Meer
Publicatiedatum: 30-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financieel meerjarenperspectief

Budgetten per programma

Budgetten per programma

In bijgaand overzicht treft u de budgetten per begrotingsprogramma aan op basis van bestaand beleid. Elk programma is onderverdeeld naar lasten en baten. Per jaarschijf kunt u het resultaat voor en na bestemming aflezen. In de bijlage ‘Overzicht reserves en voorzieningen 2018 - 2023’ vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening. Het totaaloverzicht Programmabegroting 2020-2023 geeft, in het kader van de dualisering, het autorisatieniveau van de raad aan. Dit gebeurt namelijk op programmaniveau. Binnen deze budgetten is het college geautoriseerd de begroting uit te voeren. Dit is dus ook het niveau waarop u wordt geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het nieuwe beleid. De documenten voor de planning en controlcyclus worden op dit niveau afgestemd.

Noodzakelijke mutaties op programmaniveau in de loop van het dienstjaar leggen wij door middel van een begrotingswijzing aan u voor. De programmabegroting is de basis voor de productenbegroting en de leidraad voor het uitvoeren van het geformuleerde beleid.

x € 1.000
Programmabegroting Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Resultaat voor bestemming
Lasten programma´s
1. Sociale Domein -28.806 -29.014 -28.352 -28.350 -28.553 -28.548
2. Welzijn & educatie -6.705 -7.700 -7.519 -7.540 -6.671 -6.624
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. -8.559 -12.428 -11.177 -8.536 -8.358 -8.049
5. Openbare orde en veiligheid -1.806 -1.813 -1.913 -1.921 -1.933 -1.943
6. Bestuur & Dienstverlening -12.981 -12.758 -13.347 -13.233 -13.151 -13.112
Totaal Lasten -58.858 -63.712 -62.308 -59.581 -58.665 -58.276
Baten programma´s
1. Sociale Domein 10.089 8.790 8.175 8.388 8.627 8.802
2. Welzijn & educatie 663 924 775 775 818 818
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. 7.170 10.285 7.340 6.994 7.075 6.905
5. Openbare orde en veiligheid 62 - - - - -
6. Bestuur & Dienstverlening 1.138 1.092 1.190 1.161 1.089 897
Totaal Baten 19.123 21.092 17.479 17.319 17.609 17.421
Totaal programma´s -39.735 -42.620 -44.829 -42.262 -41.056 -40.855
Lasten algemene dekkingsmiddelen
Algemene uitkering - - - - - -
Deelnemingen -1 -1 -1 -1 -1 -1
Lokale heffingen -8 -12 -50 -50 -50 -50
Saldo financieringsfunctie -22 -159 -320 -485 -466 -480
Onvoorzien - -29 -36 -36 -36 -36
Overige algemene dekkingsmiddelen - - -40 -40 -40 -40
Totaal lasten algemene dekkingsmiddelen -31 -200 -447 -612 -593 -607
Baten algemene dekkingsmiddelen
Algemene uitkering 41.874 43.066 44.425 44.359 43.863 44.238
Deelnemingen 72 60 60 60 60 60
Lokale heffingen 6.712 5.028 5.030 5.034 2.942 2.846
Saldo financieringsfunctie 29 46 133 119 118 118
Onvoorzien - - - - - -
Overige algemene dekkingsmiddelen 9 9 9 9 9 9
Totaal baten algemene dekkingsmiddelen 48.695 48.209 49.657 49.581 46.992 47.271
Totaal algemene dekkingsmiddelen 48.664 48.009 49.210 48.969 46.400 46.665
Totaal lasten overhead -10.376 -12.099 -11.234 -11.114 -11.019 -11.033
Totaal baten overhead 2.320 2.190 2.278 2.278 2.278 2.278
Totaal overhead -8.055 -9.909 -8.956 -8.835 -8.741 -8.754
Resultaat voor bestemming 874 -4.521 -4.574 -2.128 -3.397 -2.944
Mutaties reserves
Toevoegingen -3.625 -438 -958 -900 -114 -118
Onttrekkingen 3.692 4.908 4.035 792 404 234
Mutaties reserves 67 4.470 3.078 -108 290 116
Resultaat na bestemming 940 -51 -1.496 -2.236 -3.107 -2.829

Financiële positie

Financiële positie

Voor het beoordelen van de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in het gemeentelijke financiële beleid, de mogelijke (financiële) risico’s en het (eigen) vermogen van de gemeente. De punten, voor het beoordelen van de financiële positie, zijn nader toegelicht in de volgende zes onderdelen:

  1. De budgettaire positie in 2019 tot en met 2022.
  2. Het weerstandsvermogen.
  3. De beheersplannen.
  4. De grondexploitatie.
  5. De belastingcapaciteit.
  6. De reserves en voorzieningen.

Samenvatting

  • Het begrotingsperspectief geeft ons aanleiding om te komen met nadere dekkingsvoorstellen.
  • De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,359 miljoen. Het beschikbare weerstandsvermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves) is voldoende om risico’s af te dekken.
  • Met ingang van het begrotingsjaar 2016 schrijft het Rijk een vijftal financiële kengetallen voor, die verplicht zijn opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. Op basis van deze kengetallen kunnen we concluderen dat de financiële positie van onze gemeente goed is te noemen. Het ingezette financiële beleid van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat de financiële positie is versterkt.
  • Het niveau van het onderhoud kapitaalgoederen is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau. Om het MOP Wegen goed uit te voeren zetten we eenmalig € 1.000.000 in om in de periode 2017 tot en met 2020 te besteden (jaarlijks € 250.000). Daarnaast is het budget voor kapitaalgoederen conform de Kaderbrief 2020-2023 verhoogd met € 250.000 structureel vanaf 2021.
  • In de Algemene reserve grondexploitatie is een bedrag opgenomen voor mogelijke risico’s. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie, is het op peil houden van deze reserve van essentieel belang.
  • Belastingdruk: de opbrengst OZB is in de primitieve begroting 2020 niet trendmatig verhoogd. Vanaf 2017 is € 950.000 gereserveerd om de belastingtarieven van afval op een laag niveau te houden. Belastingen verhogen we daar waar nodig trendmatig. Bij de bestemmingsheffingen, zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekking. De opbrengst leges burgerzaken zijn in principe kostendekkend. De inwoner betaalt gemiddeld niet meer dan de kostprijs voor het afnemen van deze gemeentelijke producten en diensten. De leges omgevingsvergunningen zijn gebaseerd op 75% kostendekking.
  • De onroerende zaak belastingen, forensenbelasting en de toeristenbelasting zijn algemene belastingen en hebben het karakter van algemeen dekkingsmiddel en vloeien als zodanig in de algemene middelen van de gemeente. We ontvangen jaarlijks t/m 2021 precariobelasting.
  • Onze reservepositie is op dit moment toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de reserves zijn gevormd. Wel is het belangrijk te onderkennen dat de bestemmingsreserves Sociaal Domein en Strategische projecten bijna geheel zijn benut. Bij de actualisatie van de Reserves en voorzieningen bij de Jaarstukken 2019 kijken naar de hoogte van de huidige buffer van € 3 miljoen in de Algemene reserve. Door de risico's die we lopen in het Sociaal Domein wordt dit opnieuw beoordeeld. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd.

Voor u is het van belang vast te stellen in hoeverre meerjarig voldoende middelen beschikbaar zijn voor het uitvoeren van de taken waarvoor de gemeente zich moet inzetten en voor het continueren van de bedrijfsvoering. Daarbij is het van belang inzicht te hebben in het vermogen van de gemeente en inzicht in de mogelijke risico’s die kunnen worden gelopen. Dit houdt in dat:

  • In de begroting alle lasten en baten zijn geraamd op basis van het bestaand beleid.
  • De mogelijke risico’s zijn aangegeven.
  • De meerjarenbegroting een reëel beeld geeft van de financiële positie op middellange termijn.

1. Budgettaire positie in 2020-2023

In de begroting geven we per programma aan wat de kaders zijn voor het bestaande beleid. De baten en lasten ramen we op basis van de begroting van het voorgaande jaar inclusief de inmiddels vastgestelde begrotingswijzigingen. Hierbij houden wij rekening met de door de raad vastgestelde uitgangspunten. Daarnaast wijken we, als blijkt dat externe factoren hiervoor aanleiding geven, in voorkomende gevallen af van het door de raad vastgestelde percentage voor prijsstijgingen en dergelijke.

Het begrotingsperspectief 2020-2023 is negatief. Dit ligt in lijn met het perspectief dat we u bij de Kaderbrief 2020 hebben gepresenteerd. De bedragen uit de financiële verkenning zijn primitief in de begroting verwerkt. Het uitgangspunt dat de eerste twee jaarschijven structureel in evenwicht zijn is niet gerealiseerd. We doen een apart voorstel om de begroting weer structureel sluitend te maken. Het consistent uitvoeren van het financiële beleid en een verantwoorde beheersing van de financiële huishouding blijft ook de komende jaren van belang.

In de begroting is voor de jaren 2020-2023 in totaal € 5,583 miljoen aan incidentele lasten en € 5,960 miljoen (vooral onttrekkingen aan reserves) aan incidentele baten geraamd. In de bijlage ‘Overzicht incidentele lasten en baten’ vindt u een specificatie.

2. Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is het vermogen om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit in gevaar komt. De weerstandscapaciteit bestaat uit de potentieel in te zetten middelen om de tegenvallers op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ wordt hierop uitgebreid ingegaan. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt 1 januari 2020 € 18,916 miljoen.

Dit bedrag kan als volgt gespecificeerd worden:

  • Algemene reserve € 11,502 miljoen (exclusief bodembedrag van € 3 miljoen);
  • Bestemmingsreserves € 7,414 miljoen (exclusief reserve Sociaal Domein en de Algemene reserve grondexploitatie).


De benodigde weerstandscapaciteit wordt vastgesteld aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,359 miljoen. De huidige aanwezige weerstandscapaciteit is van voldoende niveau (omvang). De mogelijke risico’s zijn beheersbaar te noemen. Op het moment dat een risico zich voordoet, is er voldoende weerstandscapaciteit om het risico op te kunnen vangen.

3. Beheersplannen: onderhoud van kapitaalgoederen

Voor elk kapitaalgoed is een (actueel) beleidsplan aanwezig. In de meerjarenbegroting zijn de budgetten opgenomen die afgestemd zijn op het gewenste onderhoudsniveau. Verder zijn, daar waar noodzakelijk, vervangingsinvesteringen opgenomen. Bij de Programmabegroting 2019 zijn in het nieuw beleid voor de periode 2019-2023 verschillende (vervangings)investeringen voor de openbare ruimte opgenomen. Het betreft: wegen, riolering, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, civiel technische kunstwerken, sportaccommodaties, sportterreinen, gebouwen, ICT en groen. In de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ wordt per kapitaalgoed kort ingegaan op het beleidskader en de financiële gevolgen in de begroting.

Jaarlijks worden bij de behandeling van de jaarrekening de reserves en voorzieningen geactualiseerd. De meerjarige onderhoudsbehoefte van de kapitaalgoederen is in beeld. De omvang van de reserves en voorzieningen is afgestemd op de meerjarige onderhoudsbehoefte. Ten aanzien van de overige kapitaalgoederen hebben we hiervoor gelden gereserveerd in de onderhoudsbegroting. Het niveau van het onderhoud is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau.

4. Grondexploitatie

De grondexploitatie is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld (zie paragraaf ‘7 Grondbeleid’). De nieuwe Nota grondbeleid zal in het kader staan van de uitvoering (instrumenteel) van de Woonvisie. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.

Bij de ontwikkeling van ruimtelijke projecten is het uitgangspunt minimaal een sluitende exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals bv. bij bedrijfsterreinen en inbreidingslocaties, wordt een niet sluitende exploitatie geaccepteerd. Wel wordt in deze gevallen getracht om met maatregelen binnen het plan tot dekking van de kosten te komen. Ook in andere gevallen is het uitgangspunt dat er dekking van het tekort moet zijn voordat de exploitatie kan worden vastgesteld. U stelt de exploitatieopzet vast. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie. Dit saldo is verwerkt in een reserve: de Algemene reserve grondexploitatie. De begrote stand van de reserve is per 1-1-2020 € 3,297 miljoen. Naast een bedrag van € 1,565 miljoen als algemene reserve grondexploitatie, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 1,732 miljoen beschikbaar.

Bij de bepaling van de omvang van deze reserve wordt een minimumniveau aangehouden. Besloten is de hoogte van de reserve te baseren op een bedrag voor mogelijke risico’s en een bedrag voor grondaankopen. Dit niveau wordt bij de jaarlijkse actualisatie van de reserves en voorzieningen bijgesteld.

5. De (onbenutte) Belastingcapaciteit

Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2018-2022 heeft u via een amendement besloten de nullijn voor de OZB te hanteren. Bij de uitwerking van deze begroting is hiermee rekening gehouden. Vanaf 2017 is € 950.000 vrij gemaakt om het vaste tarief van afval laag te houden. In 2020 komt er een benchmark, waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken.

Precariobelasting mag geheven worden tot 1 januari 2022. De opbrengst precariobelasting is daarom tot en met 2021 geraamd in de begroting.

In overeenstemming met de uitgangspunten hebben we bij de berekening van een aantal tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met een trendmatige stijging van 1,5%. Voor de afvalstoffenheffing is kostendekking het uitgangspunt, waarbij de reserve Lastenverlichting ingezet wordt om de tarieven te egaliseren. Het doel is het vaste tarief afvalstoffenheffing per perceel de komende jaren op een laag niveau te houden, en zo mogelijk in te zetten om de VANG-doelstellingen te realiseren.

Het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing is vanaf 2018 met 7½% gedaald ten opzichte van de tarieven in 2017. Ook voor de rioolheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekking. Verder worden de inkomsten vanuit de rioolheffing gebruikt om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden.

Uit het kengetal belastingcapaciteit kan afgeleid worden dat de woonlastendruk van Ooststellingwerf lager is dan het landelijk gemiddelde. De gemiddelde woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde.

6. Reserves en voorzieningen

Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd bij het opmaken van de jaarstukken. De actualisatie is opgesteld op basis van uitgangspunten die door ons in januari 2008 zijn vastgesteld.

Onze reservepositie is gezond en is toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de (bestemmings)reserves zijn gevormd. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd. De uitkomsten van de actualisatie 2018-2023 (Jaarstukken 2018) zijn in deze programmabegroting meegenomen. De jaarlijkse actualisatie levert een goed inzicht in de samenhang tussen de exploitatie enerzijds en de reserves en voorzieningen anderzijds. Het verschil tussen het resultaat voor en na bestemming op begrotingsbasis (primitief) laat een daling zien. Dit is ook af te leiden uit het kengetal structurele exploitatieruimte. We doen een apart voorstel om de begroting weer structureel sluitend te maken. Uiteindelijk is het belangrijk dat de omvang van de reservepositie die aangehouden wordt past bij de risico’s, schaalgrootte en ambitieniveau van de gemeente.

Wel is het belangrijk te onderkennen dat de bestemmingsreserves Sociaal Domein en Strategische projecten bijna geheel zijn benut. Bij de actualisatie van de Reserves en voorzieningen bij de Jaarstukken 2019 kijken we naar de hoogte van de huidige buffer van € 3 miljoen in de Algemene reserve. Door de risico's die we lopen in het Sociaal Domein wordt dit opnieuw beoordeeld.

Incidenteel kan een reserve aangewend worden voor incidentele uitgaven ofwel om een tekort van een jaarschijf tijdelijk te dekken. Er wordt op de algemene reserve een meerjarig beslag (2020–2023) gelegd van in totaal € 1,134 miljoen. Rekening houdende met het bodembedrag van € 3 miljoen, de benodigde weerstandscapaciteit van € 1,359 miljoen, de specifieke bestemming voor herstructurering Caparis € 453.000 en het meerjarig beslag 2020–2023 van € 1,134 miljoen, is een bedrag van € 8,556 miljoen vrij aanwendbaar.

x € 1.000
Minimale niveau Algemene reserve Begroting
2020
Bodembedrag 3.000
Benodigde weerstandscapaciteit 1.359
Specifieke bestemming herstructurering Caparis 453
Meerjarig beslag 2020-2023 1.134
Minimale niveau algemene reserve 5.946
Algemene reserve per ultimo 2019 14.502
Vrij aanwendbaar 8.556

Overzicht reserves en voorzieningen

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de reserves en voorzieningen 2018-2023. In de bijlage vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening.

x € 1.000
Reserves en voorzieningen Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
ultimo ultimo ultimo ultimo ultimo ultimo
2018 2019 2020 2021 2022 2023
Reserves
Algemene reserve 17.296 14.502 13.468 13.368 13.368 13.368
Bestemmingsreserves 12.115 11.580 11.136 11.344 11.054 10.938
Totaal Reserves 29.411 26.082 24.604 24.712 24.422 24.306
Voorzieningen
Voorziening bestaande risico's (art 44. 1b) 812 812 812 812 812 812
Voorz.tbv gelijkm. verd.lst (art 44. 1c) 2.128 1.795 1.387 1.448 1.351 1.177
Voorz. Van derden verkregen middelen (art 44. 2) 5.151 5.402 5.364 5.313 5.262 5.377
Voorz.arb.kst gerel.verpl. ongel.verl. 2.615 2.590 2.565 2.540 2.515 2.490
Totaal Voorzieningen 10.706 10.599 10.127 10.113 9.939 9.855
Totaal 40.117 36.681 34.731 34.825 34.361 34.161