder in de gemeente bezig om dit ter plaatse op te meten. Dit proces is na de zomer 2025 opgeleverd en afgerond. 

 

Basisregistraties
Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). Aangezien de WOZ de overgang naar de gebruiksoppervlakten van de woningen heeft gerealiseerd volgt nu de afstemming met de oppervlakten in de BAG. De BAG/WOZ koppeling speelt hierbij een belangrijke rol als het gaat om de onderlinge afstemming. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de Samenhangende objectenregistratie (SOR).   

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) is gestart met Doorontwikkeling in Samenhang van de GEO-basisregistraties (DisGeo). Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de Geo-informatie Infrastructuur. Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande basisregistraties tot een Samenhangende Objectenregistratie (SOR). Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Er wordt nu gewerkt door BZK aan een roadmap voor de vervolgstappen. Het betreft een intensief traject en zal de komende jaren verder ingevuld worden. De BAG, Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de WOZ gaan onderdeel uitmaken van de SOR. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie (BRT) en het Nationaal Wegenbestand.

Omgevingswet
De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te starten. 

Legesverordening
De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) zijn per 2024 ingegaan. Gelijktijdig met het invoeren van de nieuwe wetgeving, moest ook de legesverordening worden aangepast om aan te sluiten op de nieuwe wetgeving. Via themabijeenkomsten bent u geïnformeerd over de belangrijkste gevolgen van de nieuwe wetgeving.

Belastingsoorten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Belastingsoorten

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De hoogte van de OZB is een percentage van de WOZ-waarde van een pand. Het percentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (bedrijfspanden voornamelijk) betalen OZB. De opbrengst OZB is voor een gemeente vrij te besteden. 

Rioolheffing
Met de inkomsten vanuit de rioolheffing worden de kosten gedekt die de gemeente maakt voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken. In het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 is beschreven hoe de gemeente dit uitvoert. Uitgangspunt is dat de rioolheffing jaarlijks met 3,5% (excl. inflatiecorrectie) stijgt. In het kostendekkingsplan behorende bij het Wrp is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2025-2029.

Leges
Leges zijn bedoeld om de kosten te dekken van diensten die de gemeente levert, zoals vergunningverlening of burgerzaken. Gemeenten moeten aantonen dat de totale begrote opbrengsten van alle leges niet hoger zijn dan de totale begrote kosten (maximaal 100% kostendekkendheid). In 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ingevoerd. Deze wetten hebben impact op de legesbaten. Ook zien we een toename in de bouwactiviteiten. Per saldo heeft dit geleid tot meer legesbaten dan begroot. We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen. 

Toeristenbelasting
Per 1 januari 2024 is de verordening toeristenbelasting gewijzigd. Het forfaitair tarief is uit de verordening geschrapt. Recreatieondernemers kunnen hier geen gebruik meer maken vanaf 2024. Voor de ondernemers die dat wensen is een vaststellingsovereenkomst beschikbaar. In deze vaststellingsovereenkomst wordt met vaste, eenduidige normen het aantal overnachtingen forfaitair vastgelegd.

De tarieven voor de periode 2024-2026 zijn € 1,65 en € 1,20 per persoon per nacht. Het tarief van € 1,20 per persoon per nacht is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen. Het tarief van € 1,65 per persoon per nacht is voor verblijf in andere verblijfsaccommodaties. In de raadsvergadering van 27 juni 2023 heeft de raad bij amendement besloten om leeftijd van vrijstelling toeristenbelasting kinderen te verhogen van vier jaar naar 12 jaar.

Forensenbelasting
Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)
BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken.

Op 22 april 2025 is de Verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde BizO weer voor vijf jaar vastgesteld. Door de BizO weer met vijf jaar te verlengen kan de samenwerking tussen vastgoedeigenaren, ondernemers en de gemeente wederom versterkt worden. Ook in de komende vijf jaar worden de opbrengsten als subsidie uitgekeerd een de stichting BIZO. 

Afvalstoffenheffing
Met de inkomsten vanuit de afvalstoffenheffing worden de kosten gedekt die de gemeente maakt voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval. Dit noemen we Diftar+. 

Kwijtschelding
We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen en alles wat daarbij hoort, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten, alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Inlichtingenbureau) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. De kosten voor kwijtschelding worden uiteindelijk vertaald in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing. Het aantal aanvragen in 2025 is iets afgenomen ten opzichte van het jaar 2024.  

Inkomsten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Inkomsten

Lokale heffingen en leges

x € 1.000
Lokale heffingen en leges Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2024 Begroting Begroting 2025
leges 1.182 1.102 1.457 1.552 95 V
lokale heffingen 9.791 10.130 10.200 10.245 45 V
Totaal 10.973 11.233 11.658 11.797 139 V

Lokale heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2024 Begroting Begroting 2025
0-61 OZB Woningen
Onroerende zaakbelasting eigenaren 2.629 2.656 2.656 2.681 25 V
0-62 OZB niet-woningen
Onroerende zaakbelasting eigenaren 378 430 430 446 16 V
Onroerende zaakbelasting gebruikers 255 287 287 296 9 V
0-64 Belastingen Overig
Bedrijven investeringszone 58 60 60 65 5 V
3-4 Economische promotie
Toeristenbelasting 384 309 379 419 40 V
Forensenbelasting 145 145 145 156 11 V
7-2 Riolering
Rioolheffing (gecombineerd) 2.987 3.067 3.067 3.113 46 V
7-3 Afval
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 2.956 3.176 3.176 3.068 - 108 N
Totaal 9.791 10.130 10.200 10.245 45 V

Leges

x € 1.000
Leges Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2024 Begroting Begroting 2025
0-2 Burgerzaken
Burgerlijke stand / huwelijk 26 13 13 19 6 V
Burgerzakenleges 506 468 588 526 - 62 N
Overige leges 8 15 15 13 - 2 N
0-4 Overhead
Gemeentehuis en buitendienst 4 - - 5 5 V
2-1 Verkeer en vervoer
Verharding 36 27 27 27 - 0 N
6-60 Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
Overige voorzieningen WMO materieel - - - - -
8-1 Ruimtelijke ordening
Bestemmingsplannen 20 30 15 4 - 10 N
8-3 Wonen en bouwen
Omgevingsvergunningen, baten 582 550 800 958 158 V
Totaal 1.182 1.102 1.457 1.552 95 V

Kostendekking

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Kostendekking

Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging
In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (62%) en van de binnendienst (82%). Op basis van de vastgestelde scenario's van kostendekkendheid, wordt voor 2025 voor reiniging net geen kostendekkendheid gerealiseerd en is er sprake van een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De mutatie in de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld.

Berekening van kostendekkendheid leges
In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. De totale kostendekkendheid van de legesverordening komt uit op 101%. Dit is aanzienlijk meer dan de begrote kostendekkendheid van 74%. Het verschil komt hoofdzakelijk door hogere baten in hoofdstuk 2 (leges omgevingsvergunningen) dan begroot. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (hoofdstuk 1) is niet haalbaar, vanwege wettelijke maximumtarieven voor de belangrijkste diensten in dit hoofdstuk. De lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (hoofdstuk 3) is een politieke keuze om te stimuleren dat vergunningen voor deze diensten worden aangevraagd. 

De berekening van de tarieven gebeurt extracomptabel. Bij de kosten taakvelden zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven wordt. Bij directe personeelskosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk voor reisdocumenten en de afdracht aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) voor rijbewijzen. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. Voor hoofdstuk 1 rekenen we met het integraal uurtarief van Ooststellingwerf. Daarin hanteren we een opslag van 82% voor overhead over de directe loonkosten. Voor hoofdstuk 2 en 3 rekenen we met het integraal uurtarief van VTH. Daarin hanteren we een opslag van 62% voor overhead over de directe loonkosten. Er is voor gekozen om de btw niet als kostenelement mee te wegen, omdat het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft waarvoor geen btw verschuldigd is. De wel toerekenbare btw maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten.

Toelichting overhead
Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc.

Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges.

 

Berekening van kostendekkendheid Begroting Rioolheffing Realisatie Rioolheffing Begroting Reinigingsheffing Realisatie Reinigingsheffing
(taakveld 7.2) (taakveld 7.2) (taakveld 7.3) (taakveld 7.3)
Lasten
Lasten 2.074 2.127 3.036 3.272
Baten 0 -8 -500 -773
Netto lasten taakveld 2.074 2.119 2.536 2.499
Toe te rekenen lasten
Overhead 470 462 145 141
Kwijtschelding 51 44 95 91
Rente -1 -1
Dubieuze debiteuren 7 7 10 10
Slootonderhoud en straatreiniging 160 199
BTW 305 282 391 393
Totaal toe te rekenen lasten 993 994 640 634
Totale lasten 3.067 3.113 3.176 3.133
Opbrengst heffingen -3.067 -3.113 -3.176 -3.067
Dekkingspercentage 100% 100% 100% -98%
x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Totaal begroting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofstuk 3 Totaal realisatie
Lasten
Lasten 562 389 26 977 607 389 26 1.022
Baten 0 0 0 0 0
Netto lasten 562 389 26 977 607 389 26 1.022
Toe te rekenen lasten
Overhead 270 230 16 516 270 230 16 516
Totaal toe te rekenen lasten 270 230 16 516 270 230 16 516
Totale lasten 832 619 42 1.493 877 619 42 1.538
Opbrengst heffingen -508 -580 -15 -1.103 -577 -962 -13 -1.552
Dekkingspercentage 61% 94% 36% 74% 66% 155% 31% 101%

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken.

Conclusie weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2025 € 29,321 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 27,133 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 5,2 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 2,188 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 8,420 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Kapitaallasten € 4,093 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,139 miljoen vanaf.

De benodigde weerstandscapaciteit is € 4,078 miljoen (zie overzicht bij risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 29,321 miljoen is er nog de algemene buffer van € 5,2 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

Grondexploitatie
Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. 

Openeinderegelingen
De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en Wet werk en bijstand (WWB). De risico's door openeinderegelingen nemen we waar mogelijk mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Verbonden Partijen
Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Er is geen extra financiële buffer noodzakelijk, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw.

Projecten
De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. 

 

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemene beleidslijn

Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

 

Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risicobeheersing
Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:

  • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg)
  • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening)
  • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits)
  • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).


Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.

Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel:

Categorie Kans op voorkomen Kwantitatief Financieel gevolg
1. < of 1 keer per 10 jaar 10% Geen geld gevolgen
2. 1 keer per 5-10 jaar 30% < € 25.000
3. 1 keer per 2-5 jaar 50% > € 25.000 - € 100.000
4. 1 keer per 1-2 jaar 70% > € 100.000 - € 500.000
5. 1 keer per jaar of meerdere keren per jaar 90% > € 500.000

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico's

Niet-kwantificeerbare risico's zijn ingedeeld in de risicoklasse klein, gemiddeld en groot. Hieraan zijn vervolgens vaste bedragen gekoppeld, zodat ook deze risico's voorzien zijn een financiële impact. Het totale risicobedrag ten opzichte van de begroting 2026 is gestegen met € 255.000. Dit komt doordat het risico op bijstelling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds is bijgesteld, dit betreft nu 1% van het daadwerkelijk ontvangen bedrag in 2025.

Nr. Risico en beheersmaatregel Kans op voorkomen risico Financieel gevolg Benodigde weerstands-capaciteit
1 Risico: afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van de WOZ waarde) 1 5 € 734.875
Toelichting risico: Bij de heroverwegingen in 2021 is besloten om miv 2022 de bedrijfsgebouwen ipv 50%, af te schrijven tot 60% van de WOZ-waarde. Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging.
Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt.
2 Risico: financiele kwetsbare positie Jeugdhulp Friesland (JHF) 3 3 € 97.500
Toelichting risico: De financieel kwetsbare positie kan leiden tot een aanvullende steunvraag aan onze gemeente. Dit kan de maken hebben met een lagere toekenning van een SPUK-regeling, frictiekosten bij een mogelijke overname en bijspringen in het geval van een verslechterende financiele situatie. Beheersmaatregel: verzoek van uitstel van terugbetaling van het SPUK voorschot en lening is gehonoreerd door de gemeente Leeuwarden en het Rijk in het belang van zorgcontinuïteit. Door JHF rust te geven in de liquiditeit, kan de zorgaanbieder zich de komende tijd richten op de toekomstscenario’s.
3 Risico: bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au) 5 5 € 680.246
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door.
4 Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is 2 4 € 185.378
Toelichting risico: Het eigen risico voor vangnetuitkeringen omvat een drempel van 7,5%, waarbij tekorten tot deze drempel volledig voor rekening van de gemeente komen. Voor tekorten tussen 7,5% en 12,5% wordt 50% gecompenseerd, en tekorten boven 12,5% worden volledig vergoed. Hierdoor is het maximale eigen risico voor een gemeente 10%.
Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk.
5 Risico: ontoereikende exploitatie MFS Oosterwolde Zuid 5 3 € 90.000
Toelichting risico: De verwachting is dat de exploitatie van MFS Oosterwolde Zuid uiterlijk 2026 voor rekening van de gemeente komt. In 2026 wordt een nieuwe MOP opgesteld omdat de bestaande MOP gedateerd is. We verwachten dat de accommodatie op basis van de nieuwe MOP niet meer kostendekkend te exploiteren valt voor de Stichting.
Beheersmaatregel: Overname exploitatie door de gemeente. Hiervoor is waarschijnlijk aanvullend budget nodig.
6 Risico: overige garanties 1 3 € 50.000
Toelichting risico: Er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs.
Beheersmaatregel: We beoordelen het overzicht garanties.
7 Risico: garanties woningbouwcorporaties 1 3 € 50.000
Toelichting risico: Het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken.
Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld. Per 1 augustus 2022 is het 'meetekenen' met nieuwe leningen vervallen en wijzigt de wijze van berekening van de achtervangpositie op nieuwe leningen. De impact hiervan op het risico voor de gemeente is zeer beperkt.
8 Risico: diverse gerechtelijke procedures 4 3 € 25.000
Toelichting risico: Op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt.
Beheersmaatregel: Juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims.
9 Risico: National Hypotheek Garantie 1 2 € 19.000
Toelichting risico: Vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties.
Beheersmaatregel: We beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties.
10 Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen 1 2 € 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restantschuld te voldoen.
Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie.
11 Risico: een tekort op het btw-compensatiefonds, waardoor teruggave lager wordt of ontbreekt 3 4 € 240.000
Toelichting risico: Voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt mede op advies van de provincie de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2024. We nemen de helft van het risico mee.
Beheersmaatregel: We hebben het bedrag van het jaar 2024 gebruikt. Voor de volgende begroting zal dit worden herzien en geactualiseerd.
TOTAAL € 2.177.999
Risico's ingedeeld in klein, gemiddeld en groot
12 Accommodatiebeleid 5 5 € 500.000
Toelichting risico: In september 2024 is het voorkeursscenario voor het accommodatiebeleid en huisvestingsplan onderwijs vastgesteld. Binnen dit scenario worden vrijwel alle accommodaties verduurzaamd of vernieuwd. Een beperkt aantal accommodaties wordt afgestoten. Voor een aantal accommodaties in Oosterwolde en Appelscha is in 2025 en 2026 het accommodatiebeleid vastgesteld. De totale investering voor het accommodatiebeleid bedraagt € 72,37 miljoen voor de periode tot en met 2050, met een jaarlijkse kapitaallast die oploopt van € 30.000 in 2026 tot uiteindelijk € 3,6 miljoen in 2050.
Beheersmaatregel: Vanaf 2026 is structureel ruim € 500.000 beschikbaar. Tot 2028 gaat het budget ieder jaar met € 100.000 omhoog. Vanaf 2028 met € 200.000. Dit gaat door totdat het benodigde budget is bereikt. Voor 2029 en verder is het budget structureel met € 600.000 verhoogd (besluit Kaderbrief 2026). Het nog niet benodigde deel van deze budgetten wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid.
13 Risico: Verbonden partijen 2 3 € 250.000
Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt.
Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij. Vooralsnog is de financiele impact lastig in te schatten, dus voor nu op PM gezet.
14 Risico: OWO bedrijfsvoering 2 3 € 250.000
Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes.
Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten. De financiele impact is lastig op geld te zetten, daarom op PM gezet.
15 Risico: Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) 5 3 € 250.000
Toelichting risico: Aan de berekening van de baten, lasten en kostendekking van de diensten waarvoor leges wordt geheven ligt een raming ten grondslag. Deze raming bevat een aantal onzekerheden. Die onzekerheden waren er in andere jaren ook, maar zijn nu groter door de invoering van de Omgevingswet en Wkb vanaf 2024. Zie ook paragraaf 1. Tot 2032 hebben gemeenten de tijd om een omgevingsplan op te stellen. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart. Via diverse circulaire hebben wij compensaties ontvangen voor de invoeringskosten van de omgevingswet (en Wkb). Wij kunnen nu nog onvoldoende inschatten of de beschikbare middelen en eventueel nog te ontvangen middelen toereikend zijn om alle invoeringskosten te dekken.
Beheersmaatregel: Zowel de lasten voor het opstellen omgevingsplan als de kostendekkenheid leges wordt gemonitord. Indien monitoring aanleiding geeft tot bijstelling, ontvangt u hiervoor een voorstel.
16 Risico: WMO Abonnementstarief 5 3 € 250.000
Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Vanaf 1 januari 2028 komt (naar verwachting) een aanpassing in de eigen bijdrage voor de Wmo, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens.
Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'.
17 Risico: Fraude 5 1 € 50.000
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding
Beheersmaatregel: Er wordt vanaf 2019 periodiek een fraude risico-analyse uitgevoerd door IC. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het MT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken
18 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken 5 1 € 50.000
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiele schade loopt door datalekken, cybercrime e.d.
Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen.
19 Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers 2 1 € 50.000
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt.
20 Risico: Ontoereikend budget voor toekomstig groot onderhoud 5 3 € 250.000
Toelichting risico: De onderhoudsplannen van de bestaande (sport)accommodaties waren verouderd, in afwachting van het vaststellen van het accommodatiebeleid door de raad. Op 3 maart 2026 zijn de nieuwe onderhoudsplannen door de raad vastgesteld. Dit zorgt voor hogere benodigde dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen van € 268.000. Dit wordt verwerkt in de voorjaarsrapportage 2026. Niet alle gemeentelijke gebouwen hebben een onderhoudsplan. Het is raadzaam ook voor overige gebouwen een meerjarenonderhoudsplan te hebben. Dit zijn bijvoorbeeld gebouwen met een recreatieve functie (turfroute) en gebouwen die verkregen zijn vanuit bijvoorbeeld strategische grondaankopen. Een voorstel hiervoor volgt in de tweede helft van 2026
Beheersmaatregel: Een voorstel voor de gebouwen waarvoor nog geen onderhoudsplan zijn vastgesteld volgt in de tweede helft van 2026.
TOTAAL € 4.077.999

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. 

Kengetallen Rekening 2024 Rekening 2025
Netto schuldquote 21% 20%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 15% 13%
Solvabiliteitsratio 39% 41%
Structurele exploitatieruimte 3% 6%
Grondexploitatie 2% 3%
Belastingcapaciteit 85% 82%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) 1.067 18

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie
Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is.

Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. Met percentages van 20% en 13% is er sprake van een lage schuldenlast voor onze gemeente.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit in 2025 ruim voldoende is om tegenvallers op te vangen.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. 

Grondexploitatie           
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 6% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons zeer laag is. Als er nieuwe exploitaties worden uitgegeven zal dit percentage stijgen. Uiteraard wordt de ratio daarin meegewogen.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 82% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de opbrengsten vanuit woonlasten.

Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo
De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2025 is positief.

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de wegen worden op basis van de vastgestelde MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. 

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. U heeft bij de vaststelling van de begroting 2024 besloten om extra financiële middelen beschikbaar te stellen om de kwaliteit van de wegen, fiets- en voetpaden te verbeteren. Voor de planjaren 2024 en 2025 is per jaar € 700.000 (totaal € 1.400.000) beschikbaar gesteld. In 2025 heeft de kwaliteitsverbetering van wegen, fiets- en voetpaden dankzij deze middelen een extra impuls gekregen.

Wegen
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 2.051 1.856 1.820 1.724 96
Klein onderhoud exploitatielasten 135 4 60 66 -6
Overige onderhoudslasten 74 70 70 78 -8
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 2.260 1.930 1.950 1.868 82
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -225 -53 -82 -81 -1

Civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Civieltechnische kunstwerken

Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig.

Voor het onderhoud en vervangingen van oevervoorzieningen is een investeringsplanning vastgesteld. Deze planning wordt opgenomen in de MOP civieltechnische kunstwerken bij de eerstvolgende actualisatie. 

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit.  

 

Civiel technische kunstwerken
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 90 69 76 85 -9
Klein onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0 0
Overige onderhoudslasten 16 16 9 9 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 106 85 85 94 -9
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -21 0 -7 -9 2

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskader
De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting.

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. 

 

Openbare verlichting
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 56 58 58 61 -3
Klein onderhoud exploitatielasten 66 36 36 37 -1
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 122 94 94 98 -4
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 0 0 0 -3 3

Groen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Groen

Beleidskader
Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Onderdelen van de Notitie Groenbeleid zijn vervangen door het Biodiversiteitsplan, vastgesteld in april 2021. Op basis van het Biodiversiteitsplan is een uitvoeringsagenda opgesteld.

Voor de uitvoering van het groenbeheer, inclusief bomen, gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’. In 2020 heeft de gemeenteraad de notitie “Het behoud van veilige bomen" vastgesteld. De bomen worden volgens deze notitie onderhouden.
 
Financiële gevolgen voor de jaarstukken
De werkzaamheden voerden we binnen de financiële kaders uit. 

Groen
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 431 377 436 429 7
Klein onderhoud exploitatielasten 67 158 195 197 -2
Overige onderhoudslasten 88 120 120 87 33
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 586 655 751 713 38
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -42 -40 -40 -11 -29

Riolering en water

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en water

Beleidskader
Het Water- en rioleringsprogramma 2025-2029 (Wrp) is medio 2025 vastgesteld. In het Wrp is vastgelegd dat er wordt ingezet op vier speerpunten in de komende planperiode, te weten:
1. Toekomstbestendig beheer van de riolering; beheer op orde
2. Actueel systeeminzicht
3. Samen sterk
4. Klaar voor de toekomst


Financiële gevolgen voor de jaarstukken

In het kostendekkingsplan behorende bij het Wrp is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2025-2029. Uitgangspunt is dat de rioolheffing jaarlijks met 3,5% (excl. inflatiecorrectie) stijgt. 

Riolering / water
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening -585 146 -114 -466 352
Groot onderhoud exploitatielasten 1.616 926 1.017 1.155 -138
Klein onderhoud exploitatielasten 279 306 355 674 -319
Overige onderhoudslasten 361 177 297 238 59
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 1.671 1.555 1.555 1.601 -46
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -2.982 -3.067 -3.067 -3.121 54

Sport- en welzijnsaccommodaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Sport- en welzijnsaccommodaties

In september 2024 is het voorkeursscenario voor het accommodatiebeleid en huisvestingsplan onderwijs vastgesteld. Binnen dit scenario worden vrijwel alle accommodaties verduurzaamd via vervangende nieuwbouw of anderszins (bijvoorbeeld vergroening op natuurlijke momenten). Een beperkt aantal accommodaties wordt afgestoten. In 2025 is het accommodatiebeleid vastgesteld. Het benodigde budget voor de kapitaallasten van het accommodatiebeleid wordt jaarlijks verhoogd totdat dit voldoende is om alle lasten te kunnen dekken. Het nog niet benodigde deel van deze budgetten wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid. 

In september 2025 heeft de raad ingestemd met het voorstel om voor een aantal accommodaties in 2025 € 298.000 extra te doteren om het benodigde (extra) onderhoud in 2025 te kunnen uitvoeren. 

In maart 2026 heeft de raad ingestemd met een voorstel over de nieuwe onderhoudsplannen van de sport- en welzijnsaccommodaties. In dit voorstel is rekening gehouden met het vastgestelde accommodatiebeleid. Onderdeel van dit voorstel is een extra dotatie bij de jaarrekening 2025 van € 1.535.000 om het geplande onderhoud 2026 te kunnen uitvoeren. Ook worden de dotaties vanaf 2026 structureel verhoogd om het benodigde onderhoud de komende jaren te kunnen uitvoeren. 

Multifunctionele-, sport- en welzijnsaccommodaties
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 147 147 445 1.980 -1.535
Groot onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 53 44 44 57 -13
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 200 191 489 2.037 -1.548
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 704 717 737 719 -18

Huisvesting gemeentelijke activiteiten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Huisvesting gemeentelijke activiteiten

Beleidskader
Het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP's) opgenomen. Het gaat om de volgende gebouwen: gemeentehuis, de gemeentewerf en het overslagstation. De gemeenteraad heeft in november 2025 besloten het college opdracht te geven om een nieuw uitgewerkt plan op te stellen voor de huisvesting van de gemeentewerf aan de Nanningaweg 47c.

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
Dekking van de onderhoudslasten is verlopen via de bestaande budgetten. 

Huisvesting gemeentelijke activiteiten
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 75 75 75 75 0
Groot onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 89 73 73 150 -77
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 164 148 148 225 -77
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 0 0 0 0 0

Overige gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Overige gebouwen

Beleidskader
De gemeente is eigenaar van het Biosintrum, de Bosbergtoren en de koepel en spots aan de Boerestreek. Het Biosintrum wordt verhuurd aan de stichting De Pionier. De Bosbergtoren wordt sinds medio 2022 verhuurd aan Coöperatie Appelscha. Voor het groot onderhoud aan de Bosbergtoren is een voorziening gevormd. Het onderhoudsplan is de basis voor aanwending en dotatie aan de voorziening. Voor het Biosintrum is een onderhoudsplan opgesteld. Het eigendom van de tennisaccommodaties in Appelscha, Oosterwolde en Haulerwijk ligt bij de gemeente. De gemeente is daarnaast eigenaar van de voormalige opslagruimte sportpark Ontwijk, clubgebouw voormalige vv Griffioen en voormalig schoolgebouw bbs de Peggebult. De gemeente is ook eigenaar van diverse gebouwen/faciliteiten aan de Turfroute, zoals de toiletgebouwen in Oosterwolde en Donkerbroek, de passantenhaven/toiletgebouw in Oldeberkoop, de vuilwaterpomp in Appelscha en de stroompalen en muntautomaten aan de Turfroute. 

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
Dekking van de onderhoudslasten van de overige gebouwen is verlopen via de bestaande budgetten.

Huisvesting overige gebouwen
Onderhoudslasten kapitaalgoed (* € 1.000) Rekening 2024 Primitieve begroting Actuele begroting Rekening 2025 Verschil
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 26 39 39 39 0
Groot onderhoud exploitatielasten 11 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 86 54 54 56 -2
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 123 93 93 95 -2
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 95 103 103 111 8

Sportterrreinen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Sportterrreinen

Beleidskader
Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB). Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. Het sportcomplex Waskemeer is uitgebreid met een wetra-veld en beschikt nu over een volledig trainingsveld. Daarnaast zijn alle sportvelden voorzien van automatische beregening. In 2023 is het onderhoud opnieuw aanbesteed en gegund voor vier jaar met tweemaal de mogelijkheid om de termijn met een jaar te verlengen. Er wordt gebruik gemaakt van robotmaaiers.

Financiële gevolgen voor de jaarstukken
De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden is afgestemd op de beschikbare middelen. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Elk jaar wordt er bekeken welk sportveld aan een toplaag renovatie toe is. De weersomstandigheden, bespelingsdruk, grasbezetting, vlakheid, beschikbaarheid overige velden op een complex zijn afwegingsfactoren die de basis vormen van een toplaagrenovatie. De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. 

Overzicht beheerplannen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Overzicht beheerplannen

T

Kapitaalgoed Beheer Voortgang onderhoud
Kwaliteitsniveau Plan aanwezig Looptijd Financiele vertaling in paragraaf Achterstallig/Uitgesteld
Wegen Basis Ja 2026-2030 € 1.855.000 Nee
Civiel technische kunstwerken Basis Ja 2023-2027 € 76.000 Nee
Riolering / water Ja 2025-2029 € 3.067.000 Nee
Groen Basis Ja 2020 - € 138.210 Nee
Gebouwen Ja 2026 - € 1.535.000 Nee
Openbare verlichting Ja 2024-2027 € 264.000 Nee

Paragraaf 4 | Financiering

Paragraaf 4 | Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Paragraaf 4 | Financiering

De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken.

Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Algemene beleidslijn
De financiële verordening Ooststellingwerf 2023 is door u op 17 december 2024 vastgesteld. De 2e wijziging is op 16 december 2025 vastgesteld. In artikel 19 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Risicobeheer
Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt € 8,0 miljoen (8,5% van het primitieve begrotingstotaal 2025 van afgerond € 94,5 miljoen). De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden.

Renterisiconorm
De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in de jaren 2025-2028 naar verwachting niet wordt overschreden.

x € 1.000
Kasgeldlimiet Rekening
2025
Kasgeldlimiet aanvang begrotingsjaar 7.960
Omvang netto vlottend schuld
1e kwartaal -21.532
2e kwartaal -22.544
3e kwartaal -24.051
4e kwartaal -20.153
x € 1.000
Rente risiconorm Rekening Begroting 2026 Mjb 2027 Mjb 2028
2025
Rente risiconorm 18.898 19.869 19.635 19.525
Aflossingen en renteherzieningen
Reguliere aflossingen geldleningen 6.000 4.500 4.500 4.500
Geldleningen met renteherzieningen -
Totaal Aflossingen en renteherzieningen 6.000 4.500 4.500 4.500
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 12.898 15.369 15.135 15.025

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Leningenportefeuille

Opgenomen gelden
De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De leningen zijn onderverdeeld in leningen opgenomen voor onze eigen huishouding en leningen opgenomen ten behoeve van woningcorporaties. Deze leningen zijn met een renteopslag weer doorgeleend naar de corporaties (sinds 1999 zijn we hiermee gestopt).

Het gemiddelde rentepercentage begin 2025 is als volgt berekend: rente 2025 / stand 1-1-2025. Het gemiddelde rentepercentage eind 2025: rente 2026 / stand per 31-12-2025. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is geen rekening gehouden met herfinanciering. 

x € 1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Eigen leningen Woningbouw leningen
Bedrag Rente Bedrag Rente
Stand per 1 januari 39.000 1,72% 2.294 4,56%
Nieuwe leningen -
Reguliere aflossingen -6.000 -74
Vervroegde aflossingen
Stand per 31 december 33.000 1,67% 2.220 4,63%

Uitgezette gelden
De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn om, in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we de vordering af ten laste van het lopende boekjaar.

x € 1.000
Leningenportefeuille uitgezette gelden Bedrag
Leningen aan woningbouwcorporaties 2.218
Stg. Sporthal De Bongerd 10
MFC Oldeberkoop 185
Volkskredietbank 119
Sportverenigingen 743
Dorpshuizen 3
Vereniging Toeritisch Recratie Belang 4
Stichting Stimuleringsfonds 4.200
Stichting Zwembad Haulewelle 51
Stand per 31 december 2025 7.533

Overig
Schatkistbankieren
Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven een bepaald drempelbedrag van de begroting, moeten stallen bij het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 wordt voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% (was 0,75%) van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

Liquiditeitsprognose
Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille nog juist is.

Renteschema
Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen.

x € 1.000
Renteschema werkelijk 2025 Bedrag
a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering 780
b. Werkelijke externe rentebaten (idem) 603
Saldo rentelasten en rentebaten 177
c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend 4
c2. Werkelijke rente van projectfinanciering 105
c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening 105
voor is aangetrokken (=projectfinanciering)
4
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 173
d1. Werkelijke rente over eigen vermogen -
d2. Werkelijke rente over voorzieningen -
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 173
e. De aan taakvelden werkelijke toegerekende rente -
Verschil 173

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

De gemeente Ooststellingwerf is een benaderbare, lokale overheid. Wij weten wat er speelt en bieden oplossingen die ertoe doen. 

We zijn een mooie, groene gemeente. We bieden onze inwoners, ondernemers en bezoekers een aantrekkelijke, veilige en bereikbare leefomgeving. Inwoners en ondernemers kunnen bij ons rekenen op een goede service onder alle omstandigheden. Veel voorkomende verzoeken worden snel en goed afgehandeld. We weten wat er speelt in onze samenleving en omgeving. Dit betekent dat wij reageren op signalen en meedenken met initiatieven. Wij faciliteren zelfredzaamheid en bieden hulp en zorg waar nodig. Wij zoeken naar integrale oplossingen voor complexe onderwerpen waar verschillende belangen bij elkaar komen. 

Wij zijn trots op de OWO-samenwerking en onze OWO-partners kunnen rekenen op een proactieve inzet in de samenwerking.

Interbestuurlijk toezicht

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Interbestuurlijk toezicht

We geven uitvoering aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - gemeenteraad) naar horizontale verantwoording (College van B&W - gemeenteraad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Fries, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie. In samenspraak met de gemeente wordt per domein een toezichtsplan opgesteld.

Human Resource Management

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Human Resource Management

Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn de meeste openstaande vacatures succesvol ingevuld. Voor enkele specialistische functies was een meer creatieve wervingsaanpak nodig, wat resulteerde in een langere invultijd. De instroom vanuit het traineeprogramma bleef hoog, waarbij met name de ontwikkelmogelijkheden als belangrijke trekker worden ervaren.

In 2025 hebben alle leidinggevenden het Management Development-traject succesvol afgerond. Dit heeft bijgedragen aan versterkt leiderschap en betere begeleiding van medewerkers. Als vervolg hierop zijn drie werkgroepen ingericht, gericht op het doorbreken van silo-denken, het bevorderen van eenheid in leiderschap en de verdere ontwikkeling van programmamanagement.

De harmonisatie van arbeidsvoorwaarden in OWO-verband heeft een aanzienlijke impuls gekregen, die in 2025 is voortgezet met de invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem. Het systeem HR21 is ingevoerd; afronding vindt plaats in het eerste kwartaal van 2026.

De interne aanpassing/verbouwing van het gemeentehuis verloopt volgens planning en wordt in het eerste kwartaal van 2026 afgerond. Het gebruik van werkplekken wordt op verschillende manieren gestimuleerd ter ondersteuning van een effectieve en toekomstbestendige werkomgeving.

 

Financiën, Planning & Control

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Financiën, Planning & Control

De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het College van B&W en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol. 

Juridische kwaliteitszorg

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Juridische kwaliteitszorg

De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. Zij ondersteunen daarnaast het bestuur en de organisatie met juridisch advies. Juridische control is de taak van BJZ. We investeren in kennis en kunde (door beschikbaar stellen van informatie en standaard formats, casusanalyse, opleidingen en trainingen) en vroegtijdige betrokkenheid van de juridisch adviseurs van BJZ bij dossiers. We stimuleren de 'informele aanpak': eerst het goede gesprek (premediation).

Rechtmatigheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Rechtmatigheid

Met ingang van boekjaar 2023 is de wetgeving gewijzigd met betrekking tot de accountantscontrole van gemeenten. Er moet een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen worden in de jaarrekening. Hiermee legt het college verantwoording af over de mate waarin de gemeente de wet- en regelgeving naleeft, voor zover dit financiële gevolgen heeft. Om verantwoording af te kunnen leggen vormt de verbijzonderde interne controle een belangrijke basis. Jaarlijks leggen we de uitvoering hiervan vast in het Interne Controleplan. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden.

In de financiële verordening is vastgelegd dat de verantwoordingsgrens 2% is van de totale lasten van de gemeente, exclusief toevoegingen aan de reserves. Dit komt op een bedrag van € 2.133.335. De geconstateerde afwijkingen groter dan 5% van de verantwoordingsgrens worden in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht. Deze rapporteringsgrens komt op € 106.667.

In onderstaande tabel staan de bevindingen vanuit de rechtmatigheidsverantwoording. Er zijn bevindingen die de verantwoordingsgrens overschrijden. Er zijn overschrijdingen op de exploitatiebudgetten in programma 0, 4 en 5. We hebben geconstateerd dat deze overschrijdingen een open einde regeling betreffen, passen binnen het bestaande beleid en niet eerder bekend waren, al wel met de raad zijn gedeeld, of dat er baten tegenover staan. De overschrijdingen zijn daarmee onrechtmatig, maar wel acceptabel. Dit sluit aan bij de Financiële verordening Ooststellingwerf 2023 artikel 12. Hierin staat dat begrotingsafwijkingen als acceptabel worden aangemerkt als er sprake is van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren, er sprake is van een overschrijding op een open-einde regeling of dat in geval van onderschrijdingen van lasten of investeringskredieten en/of lagere of hogere baten op programmaniveau deze toegelicht zijn in tussentijdse rapportages en/of de programmarekening. In lid 5 staat dat begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de gemeenteraad niet nader worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 

Wij verzoeken u deze begrotingsoverschrijdingen alsnog te autoriseren door middel van het vaststellen van de Jaarstukken 2025.

Er zijn inkopen gedaan ter hoogte van € 404.000 die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Hier wordt voor de komende jaren actie op ondernomen. Een deel van deze onrechtmatigheden loopt door in 2026, omdat de aanbesteding niet eerder opgestart en afgerond kon worden. 

x € 1.000
Overzicht rechtmatigheidsverantwoording 2025
Begrotingscriterium
1A. Overschrijding lasten programma's 2.825
1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) 64
2. Ongeautoriseerde reservemutaties -
3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen, en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet zijn toegelicht in tussentijdse rapportages of de jaarstukken -
Totaal begrotingsonrechtmatigheden 2.889
4A. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. 2.889
4B. De niet-acceptabele begrotingsonrechtmatigheden worden inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.
Voorwaardecriterium
Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed 404
Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium
Onterecht geen terugvordering -
Totaal onrechtmatigheden 3.293
Waarvan acceptabel 2.889
Waarvan niet acceptabel 404
Rechtmatigheidsfouten boven verantwoordingsgrens ja/nee Ja

Informatiebeveiliging en Privacy

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Informatiebeveiliging en Privacy

Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. In 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) in werking getreden, waarmee er één normenkader is ontstaan voor gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk. Ons informatiebeveiligingsbeleid is gebaseerd op het treffen van technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van dit normenkader. In 2025 zijn de OWO-gemeenten gestart met het ontwikkelen van gezamenlijk strategisch en tactisch informatiebeveiligingsbeleid, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2) en Cyberveiligheidswet.

De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Beveiliging van onze gegevens en sturen op houding en gedrag vraagt continu aandacht en investeringen. De gemeente heeft in 2025 diverse instrumenten ingezet om de informatiebeveiligings- en het privacybewustzijn te optimaliseren. De gemeente heeft in 2025 zichtbaar voldaan aan de normen die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van onze dienstverlening via DigiD en aan de specifieke normen die gelden voor de BRP en de waardedocumenten, Suwinet, BAG, BGT en BRO.

Burgers hebben op grond van de AVG het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. De privacyrechten van burgers zijn daarmee uitgebreid en de eisen waaraan persoonsgegevens moeten voldoen zijn verscherpt. Gegevensbescherming en privacy dringen door in alle processen binnen onze gemeentelijke organisatie. Privacy heeft een direct raakvlak met informatiebeveiliging en vraagt continue aandacht en investeringen. In 2025 hebben we zichtbaar gewerkt aan de inrichting van onze processen, systemen en interne organisatie volgens de privacywetgeving. De gemeente beschikt over een register van verwerkingsactiviteiten en houdt deze actueel om daarmee te kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. De Functionaris Gegevensbescherming houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels. 

Fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik

Jaarlijks stellen we vast of we binnen onze algehele bedrijfsvoering in voldoende mate effectieve technische en organisatorische maatregelen hebben getroffen om misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude te voorkomen, dan wel op te sporen. Hierbij houden we ook rekening met invloeden van buiten de organisatie, zoals corruptie, omkoping, bedreiging en cybercrime. In 2025 hebben we geen fraude geconstateerd. In 2025 is ook geen misbruik geconstateerd waar geen terugvordering op heeft plaatsgevonden. In 2023 is de overkoepelende nota misbruik en oneigenlijk gebruik door het College van B&W vastgesteld. 

 

Communicatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Communicatie

We hebben communicatie op verschillende manieren ingezet om inwoners, ondernemers en stakeholders te informeren en om hen te betrekken bij het beleidsproces. We adviseerden bij de organisatieontwikkelingen en de bestuurlijke dossiers. In onze communicatie maakten we veel gebruik van verhalen van inwoners. We vertelden herkenbare verhalen om zo meer inwoners aan te spreken. We gebruikten offline kanalen (zoals de wekelijkse gemeentepagina in de Nieuwe Ooststellingwerver en dorpskranten) en online kanalen (de website en sociale media). We monitorden het gebruik van onze website en sociale media. Om op basis van die data deze kanalen zo effectief mogelijk in te zetten en zo veel mogelijk mensen te bereiken. Naast uitvoerende communicatieactiviteiten richten we ons op het stimuleren, coachen en ondersteunen van de organisatie om communicatiebewustzijn en –vaardigheden te vergroten. Want communiceren doen we allemaal.  

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor


We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

Beleidsmatig
Verbonden partij Bestuurlijk belang Openbaar belang (doel) Risico's (inhoud en/of financieel)
Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten Lid AB en DB (Wethouder Verhagen) Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF)) werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten. Als het SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en controlcyclus van het SDF.
Veiligheidsregio Fryslan Lid AB en DB (Burgemeester Werkman - Brandweer & veiligheid) Lid AB (Wethouder Verhagen - GGD/Gezondheid) Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken en het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen. Als de VRF afwijkt van afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF. De prijsstijgingen gecombineerd met een takendiscussie blijven onderwerp van gesprek.
Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten Lid AB en DB (Wethouder Nijboer) De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.
Recreatieschap Drenthe te Diever Lid AB (Wethouder van Weperen) Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak om daarmee gezamenlijke acties te ondernemen. De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De regeling heeft een financieel gezonde positie.
Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw Lid AB (Wethouder Edema) Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen. De Gemeenschappelijke Regeling brengt een risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) te Leeuwarden Lid AB en DB (Wethouder Nijboer) Hûs en hiem is een samenwerkingsverband van 17 Friese gemeenten en heeft als doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. In feite loopt de gemeente geen risico. Kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen.
Vennootschappen en coöperaties
Omrin: a. Aflvasturing Friesland N.V. (Omrin) b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden Stemrecht AvA Omrin (Afvalsturing en Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald. De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.
Bank Nederlandse gemeenten Stemrecht AvA De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De onderkende risico’s voor de verbonden partij zijn minimaal. BNG publiceert op hun website het risicoprofiel. Daaruit blijkt dat door de topratings de bank in staat is tegen lage prijzen geld aan te trekken op de geld- en kapitaalmarkt. De BNG hanteert een strak kapitalisatiebeleid. De bank heeft een gezonde financiële positie.
Stichtingen en verenigingen
Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde co-financier De stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed beheert en exploiteert en houdt de voorziening (= de Kampus) in stand voor de huidige gebruikers (= het Stellingwerf College, Kunst & COO en de Openbare Bibliotheek). De Stichting is volle eigenaar en is verantwoordelijk voor de meerjarige instandhouding van de Kampus. Ooststellingwerf staat garant voor de lening van € 1.000.000. Uit de jaarrekening van de Stichting blijkt dat de stand van de liquide middelen samen met de activa ongeveer 1,7 keer de hoogte van de lening is. Daarom is het financiële risico voor ons gering.

Financiële overzichten

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Financiële overzichten
bedragen * € 1.000
Financieel Jaar* Financiële bijdrage / financieel belang 2025 Eigen vermogen Vreemd vermogen financieel resultaat
Verbonden partij 1-jan 31-dec 1-jan 31-dec
Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten 2024 247 - - - - -
Veiligheidsregio Fryslan 2024 3.449 8.868 10.662 82.448 87.344 3.643
Sociale Werkvoorziening Fryslân 2024 - - - 4.210 2.088 0
Recreatieschap Drenthe te Diever 2024 94 1.607 1.624 879 968 202
Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) 2024 811 1.279 840 5.326 4.784 -362
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) 2024 - 257 383 453 425 123
Vennootschappen en coöperaties * Dividend
Omrin: a. Afvalsturing Friesland N.V. 2024 54 78.528 83.562 106.366 131.694 7.130
b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden 2024 47 11.572 13.030 26.299 30.506 1.621
Bank Nederlandse gemeenten (* € 1mln) 2024 47 4.721 4.777 110.819 123.164 294
Stichtingen en verenigingen *
Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde 2024 - 78 81 1.194 1.110 3
* de jaarcijfers hebben betrekking op 2024, de bijdrage op 2025

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Paragraaf 7 | Grondbeleid

Door de druk op de woningmarkt heeft de gemeenteraad in 2022 besloten om weer actief regie te voeren op en beleid te maken over (haar eigen) grond ten behoeve van woningbouw. De ambtelijke Taskforce Wonen is druk bezig met de woningbouwopgave.

Het grondbeleid is gericht op, en voldoet aan, de wettelijke taken: volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (RO). Ook zal het grondbeleid ten dienste van algemene maatschappelijke taken staan op het gebied van economie, werkgelegenheid, natuur, cultuur, zorg en onderwijs.

De gemeente Ooststellingwerf heeft in de Regiodeal wonen Z-O Fryslân 2023 een woningbouwopgave gekregen van 700 woningen. Deze opgave is inmiddels verhoogt tot de realisatie van 820 woningen. Hiermee is de Nota Grondbeleid direct gekoppeld aan de wijze waarop de volkshuisvestelijke opgave en doelen vormgegeven gaat worden. Grondbeleid is daarmee een middel en geen doel op zich.  

Het huidige grondbeleid maakt zowel Actief als Facilitair grondbeleid mogelijk. De opgave zal met gemeentelijke en private plannen ingevuld worden.

Particuliere plannen
Dit zijn woningbouwontwikkelingen die volledig door private ontwikkelaars worden uitgevoerd. De gemeente maakt hierbij wel kosten. De kosten hiervan verhalen we vervolgens op de ontwikkelende partij. Dit doen we door het sluiten van een anterieure overeenkomst met daarbij kostenverhaal (conform kostensoortenlijst) of door de legesheffing.

Eigen plannen
Dit zijn ontwikkelingen waarbij de gemeente maximaal invloed heeft op het gewenste woningbouwprogramma. De gemeente geeft zelf de kavels uit overeenkomstig de Didam-vereisten. (Publicaties, verkoopbrochures, loting, etc). Voor gemeentelijke plannen geldt dat hiervoor een grondexploitatie per plan (complex) wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Algemene beleidslijn

Het grondbeleid werd in 2025 uitgevoerd aan de hand van de Nota Grondbeleid 2022. De Nota Grondbeleid schetst de uitgangspunten van het te voeren grondbeleid van de gemeente Ooststellingwerf. Het beschrijft onder andere de diverse grondbeleidsinstrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft en er worden concrete grondbeleidskeuzes gemaakt. Ook geeft het richtlijnen voor het “in de markt zetten” van in exploitatie te brengen gronden. De methoden van prijsbepaling voor de toekomstige functie van de te verkopen grond staan beschreven, met als doel een zo marktconform mogelijke prijs. 

Het grondbeleid vindt de grondslag in de volgende provinciale, landelijke en internationale regelgeving:

  • De Omgevingswet (Ow)
  • De Omgevingsbesluiten, (BAL, BBL, en BKL)
  • Regiodeal wonen Z-O Fryslân 2023
  • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
  • Wet voorkeursrecht Gemeenten (Wvg)
  • Wet Markt en Overheid
  • Gemeentewet (Gemw)
  • Staatssteunregeling Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
  • Anticiperend op de Omgevingswet (beoogde inwerkingtredingdatum januari 2023)
  • EVRM, vrije woon- en vestigingsrecht


Het ontwikkelen en realiseren van woningbouw in relatie tot onze volkshuisvestelijke opgave vraagt om een op maat gesneden aanpak. Deze aanpak sluit aan bij de Woon(zorg)visie. Daarnaast zijn in de Regiodeal Wonen afspraken gemaakt met Rijk, Provincie en regio over de woningbouwopgave voor de gemeente Ooststellingwerf.

Doelstelling
Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.

De wijze waarop we het grondbeleid uitvoeren
Extern: het grondbeleid is gericht op:

  • Ruimtelijke kwaliteit.
  • Het stimuleren van plaatselijke economie.
  • Het inzetten op duurzaamheid.
  • Het opstellen van economisch beleid.
  • Het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid.
  • Vraaggerichte aansluiting bij lokale initiatieven.


Intern: Het grondbeleid aanpassen aan de trends en ontwikkelingen in de samenleving.

  • Richt grondzaken zich primair op de volkshuisvestelijke en wettelijke taken uit de Ow.
  • Voldoet grondzaken aan de kwaliteitscriteria van het BBV.
  • Heeft grondzaken een interne bezetting (fte) met voldoende kennis en kunde (functies) om de regie goed uit te kunnen voeren.
  • Is grondzaken robuust, toekomstbestendig, gericht op continuïteit en in staat om te anticiperen op conjuncturele ontwikkelingen.
  • Is grondzaken financieel transparant en gezond (inzet op terugverdiencapaciteiten kostenverhaal).
  • Heeft grondzaken dwarsverbanden met de leefbaarheid. Deze zullen uitgewerkt worden in het volkshuisvestingsprogramma (2026).

Uitvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Uitvoering

Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtredingdatum januari 2024) is de Nota Grondbeleid 2022 aangepast. De consequenties voor het grondbeleid vloeien met name voort uit de Aanvullingswet Grondeigendom van de Omgevingswet. In de Aanvullingswet worden de instrumenten voor grondbeleid geïntegreerd in het stelsel van het omgevingsrecht. Het gaat om de volgende instrumenten: voorkeursrecht en onteigening. Herverkaveling en kavelruil in landelijk en stedelijk gebied worden toegevoegd aan het instrumentarium. Verder is de bestaande regeling voor het kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling gewijzigd.

In 2025 is er gewerkt aan de opvolging van de Nota Grondbeleid 2022. Per 1 januari 2026 treedt de nieuwe Nota Grondbeleid in werking. Daarnaast is in 2025 ook de Nota Grondprijzen 2022-2026 herzien en zal deze per 1 januari 2026 worden opgevolgd door de Nota Grondprijzen 2026.

 

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Grondexploitatie

Woningbouwopgave
Wonen in Ooststellingwerf
De Woon(zorg)visie 2022-2026 is door de gemeenteraad vastgesteld. Als input hiervoor is onder andere woningmarktonderzoek gedaan. Wonen en zorg is een belangrijk thema voor het wonen de komende jaren, evenals betaalbaarheid en de beschikbaarheid van zowel koop- als huurwoningen. We gaan voor een kwalitatieve toekomstbestendige woningvoorraad. 

Nieuwbouw
De gemeente heeft in de Regiodeal Zuid-Oost Fryslân de opgave gekregen om 820 woningen bij te bouwen. 

De Taskforce wonen is in gesprek met initiatiefnemers, corporaties, ontwikkelaars, bouwers en de provincie om alle mogelijkheden te benutten. We hebben hierbij speciale aandacht voor betaalbare woningen en innovatieve woningbouw. Daarnaast zetten we in op intensievere samenwerking met en tussen zorgpartijen om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Ook hebben we aandacht voor de speciale doelgroepen (door het Rijk aangewezen, naar waarschijnlijkheid per 1-1-2026 ingaand).

Complexen grondexploitatie
Woningbouw

  • Langedijke: Het bouwplan is woonrijp. Deze laatste kavel is verkocht in 2026.
  • Makkinga, gestart met Muldersveld. Verliesvoorziening gevormd conform raadsbesluit en geactualiseerd bij deze jaarrekening. 
    In 2025 zijn we gestart met de uitgifte van de kavels. De starterswoningen (15) zijn succesvol uitgegeven in de vorm van Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Alle toekomstige bewoners zijn momenteel al woonachtig in Makkinga of hebben hier van oudsher binding mee. Het bouwen van de woningen staat gepland voor 2026. Daarnaast is er een koopovereenkomst gesloten met Stichting Actium over de kavels bestemd voor de te realiseren sociale grondgebonden huurwoningen in dit plan. Voor de vrije markt kavels (vrijstaand en twee-onder-een-kap) staat de hernieuwde uitgifte gepland. 17 december 2025 is de nieuwe inschrijving gestart. Stand van zaken maart 2026: er zijn 6 kavels ingeloot, deze zijn momenteel in optie. De resterende 3 kavels staan onderhands in de verkoop.
  • Oldeberkoop, gestart met 't Hooge II.
    In 2025 zijn we gestart met de uitgifte van de kavels. Ook hier zijn de starterswoningen (10) succesvol uitgegeven in de vorm van CPO. Ook deze toekomstige bewoners hebben allen binding met Oldeberkoop. Het bouwen van de woningen staat gepland voor 2026. Daarnaast is er een koopovereenkomst gesloten met Stichting Actium over de kavels bestemd voor de te realiseren sociale grondgebonden huurwoningen in dit plan. Voor de vrije markt kavels (vrijstaand en twee-onder-een-kap) staat de hernieuwde uitgifte gepland. 17 december 2025 is de nieuwe inschrijving gestart. Stand van zaken maart 2026: er zijn 5 kavels ingeloot, deze zijn momenteel in optie. De resterende 5 kavels staan onderhands in de verkoop. En één kavel (8) is al verkocht.
  • Oosterwolde-West
    In 2025 is er gestart met het bouwrijp maken van deze gronden. Op twee locaties is er ruimte voor in totaal 4 woningen (twee vrijstaande nabij de Flippobrug en twee geschakelde vrije woningen nabij Rozendael). De uitgifte voor de kavels staat gepland voor 2026.
  • De Kromten, Waskemeer: Hier is ruimte voor 3 woningen. Deze zijn inmiddels gebouwd maar worden nog niet bewoond.


Bedrijventerreinen

  • Oosterwolde Venekoten: Er is nog een kavel beschikbaar. De openbare inschrijving hiervoor staat gepland voor begin 2026. Uitbreiding aan de noordkant wordt voorbereid.
  • Haulerwijk De Turfsteker: er zijn in 2025 vier kavels verkocht, hiervan zullen twee notariële leveringen in begin 2026 plaatsvinden en de andere twee leveringen hebben plaatsgevonden in 2025.

Winstnemingen grondexploitatie
Voor de lopende complexen, behalve voor Muldersveld Makkinga, hebben we geen risico. Voor Muldersveld Makkinga is een verliesvoorziening van ad € 30.000 gevormd (ten laste van de algemene reserve grondexploitatie). In overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de winsten die genomen konden worden toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG). Dit overeenkomstig het in het BBV dwingend voorgeschreven systeem van de POC (percentage of completion). Bij verkoop van gronden (kaveluitgifte) wordt de gemeente ook geconfronteerd met de vennootschapsbelasting.

Op basis van de definitieve aangifte over 2024 is er een vermindering van de voorlopige aanslag geweest, voordeel € 154.000. En de voorlopige aanslag over 2025 is verantwoord, nadeel € 76.000. Het per saldo voordeel is ten gunste gebracht van de algemene reserve grondexploitatie, dit conform eerdere besluitvorming van de gemeenteraad. We voorzien dat vooral de toekomstige complexen waarin (veel) sociale woningbouw of betaalbare koop wordt gerealiseerd een drukkend effect zal hebben op de winstneming (respectievelijk verliesgevende plannen). 

Algemene reserve grondexploitatie
Het doel van de ARG is om de winsten van de complexen toe te voegen en over deze reserve te beschikken indien een complex niet kostendekkend is (een soort vereveningsfonds). Ook renteverliezen door een langere looptijd van een complex komen ten laste van de reserve. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie is het op peil houden van de reserve van essentieel belang. We hebben sinds 2017 na het aanscherpen van de regels van het BBV de POC-methodiek moeten toepassen.

De stand van de reserve is per 31-12-2025 € 2,605 miljoen. Naast een bedrag van € 2,023 miljoen als algemene reserve grondexploitatie, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 0,581 miljoen beschikbaar. Naast de winstneming in 2025 zijn er in 2025 twee andere toevoegingen gedaan, namelijk voor de vennootschapsbelasting (€ 79.000) en de vrijval van de verliesvoorziening Muldersveld (€ 152.000). Eerdere jaren is de hoogte van de reserve (exclusief onderdeel Masterplan Oosterwolde) gekoppeld aan het berekende minimale niveau. Voor 2025 is dit niveau berekend op € 518.000. Bij de Nota Reserves en voorzieningen per 2025 stellen wij u voor deze koppeling, net als in 2022-2024, voor nu los te laten. In de nabije toekomst zullen er nieuwe exploitatieplannen worden vastgesteld. Om eventuele verliezen te kunnen opvangen is een betere reservepositie noodzakelijk. Ook de lasten voor de vennootschapsbelasting voor de toekomst is een robuuste reservepositie nodig.

 

Budget strategische aankopen
Het budget strategische aankopen is feitelijk een jaarlijks mandaat van de gemeenteraad aan het College van B&W om snel strategische aankopen te kunnen doen. Het college kan strategische aankopen verrichten tot het door de gemeenteraad vastgestelde bedrag. De voorwaarden om gebruik te maken van het mandaat staan in de ‘Nota Grondbeleid’. (Zie financiële verordening 2020 Ooststellingwerf ex artikel 212 Gemeentewet, artikel 16, derde lid).

In 2025 is er één strategische aankoop geweest. Het deel van het evenemententerrein in Donkerbroek wat voorheen eigendom was van de Provincie is voor totaal € 25.000 aangekocht.

Meerjarenbegroting grondexploitatie
Per complex (woningbouwgronden en industriegrond) houdt de gemeente een exploitatie bij waarin de huidige stand van zaken is opgenomen en een prognose wordt gegeven over de verdere looptijd van de exploitatie (doorgaans 10 jaar). Omdat we voorzien dat het aantal complexen (fors) wordt uitgebreid, immers we gaan weer woningbouw initiatieven in ontwikkeling brengen, zullen we de administratie hierop aanpassen.

Particuliere ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Particuliere ontwikkelingen

Particuliere ontwikkeling woningbouw
Een deel van de woningbouwopgave zal door particuliere bouwers worden opgepakt. Dit betreft veelal kleinere projecten en bij uitzondering enkele grotere projecten. De actuele stand van zaken wordt bijgehouden in de Planmonitor. We zien wel dat we in (nagenoeg) alle dorpen ontwikkelingen hebben.

Paragraaf 8 | OWO-Samenwerking

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | OWO-Samenwerking - Inleiding

De OWO-samenwerking werkt aan drie opdrachten: de samenwerking vanuit de OWO-afdeling aan met name uitvoerende taken, de samenwerking aan complexe opgaven en de bestuurlijke samenwerking in de regio. Deze OWO-paragraaf kijkt terug op welke wijze er in 2025 gewerkt is aan deze drie opdrachten.

 

Samenwerking vanuit de OWO-afdelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | OWO-Samenwerking - Samenwerking vanuit de OWO-afdelingen

Algemeen 
In 2025 is het onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de OWO-afdelingen Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) en Beheer & Registratie (B&R) afgerond. Het onderzoek laat zien dat er behoefte is aan een herijking van de opdracht van deze OWO-afdelingen, om duidelijkheid te creëren over welke taken in OWO-verband worden uitgevoerd en welke binnen de afzonderlijke gemeenten, en hoe de onderlinge samenwerking is ingericht. Aanleiding hiervoor zijn onder meer de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en maatschappelijke ontwikkelingen. In het najaar van 2025 is het proces gestart om te komen tot een vernieuwde opdrachtbeschrijving voor de OWO-afdelingen.

 

OWO-Beheer & registratie 
Belastingen
De overstap naar de nieuwe Belastingapplicatie is in 2025 nagenoeg afgerond. Hiermee hebben we een stap gezet in de dienstverlening naar bewoners die nu gemakkelijker inzicht kunnen krijgen in bijvoorbeeld hun woz-waarde.

Backoffice Sociaal domein
De overstap naar de drie kernapplicaties van het Sociaal Domein is weerbarstig en vraagt veel van de organisaties. Het betekent dat systemen en processen worden aangepast, dat er duidelijke werkafspraken komen en dat medewerkers nieuwe kennis en vaardigheden opdoen. In samenwerking met de aanbieder is hard gewerkt deze grote overstap voor te bereiden en uit te voeren. Dit is in 2025 niet gelukt. We verwachten de overstap in 2026 af te ronden.

OWO-Bedrijfsvoering
Digitale dienstverlening
Digitale dienstverlening is een structureel en doorlopend onderdeel van de bedrijfsvoering van de OWO-gemeenten. In samenhang met de Wet open overheid (Woo) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) werd ook in 2025 continu gewerkt aan het borgen, verduidelijken en doorontwikkelen van bestaande digitale kanalen en werkwijzen. In het aanwijzingsbesluit leggen we vast via welke digitale kanalen inwoners en bedrijven officiële berichten aan ons kunnen sturen. Dit besluit is in 2025 voorbereid en wordt in het voorjaar 2026 aan u voorgelegd. Begin 2026 is het informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld en is gestart met de implementatie van de BIO2, als basis voor een veilige en betrouwbare digitale dienstverlening.

Datagedreven werken
Vanuit OWO-Bedrijfsvoering richt het cluster Datamanagement zich op het vergroten van bewustwording, kennis en vaardigheden van alle medewerkers, zodat data op een verantwoorde manier kan worden benut in het dagelijks werk. Daarnaast is gewerkt aan een toekomstgerichte datastrategie die aansluit bij de informatiebehoefte van de organisaties en bijdraagt aan een duurzame informatievoorziening.

Inkoop, aanbesteden en verzekeren
In 2025 zijn 50 aanbestedingen doorlopen, waaronder de aanbesteding van een aantal grote verzekeringen. Hierbij is ingezet op uniformering voor de drie gemeenten. Ook is ingezet op het verhalen van schade veroorzaakt door een derde partij. Het verzekeringsbeleid is geactualiseerd en wordt in het 1e half jaar van 2026 vastgesteld.

OWO-Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Uitvoerings & handhavingsstrategie (U&H strategie)
Het voormalige VTH-beleidsplan gaat door invoering van de Omgevingswet verder als de Uitvoerings & Handhavingsstrategie. Dit is de basis voor de werkzaamheden vanuit de OWO-afdeling VTH. In 2025 is de U&H-strategie voorbereid en in afstemming met beleidsafdelingen en bestuurders opgesteld. De strategie wordt in het voorjaar van 2026 vastgesteld door de colleges.  

 

Samenwerking aan complexe opgaven

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | OWO-Samenwerking - Samenwerking aan complexe opgaven

Omgevingswet
In 2025 hebben de OWO-gemeenten verdere routine ontwikkeld in het werken onder de Omgevingswet. Waar 2024 nog vooral gericht was op het op orde houden van de vergunningverlening en het mogelijk maken van initiatieven via wijzigingen van het omgevingsplan, is dit inmiddels uitgegroeid tot een stabiel en voorspelbaar proces. Tegelijkertijd is in OWO-verband gewerkt aan de gebiedsdekkende omgevingsplannen, wat heeft geresulteerd in een definitieve uitgangspuntennotitie die begin 2026 door de drie gemeenteraden is vastgesteld. Ook is de juridische basis verder versterkt, onder meer door de evaluatie van het Verzamelbesluit bevoegdheden Omgevingswet, waarmee een belangrijke stap is gezet in de verdere professionalisering van de uitvoering.

APV
De jaarlijkse actualisatie van de APV wordt in gezamenlijkheid opgepakt waarbij jaarlijks een andere OWO-gemeente de coördinatie op zich neemt. Op deze wijze is het mogelijk met beperkte capaciteit toch jaarlijks de APV te actualiseren. De samenwerking aan de APV betekent niet dat er geen gemeente specifieke onderdelen mogelijk blijven.  

Evenementenbeleid
In 2025 zijn we begonnen met het opstellen van gezamenlijk OWO-evenementenbeleid. Dit is een omvangrijk project waarbij we samen optrekken met zowel partners (waaronder veiligheidsregio en politie) en organisatoren. Afronding verwachten we eind 2026.  

Ondermijning
Afgelopen jaar is veel aandacht geweest voor de bestrijding van ondermijning. Samen met bijvoorbeeld politie, RIEC en belastingdienst hebben we ingezet op bewustwording en zo nodig handhaving. Er zijn controles uitgevoerd bij bijvoorbeeld horeca, vakantieparken en garageboxen.  

Energietransitie
Via het OWO-energiebureau hebben we ook in 2025 stappen gezet in de energietransitie. Drie energiecoaches werken vanuit het energiebureau aan het adviseren van inwoners. In 2025 is er een onderzoek opgestart wat we nog meer vanuit het energiebureau kunnen oppakken. Naar verwachting wordt dit in 2026 duidelijk.  

 

Bestuurlijke samenwerking

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | OWO-Samenwerking - Bestuurlijke samenwerking

Binnen OWO-verband vindt structurele afstemming plaats tussen de colleges van de drie gemeenten op portefeuilleniveau. Dit versterkt de positie van OWO als regionale gesprekspartner richting onder andere FUMO en het Sociaal Domein Fryslân. Beleidsontwikkeling vanuit provincie, Wetterskip en Rijk wordt gezamenlijk besproken en indien gewenst gecoördineerd beantwoord. 

Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen

1. Omgevingswet

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 1. Omgevingswet

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Als OWO-gemeenten werken wij samen aan alle projecten die voortkomen uit de invoering van de Omgevingswet. Wij hebben ons daar al geruime tijd op voorbereid, maar toch vraagt het de komende tijd veel van de organisatie. 

Beleidscyclus
De omgevingswet vraagt een nieuwe manier van werken, namelijk met een beleidscyclus. Voor de inwerkingtreding van de omgevingswet werd een nieuw beleidsdocument in zijn geheel voorbereid en vastgesteld. Het gaat hier bijvoorbeeld om de structuurvisie, een bestemmingsplan of een ander beleidsdocument. Dit waren statische beleidsdocumenten. Onder de omgevingswet worden deze beleidsdocumenten door de beleidscyclus dynamisch. De beleidsdocumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, worden per thema, maatschappelijk ontwikkeling of initiatief aangepast. De beleidsdocumenten moeten altijd met elkaar in overeenstemming zijn. Zo kan het voorkomen dat de omgevingsvisie aangepast moet worden om een thema, maatschappelijke ontwikkeling of initiatief mogelijk te maken in het omgevingsplan. Onderstaande afbeelding maakt de beleidscyclus inzichtelijk.

 


Omgevingsvisie

Een belangrijk project in het uitvoeringsprogramma is het opstellen van een omgevingsvisie voor onze gemeente. In deze omgevingsvisie legt de gemeente de koers en ambitie neer voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In 2018 is hiervoor door de gemeenteraad een Nota van Uitgangspunten vastgesteld. In 2019 is gestart met het visietraject inclusief een uitgebreid participatieproces met onze inwoners en andere belanghebbenden. In november 2021 is de omgevingsvisie voor Ooststellingwerf door de gemeenteraad vastgesteld.

Programma's
De wet kent een aantal verplichte programma's, zoals warmteprogramma, volkshuisvestingsprogramma (opvolger van de verplichte woonzorgvisie) en het actieplan geluid. Deze programma's moeten voor 2026 (deels) vastgesteld zijn. Ook is een programma verplicht als een omgevingswaarde (bijvoorbeeld luchtkwaliteit) overschreden dreigt te worden. Binnen onze gemeente is (vooralsnog) geen sprake van een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. Naast verplichte programma's zijn er vrijwillige programma's om bijvoorbeeld een nieuw beleidskader vast te stellen voor een thema of gebiedsontwikkeling. Alle programma's zijn zelfbindend, inhoudende dat een gemeente zichzelf moet houden aan de programma's.

Omgevingsplan
Het gebiedsdekkende omgevingsplan is een onderdeel van de Omgevingswet en zal voor 1 januari 2032 klaar moeten zijn. Een gebiedsdekkend omgevingsplan is één omgevingsplan dat voor de hele gemeente geldt en waarin alle regels die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Het maken van een dergelijk omgevingsplan is omvangrijk. In 2025 begonnen wij, in OWO verband, met bouwen aan het gebiedsdekkende omgevingsplan. In de tussentijd werken we met tijdelijke omgevingsplannen (van rechtswege omgezette bestemmingsplannen), wat extra werk met zich meebrengt.

 

Integrale samenwerking 
Het toepassen van de beleidscyclus en het nastreven van de doelen van de Omgevingswet betekent dat niet alleen de werkprocessen aangepast moeten worden, maar ook dat we integraal samenwerken met elkaar, tussen de verschillende afdeling, tussen de organisatie en het bestuur en tussen de gemeente en onze ketenpartners. Integraal samenwerken onder de Omgevingswet betekent dat verschillende beleidsdomeinen en belanghebbenden in samenhang en afstemming met elkaar samenwerken om een omgevingsvraagstuk als een geheel te benaderen. Het gaat om het afwegen van verschillende perspectieven en belangen om tot duurzame, effectieve en efficiënte besluiten te komen. Samenvattend: 

  • Samenhang en afstemming: Verschillende disciplines en afdelingen werken samen om ervoor te zorgen dat hun werk op elkaar is afgestemd en niet tegenstrijdig is; 

  • Afwegen van perspectieven: Belangen van alle betrokken partijen worden meegenomen in besluitvorming, wat leidt tot een integrale afweging; 

  • Breder dan inhoudelijk: Het omvat niet alleen inhoudelijke samenhang, maar ook de menselijke en uitvoeringsaspecten van de samenwerking; 

  • Grotere doel: Het doel is om een veilige, gezonde en leefbare omgeving te creëren, waarbij maatschappelijke functies doelmatig vervult kunnen worden, door de samenwerking te verbeteren en processen efficiënter in te richten.

 

Transitiefase
De wet is veelomvattend en vraagt een andere manier van werken, waardoor in de eerste periode kinderziektes zullen optreden. We nemen onze huidige werkprocessen kritisch onder de loep en maken deze Omgevingswetproof. Dit geldt voor het vergunningentraject en voor ruimtelijke initiatieven die bij de gemeente binnenkomen. Ook hier kijken we naar harmonisatie en afstemming met onze OWO-partners. Op dit moment verwerken we de opgedane ervaringen samen met de OWO-partners in de nieuwe werkprocessen. We blijven de communicatie richting onze inwoners en bedrijven over de Omgevingswet intensiveren met meer informatie en uitleg. De transitiefase duurt tot 2032.

 

2. Regio Deal Zuidoost Friesland

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 2. Regio Deal Zuidoost Friesland

De regiodeal Zuidoost Friesland liep van 2020 tot en met 2024 met uitloop van enkele projecten in 2025. Binnen de Regiodeal heeft het Rijk € 15 miljoen in de regio geïnvesteerd waardoor de regio met cofinanciering een groot aantal projecten en programma’s versneld en/of uitgebreider heeft kunnen uitvoeren.

In 2023 hebben de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, de Raad voor het Openbaar bestuur en de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving het rapport Elke regio telt! aan de minister van Binnenlandse zaken uitgereikt. Dit rapport stelt dat er grote verschillen in welvaart zijn tussen de regio’s in Nederland. Uit dit rapport is het Nationaal programma vitale regio’s (NPVR) ontstaan. Het NPVR is een langlopend samenwerkingsprogramma dat zich richt op het duurzaam versterken van de leefbaarheid, bereikbaarheid, economie en voorzieningen in gebieden met krimp en vergrijzing. De regio Zuidoost-Fryslân is één van de elf regio’s in het NPVR.

Het programma heeft bijgedragen aan structurele en duurzame verbetering van de leefbaarheid en vitaliteit in de regio met drie overkoepelende doelstellingen:

  1. Veilige en leefbare regio’s: het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving, met expliciete aandacht voor een passende woningvoorraad, herstructurering en transformatie, verduurzaming van de gebouwde omgeving en een gezonde groene leefomgeving.
  2. Een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau: het waarborgen van voorzieningen die de vitaliteit en het beoogde toekomstperspectief van de regio ondersteunen en het behoud van de aantrekkelijkheid en leefbaarheid voor inwoners.
  3. Een gezonde en kansrijke toekomst voor inwoners: het bevorderen van gezond opgroeien en oud worden, ontwikkelkansen in het onderwijs, perspectief op werk en regionale economische ontwikkeling.


Op dit moment wordt er in een brede maatschappelijke coalitie (rijk, regio én partners) gewerkt aan een overkoepelend Regioplan met een gezamenlijke visie op Zuidoost-Fryslân in 2045. Dit Regioplan wordt in de eerste helft van 2026 aan de gemeenteraad voorgelegd. Vervolgens wordt er per vier jaar een uitvoergingsagenda opgesteld. In 2026 wordt de eerste uitvoeringsagenda verwacht.

 

3. Stikstof

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 3. Stikstof

In de gemeente Ooststellingwerf hebben we een unieke combinatie qua grondgebruik met veel (omliggende) beschermde natuurgebieden en een grote agrarische sector. Het stikstofprobleem is daardoor juist voor ons een steeds groter wordend probleem met veel directe belanghebbenden. Door de vertraagde aanpak van het Rijk en de Provincie Fryslân is er op dit moment geen houdbaar beleid om voldoende stikstofreductie te realiseren om voldoende natuurherstel te bevorderen. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied/Frysk Programma Landelijk Gebied had vooral (via gebiedsprocessen) aan natuurherstel bij moeten dragen, naast thema's als: klimaat, water en bodem en landbouw. 

In de toekomst willen we in een mooi, gezond en leefbaar Ooststellingwerf wonen, werken en produceren. Daarom willen wij als gemeente - door zelf aan oplossingen en kaders te werken - aan de slag met beleid, onderzoeken en projecten om ons landelijk gebied klaar te maken voor de toekomst. Dit leidt naar verwachting tot een forsere inzet vanuit de gemeente qua capaciteit, ook als we dit in samenwerking gaan doen. Denk aan de inzet van ambtenaren uit verschillende werkvelden om ook het gesprek aan te gaan rond de genoemde natuurgebieden met agrariërs, natuurbeheerders, bedrijven en bewoners. We streven naar een balans tussen de draagkracht van de natuur, met een robuust watersysteem en een lage impact op het klimaat, en een perspectief voor de maatschappelijke en economische ontwikkeling voor bewoners, agrariërs, grondeigenaren/beheerders in de gemeente.

Wat gaan we doen

  • Meewerken aan verbetering van natuur.
  • Daarbij rekening houden met de balans tussen natuur, landbouw en economische ontwikkelingen.
  • Hierin samen met de gemeenteraad optrekken.
  • Zorg dragen voor een gebiedsgerichte aanpak vanuit interbestuurlijke doelstellingen.
  • De agrariërs steunen die de omslag naar kringlooplandbouw (willen) gaan maken en circulaire landbouwinitiatieven steunen.
  • Ons inspannen om alle maatschappelijke partners, de natuurorganisaties, grondeigenaren en -gebruikers in het gebiedsproces te betrekken.
  • In onze ruimtelijke ordening rekening gaan houden met doelstellingen voor een schoon en gezond water en bodem.
  • We bieden sociaal psychologische hulp voor agrariërs die daar behoefte aan hebben. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces: we zijn en gaan in gesprek met groepen agrariërs en andere groepen belanghebbenden.

 

Doel voor ons gemeente is ook om onze vergunningverlening te kunnen blijven doen.

4. Accommodatiebeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 4. Accommodatiebeleid

Wat willen we bereiken?
In de startnotitie (2023) staat het doel van het accommodatiebeleid, namelijk:
‘We willen dat Ooststellingwerf leefbaar blijft. We willen een gemeente zijn waar mensen naar elkaar omkijken en waar iets te beleven valt. Goede en toegankelijke accommodaties zijn daarvoor een voorwaarde. Waar ontmoeten inwoners elkaar, waar ontstaan sociale contacten, waar bewegen inwoners, waar leren kinderen? En hoe houden we rekening met grote maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering, vergrijzing en digitalisering? Passen de beschikbare accommodaties bij de toekomstige vraag? De exploitatie moet bovendien duurzaam zijn en betaalbaar blijven. Daarom willen we toekomstbestendig accommodatiebeleid ontwikkelen met duurzaam (gebruik van de) accommodaties op het gebied van ontmoeten, welzijn, bewegen, cultuur, recreëren, gezondheid en leren.’

In het accommodatiebeleid gaat het over gemeentelijke accommodaties en maatschappelijke accommodaties van derden. Maar er zijn nog vele andere accommodaties die een maatschappelijke functie hebben (‘externe accommodaties’ zoals dorpshuizen), waar verduurzamingsvraagstukken spelen.

Onder accommodaties vallen ook de onderwijsgebouwen. Daarvoor stellen we een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op. Dit is een langetermijnvisie voor onderwijs­huisvesting dat wordt opgesteld door schoolbesturen en de gemeente. Zie hiervoor ook programma 4 Onderwijs.

Het op te stellen accommodatiebeleid inclusief IHP steekt in op:

  • Efficiënt gebruik van accommodaties in relatie met behoud van leefbaarheid in alle dorpen.
  • Een slimme inzet van accommodaties en keuzes maakt in welke accommodaties er dan nodig zijn.
  • De langdurige betaalbaarheid zowel op beheer en onderhoud als op het gebied van verduurzaming.


Wat hebben we ervoor gedaan?
Op 4 juli 2023 had de raad een werkbijeenkomst over het vervolg van het accommodatiebeleid en zijn vijf denkrichtingen/scenario’s besproken. Op 31 oktober 2023 stelde de raad de Startnotitie Accommodatiebeleid geamendeerd vast.

In 2024 startte een participatieproces met de eigenaren en gebruikers van het maatschappelijk vastgoed in de dorpen. Ook werd een digitale enquête uitgezet onder inwoners. Het totaal daarvan is aan de gemeenteraad gepresenteerd op de themaraad van 19 maart 2024. Daarna zijn ook jongeren nog bevraagd.

De conclusie uit het participatieproces en de reacties tijdens de themaraad was dat een combinatie van scenario B (Efficiënt & samen) en scenario D (Optimale leefomgeving) de voorkeur geniet. In aanvulling daarop heeft het College van B&W met inachtneming van alle belangen een voorkeursscenario ontwikkeld, dat op in september 2024 in de gemeenteraad is behandeld.  Dit leidde tot het besluit om het voorkeursscenario uit te werken en in aanvulling daarop nog drie specifieke onderzoeken te starten, namelijk naar het Bosbad Appelscha, een MFA Appelscha en een MFA Oosterwolde.

In november 2024 werd een motie aangenomen om de onderzoeksopdracht voor het MFA Oosterwolde te wijzigen.

In juni 2025 heeft de gemeenteraad het Accommodatiebeleid 2025-2050 vastgesteld, waarvan het integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs onderdeel van is. Onderdeel van het plan is een concrete planning voor investeringen in de eerste vier jaren, een doorkijk naar de middellange termijn (= 5 tot < 15 jaar) en een doorkijk naar de lange termijn (> 15 jaar). Voor de toekomst van het Bosbad zijn drie scenario's onderzocht. In oktober 2025 heeft de gemeenteraad besloten het Bosbad in stand te houden met een beroep op medeverantwoordelijkheid vanuit Appelscha. Voor sportcomplex Boekhorst wordt een aanvullend specifiek locatie onderzoek uitgevoerd. Om te bepalen of ondubbelzinnig blijkt dat een andere locatie toch de voorkeur verdient ten opzichte van de huidige locatie. De conclusie van het onderzoek is dat de andere locatie niet ondubbelzinnig de voorkeur verdient ten opzichte van de huidige locatie. De raad heeft op 27 januari 2026 besloten het nieuwe sportcomplex Boekhorst te realiseren op de huidige locatie. Het besluit over de huisvesting van de Kampingerhofschool is uitgesteld totdat er door de betrokken partijen overeenstemming is omtrent een verantwoorde huisvesting van de Kampingerhofschool.

Wat mag het kosten?
De gemeenteraad heeft op 8 november 2022 amendement # A-019 "Gas erop van het aardgas af voor slim en toekomstgericht accommodatiebeleid" aangenomen. Inhoudende dat met ingang van 2024 € 200.000 structureel aan kapitaallast beschikbaar is gesteld en in de jaren daarna het budget steeds met € 100.000 op te hogen, tot er voldoende budget beschikbaar is voor het accommodatiebeleid inclusief IHP.  Bij de Kaderbrief 2025 is besloten om het budget vanaf 2028 ieder jaar structureel met € 200.000 te verhogen in plaats van met € 100.000. Bij de kaderbrief 2026 is besloten om het budget voor 2029 en verder structureel met € 600.000 te verhogen. Via amendement A113a bij de programmabegroting 2026 is het budget voor 2026 en verder structureel met € 400.000 verhoogd.  Met ingang van 2026 is het budget dus € 800.000, 2027 € 900.000 en het gaat daarna met € 200.000 omhoog per jaar.

Paragraaf 10 | Visie op Samenleven

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Inleiding

Dit programma ‘Sociaal Domein’ gaat over de Visie op Samenleven. Het is een integraal programma over het gehele sociaal domein. Het bestaat uit vier opgaven namelijk Samenleven, Meedoen, Gezondheid en Goed Opgroeien. In een doelenboom staat samengevat wat we per opgave willen bereiken (maatschappelijke effecten). De doelenboom vindt u hieronder en in groter formaat op https://www.ooststellingwerf.nl/visie-samenleven.

In 2023 heeft een tussenevaluatie van de Visie op Samenleven plaatsgevonden. De analyse en bevindingen zijn samen met accenten en afbouwpunten voor de komende jaren verzameld in het document 'Tussenbalans Visie op Samenleven'. De accenten en afbouwpunten zijn in januari 2024 vastgesteld door de gemeenteraad.

Er is een aantal gemeenschappelijke regelingen dat bijdraagt aan de drie opgaven: 

  • Sociaal Domein Fryslân (SDF): Binnen de Centrumregeling SDF werken Friese gemeenten samen aan beleidsvoorbereiding en de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel is, om waar nodig, specialistische jeugdhulp en ondersteuning te leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.
  • Veiligheidsregio Fryslân (VRF): Binnen de VRF werken Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De VRF werkt op het gebied van gezondheidszorg aan het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de Friese inwoner. 
  • GR SW Fryslân: GR SW Fryslân en Caparis NV dragen bij aan het aanbieden van arbeidsplaatsen voor onze inwoners in het kader van de voormalige wet sociale werkvoorziening. Alle SW-medewerkers zijn in de GR administratief ondergebracht. Wij hebben een dienstverleningsovereenkomst gesloten met Caparis voor de begeleiding en ontwikkeling van onze inwoners met een SW-indicatie. 


Voor de vier verschillende opgaven zijn maatschappelijke effecten geformuleerd. Ze zijn uitgewerkt in doe-agenda’s en staan hieronder beschreven.

 

1. Opgave meedoen: Alle inwoners doen volwaardig mee

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 1. Opgave meedoen: Alle inwoners doen volwaardig mee

Inwoners vinden ‘Meedoen’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein. Het gaat om de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening. Voor de Opgave Meedoen zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (A t/m D) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. 

Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 6, thema 6.2 Meedoen.

Maatschappelijk effect A. Mensen kunnen levensloopbestendig wonen (zie Doe Agenda A en woon(zorg)visie). 
A1. Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren (faciliteren)
A2. Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen (faciliteren)
A3. Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen (regisseren)

Maatschappelijk effect B. Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (zie doe-agenda B).
B1. Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt (regisseren) 
B2. Uitkeringsgerechtigden maken naar vermogen stappen op de Participatieladder (regisseren)
B3. Mensen ervaren een zinvolle invulling van hun dag (faciliteren)

Maatschappelijk effect C. Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (zie doe-agenda C en doe-agenda Inburgering). 
C1. Mensen zijn tevreden over hun maatschappelijk leven (loslaten)
C2. Mensen zijn zelfredzaam (faciliteren)
C3. Kinderen in armoede hebben mogelijkheden om mee te doen (regisseren)
C4. Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen (regisseren)
C5. Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving (stimuleren)

Maatschappelijk effect D. Mensen maken indien nodig gebruik van het vangnet
D1. Mensen zijn op de hoogte/kennen de wegen (regisseren)
D2. Mensen maken gebruik van de wegen (stimuleren)
D3. Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen (regisseren)
D4. Mensen zijn tevreden over de ondersteuning (stimuleren)

2. Opgave samenleven: Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 2. Opgave samenleven: Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap

Samenleven is een onderwerp dat erg leeft in de gemeente. Inwoners vinden ‘elkaar ontmoeten’, ‘elkaar ondersteunen’ en activiteiten en verenigingen in de dorpen en in de buurten belangrijk. Voor de Opgave Samenleven zijn in de Visie op Samenleven drie maatschappelijke effecten benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan werken. 

Maatschappelijk effect E. Mensen voelen zich verbonden (zie doe-agenda E)
Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.1 Samenleven
E1. Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen (loslaten)
E2. Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap (faciliteren)
E3. Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten (faciliteren)
E4. Mensen ervaren minder eenzaamheid (stimuleren)

Maatschappelijk effect F. Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar
Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.1 Samenleven
F1. Mensen helpen elkaar (faciliteren)
F2. Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op (faciliteren)
F3. Mensen ervaren ruimte om ideeën/initiatieven te ontwikkelen (faciliteren)
F4. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren) Zie thema 7.1 Gezondheid.

Maatschappelijk effect G. Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sportinfrastructuur (zie doe-agenda G)
Dit maatschappelijk effect staat in programma 5, thema 5.1 Sport en cultuur en bij thema 6.1 Samenleven (voor sociale infrastructuur)
G1. Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sportactiviteiten (faciliteren)
G2. Mensen zijn op de hoogte en hebben toegang tot sociale, culturele en sportinfrastructuur (stimuleren)
G3. Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving (stimuleren)
G4. Er is een actief verenigingsleven (loslaten)
G5. Vrijwilligers floreren in de samenleving (faciliteren)

3. Opgave gezondheid: Inwoners ervaren een positieve gezondheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 3. Opgave gezondheid: Inwoners ervaren een positieve gezondheid

Inwoners vinden ‘Gezondheid’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein en moeten we lokaal invulling geven aan de landelijke gezondheidsnota. Voor de Opgave Gezondheid zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (H t/m K) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. 

Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 7, thema 7.1 Gezondheid.

Maatschappelijk effect H. Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen (zie doe-agenda HK)
H1. Mensen ervaren laagdrempelige mogelijkheden om hun eigen gezondheid te verbeteren (deels faciliteren, deels stimuleren)
H2. Mensen voelen zich lichamelijk gezond (stimuleren)
H3. Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving (stimuleren)
H4. Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd en geld en grenzen stellen (stimuleren)

Maatschappelijk effect I. Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden (zie doe-agenda I)
I1. Mensen vormen samen een dementievriendelijke gemeente (stimuleren)
I2. Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of daginvulling (faciliteren)
I3. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren)

Maatschappelijk effect J. Mensen voelen zich veilig
J1. Jeugdigen komen niet in aanraking met geweld (regisseren)
J2. Mensen zijn weerbaar (faciliteren)
J3. Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties (regisseren)

Maatschappelijk effect K. Mensen leven in een gezonde leefomgeving (zie doe-agenda HK)
K1. Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk (regisseren)
K2. Mensen gaan graag naar buiten (loslaten)
K3. Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving (regisseren)

4. Opgave goed opgroeien: Jeugdigen (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 4. Opgave goed opgroeien: Jeugdigen (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen

Maatschappelijk effect L. Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal
Dit maatschappelijk effect staan in programma 4, thema 4.1 Onderwijs.
L1. Jeugdigen krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien (faciliteren)
L2. Jeugdigen gaan naar school (regisseren)
L3. Jeugdigen halen een startkwalificatie (regisseren)
L4. Jeugdigen zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven) (regisseren)
L5. Jeugdigen en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden (regisseren)

Maatschappelijk effect M. Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders (zie doe-agenda O)
Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien.
M1. Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid (loslaten)
M2. Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieve programma’s (stimuleren)
M3. Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) (regisseren)
M4. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren)
M5. Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties bij hun opvoedvragen (regisseren)

Maatschappelijk effect N. Jeugdigen zijn weerbaar
Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien.
N1. Jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden (loslaten)
N2. Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen (faciliteren) - Zie ook doe-agenda HK Positieve gezondheid (2022).
N3. Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld (deels regisseren, deels stimuleren) - Zie Preventie en handhavingsplan Alcohol en Middelen 2021-2024

Maatschappelijk effect O. Jeugdigen en ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien (zie doe-agenda O)
Dit maatschappelijk effect staat in programma 6, thema 6.3 Goed Opgroeien.
O1. Jeugdigen met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren)
O2. Jeugdigen en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund (regisseren)
O3. Scheidingen verlopen met minimale schade voor jeugdigen (stimuleren)
O4. Jeugdigen ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI (stimuleren)

Integraal en ontschot werken

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Integraal en ontschot werken

We blijven investeren in integraal en ontschot werken. In de doe-agenda's zien we het integraal werken terug (niet meer denken vanuit beleidsterreinen maar vanuit de effecten die we voor inwoners willen bereiken). Dit werkt ook door in onze afspraken met samenwerkingspartners. Bijvoorbeeld met stichting Scala en de bibliotheek werken we aan het anders vormgeven van de subsidie-afspraken. We richten deze steeds meer op effecten (outcome) in plaats van activiteiten (input, output).

Doorontwikkeling Gebiedsteam

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Doorontwikkeling Gebiedsteam

Het Gebiedsteam is belangrijk bij de implementatie van de Visie op Samenleven en de accenten van de Tussenbalans. Ons Gebiedsteam is laagdrempelig beschikbaar. We werken op vindplaatsen als scholen en bij de huisarts. 

Als een inwoner bij het Gebiedsteam komt, wordt zorgvuldig onderzocht wat de inwoner nodig heeft. Daarbij kijkt het Gebiedsteam wat inwoners zelf kunnen, samen met hun sociale netwerk kunnen organiseren en we kijken of er een algemene voorziening is waar de inwoner gebruik van kan maken. Er is een sociale kaart waarin zichtbaar is wat er in onze gemeente zonder verwijzing beschikbaar is op het terrein van zorg, welzijn, werk, opvoeden, geldzaken en vrije tijd. Daarmee maken we het inwoners en professionals makkelijker om gebruik te maken van algemene (preventieve en lichte) voorzieningen binnen het voorliggende veld. 

Daarnaast biedt het Gebiedsteam zelf hulp en ondersteuning. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de ondersteuning aan mantelzorgers door onze mantelzorgconsulent, het bieden van psycho-educatie en de budgetadviseurs die inwoners kunnen helpen met financiële vragen. 

Soms is er meer nodig. Ons Gebiedsteam is de toegang tot vormen van hulp, ondersteuning en zorg als jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning. Als er hulp is ingezet, dan evalueren we die zorg met de inwoner en de aanbieder. We verlengen de zorg niet zonder dat er opnieuw onderzoek is gedaan naar wat nodig is. Daarmee streven we er naar dat hulp en ondersteuning passend is bij de hulpvraag van de inwoner en bekostigen we tegelijkertijd alleen datgeen wat nodig wordt geacht.  

In de laatste helft van 2025 is er bij het Gebiedsteam met specialisatie Jeugd door meerdere redenen waaronder een toename in de complexiteit van de casussen een wachtlijst ontstaan. Hiervoor is in Q4 2025 een plan van aanpak opgezet om het Gebiedsteam Jeugd met betrekking tot de formatie op orde te krijgen. In maart 2026 is een voorstel behandeld in de raad.

Datagedreven werken en Monitor Sociaal Domein

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Datagedreven werken en Monitor Sociaal Domein

Bij het maken van de doe-agenda's gebruiken we data om gericht en lokaal knelpunten aan te pakken of problemen te voorkomen. Denk aan gerichte acties in een buurt, straat of dorp waar relatief veel zorggebruik, armoede of eenzaamheid is. We monitoren ons beleid via de Monitor Sociaal Domein. Hierin staat per opgave en per doe-agenda informatie die ons helpt om te zien of onze inspanningen de beoogde effecten opleveren, wat er goed gaat en wat aandacht vraagt. Daarnaast ontwikkelen we voor het monitoren van de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet aparte dashboards. 

Grip op uitgaven jeugd en Wmo

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Grip op uitgaven jeugd en Wmo
  • We willen problemen vóór zijn door te investeren in preventie en door te zorgen dat inwoners ons weten te vinden als zij hulp nodig hebben.
  • We willen de uitgaven op jeugd en Wmo beperken en blijven doen wat nodig is om de meest kwetsbare inwoners goed te ondersteunen.
  • We willen dat inwoners zoveel mogelijk gebruik maken van voorzieningen en activiteiten die zonder indicatie beschikbaar zijn (voorliggende voorzieningen).


We investeren in allerlei vormen van preventie (zie opgaven Meedoen, Gezondheid en Goed Opgroeien) en in sociale verbanden tussen mensen en in samenredzaamheid (stevige sociale basis). We namen diverse andere maatregelen om de uitgaven te beperken. Om grip te krijgen op de kosten van de jeugdhulp zijn verschillende bezuinigingsmaatregelen geformuleerd. Om de resultaten hiervan goed te kunnen monitoren is een dashboard ontwikkeld. Samen met de Monitor Sociaal Domein biedt dit inzicht in de mate waarin we erin slagen grip te krijgen en te houden op de uitgaven binnen het Sociaal Domein.

Naar aanleiding van het tekort op de jeugdhulp in de jaarrekening 2023 is de begroting voor de daaropvolgende jaren aangepast. Deze beoogde besparing is gebaseerd op diverse uitgangspunten en richt zich vooral op een andere werkwijze binnen het Gebiedsteam. De zorgvuldige implementatie hiervan kost tijd. Hoewel alle maatregelen inmiddels in gang zijn gezet, verschilt de mate waarin ze volledig zijn uitgewerkt. Bij het Gebiedsteam Jeugd is in 2025 een wachtlijst ontstaan door verschillende factoren. Hierdoor heeft de focus minder gelegen op het verder uitrollen en borgen van de maatregelen. Beleidsmatig zijn in 2025 de noodzakelijke kaders vastgesteld voor de uitvoering, waaronder de Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026 en de bijbehorende beleidsregels. We blijven de voortgang van de maatregelen en de realisatie van de beoogde besparing monitoren. Dit doen we onder andere met een dashboard dat inzicht geeft in de instroom en uitstroom van jeugdigen en via een prognosemodel voor de jeugdhulplasten.

 

Paragraaf 11 | Wet open overheid (Woo)

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 11 | Wet open overheid (Woo) - Inleiding

De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. De Woo kent drie doelstellingen:

  • Het actief openbaar maken van informatie
  • Het tijdig openbaar maken van opgevraagde informatie
  • Het duurzaam toegankelijk maken van digitale informatie


Het actief openbaar maken van informatie
De Wet open overheid schrijft voor gemeenten 15 informatiecategorieën voor die de komende tijd actief openbaar gemaakt moeten worden. De verplichting tot actieve openbaarmaking is al ingegaan voor de volgende vier informatiecategorieën:

  1. Wetten en algemeen verbindende voorschriften
  2. Overige besluiten van algemene strekking
  3. Organisatie en werkwijze 
  4. Bereikbaarheidsgegevens


Op een landelijke website, de Woo-index, moet de gemeente verwijzingen naar de openbaar gemaakte informatie plaatsen. Elke overheid moet een Woo-redacteur hebben, die deze verwijzingen plaatst en onderhoudt.

Het tijdig openbaar maken van opgevraagde informatie 
Iedereen kan op grond van de Woo informatie bij de overheid opvragen. Elke overheid moet een Woo-contactpersoon hebben, die vragen kan beantwoorden over het opvragen van overheidsinformatie. Ooststellingwerf heeft de medewerkers van het Klantcontactcentrum aangewezen als Woo-contactpersonen.

Het duurzaam toegankelijk maken van digitale informatie
Elke overheid moet weten welke informatie ze heeft en moet die informatie kunnen vinden wanneer hier om gevraagd wordt. Verder moet er een gecontroleerd proces zijn waarmee informatie na de voorgeschreven bewaartermijn wordt vernietigd of gereedgemaakt voor overdracht aan een archiefbewaarplaats.

 

Wat hebben we in 2025 gedaan?

Terug naar navigatie - Paragraaf 11 | Wet open overheid (Woo) - Wat hebben we in 2025 gedaan?

De invoering van de Woo gebeurt stapsgewijs. In OWO-verband werken we samen aan de invoering van de actieve openbaarmaking en het duurzaam toegankelijk maken van digitale informatie. Het openbaar maken van opgevraagde informatie en deels ook het actief openbaar maken van informatie wordt binnen de eigen organisatie uitgevoerd.

Het actief openbaar maken van informatie 
Als Woo-redacteur is aangewezen de juridisch medewerker van het cluster bestuurlijk-juridische zaken. De Woo-redacteur heeft onderzocht welke informatie uit de 17 informatiecategorieën al openbaar is gemaakt. Daarnaast heeft de Woo-redacteur ervoor gezorgd dat alle nu verplicht actief openbaar te maken informatie inderdaad openbaar is gemaakt. Alle verwijzingen naar al openbaar gemaakte informatie is vervolgens geplaatst op de Woo-index van Ooststellingwerf. Deze is te vinden op https://organisaties.overheid.nl/woo/23566/Gemeente_Ooststellingwerf 
Hiermee voldoet Ooststellingwerf (ruimschoots) aan de nu geldende actieve informatieplicht.

Het tijdig openbaar maken van opgevraagde informatie 
In 2025 zijn er in de gemeente Ooststellingwerf 48 Woo-verzoeken binnengekomen. Hiervan zijn drie ingetrokken, één is doorgezonden naar een ander bestuursorgaan en de afhandeling van twee verzoeken loopt nog. 33 verzoeken zijn binnen de gestelde termijn afgehandeld en negen buiten de gestelde termijn. Reden hiervan was de complexiteit van het verzoek of capaciteitsgebrek bij de gemeente. 

Het duurzaam toegankelijk maken van digitale informatie. 
De OWO-gemeenten hebben zich voorbereid op aansluiting bij het e-depot. Met de aansluiting op het e-depot regelt de OWO de duurzame toegankelijkheid van digitale informatie zodat de te bewaren digitale informatie in de toekomst toegankelijk, vindbaar en raadpleegbaar blijft.