Meer
Publicatiedatum: 30-09-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Aanpak begrotingstekort 2020-2023, 'Samen waarmaken'

Aanbieding

Aanbieding

Samen waarmaken
Aanpak begrotingstekort

De gemeente Ooststellingwerf is een financieel gezonde gemeente. Dat willen we blijven. De uitgaven en inkomsten van de gemeente zijn niet in evenwicht. Zonder ingrijpen leidt dat in 2022 tot een structureel tekort van 3,3 miljoen euro. Daarom is het nodig maatregelen te nemen die leiden tot een meerjarige programmabegroting voor 2020-2023 die reëel is, in evenwicht en sluitend. U heeft ons opdracht gegeven -binnen de vastgestelde oplossingskaders- te komen met een voorstel voor concrete maatregelen. Dat voorstel ligt hier voor u, ter besluitvorming.

Hoe is het tekort ontstaan?
Het tekort is onder meer het gevolg van de lagere bijdrage van de Rijksoverheid (de verstrekte meicirculaire). Daarnaast is er een stevig tekort op het sociaal domein; vooral de kosten van jeugdzorg en de kosten van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zijn fors. En we dragen de lasten van investeringen. Bijvoorbeeld de bouw van een school in Donkerbroek.

Investeren in de toekomst
U heeft uw ambities vastgelegd in het raadsprogramma. De belangrijkste speerpunten uit dit raadsprogramma hebben wij vertaald in vier programma’s: Sociaal Domein, Duurzaamheid, Omgevingswet en Dienstverlening. In die vier programma´s werken we gestructureerd en integraal –vanuit verschillende beleidssectoren - aan het realiseren van uw raadsambities. Daarom stellen wij u voor te investeren om deze ambities te kunnen waarmaken.

Ambities realiseren door
Vanuit ‘het Taskforce Sociaal Domein’ zijn maatregelen genomen om de lasten zoveel mogelijk te beperken. We willen extra investeren in de inzet van het Gebiedsteam zodat we kunnen besparen op de inkoop van vervolgtrajecten. Bijvoorbeeld door complexe vraagstukken bij gezinnen intensief te begeleiden, door een consulent Jeugd aanwezig te laten zijn in de huisartsenpraktijk en ook door –intern- een inkoopondersteuner in te zetten.

We werken aan reële uitgaven van onze organisatie door versobering, efficiency en doelmatigheid. En ook door administratief technische maatregelen. Denk aan het afschrijven van gebouwen tot een restwaarde in plaats van afschrijven tot nul. Ook kunnen we maximaal gebruikmaken van de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt. Met deze maatregelen behalen we een groot deel van de benodigde besparingen.

Om onze begroting in balans te krijgen kijken we ook naar onze inkomsten. Die bewerkstelligen we door een aantal gemeentebelastingen te verhogen. Vooral die voor bezoekers van onze gemeente en voor ondernemers door stijging van de toeristenbelasting en van de onroerende zaakbelasting op niet-woningen. We hebben in Ooststellingwerf een behoedzaam financieel beleid gevoerd waardoor onze inwoners en bedrijven lang profijt hebben gehad van een lage gemeentebelastingen. Inflatiecorrecties hebben we tot dusver niet doorberekend. We zien ons genoodzaakt de aangekondigde verhoging van de gemeentebelasting gefaseerd door te voeren. Als eerste bij bezoekers van onze gemeente en bij bedrijven in onze gemeente. Maar ook de huishoudens zijn niet te ontzien.

In Nederland staan tientallen gemeenten voor ingrijpende bezuinigingsmaatregelen, die variëren van het sluiten van bibliotheken tot en met minder cultuur. Wij zijn content met dit voorliggend voorstel. De uitvoering ervan houdt in dat we in onze gemeente dergelijke besluiten, mede door het ingezette degelijke financiële beleid, niet hoeven nemen. We blijven bestaand beleid uitvoeren, we blijven investeren in grote opgaven als het uitvoeren van de ‘visie op Samenleven’ en het ontwikkelen en uitvoeren van een omgevingsvisie voor onze gemeente. We zorgen voor goede ondersteuning van dorpen door opbouwwerkers in te zetten en zelfsturing te bevorderen. Ook blijven we huishoudens hulp bieden en werken we met het Gebiedsteam en de versterking van eigen kracht. We creëren investeringsbudget voor duurzaamheidsinitiatieven. We bouwen een school in Donkerbroek en kunnen investeren in de beregeningsinstallaties bij sportvelden.

In de voorliggende stukken zijn de ontwikkelingen van onder andere de Miljoenennota, het Klimaatakkoord en de Septembercirculaire niet verwerkt. Deze effecten, die zowel positief als negatief van aard kunnen zijn, zullen wij later inzichtelijk maken.

Het college ziet belangrijke uitdagingen en forse kansen om de gezamenlijke ambities van het Raadsprogramma waar te maken. Hiervoor zullen we als gemeentebestuur samen aan de slag moeten, keuzes maken en beslissingen nemen. Laten we dit samen waarmaken!

Inleiding

Inleiding

De programmabegroting 2020-2023 moet meerjarig reëel in evenwicht en sluitend zijn. Zoals bekend is dit nu niet zo. Hiervoor zijn diverse oorzaken die staan beschreven in de kaderbrief, namelijk hogere lasten voor kapitaalgoederen, hogere lasten voor de OWO-samenwerking, diverse autonome ontwikkelingen inclusief hogere lasten voor gemeenschappelijke regelingen en hogere lasten in het sociaal domein. Daarnaast was ook de Meicirculaire 2019 negatief en daalde de algemene uitkering. U heeft bij het vaststellen van de kaderbrief op 25 juni 2019 kaders aan ons meegegeven. Deze kaders zijn de oplossingsrichtingen waarmee wij ons begrotingstekort in Ooststellingwerf willen oplossen.

Veel gemeenten staan voor ingrijpende bezuinigingsmaatregelen die van invloed zijn op het voorzieningenniveau. Dit is bij ons, mede door het ingezette degelijke financieel beleid, niet aan de orde.

In de voorliggende aanpak van het begrotingstekort leggen we de uitgewerkte kaders met maatregelen aan u voor, om de begroting weer structureel en reëel sluitend te krijgen en de ambities van het college, vanuit het raads- en uitvoeringsprogramma, transparant te maken. Wij hoeven geen ingrijpende beleidskeuzes te maken. We blijven bestaand beleid uitvoeren en we kunnen blijven investeren in grote opgaven. Bij het maken van het uitvoeringsprogramma is onvoldoende aandacht geweest voor de financiële consequenties en beschikbare capaciteit. Er moeten dus wel keuzes gemaakt worden om te bereiken dat we de werkzaamheden binnen de komende drie jaar uit kunnen voeren en financieren.

De ontwikkelingen van onder andere de Miljoenennota, het Klimaatakkoord en de Septembercirculaire zijn niet in dit voorstel verwerkt. Deze effecten, die zowel positief als negatief van aard kunnen zijn, zullen wij inzichtelijk maken en met een voorstel aan u voorleggen.

Het college ziet belangrijke uitdagingen en forse kansen om de gezamenlijke ambities van het Raadsprogramma waar te maken. Hiervoor zullen we als gemeentebestuur samen aan de slag moeten, keuzes maken en beslissingen nemen. Laten we dit samen waarmaken!

Saldo begroting

Saldo begroting

Het structurele begrotingssaldo staat hieronder (zoals ook gepresenteerd in de Programmabegroting 2020-2023). De onderdelen van de financiële verkenning uit de kaderbrief zijn primitief in de begroting verwerkt. Daarmee is het structurele begrotingssaldo negatief en loopt het tekort op van € 1,8 miljoen in 2020 naar € 3,3 miljoen in 2022. Daarna wordt het tekort iets lager.

x € 1.000
Begrotingsperspectief Begroting MJB MJB MJB
2020 2021 2022 2023
Begrotingsresultaat
Saldo baten en lasten na bestemming -1.496 -2.236 -3.107 -2.829
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) -319 109 -167 -
Totaal structureel begrotingsperspectief -1.815 -2.127 -3.274 -2.829

Uitwerking kader ambities en maatregelen

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn per kader de scenario’s uitgewerkt en wordt een toelichting gegeven op onze voorstellen. Hierbij is uw geamendeerd raadsbesluit als uitgangspunt genomen.

Kader 1: Keuzes in ambities van het college transparant maken

Bij de kaderbrief constateerden we dat niet alles wat wij willen realiseren ook uitvoerbaar is. In het uitvoeringsprogramma staan veel onderdelen die bestaand beleid zijn, inclusief de werkzaamheden die we als going concern beschouwen. Voor de overige onderdelen geldt dat ze nieuw beleid zijn. Een deel van deze onderdelen kunnen op grond van de huidige inzichten niet binnen bestaand budget of bestaande capaciteit uitgevoerd worden. In dit kader doen we voorstellen voor de ambities die wij willen realiseren. Het gaat dan om structureel èn incidenteel budget. Voor een deel van de ambities komen we later met voorstellen.

1.1 Ambities structureel

 

Kader Omschrijving kader 2020 2021 2022 2023
1 Ambities, structureel Formatie -325 -325 -325 -325
1 Ambities, structureel Uitvoeringsbudget programma samenleven -75 -75 -75 -75
1 Ambities, structureel Uitvoeringsbudget programma duurzaamheid -100 -100 -100 -100
1 Ambities, structureel Beregeningsinstallaties activeren -11 -11 -11 -11
1 Ambities, structureel Deelname aan het toer. Netwerk de Friese Wouden -20 -20 -20 -20
Totaal saldo ambities structureel -531 -531 -531 -531

Formatie en uitvoeringsbudget, € 500.000
Wij hebben bij ons aantreden in een heel korte tijdsspanne het uitvoeringsprogramma in elkaar gezet. Tijdens dat proces is geprobeerd zoveel mogelijk punten uit het raadsprogramma te voorzien van een toepasselijk budget. Niet goed is destijds in beeld gebracht of er voldoende capaciteit is om alle activiteiten uit het raadsprogramma uit te kunnen voeren en of er voldoende financiële middelen zijn voor de realisatie van onderzoeken.

Wij hebben in aanloop naar de begrotingsbehandeling speerpunten benoemd van het raadsprogramma waarvan wij willen dat ze uitgevoerd worden. Daarvoor is soms extra capaciteit of een uitvoeringsbudget nodig.

Vanuit het uitgangspunt van integraal beleid maken wordt steeds meer beroep gedaan op integraal opgestelde visies die alle facetten van beleid bevatten. De capaciteit om deze integrale aanpak voor te bereiden ontbreekt op diverse fronten. De operationele beleidscapaciteit is op orde maar het ontbreekt aan voldoende integrale beleidsregie.

Wij hebben als college de belangrijkste speerpunten vertaald in programma’s. Dit zijn de programma’s sociaal domein (waarin de visie op samenleven is ondergebracht), omgevingswet en ruimtelijke ordening (waar de omgevingsvisie onderdeel van is), duurzaamheid en dienstverlening. Binnen deze programma’s wordt op een gestructureerde wijze toegewerkt naar de doelen die wij willen bereiken en wordt vorm en inhoud gegeven aan de ambities vanuit het raads- en uitvoeringsprogramma.

Voor het realiseren van deze programma’s is echter structureel onvoldoende capaciteit op het gebied van integrale beleidsregie en is onvoldoende budget beschikbaar. Om die reden stellen wij voor te investeren in zowel formatie als budget om in de projecten te kunnen investeren. Wij stellen u dan ook voor € 500.000 structureel beschikbaar te stellen voor formatie en budget op de programma’s duurzaamheid, ruimte en economie en samenleven. Hiervoor willen we werving starten voor extra capaciteit voor adviseurs/ beleidsregisseurs ruimtelijke ordening, wonen, duurzaamheid en sociaal domein, zodat het mogelijk wordt de ambities (integraal) binnen deze prioritaire thema’s te realiseren.

Overige punten, € 31.000
De beregeningsinstallaties op sportvelden moeten we vervangen. Bovendien moeten ze elektronisch aangestuurd worden, zodat in tijden van droogte ‘s nachts automatisch gesproeid wordt, zonder dat een vrijwilliger daarvoor zijn bed uit moet. Voor de vervanging van de beregeningsinstallaties van sportvelden is een krediet van € 100.000 nodig. Dit zorgt voor een structurele kapitaallast van jaarlijks € 11.000.

Daarnaast stellen we voor om voor de deelname aan het toeristisch netwerk de Friese Wouden structureel € 20.000 beschikbaar te stellen. Op 10 september jl. heeft de Stichting Toeristische Netwerk Friese Wouden (TNWF), tijdens een bestuurlijk overleg, het Plan van Aanpak 2020-2030 gepresenteerd voor de regionale promotie en marketing van Zuidoost Friesland. Dit plan werd door de aanwezige bestuurders zeer positief ontvangen en alle 5 gemeenten hebben de intentie uitgesproken om vanaf 2020 jaarlijks 20.000 euro bij te dragen aan de Stichting TNFW voor de uitvoering van het Plan van Aanpak.

  • Voorstel: Voor de structurele ambities € 531.000 beschikbaar te stellen
  • Reden: Realiseren van de ambities

1.2 Ambities incidenteel

Ambities incidenteel 2020
Pilot maairobots 4.600
Budget voor onderzoek (subsidioloog, acc.beleid, openbare ruimte versobering) 50.000
Totaal 54.600
  • Voorstel: voor maairobots € 4.600 en voor het doen van onderzoek € 50.000 beschikbaar te stellen vanuit de Algemene Reserve
  • Reden: voor het doen van een pilot met maairobots is in 2020 incidenteel budget nodig. Daarnaast willen we onderzoek doen naar mogelijke besparingen binnen accommodatiebeleid en de openbare ruimte (met een minimale taakstelling van € 250.000) en willen we een subsidioloog inzetten om meer mogelijkheden van cofinanciering te verkennen. Hiervoor is in totaal incidenteel € 50.000 nodig. Zie ook kader 4, onderzoeken.

1.3 Ambitiefonds
Voor de nog niet ingevulde ambities die incidentele lasten met zich meebrengen stellen wij voor een Ambitiefonds beschikbaar te stellen van in totaal € 1,5 miljoen voor drie jaar. Deze reserve kan gevoed worden door de (nog) beschikbare (overheids-)participatie budgetten (2020: € 475.000, 2021 € 600.000) en de reservering voor de herstructurering sociale werkvoorziening in de algemene reserve (€ 453.000). Het budget voor het Fonds (€ 250.000 in 2020 en 2021) en eventuele overschotten bij de jaarstukken zijn andere mogelijkheden om dit Ambitiefonds te voeden.

Voor de ambities maken we voorstellen die we aan u voorleggen. De dekking zal dan dit Ambitiefonds zijn. Mogelijke voorstellen gaan over:
- Extra casemanager en psycholoog voor het realiseren van de Participatiewet
- Aanjagen van overheidsparticipatie in de organisatie
- Na evaluatie het uitbreiden van opbouwwerk
- Zorgeconomie
- Specialist ouderenzorg/mantelzorg
- Vitale vakantieparken
- Positieve gezondheid
- Voortzetten samenwerking winkelstraat Oosterwolde
- Inzet in de agrarische sector
- Gebiedsteammedewerker op de scholen

  • Voorstel: Voor het realiseren van ambities met incidentele lasten die voortkomen uit het uitvoeringsprogramma een Ambitiefonds in te stellen van € 1,5 miljoen met als dekking het budget Overheidsparticipatie en de vrijvallende reservering voor de herstructurering sociale werkvoorziening in de Algemene Reserve.
  • Reden: Op deze manier creëren we ruimte om ambities te realiseren en dient eveneens een goede onderbouwing en dekking aan u te worden voorgelegd. Het Fonds is niet als dekking verwerkt omdat een voorstel met betrekking tot de heroverweging apart aan u wordt aangeboden.

1.4 Wat kunnen we nog niet uitvoeren
Er zijn diverse onderdelen (onder andere vanuit het uitvoeringsprogramma) die niet in de bovenstaande ambities zijn verwerkt en waar u nog een apart voorstel voor tegemoet kunt zien. Het gaat hier om de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan (MOP) bomen, de uitvoering van de (nieuwe) MOP wegen, de eventuele investering in accommodaties in de diverse dorpen (afhankelijk van de uitkomsten van de visie op accommodaties), de nieuwbouw/verbouw van de Nanningawerf (buitendienst) en dislocaties, en de sloop en herinrichting Kuipenstreek 8 (aula).

1.5 Wat kunnen we (nu) niet uitvoeren
Er zijn diverse onderdelen (onder andere vanuit het uitvoeringsprogramma) die we niet kunnen uitvoeren. Het gaat hier om het nemen van maatregelen voor onveilige verkeerssituaties, het ontmoedigen van het verkeer om het onderliggend wegennet van de N381 te gebruiken en het maken van een fietsverbinding langs de Linde vanaf Tronde tot aan het verbindingsfietspad Linde-Bovenweg. Daarnaast stellen we het verbeteren van de haltevoorzieningen uit. Er zijn diverse ontwikkelingen (op provinciaal gebied) gaande waar we nu niet op vooruit willen lopen.

Er zijn nog twee halfverharde recreatieve fietspaden die nog niet verbeterd zijn en door betonverharding vervangen. De komende jaren staan meerdere fietspaden voor verbetering op de planning (conform Programmabegroting 2019). We stellen daarom voor de andere twee fietspaden voorlopig niet aan te pakken. Het gaat om fietspad Bosberg - N381- Oude Willem en fietspad Tronde Bekhof.

Voor het verbeteren van de verkeerssituatie bij scholen (tut en d’r ut) is onderzoek gedaan. De lasten hiervan zijn naar verwachting € 320.000. Wij doen nu geen voorstel om dit te realiseren.

Daarnaast staan in het raadsprogramma een aantal onderdelen waarvan wij vinden dat dit wellicht niet de juiste interventie is, daarom voeren we ze nu niet uit. Het gaat om:

  • Het stimuleren van bewegen in openbare ruimtes
    Toelichting: We pakken dit breder op in het kader van de Visie op Samenleven en in relatie tot positieve gezondheid. We willen ruimte laten voor co-creatie in plaats van zelf de oplossing aan te dragen.
  • Het stimuleren van kinderen om een zwemdiploma te halen door met naschoolse opvang over mogelijkheden om zwemles op te nemen in hun programma te overleggen.
    Toelichting: De buurtsportcoaches komen op de scholen. Zij signaleren het als kinderen niet op zwemles zitten. Als dit het geval is spreken zij hierover met de leerkracht, die het vervolgens met de ouders bespreekt. Als ouders financiële drempels ervaren om hun kind op zwemles te doen, dan hebben we hiervoor stichting Leergeld. Via deze route doen we al veel en zo laten we het besluit bij ouders. Daarnaast spelen praktische overwegingen om dit niet te doen.
  • Iedereen vanaf 18 jaar, tot een bepaalde inkomensgrens, gratis te laten sporten in ruil voor vrijwilligerswerk voor de sportverenigingen.
    Toelichting: de sportverenigingen krijgen hierdoor een exploitatietekort (leden die wel sporten maar geen contributie betalen). Over het ‘vrijwilligersprobleem’ gaan we met verenigingen in gesprek om te kijken welke oplossing zijzelf wenselijk vinden en wat daarvoor nodig is.

Kader 2: De meerjarenbegroting structureel en reëel in evenwicht

Op dit moment is de meerjarenbegroting 2020-2023 niet structureel in evenwicht. Dit voorstel, de aanpak van het begrotingstekort, geeft scenario’s voor maatregelen om wel weer aan dit uitgangspunt te voldoen. Daarnaast moet de begroting ook reëel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn. En dat je dan ook kunt waarmaken wat je beloofd. In kader 1 zijn we hier al op ingegaan omdat wij geconstateerd hebben dat het met de huidige capaciteit en budget niet haalbaar is om alle onderdelen van het uitvoeringsprogramma uit te voeren en we daarom moeten focussen op de speerpunten van ons beleid en daarin moeten investeren. In de uitwerking van de volgende kaders brengen we ook de realistische, eerlijke uitgaven en inkomsten in beeld.  

Kader 3: Administratief technische maatregelen

Binnen de begroting zijn maatregelen te nemen die puur financieel administratief zijn en die structureel geld opleveren. Het gaat dan om het hanteren van een restwaarde bij het afschrijven van gebouwen en het anders om gaan met rente/financiering.

3.1 Afschrijvingen
Tot nu worden investeringen met een economisch nut, onderdeel Bedrijfsgebouwen, afgeschreven tot nul. In de Financiële Verordening (artikel 212) van de gemeente zijn de waarderingsgrondslagen vastgelegd. De voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) geven ruimte om te werken met een restwaarde. Dit betekent dat we een keuze kunnen maken om niet tot een restwaarde van nul af te schrijven maar tot een andere restwaarde.

Het geactiveerde gemeentelijk vastgoed bestaat uit: scholen (inclusief multifunctionele accommodaties), huisvesting sociaal cultureel werk, gymlokalen en huisvesting voor de eigen bedrijfsvoering (gemeentehuis en locatie buitendienst). De in aanmerking komende investeringen voor een andere wijze van afschrijven hebben in totaal een boekwaarde van € 28,7 miljoen per 1 januari 2020 en de afschrijving hiervan in 2020 bedraagt € 1,133 miljoen. Voor de jaren erna is de afschrijving nagenoeg van hetzelfde niveau. De WOZ-waarde van de panden is € 47,9 miljoen.

In onderstaande tabel staan scenario’s uitgewerkt voor het afschrijven met een restwaarde. Het beschreven bedrag is het voordeel ten opzichte van de huidige systematiek waarbij we tot de waarde van nul afschrijven. Voor het bepalen van de restwaarde is gekozen voor de WOZ-waarde. Deze waarde wordt volgens de regels van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgesteld.

Afschrijving / rente Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Afschrijving scenario 1 Afschrijven tot 25% van de WOZ waarde 129.000 149.000 145.000 152.000
Afschrijving scenario 2 Afschrijven tot 50% van de WOZ waarde 285.000 298.000 307.000 307.000
Afschrijvijng scenario 3 Afschrijven tot 75% van de WOZ waarde 684.000 684.000 676.000 679.000
Afschrijving scenario 4 Afschrijven tot 100% van de WOZ waarde 836.000 840.000 833.000 926.000
Totaal

In de afgelopen jaren (vanaf 2011) zijn er zes gebouwen verkocht, die eerder dienst deden als school. De verkoopprijs van deze gebouwen was gemiddeld 59% van de toen geldende WOZ-waarde. De uitersten zijn: 34% en 128%. De boekwinst (verkoopprijs hoger dan de boekwaarde) van de zes gebouwen bedroeg in totaal € 155.000.

Het is onze inschatting dat het huidige gemeentelijk vastgoed in de nabije toekomst de huidige functie blijft vervullen. Mocht de huidige functie vervallen en het gebouw dient te worden verkocht, dan is er sprake van een eenmalig voor- of nadeel. Kiezen voor het hanteren van een bepaalde restwaarde bij bedrijfsgebouwen geldt dan ook voor investeringen in bedrijfsgebouwen in de toekomst. Na uw besluit over dit kader zal dan de Financiële verordening worden aangepast. Dit gebeurt via een apart raadsvoorstel na de begrotingsvergadering.

  • Voorstel: Instemmen met scenario 2, afschrijven tot 50% van de WOZ waarde.
  • Reden: Het is verdedigbaar om tot 50% van de WOZ-waarde af te schrijven. De verkopen in het verleden zorgden gemiddeld voor een opbrengst van 59% van de toen geldende WOZ-waarde. Het is bedrijfseconomisch beter om gebouwen af te schrijven tot nul. Echter gezien de ervaring van de laatste jaren met de verkoop van buiten gebruik gestelde gebouwen is het goed te verdedigen de afschrijvingswijze te veranderen. Met onze accountant is dit afgestemd.

3.2 Rente
Uitkeringen moeten op tijd worden betaald, evenals subsidies, salarissen en rekeningen van derden. De inkomende geldstromen - zoals de algemene uitkering en specifieke uitkeringen, onroerende zaakbelasting - komen niet op hetzelfde moment binnen als de betalingsverplichtingen voldaan moeten worden. Daardoor ontstaan er voortdurend positieve of negatieve banksaldi. Het doel van de financieringsfunctie is dat de gemeente altijd op tijd aan al haar betalingsverplichtingen kan voldoen. Bij tijdelijke negatieve banksaldi worden kortlopende geldleningen aangetrokken (begrenst tot de kasgeldlimiet), tijdelijke positieve banksaldi worden uitgezet binnen de kaders van de wet Financiering decentrale overheden, de Wet fido.

Uitgaven voor investeringen of aflossingen van leningenportefeuilles hebben direct een nadelig effect op de gemeentelijke banksaldi en kunnen daarom leiden tot acties op de geldmarkt of kapitaalmarkt. Ook geld uitlenen aan derden, uit overwegingen van publiek belang, kan ertoe leiden dat de gemeente meer moet lenen.

Gemeenten gebruiken leningen voor de aanschaf van bezit. De waarde van dat bezit en de schulden die daartegenover staan, worden in de boekhouding van een gemeente op de balans bijgehouden. Een balans – de naam zegt het al – moet in evenwicht zijn. Als de schulden op de balans lager zijn dan de waarde van de bezittingen, is een sluitpost nodig om de balans weer in evenwicht te brengen. Deze sluitpost is het eigen vermogen. Gemeenten hebben dus tegelijkertijd schulden én een eigen vermogen. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en alle andere reserves.

Deze situatie is vergelijkbaar met die van een huizenbezitter, die een hypotheek (= schuld) heeft die lager is dan de waarde van zijn huis. Het verschil tussen die twee is het eigen vermogen. Het eigen vermogen is geen spaarrekening op de bank, maar zit als het ware opgesloten in de waarde van het huis. Evenzo staan de reserves van de gemeenten dus niet op een bankrekening. Men zegt wel dat de reserves op de balans van een gemeente vastzitten in het bezit. Bijvoorbeeld in de bakstenen van een schoolgebouw. Met de reserves van een gemeente kunnen geen rekeningen worden betaald. Er moet dus worden geleend.

De gemeente hanteert bij het financieren van de uitgaven en inkomsten het systeem van totaalfinanciering. Dit betekent dat alle uitgaven worden opgeteld ongeacht om wat voor soort uitgave het gaat. Hiertegenover worden dan alle inkomsten gezet. Als blijkt dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten, dan is sprake van een financieringsbehoefte.

Op dit moment worden financieringslasten opgenomen in de begroting bij investeringen en exploitatiebudgetten waarbij de dekking uit de reserves komt. De financieringslasten bestaan uit aflossing (op basis van looptijd) en een percentage voor rente. Door dit op te nemen wordt er ruimte gecreëerd in de begroting voor de rente en aflossing van eventueel op te nemen financieringen.

Tot 2019 hebben we alles kunnen financieren uit de bestaande beschikbare liquiditeit. Op basis van de meest recente liquiditeitsprognose constateren we dat er voor de komende periode tot en met 2023 een liquiditeitsbehoefte is. Deze constatering is niet nieuw, want hiervoor hebben we de financieringslasten in de begroting opgenomen. Nu is de situatie zo dat momenteel de rente onder nul is, ook voor financieringen op de lange termijn. Voor korte financieringen was dit al een tijdje het geval. Op basis van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) kan de liquiditeitsbehoefte voor een beperkte periode kort worden gefinancierd. Daarna moet er over worden gegaan op een lange financiering (> 1 jaar).

In september 2019 is er een lange financiering aangetrokken ter hoogte van € 20 miljoen tegen een rentepercentage van -0,065% (looptijd 10 jaar). Met deze financiering wordt de huidige liquiditeitsbehoefte opgelost en ook is er dan ruimte voor nieuwe investeringen. Natuurlijk realiseren wij ons dat dit een momentopname is, toekomstige besluitvorming over investeringen en inzet van reserves is van invloed op de behoefte.

Nu we deze lange financiering hebben afgesloten kan een deel van de nu in de begroting opgenomen rentelasten vervallen. Het rentebudget bestaat uit de rentelasten voor de lange financieringen en een rentebudget voor korte financieringen. Het budget voor korte financieringen is € 100.000 structureel en blijft in de begroting staan. Ook dient dit budget als buffer om eventuele op te nemen lange financieringen in de toekomst te dekken.

Met deze nieuwe werkwijze laten we de beleidslijn los om bij het beschikbaar stellen van investeringskredieten en bij het inzetten van reserves financieringslasten te ramen. De liquiditeitsbehoefte wordt periodiek in beeld gebracht en aan de hand daarvan wordt gehandeld. Op de korte termijn is de buffer beschikbaar als dekking en voor de lange termijn wordt het dan verwerkt in de meerjarenbegroting.

De schuldpositie gaat door het aantrekken van de financiering omhoog. We kunnen niet blijven investeren in de samenleving en de tegelijkertijd de schuldpositie verlagen. Over de periode 2019-2023 wordt voor € 15,8 miljoen afgelost op de oude leningenportefeuille. De aangetrokken € 20 miljoen is dus ook voor een deel aangetrokken als herfinanciering.

In onderstaande tabel staan de positieve gevolgen.

Afschrijving / rente Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Rente scenario 1 Maximale variant 189.000 425.000 536.500 573.000
Totaal
  • Voorstel: Het rentescenario verwerken en daarmee instemmen met de gewijzigde beleidslijn, namelijk bij het beschikbaar stellen van investeringskredieten en bij het inzetten van reserves geen financieringslasten te ramen.
  • Reden: Een deel van de opgenomen rentelast in de begroting kan door de herfinanciering vervallen. Daarnaast leggen we door het loslaten van het ramen van financieringslasten minder (onnodig, blijkt uit het verleden) beslag op de begroting.

Kader 4: versobering, efficiency, doelmatigheid of andere maatregelen

Binnen de begroting hebben we onderzocht in hoeverre maatregelen van versobering, efficiency en doelmatigheidsacties besparingen kunnen opleveren en of er ruimte binnen bestaande budgetten is. Dit heeft gezorgd voor 2 soorten maatregelen. Als eerste het laaghangend fruit. Deze besparingen zorgen er niet voor dat we taken niet meer gaan uitvoeren. Het is ruimte in budget door onderbenutting of een andere manier van besteden. Als tweede de onderzoeken.

4.1 Laaghangend fruit
Deze ‘bezuinigingen’ zorgen er niet voor dat we taken niet meer gaan uitvoeren. Het is ruimte in budget (onderbenutting, soms andere manier van besteden). De bedragen zijn in samenwerking met de gehele organisatie tot stand gekomen. In onderstaande tabel staan de totaalbedragen per programma. Daaronder staan de diverse budgetten uitgewerkt.

Prog. Programma omschrijving 2020 2021 2022 2023
1 Sociaal domein 50.000 50.000 50.000 50.000
2 Welzijn en educatie 201.000 146.000 151.000 146.000
3 Ruimtelijke en economische ontwikkeling 69.500 74.500 74.500 74.500
6 Bestuur en dienstverlening 153.044 125.344 120.344 125.344
Totaal 473.544 395.844 395.844 395.844

4.1.1 Programma 1 Sociaal Domein
A. € 50.000 structureel – bewindvoering
Afgelopen jaren is het budget voor bewindvoering verhoogd. Nu blijkt dat het afgelopen jaar de inzet van bewindvoering weer lager is geworden.


4.1.2 Programma 2 Welzijn en Educatie

B. € 10.000 structureel – leerplicht (jaarlijkse onderbenutting)

C. € 150.000 in 2020, vanaf 2021 € 100.000 structureel – onderwijsachterstandenbeleid
We ontvangen vanaf 2019 extra onderwijsachterstandenbeleid budgetten van het rijk. We gebruikten ook altijd algemene middelen om de lasten te dekken. Voor een deel is dit niet meer nodig.

D. € 5.000 1x in de 2 jaar (sportgala wordt niet meer georganiseerd)

E. € 36.000 structureel – reguliere subsidie peuterspeelzalen verlagen.
Dit kan enerzijds doordat er een pilot wordt gedraaid met het uitbreiden van VVE-uren (Voor en Vroegschoolse Educatie) waardoor subsidieverstrekking verschoven wordt van regulier naar VVE en anderzijds omdat er minder peuters zijn.


4.1.3 Programma 3 Ruimtelijke en economische ontwikkelingen

F. € 20.000 structureel – besparing door LED
De besparing door de invoering van LED verlichting (bij de openbare verlichting) is hoger.

G. € 25.000 structureel – opbrengst zonnepaneelvelden
De opbrengsten zonnepaneelvelden zijn hoger dan geraamd.

H. € 9.000 structureel – degeneratieopbrengsten ramen
Door de invoering van het programma MOOR zijn de degeneratieopbrengsten hoger (vergoede herstelkosten voor aangelegde leidingen in onze grond).

I. € 6.000 structureel – budget huisvesting en werkplek
Het onderhoudsbudget van het gemeentehuis en de buitendienst kan iets verlaagd worden.

J. € 7.000 structureel – budget ontwikkelingssamenwerking
Op eigen verzoek kan het budget voor Stichting Ontwikkelingssamenwerking Ooststellingwerf verlaagd worden.

K. € 2.500 structureel – budget advertentiekosten bestemmingsplannen verlagen (onderbenutting)

L. € 5.000 structureel vanaf 2021 - Opzeggen Businessstoelen SC Heerenveen


4.1.4 Programma 6 Bestuur en dienstverlening

M. € 20.000 structureel – verlaging budget proceskosten
Door de versterking van de algemene juridische kwaliteit kan het budget proceskosten structureel omlaag.

N. € 22.844 structureel – cafetariamodel aanpassen naar Individueel Keuze Budget (IKB)
Het kopen/verkopen van verlofuren gaat tegenwoordig via het IKB. Dit budget is daarom niet meer nodig.

O. € 10.000 structureel – budget advertentiekosten
Voor het uitzetten van vacatures wordt tegenwoordig meer de nieuwe media gebruikt i.p.v. bijvoorbeeld krantenadvertenties.

P. € 50.000 structureel – budget generatiegericht maatwerk
Op basis van de eerste ervaringen met de regeling kan het budget omlaag.

Q. € 5.000 om de 2 jaar – budget voor waarstaatjegemeente.nl
1x per 2 jaar is er een budget voor waarstaatjegemeente.nl beschikbaar. Dit wordt in principe niet ingezet.

R. € 12.500 structureel – opbrengsten dienstverlening
In de huidige ramingen werden alleen de baten voor rijbewijzen, reisdocumenten en Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) meegenomen. De overige baten zoals uittreksels, aktes en naturalisatie kunnen ook worden geraamd.

S. € 5.000 structureel – verlagen advertentiekosten VTH
De jaarlijkse advertentiekosten zijn lager dan begroot

T. € 32.700 incidenteel – verkiezingen
In 2020 vinden er zoals het nu lijkt geen verkiezingen plaats. Het budget kan daarom eenmalig vervallen

  • Voorstel: Alle bovenstaande punten structureel verwerken als besparing
  • Reden: Zonder beleidsmatige consequenties kunnen we deze budgetten verlagen.

4.2 Onderzoeken / uitwerkingen/ taakstellingen
Wij willen onderzoek doen naar mogelijke besparingen bij de OWO-afdelingen, accommodaties en door versobering en efficiency in de openbare ruimte. Wij verwachten dat we hier vanaf 2021 € 250.000 kunnen besparen. Bij OWO-afdelingen denken we bijvoorbeeld aan het anders omgaan met budgetten onvoorzien. Voor accommodaties gaan we een visie ontwikkelen, en kijken hoe we hier anders mee om kunnen gaan. Bij versobering en efficiency in de openbare ruimte denken we aan het langer inzetten van materieel en goed kijken naar kwaliteit van wegen, plantsoenen, fietspaden, bermen etc. Voor dit onderzoek hebben we incidenteel € 40.000 nodig. Inclusief subsidioloog komt het bedrag op € 50.000. Zie ook het voorstel bij kader 1.

  • Voorstel: Door onderzoek te doen een besparing van € 250.000 te realiseren vanaf 2021 en dit als taakstelling in de begroting verwerken.
  • Reden:
    Visie op accommodaties: Sinds 2003 worden de eenmalige kosten (= sloop, verwijderen asbest en tijdelijke huisvesting) bij de onderwijshuisvesting (de Samensprong, de Kampus, Oosterwolde Zuid en de Boekebeam) met incidenteel geld gedekt. Dit was ook het geval in 2016 bij de realisatie van het IKC Wolderwijs.
    De laatste jaren worden regelmatig besluiten genomen op incidentele vragen over dorpsvoorzieningen. Voorbeelden daarvan zijn Makkinga, Waskemeer en recent zijn verzoeken binnengekomen voor een dorpsvoorziening in Donkerbroek, een verzoek voor het vervangen voor de was- en kleedgelegenheden met kantine voor sv Haulerwijk en het verzoek om overname van de boekwaarde van de kantine met kleedkamers van vv de Griffioen i.r.t. het uitbreiden en renoveren van de kantine met kleedkamers met sv DIO i.v.m. de voorgenomen fusie.
    Om gestructureerd en gemotiveerd op deze verzoeken te kunnen reageren, stellen wij voor een visie op accommodatiebeleid op te stellen. Deze visie gaat verder dan onze eigen accommodaties maar beoordeelt ook welke accommodaties van anderen in onze dorpen beschikbaar zijn die wellicht voor multifunctioneel gebruik beschikbaar zijn. Wij zijn van mening dat in deze tijd van schaarste het stimuleren en subsidiëren van activiteiten in de dorpen behoort tot onze primaire taak. Het subsidiëren van huisvesting (stenen) is slechts van toepassing als er in de directe omgeving geen alternatieve mogelijkheden beschikbaar zijn.
    Openbare ruimte: Er zijn diverse onderwerpen aangedragen om te bezuinigen op de openbare ruimte. Deze onderwerpen dienen echter wel onderzocht te worden op haalbaarheid en realiteit. In het jaar 2020 zullen deze onderdelen onderzocht worden en gemotiveerd worden voorgelegd.
    OWO-gemeenten: Wij zijn van mening dat het noodzakelijk is ook binnen de OWO afdelingen kritisch te kijken naar de kosten. Zo zou bijvoorbeeld de structurele post onvoorzien kunnen worden gehalveerd. Hiervoor is het nodig dat alle drie gemeenten het daarover eens zijn.

4.3 Bezuinigingsmogelijkheden bij de raad
Deze mogelijkheden hebben wij niet in beeld gebracht.

Kader 5: Lasten en baten Sociaal Domein

De lasten in het Sociaal Domein stijgen harder dan de baten. Ook wij hebben daardoor op het Sociaal Domein een tekort, vooral op het gebied van Jeugdhulp. Sinds november 2018 is de Taskforce Grip op het Sociaal Domein bezig met onderzoek naar de oorzaken van de financiële tekorten en het in kaart brengen van stuurknoppen om de tekorten terug te dringen naar een acceptabel niveau. Het onderzoek is gestart met het onderdeel Jeugdhulp.

5.1 Baten Sociaal Domein
Bij de meicirculaire zijn voor de periode 2019-2021 extra middelen vanuit het rijk beschikbaar gesteld voor het Sociaal Domein. Het gaat om afgerond € 470.000. Bij de meicirculaire hebben we dit als incidenteel budget beschouwd. Door het Rijk is aangegeven (en door de provincie bevestigd) dat we het budget als een structureel budget mogen beschouwen en dat we het bedrag mogen doortrekken naar volgende jaren. Dit is niet conform de financiële lijn die we doorgaans hanteren. Omdat we tekorten hebben stellen we toch voor deze baten structureel in de begroting te verwerken.

  • Voorstel: De extra middelen vanuit het Rijk voor de jeugdhulp als structureel beschouwen en ook meerjarig te verwerken.
  • Reden: Dit is als richtlijn aangegeven en dekt een deel van ons tekort.

5.2 Lasten Sociaal domein
Vanuit de onderzoeken van de Taskforce doen we voorstellen voor lokale interventies in het Sociaal Domein. Het gaat dan om quickwins en om duurzame oplossingen. Naast lokale interventies is ook provinciaal onderzoek gedaan door KPMG naar de kosten van de Jeugdhulp (Taskforce SDF). Uit dit onderzoek zijn zowel quickwins als structurele maatregelen naar voren gekomen. Een OWO Taskforce is bezig om deze te implementeren binnen de drie OWO-gemeenten. De quickwins zoals voorgesteld door KPMG zijn verwerkt in de lokale quickwins.

Vanuit het Taskforce Sociaal Domein zijn al diverse maatregelen genomen om de lasten zoveel mogelijk te beperken. Er zijn veel maatregelen die we niet op geld kunnen zetten of die naar verwachting al in het begin van 2019 effect hebben gehad en daarom geen structurele doorwerking meer hebben (ten opzichte van de verwachte lasten). De quickwins kunnen naar verwachting voor een structurele besparing van € 113.000 zorgen. Daarnaast zijn er een aantal beleidsmatige voorstellen die we willen doen. Die staan onder de tabel uitgewerkt. Daarnaast zijn er nog maatregelen die we nog uit gaan werken in voorstellen, bijvoorbeeld het betrekken van het Gebiedsteam bij de scholen.

JEUGD Uitkomsten taskforce - lastenverlaging Besparing Investering Netto besparing 2020 en verder
Quickwin Procesafspraak over maatwerktrajecten 15.000 - 15.000
Quickwin Verticale stapeling niet toegestaan 18.000 - 18.000
Quickwin Horizontale stapeling (binnen garantieperiode) niet toegestaan 80.000 - 80.000
A Beleidsmaatregel Meer’ eigen trajecten’ door het gebiedsteam 196.500 75.000 121.500
B Beleidsmaatregel Intensieve begeleiding complexe gezinnen door gebiedsteam 288.000 100.000 188.000
C Beleidsmaatregel Consulent Jeugd in de huisartsenpraktijk - voor de 6e praktijk 68.000 4.000 64.000
D Beleidsmaatregel Inzet van een inkoopondersteuner 150.000 60.000 90.000
TOTAAL 815.500 239.000 576.500

A. Meer ‘eigen trajecten’ door het Gebiedsteam, investering 1 fte € 75.000
Het Gebiedsteam kan verschillende vormen van ondersteuning aan gezinnen, kinderen of jongeren goed zelf uitvoeren. Medewerkers met verschillende jeugdspecialismen zijn aanwezig in de teams. Als het Gebiedsteam de trajecten zelf uitvoert is dat goedkoper dan doorverwijzen naar specialistische jeugdhulp. Daarnaast sluit het aan bij de uitgangspunten snel, dichtbij en in eigen omgeving. Ook draagt het bij aan de bekendheid van het Gebiedsteam in de dorpen en maakt het werk in het Gebiedsteam voor jeugdhulpverleners aantrekkelijker. Besparing: 14 trajecten met een waarde van € 196.500. Investering 1 fte € 75.000

B. Intensieve begeleiding complexe gezinnen door gebiedsteam, investering 1,25 fte € 100.000

Aan een aantal multi-problem gezinnen een vaste begeleider koppelen, die voor langere tijd het gezin begeleidt en vaste ruimte heeft in haar agenda om regelmatig tijd te besteden aan dit gezin. Jeugdwerkers geven nu aan dat de huidige werkdruk er voor zorgt dat ze in deze gezinnen vooral bezig zijn met brandjes blussen als er weer iets op popt. Door te investeren in de regie rond deze gezinnen en de ontwikkeling van ouders en kinderen kan transgenerationele problematiek worden doorbroken en veel kosten op den duur worden voorkomen. Door betere regie en nabijheid kan ook op kortere termijn (onnodige) inzet van duurdere hulpverleners worden voorkomen. Het is aan te bevelen om hierin ook te kijken naar effecten van samenloop met WMO en schuldhulp, de meeste van deze gezinnen hebben een brede problematiek op alle levensgebieden. Inzet zal dus ook, om effectief te kunnen zijn, op al deze gebieden moeten en ook effecten gaan hebben op het gebruik van WMO-begeleiding en schuldhulp. Besparing: 24 trajecten met een waarde van € 288.000. Investering 1,25 fte € 100.000.

C. Consulent Jeugd in de huisartsenpraktijk - voor de 6e praktijk, investering € 4.000
De gebiedsteammedewerker, die als Consulent Jeugd werkt in de huisartsenpraktijk, adviseert de huisarts bij jeugdproblematiek en ondersteunt jeugdigen en ouders in de vertrouwde omgeving van de huisartsenpraktijk. Hiermee worden doorverwijzingen naar specialistische jeugdhulp voorkomen. In de 2e helft van 2019 start een Consulent Jeugd in nog een extra, 6e huisartsenpraktijk. Besparing € 68.000, investering € 4.000.

D. Inzet van een inkoopondersteuner, investering € 60.000
Sinds 2018 kopen de gezamenlijke Friese gemeenten, in SDF verband, de Jeugdhulp in op basis van resultaatbekostiging. Dit betekent een andere manier van samenwerken tussen gebiedsteams en jeugdhulpaanbieders met meer zakelijke kanten. Een inkoopondersteuner met kennis van het Friese inkoopsysteem, zakelijke vaardigheden en ervaring in de jeugdhulpverlening kan in deze setting de financiële belangen van de gemeente behartigen en bijdragen aan de verdere inbedding van de resultaatbekostiging Jeugd in de werkwijzen in Gebiedsteam en gemeente. De inkoopondersteuner verenigt in één persoon zakelijke- en jeugdhulpinhoudelijke kennis en vaardigheden. Besparing € 150.000, investering € 60.000.

  • Voorstel: Instemmen met het verwerken van de quickwins in de begroting. En instemmen met de investering in het Gebiedsteam van € 239.000 structureel om daarmee een besparing op de jeugdhulplasten te realiseren en deze besparing van in totaal € 815.500 ook te verwerken in de begroting.
  • Reden: Met deze investering verwachten we een besparing te realiseren op de jeugdhulpkosten.

Kader 6: Kostendekkende heffingen en lastenverhoging

Onze voorstellen voor kader 6 zijn in onderstaande tabel samengevat. Daaronder staan de verschillende scenario’s uitgewerkt. Wij stellen voor om (los van onderstaande voorstellen) de tarieven jaarlijks te indexeren om zo ook de jaarlijks de door inflatie verhoogde lasten te dekken. Per saldo zorgt dit niet voor een voordeel.

  • Voorstel: Jaarlijks indexatie toepassen op de tarieven
  • Reden: Dit is nodig om de jaarlijkse stijging van de lasten (door inflatie) op te vangen
Kader Nr. in dekkingsplan 2020 2021 2022 2023
6 6.1 Toeristenbelasting - scenario 3 101.200 101.200 101.200
6 6.2 OZB (inhaal) indexatie - scenario 1 215.250 215.250 215.250 215.250
6 6.2 OZB niet-woningen - scenario 2 317.316 317.316 317.316 317.316
6 6.2 OZB Areaal - scenario 4 16.700 16.700 16.700 16.700
6 6.4 Afvalstoffenheffing - scenario 5 117.000
6 6.5 Rioolheffing 133.112 133.112 133.112 133.112
6 6.6 Principeverzoeken 4.500 4.500 4.500 4.500
Totaal 686.878 788.078 788.078 905.078

6.1 Toeristenbelasting
U heeft het tarief voor 2014 op € 1,00 per persoon per nacht vastgesteld (net als in 2013). Dit tarief is tot en met heden bevroren. Het Recreatieschap Drenthe heeft onderzoek gedaan naar de verschillende wijzen van heffing van de toeristenbelasting. Hierin is het advies het huidige systeem van belasten per persoon per overnachting te handhaven. Wel wordt een verhoging voorgesteld van 0,05 per jaar met een bandbreedte van 20%. Onderzoek naar de tarieven in omliggende gemeenten wijst uit dat ons tarief relatief laag is (gemiddeld in omliggende gemeenten € 1,45 per overnachting). In de andere OWO-gemeenten ligt het tarief fors hoger. Opsterland op dit moment gemiddeld € 2,81 per overnachting (methode toeristenbelasting op basis van % van de overnachtingprijs) en Weststellingwerf € 4,49 (bron: CBS).

Hieronder staan drie scenario’s voor het verhogen van de toeristenbelasting uitgewerkt.

ToeristenBelasting Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Scenario 1 Tarief 2020 € 1,10 € 25.300 € 25.300 € 25.300 € 25.300
Scenario 2 Inhaalslag indexatie 2020 € 1,30 € 75.900 € 75.900 € 75.900 € 75.900
Scenario 3 Opbrengst verhogen met € 100.000, 2020 € 1,40 € 101.200 € 101.200 € 101.200

1. Scenario 1: het tarief voor 2020 op € 1,10 zetten. Jaarlijks indexeren met € 0,05.
2. Scenario 2: toepassen van een inhaalindexatie. Het tarief in 2020 komt dan op € 1,30. Jaarlijks indexeren met € 0,05.
3. Scenario 3: om de opbrengst toeristenbelasting met € 100.000 structureel te verhogen vanaf 2021 moet het tarief op € 1,40 worden gezet. Jaarlijks indexeren met € 0,05.

  • Voorstel: Instemmen met scenario 3 vanaf 2021. Het tarief komt dan op € 1,40 en jaarlijks wordt met € 0,05 geïndexeerd.
  • Reden: Omdat de afgelopen jaren niet is geïndexeerd stellen wij voor om deze indexatie in te halen. Daarnaast is het redelijk, op basis van een benchmarkonderzoek, het tarief te verhogen tot 1,40 euro. Met het verhogen van deze belasting belasten we onze inwoner niet terwijl we wel structurele, realistische inkomsten verhogen. De verhoging naar € 1,10 in 2020 (amendement) laten we met dit voorstel achterwege om de recreatieondernemers de mogelijkheid te geven om hier met hun PR op in te spelen.

6.2 Onroerende Zaakbelasting (OZB)
De opbrengst OZB is sinds 2016 niet meer geïndexeerd. Hieronder staan een aantal scenario’s om de OZB te verhogen. Een combinatie van deze scenario’s is mogelijk. Een verhoging van de opbrengst OZB van 1% levert afgerond € 28.000 op

OZB Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Scenario 1 Inhaalindexatie 6% en in 2020 1,5% indexatie 215.250 215.250 215.250 215.250
Scenario 2 Verhogen tarief niet woningen 50% gem. van Opst en West 317.316 317.316 317.316 317.316
Scenario 3 Verhogen tarief niet woningen 50% gem. van Opst en West in stappen 63.463 126.926 190.390 253.853
Scenario 4 Methodiek raming areaalopbrengsten 16.700 16.700 16.700 16.700

Scenario 1: Toepassen van een inhaalindexatie van de opbrengst OZB van 6% (omdat de afgelopen jaren niet geïndexeerd is) en in 2020 met 1,5% indexeren. 
Scenario 2: Verhogen van de opbrengst van niet-woningen naar 50% van de gemiddelde opbrengst van Weststellingwerf en Opsterland.
Scenario 3: Verhogen van de opbrengst van niet-woningen naar 50% van de gemiddelde opbrengst niet-woningen van Weststellingwerf en Opsterland in 5 stappen.
Scenario 4: Meeropbrengst methodiek raming areaalverandering. Areaalverandering naar werkelijkheid meenemen in de OZB opbrengstenraming.

Scenario 2 en 3 zijn toegevoegd omdat na onderzoek blijkt dat de tarieven voor niet-woningen (bedrijven) veel lager zijn dan de tarieven in Opsterland en Weststellingwerf. Als we kijken naar het tarief als percentage van de WOZ-waarde dan is die voor Ooststellingwerf 6% terwijl Opsterland en Weststellingwerf op 17% en 20% zitten. Scenario 2 en 3 stellen voor om qua opbrengst 50% van het gemiddelde niveau van Opsterland en Weststellingwerf te hanteren. Waarbij scenario 2 de verhoging van het tarief in één keer is en bij scenario 3 gefaseerde invoering betreft. Het tarief als percentage van de WOZ-waarde komt dan ongeveer (met de huidige gegevens) op 11%.

Wat doen deze scenario’s met de lastendruk? Als we de inhaalindexatie toepassen (scenario 1) zorgt dat ervoor dat het tarief voor een eigenaar van een rijtjeswoning in Ooststellingwerf (op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van alle rijtjeswoningen: € 135.819 in 2019) met de huidige gegevens stijgt van € 136,20 naar € 146,72. Gemiddeld per bedrijf in Ooststellingwerf betekent de combinatie van scenario 1 en scenario 2 een stijging van het tarief van € 586 naar € 951 (totale opbrengst gedeeld door totaal aantal bedrijven).

  • Voorstel: Instemmen met een combinatie van scenario 1, 2 en 4.
  • Reden: Wij vinden het reëel om de indexatie die de afgelopen jaren is uitgebleven nu wel toe te passen. Daarnaast zijn de tarieven voor de niet-woningen zo laag dat we forse bedragen laten liggen. Met deze verhoging van de opbrengsten belasten we de individuele inwoners niet.

 

6.3 Forensenbelasting

  • Voorstel: Toepassen van een inhaalindexatie van 6% (omdat we de afgelopen jaren niet geïndexeerd hebben) en in 2020 met 1,5% indexeren.
  • Reden: Dit voorstel gaat gelijk op met scenario 1 van OZB. De raad heeft vastgesteld dat de forensenbelasting gekoppeld is aan de OZB. Financieel levert dit geen voordeel op gezien het nadeel zoals verwerkt in de Najaarsrapportage 2019.

 

6.4 Afvalstoffenheffing
Voor afvalstoffenheffing is het mogelijk om meer lasten toe te rekenen. Het gaat hier om BTW en lasten voor straatreiniging. In totaal gaat het om een bedrag van € 407.927.

Afvalstoffenheffing Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Scenario 1 100% toerekenen lasten 407.927 407.927 407.927 407.927
Scenario 2 50% toerekenen lasten 203.963 203.963 203.963 203.963
Scenario 3 50% toerekenen lasten in stappen 40.793 81.585 122.378 163.171
Scenario 4 Starten met toerekenen 50% lasten in 2022 in stappen - - 40.793 81.585
Scenario 5 Verhogen van de afvalstoffenheffing met € 10 per aansluiting jaarlijks 117.000

Scenario 1: volledig toerekenen van de lasten. Zorgt voor een verhoging van het vaste tarief van € 35 per aansluiting.
Scenario 2: 50% van de lasten toerekenen
Scenario 3: 50% van de lasten toerekenen in stappen.
Scenario 4: 50% van de lasten toerekenen in stappen, starten in 2022.
Scenario 5: Vanaf 2023 het vaste tarief afvalstoffenheffing te laten stijgen met ongeveer € 10 per aansluiting totdat het kostendekkende tarief is gerealiseerd. Met deze stijging is geen rekening gehouden met de toegenomen verbrandingsbelasting en de afnemende reserve lastenverlichting.

Wat betekent dit voor de lastendruk? Als we de lasten volledig toerekenen aan de afvalstoffenheffing dan zorgt dit voor een stijging van het vaste tarief van € 35 per aansluiting. De afgelopen jaren is de reserve lastenverlichting ingezet om het vaste tarief laag te kunnen houden voor de inwoners. Bij de begroting 2017 heeft de raad € 950.000 toegevoegd aan de reserve (Nb. Hiervan is € 122.000 ingezet in 2017 voor de rioolheffing). De stand van de reserve is per 31-12-2019 naar verwachting € 696.000. Als die reserve op is moet het vaste tarief stijgen naar het kostendekkend tarief van € 115,93 (stand bij vaststellen tarieven 2019).

  • Voorstel: Instemmen met scenario 5.
  • Reden: Het vaste tarief stijgt al jaarlijks (conform het raadsvoorstel van september 2018 over Diftar+), omdat de reserve lastenverlichting het vaste tarief laag houdt en de verbrandingsbelasting stijgt, stellen wij voor om vanaf 2023 langzamerhand (met € 10 per aansluiting per jaar) te stijgen naar een volledig kostendekkend tarief.

6.5 Rioolheffing
Voor rioolheffing is het mogelijk om de lasten voor straatreiniging en voor het opschonen van sloten toe te rekenen aan de rioolheffing. Het totale bedrag hiervoor is € 133.112. Het is mogelijk om hiervoor (vooruitlopend op het nieuwe Gemeentelijk Riolering Plan) de dotatie aan de voorziening met hetzelfde bedrag jaarlijks te verlagen. Een andere optie is het verhogen van de tarieven rioolheffing. Dit zorgt voor een verhoging van het gebruikerstarief van een 2-persoons huishouden met € 5,50 en voor het eigenaarsdeel met € 4,70. Een ander mogelijkheid is om de lasten toe te rekenen en deze te betrekken bij het opstellen van het nieuwe GRP.

  • Voorstel: Vanaf 2020 de lasten toe te rekenen aan de rioolheffing en dit te verwerken in het nieuwe GRP.
  • Reden: We stellen nu niet voor om de dotatie aan de voorziening te verlagen, omdat we dan vooruitlopen op het GRP.

6.6 Leges principeverzoeken
Het is mogelijk om leges te heffen voor principeverzoeken. De prijs hiervoor is € 300 op basis van het gemiddelde van Opsterland en Weststellingwerf. Het gaat dan jaarlijks om ongeveer 15 principeverzoeken. We hebben nu ongeveer 20 verzoeken, maar door het drempelbedrag verwachten we een daling van 25%. Structureel levert dit baten op van € 4.500. De voornaamste besparing die we hiermee kunnen realiseren is de inzet van capaciteit.

  • Voorstel: Met ingang van 2020 leges te heffen op principeverzoeken.
  • Reden: Naast de extra opbrengst zorgt het voor ruimte in de capaciteit.

 

Totaaltabel

Totaaltabel

In onderstaande tabel staat een samenvatting van ons voorstel voor de te nemen maatregelen en de te realiseren ambities. In de onderste regel staat het nieuwe structurele begrotingssaldo.

Kader Omschrijving kader Nr. in dekkingsplan 2020 2021 2022 2023
3 Administratief technische maatregelen 3.1 Afschrijvingen - scenario 2 285 298 307 307
3 Administratief technische maatregelen 3.2 Rente 189 425 537 573
4 Versobering, efficientie, doelmatigheid 4.1 Laaghangend fruit 474 396 396 396
4 Versobering, efficientie, doelmatigheid 4.2 Onderzoeken 250 250 250
5 Sociaal Domein 5.1 Baten 474 470 470 470
5 Sociaal Domein 5.2 Lasten 577 577 577 577
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.1 Toeristenbelasting - scenario 3 - 101 101 101
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.2 OZB (inhaal) indexatie - scenario 1 215 215 215 215
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.2 OZB niet-woningen - scenario 2 317 317 317 317
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.2 OZB Areaal - scenario 4 17 17 17 17
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.4 Afvalstoffenheffing - scenario 5 - - - 117
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.5 Rioolheffing 133 133 133 133
6 100% kostendekking /lastenverhoging 6.6 Principeverzoeken 5 5 5 5
Totaal uitkomst kaders 2.685 3.203 3.324 3.477
Primitieve structurele begrotingssaldo -1.815 -2.127 -3.274 -2.829
Nieuw structureel begrotingssaldo 870 1.077 50 649
1 Ambities, structureel Formatie -325 -325 -325 -325
1 Ambities, structureel Uitvoeringsbudget programma samenleven -75 -75 -75 -75
1 Ambities, structureel Uitvoeringsbudget programma duurzaamheid -100 -100 -100 -100
1 Ambities, structureel Beregeningsinstallaties activeren -11 -11 -11 -11
1 Ambities, structureel Deelname aan het toer. Netwerk de Friese Wouden -20 -20 -20 -20
Totaal saldo ambities structureel -531 -531 -531 -531
Nieuw structureel begrotingssaldo 339 546 -481 118

Lastenontwikkeling per huishouden

Het huidige voorstel zorgt voor een aanpassing van de lastendruk per huishouden. Zie onderstaande tabel.

Lastenontwikkeling per huishouden per jaar 2020 2021 2022 2023
OZB (obv gem. rijtjeswoning) 10,5 10,5 10,5 10,5
Afvalstoffenheffing 10
Rioolheffing (2 pers. huish. Gebruikers- en eigenaarsdeel) 10,2 10,2 10,2 10,2
Totaal 20,7 20,7 20,7 30,7