Meer
Publicatiedatum: 27-07-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

De gemeente stuurt rekeningen voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en reinigingsheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen.

 

Algemene beleidslijn

Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen.

 

Bijzonderheden en ontwikkelingen

Precariobelasting
Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd (het deel voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven gaat onder de vrijstellingen vallen). Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Dat geldt ook voor Ooststellingwerf. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 geraamd in de begroting (€ 2,096 miljoen) tegen het door u vastgestelde tarief van € 2,18 per m1. De voorgenomen tariefsverhogingen precariogelden voor de periode 2017 tot en met 2019 van € 0,05 per jaar kon niet doorgaan.

In februari 2020 heeft Liander de procedures over de precariobelasting gestaakt. Dit geldt voor de procedures over de jaren 2017 (deels) en 2018. Er loopt nu nog één bezwaarprocedure over het jaar 2017. Dit heeft te maken het gebruikte aantal metrages. We verwachten dat zodra het juiste aantal metrages bekend is, dat het bezwaar wordt ingetrokken. Door het stoppen van Liander van de procedures betekent dat de middelen in de reserve kunnen vrijvallen en dat de geraamde toevoegingen in de jaren 2020 en 2021 niet hoeven te gebeuren. Bij de behandeling van de Nota Reserves en Voorzieningen per 31 december 2019 (bijlage van de Jaarstukken 2019, behandeling in juni 2020) stellen wij u voor om de reserve Precariobelasting op te heffen en het aanwezige saldo over te hevelen naar de Algemene Reserve. De gevolgen voor de begroting 2020-2023, het laten vervallen van de toevoeging aan de reserve Precariobelasting voor 2020 en 2021 (elk jaar € 800.000), nemen we mee bij de Voorjaarsrapportage 2020.



De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Voor het belastingjaar 2019 worden, zoals elk jaar, nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor de heffing van de onroerendezaakbelasting, gebaseerd op het prijspeil 1 januari 2018. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt. Per 1 oktober 2016 is het mogelijk om als inwoner via de Landelijke Voorziening WOZ inzicht te krijgen in de WOZ-waarden van andere (woning) panden, de WOZ waarden voor woningen zijn openbaar. Het Kadaster beheert deze Landelijke Voorziening.

Basisregistraties
Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (de BAG). Deze verplichting geldt dus ook voor de uitvoering van de Wet WOZ. In de gemeentelijke WOZ processen spelen de in de BAG opgenomen gegevens over adressen, oppervlakten en bouwjaren een belangrijke rol. De koppeling tussen de WOZ en de BAG is in december 2016 gerealiseerd. Halverwege 2016 zijn de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de aansluiting van het Handelsregister (NHR) gerealiseerd.

Per 1 april 2016 is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) aangesloten op de Landelijke Voorziening. Het jaar 2017 is gebruikt om de BGT te koppelen aan het beheer van de openbare ruimte (BOR) en de kaart van 2014 op te werken naar de huidige stand. Vanaf 1 december 2017 is het werkelijke beheer van de BGT verder opgepakt. Dit alles heeft te maken met de BGT op naar 2020 (fase 2): voltooiing en het vervolmaken van de BGT zodat het voldoet aan de wettelijke eisen.

Op 13 november 2019 kregen we, beloond met een oorkonde, te horen dat we de eerste gemeenten (OWO) in Noord Nederland waren die de 2e fase voltooid hadden.

Ontwikkelingen
Het kabinet is, voor de verkiezingen, bezig geweest met hervorming en herziening van het belastingstelsel voor lokale overheden. Het idee was om een verschuiving te laten plaatsvinden van rijksbelastingen naar gemeentebelastingen. Daarbij komen de 'kleine' belastingen te vervallen. Dit heeft onder andere impact (korting) op de inkomsten uit het Gemeentefonds en consequenties voor de wetgeving. Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om het gemeentelijk belastinggebied te verruimen. Bijvoorbeeld door de invoering van een ingezetenenheffing en de wederinvoering van het gebruikersdeel OZB voor woningen.

Op 14 februari 2018 ondertekenden het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen echter een interbestuurlijk programma (IBP) met bijbehorende gezamenlijke agenda. Over de fiscale thema’s zijn daarbij de volgende procesafspraken gemaakt: Decentrale belastingstelsels hebben regulier onderhoud nodig om in goede staat te blijven en toekomstbestendig te zijn. Rijk en medeoverheden gaan aan dit onderhoud werken en verkennen daarnaast de mogelijkheden die decentrale belastingstelsels bieden om de realisatie van gezamenlijke ambities te faciliteren.

Hervorming van het belastingstelsel door middel van het verruimen van het gemeentelijk belastinggebied wordt niet ondersteund door het nieuwe Kabinet (bron Bijzondere Ledenbrief VNG als reactie op het Regeerakkoord 2017-2022).

Afvalstoffen- en rioolheffing
Het initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Veldman (VVD) wijzigt de Gemeentewet en de Wet milieubeheer om gemeenten te kunnen verplichten de rioolheffing en de afvalstoffenheffing te laten betalen door de daadwerkelijke gebruiker en niet door de eigenaren van onroerende zaken of uit algemene middelen. Het voorstel wordt nog behandeld in de Tweede Kamer.

Diftar+ is ingegaan per 1 januari 2019. Dit heeft alles te maken met de VANG doelstelling opgelegd vanuit het Rijk. Deze doelstelling betekent een afname van het aantal kg's restafval per inwoner per jaar.  

WOZ
De Waarderingskamer heeft besloten dat uiterlijk per 2022 de WOZ-taxaties van woningen gebaseerd zijn op de gebruiksoppervlakte. De woningen worden nu op inhoud getaxeerd. Aangezien landelijk er verschillen zijn in methodiek heeft de Waarderingskamer besloten dat alle gemeenten hun woningbestanden moeten omzetten van inhoud naar oppervlakten. De Landelijke Voorziening WOZ is openbaar voor vele afnemers zoals notarissen, CBS etc. De afnemers gaan allemaal over op de gebruiksoppervlakte waardoor het niet overgaan op de oppervlakte problemen gaat geven bij de verplichte uitleveringen naar de afnemers. De Waarderingskamer gaat dit project monitoren. In 2018 zijn we gestart met de voorbereidingen. De komende jaren staan in het teken van de invoering van het omrekenen van inhoud naar oppervlakte.

Omgevingswet
Het Kabinet is in 2011 begonnen met een grote stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor bestaande verordeningen, beleidsregels, nadere regels en besluiten. De wet dient in te gaan op 1 januari 2021. De geo-informatie moet op orde zijn, zowel van de BAG als de BGT. In 2019 hebben we hierin een belangrijke slag geslagen.

 

Belastingsoorten

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De jaarlijkse macronorm stelt een maximum aan extra ozb-inkomsten die gemeenten in het komende jaar mogen ophalen. De macronorm voor 2018 is vastgesteld op maximaal 3,1% groei. De macronorm voor 2019 is 4%. 

Vanaf 2020 wordt een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Daarmee komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb). Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen.

Woningwaarderingsstelsel
De Tweede Kamer heeft de motie van het lid Monasch over aanpassing van het woningwaarderingstelsel per 1 oktober 2015 aangenomen. Per 1 januari 2006 was namelijk de gebruikersbeschikking WOZ voor de huurder verdwenen. Met deze aanpassing wordt dit gerepareerd en krijgen de huurders weer belang bij de verkrijging van de WOZ-waarde. Vanaf 2016 kan een huurder bezwaar maken tegen de hoogte van de WOZ-waarde. Aanpassing van de waarde kan dan doorwerken in de hoogte van de huur. De uitvoeringskosten die gemeenten maken voor bijvoorbeeld de bezwaarprocedure dekt het Rijk niet.

Rioolheffing
In maart 2015 heeft u het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In het GRP 2015-2019 is aangegeven welke kosten gemoeid zijn met de rioleringstaken van de gemeente en op welke wijze deze gedekt worden. Uit dit kostendekkingsplan is de hoogte van de rioleringsheffing voor de komende 5 jaar bepaald. In 2017 is het kostendekkingsplan geactualiseerd vanwege gewijzigde wet- en regelgeving. Het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing is vanaf 2018 verlaagd.

In 2019 is gewerkt aan het opstellen van het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020 - 2024.

Leges
Het onderzoek naar de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen (titel 2) is door u op 26 januari 2016 besproken. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn hierbij meegenomen. De leges omgevingsvergunningen zijn voor de jaren 2016-2019 gebaseerd op 75% kostendekking. Hierbij is rekening gehouden met wettelijke kaders en rechtelijke uitspraken. Voor 2020 moet u een nieuw standpunt innemen. In 2020 stellen we een nieuw uitgangspunt kostendekking op.

Leges burgerzaken (titel 1 en 3): jaarlijks wordt in principe uitgegaan van 100% kostdekking. De legestarieven zijn afhankelijk van de tijdsbesteding, de maximale tarieven, de loonkosten en andere directe kosten. Als gevolg van de 10-jarige verlenging van reisdocumenten en rijbewijzen worden de komende jaren veel minder documenten afgegeven. Hierdoor dalen de inkomsten. In 2020 moet u een nieuw standpunt innemen voor de kostendekking. In 2020 stellen wij een nieuw uitgangspunt kostendekking op.


Toeristenbelasting
Op advies van het recreatieschap Drenthe is het tarief van de toeristenbelasting de afgelopen jaren gefaseerd in lijn gebracht met onze omliggende Drentse gemeenten. Dit in het kader van de harmonisatie van de tarieven van de toeristenbelasting. Het voorgestelde tarief van het recreatieschap – een tariefstijging van € 0,05 per jaar voor de komende 5 jaar – heeft u niet overgenomen. Het tarief voor de toeristenbelasting is door u vastgesteld op € 1,00 per persoon per overnachting. Dit tarief geldt voor 2019.

 

Forensenbelasting
Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De trendmatige verhoging van de forensenbelasting is, bij het vaststellen van de begroting 2019 door u, gekoppeld aan de verhoging van de OZB.

 

Afvalstoffenheffing
Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Om het vaste tarief afvalstoffenheffing voor 2019 op een laag niveau te houden is een onttrekking uit de reserve Lastenverlichting nodig (voorheen was dit de egalisatiereserve reiniging).

 

Reclamebelasting
U heeft op 14 december 2010 besloten tot de invoering, per 1 januari 2011, van reclamebelasting van het komgebied van Oosterwolde. De reclamebelasting houdt in dat de ondernemers een vast bedrag per jaar betalen. De gemeente legt deze belasting op en stort na aftrek van 5% beheerkosten de opbrengsten in een fonds. Met deze baten kunnen de ondernemers evenementen en activiteiten ontplooien, gericht op promotie en het zorgen voor een aantrekkelijk winkelklimaat van het centrum van Oosterwolde.

 

Kwijtschelding
We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). Sinds begin 2018 is er een versnelde en vereenvoudigde toets om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding.

 

Inkomsten

Lokale heffingen en leges

 

x € 1.000
Lokale heffingen en leges Rekening Primitieve begroting Actuele begroting Rekening Verschil
2018 2019 2019 2019
lokale heffingen 11.724 9.544 10.039 9.853 - 186 N
leges 820 723 1.249 1.219 - 30 N
Totaal 12.545 10.267 11.288 11.071 - 216 N

Lokale heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening Primitieve begroting Actuele begroting Rekening Verschil
2018 2019 2019 2019
3.1 Thema Economische ontwikk.
Reclamebelasting 41 43 43 41 - 1 N
Toeristenbelasting 259 253 253 248 - 5 N
Totaal 3.1 Thema Economische ontwikk. 300 296 296 289 - 7
3.3 Thema Milieu
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 2.042 2.289 2.103 1.874 - 229 N
Rioolheffing (gecombineerd) 2.718 2.771 2.700 2.715 15 V
Totaal 3.3 Thema Milieu 4.760 5.059 4.803 4.589 -214
6.3 Thema Financiën
Forensenbelasting 72 79 67 66 - 2 N
Onroerende zaakbelasting eigenaren 2.679 2.555 2.575 2.603 28 V
Onroerende zaakbelasting gebruikers 239 230 235 231 - 3 N
Precariobelasting 3.673 1.327 2.064 2.075 11 V
Totaal 6.3 Thema Financiën 6.664 4.190 4.940 4.974 34
Totaal Lokale heffingen 11.724 9.544 10.039 9.853 -186

Leges

 

x € 1.000
Leges Rekening Primtieve begroting Actuele begroting Rekening Verschil
2018 2019 2019 2019
3.2 Thema Openbare ruimte
Verharding 9 - - 8 8 V
3.4 Thema Bouwen en wonen
Bestemmingsplannen 19 25 25 14 - 11 N
6.2 Thema Dienstverlening
Drank en horeca 13 - - - -
Omgevingsvergunningen, baten 343 400 900 856 - 44 N
Burgerlijke stand / huwelijk 15 13 13 15 2 V
Burgerzakenleges 419 258 296 315 18 V
Overige leges 2 25 12 11 - 1 N
6.3 Thema Financiën
IP Bedrijfsvoering algemeen 1 - - 1 1 V
IP Huisvesting en werkplek - 3 3 - - 3 N
Totaal 820 723 1.249 1.219 - 30 N

Kostendekking

Toelichting kostendekking 

Reiniging en riolering
In de bijlage van de begroting is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead voor taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. 

Leges titel 1 en 3
De lasten worden bepaald op basis van aantal verkochte producten en de bijbehorende tijdsinzet en directe kosten die nodig zijn voor de uitvoering.  Het uurtarief is inclusief een opslagpercentage voor overhead.

Leges titel 2
De lasten betreffen de directe lasten voor de producten waarvoor leges worden geheven.  We passen een opslagpercentage toe voor overhead.

Berekening van kostendekkendheid
In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering, reiniging en leges. De uitgangspunten bij deze heffingen zijn volledige kostendekkend (rioolheffing en reinigingsheffing), 75% kostendekking (omgevingsvergunningen) en in principe kostendekking (burgerzaken). Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (62%) en van de binnendienst (80%). Een deel van de opbrengst van de reinigingsheffing wordt gerealiseerd door een onttrekking aan de egalisatiereserve (reserve lastenverlichting). De dotatie aan de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is verwerkt in de lasten van het taakveld.

 

x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Rioolheffing Realisatie Rioolheffing Begroting Reinigingsheffing Realisatie Reinigingsheffing
(taakveld 7.2) (taakveld 7.2) (taakveld 7.3) (taakveld 7.3)
Lasten
Lasten 2.177 2.164 2.495 2.622
Baten -34 -32 -536 -548
Netto lasten taakveld 2.143 2.132 1.959 2.073
Toe te rekenen lasten
Overhead 300 324 106 115
Kwijtschelding 48 46 90 80
Rente -1 -1
Dubieuze debiteuren 7 7 10 10
Watergangen 25 25
BTW 248 181 126 126
Totaal toe te rekenen lasten 628 583 330 330
Totale lasten 2.771 2.715 2.289 2.403
Opbrengst heffingen -2.771 -2.715 -2.289 -2.403
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 100%
x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Omgevingsvergunning titel 2 Realisatie Omgevingsvergunning titel 2 Begroting Leges burgerzaken titel 1 en titel 3 RealisatieLeges burgerzaken titel 1 en titel 3
Lasten
Lasten 337 416 238 557
Baten 0 0 0 0
Netto lasten 337 416 238 557
Toe te rekenen lasten
Overhead 233 206 60 247
Totaal toe te rekenen lasten 233 206 60 247
Totale lasten 570 622 298 804
Opbrengst heffingen -425 -800 -271 -349
Dekkingspercentage 75% 129% 91% 43%
De berekening van kostendekkendheid in de begroting is op basis van kosten van verkochte producten (met name tijdsbesteding per product) waarvoor we legesopbrengsten ontvangen. De berekening van de kostendekkendheid in de jaarrekening is een afgeleide vanuit de taakvelden voorgeschreven door BBV. De gemeente is van mening dat de kostendekkendheid als afgeleide vanuit de taakvelden voorgeschreven door BBV een beter inzicht geeft in de daadwerkelijke kosten van de leges dienstverlening doordat hier rekening wordt gehouden met improductiviteit. Daarnaast is de inzet van personeel op de taakvelden breder dan alleen tbv producten onder de legesverordening. Dit sluit aan met de definitie vanuit BBV voorgeschreven. In de begroting 2020 hebben wij de kostendekkendheid voor Titel 2 ook berekend als afgeleide vanuit de taakvelden voorgeschreven door BBV. In de begroting 2021 zullen wij de kostendekkendheid voor alle titels berekenen als afgeleide vanuit de taakvelden voorgeschreven door BBV. Binnen titel II is kruissubsidiëring met titel I toegestaan. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder titel I mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor titel II. De kostendekkendheid van alle titels gezamenlijk bedraagt 85 %.

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken.

 

Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 31 december 2019 € 21,24 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 13,37 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 7,87 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 11,01 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal domein € 1,07 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,07 miljoen vanaf.

De benodigde weerstandscapaciteit is € 1,039 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 21,24 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

 

Grondexploitatie
Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. 

 

Openeinderegelingen
De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (WMO, jeugd en participatie) kunnen niet meer worden gedekt uit de reserve Sociaal Domein. Onder de tabel met risico’s staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 1).

Verbonden Partijen
Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw.

 

Algemene beleidslijn

Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

 

Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

 

Risicobeheersing
Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:

  • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg);
  • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening);
  • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits);
  • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).


Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.

Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel:

Categorie Kans op voorkomen Kwantitatief Financieel gevolg
1. < of 1 keer per 10 jaar 10% Geen geld gevolgen
2. 1 keer per 5-10 jaar 30% < € 25.000
3. 1 keer per 2-5 jaar 50% > € 25.000 - € 100.000
4. 1 keer per 1-2 jaar 70% > € 100.000 - € 500.000
5. 1 keer per jaar of meerdere keren per jaar 90% > € 500.000

Kwantificeerbare risico's

De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2020 € 319.000 lager. Dit heeft een aantal oorzaken:

  • Risico 9 'diverse gerechtelijk procedures' is aangepast (- € 283.000) dit doordat de kans op het voordoen van het risico precariobelasting is verlaagd naar 10%
  • Risico 11 'Verbonden partijen' is lager (- € 36.000) doordat de definitieve begroting van de FUMO € 36.000 lager is dan de ontwerpbegroting

 

Nr. Risico en beheersmaatregel Kans op voorkomen risico Financieel gevolg Benodigde weerstands-capaciteit
1a. Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend - - -
Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2019 is dit risico nihil omdat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen.
1b. Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is 2 4 € 113.000
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort.
Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk.
2. Risico: bijstelling algemene uitkering gemeentefonds (AU) - - € 444.000
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door.
3. Overschotten in BTW compensatiefonds (BCF) 3 4 € 0
Toelichting risico: Als er overschotten zijn in het BCF worden deze (in het lopende jaar) toegevoegd aan het gemeentefonds. De verwachte voorschotten hebben we voor 50% meegenomen in de meerjarenraming. Voor 2019 gaat het om € 350.000.
Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we. Als er nieuwe informatie is over het BCF dan verwerken we deze in de begroting.
4. Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen 1 3 € 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restantschuld te voldoen.
Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie.
5. Risico: garanties woningbouwcorporaties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ nog worden aangesproken.
Beheersmaatregel: het door het waarborgfonds verstrekte overzicht beoordelen we en daarnaast beoordelen we bij een individuele aanvraag de situatie.
6. Risico: National Hypotheek Garantie 1 4 € 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties.
Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties.
7. Risico: overige garanties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs.
Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties.
8. Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie 5 4 € 90.000
Toelichting risico: Bij (gedeeltelijke) leegstand lopen de exploitatiekosten van het gebouw door terwijl de inkomsten wegvallen. De exploitatie van de M.F.A’s komt daarmee onder druk te staan. Op dit moment is er (gedeeltelijk) leegstand in MFS de Boekebeam door het opheffen van obs Dalton Mst van Hasseltschool en bij MFA de Samensprong.
Beheersmaatregel: in 2013 is de ‘Visienota toekomst basisonderwijs in Ooststellingwerf’ door u vastgesteld, waarin de mogelijkheden staan voor het toekomstig onderwijslandschap. In maart 2012 is de notitie ‘platteland aan zet’ door u vastgesteld waarin de kaders zijn geschetst van het na te streven voorzieningenpeil.
9. Risico: diverse gerechtelijke procedures 5 4 € 193.776
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt.
Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims.
10. Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers - - PM
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, die in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten, voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt.
11. Risico: verbonden partijen 5 4 € 73.800
Toelichting risico: Op basis van de begroting 2020 van de FUMO is de bijdrage aan de FUMO hoger dan opgenomen in de primitieve begroting 2020.
12. Risico: eikenprocessierups 3 4 PM
Toelichting risico: Momenteel is er een landelijke plaag eikenprocessierupsen waar veel bestrijdingskosten voor gemaakt worden. De jaarlijkse lasten en ook de inregeling (mogelijk centrale bestrijding) is onzeker maar is wel een risico voor de gemeente.
13. Risico: BTW SPUK en uitspraak fiscus
Toelichting risico: In 2019 is de SPUKregeling in werking getreden waarbij door een jaarlijkse SiSa verantwoording van BTW plaatsvindt. Dit bedrag is gemaximeerd waardoor het risico aanwezig is dat de daadwerkelijke vaststelling lager kan zijn dan de uitvraag. Daarnaast loopt er een procedure met de fiscus voor verrekening van BTW voor een aantal afspraken met derden. Uitkomsten kunnen van invloed zijn op BTW verrekening. 4 4 PM
TOTAAL € 1.039.576

Risico's Sociaal Domein

Binnen het Sociaal Domein zijn diverse risico’s, hieronder staan de belangrijkste risico’s

Jeugd en WMO

  • Het Rijk heeft in 2019 extra budget beschikbaar gesteld voor jeugdzorg. Dit is voor 2019 € 640.000 en voor 2020 en 2021 € 470.000. Ook met deze verhoging van het budget is er nog steeds sprake van een tekort. De werkelijke lasten van het Sociaal Domein zijn hoger dan de Rijksbijdrage. 
    De landelijke tendens is dat de zorgkosten voor de Jeugd blijven toenemen.
    Ingeschat risico: PM
  • In 2021 wordt een wijziging op de Jeugdwet van kracht betreffende het woonplaatsbeginsel. Op dit moment vallen jeugdigen, waarvoor geldt dat zij onder voogdij zijn gesteld of ouder zijn dan 18 jaar én in een jeugdhulpinstelling of pleeggezin verblijven, financieel onder de gemeente waar de jeugdige verblijft. Na de wetswijziging vallen deze jeugdigen financieel onder de gemeente waar zij woonden voordat zij verhuisden naar een jeugdhulpinstelling of pleeggezin. Dit zou kunnen leiden tot meerkosten voor onze gemeente, maar het verdeelmodel van de jeugdhulpgelden wordt ook aangepast. Hoeveel kinderen uit onze gemeente dit betreft, is bij ons niet bekend. In 2019/2020 zal het ministerie inzicht verschaffen in de financiële effecten van de wetswijziging.
    Ingeschat risico: PM
  • Het Rijk heeft samen met gemeenten een traject gestart om de verdeelsystematiek van het Sociaal Domein aan te passen. Dit heeft waarschijnlijk gevolgen voor de verdeling per 2021. Dit kan voor- of nadelig voor Ooststellingwerf zijn. In Fries verband nemen we ambtelijk en bestuurlijk deel aan een overleg om de actualiteiten te bespreken en input te leveren. 
    Ingeschat risico: PM
  • In 2018 is gestart met trajectfinanciering bij Jeugdhulp. Dit was iets geheel nieuws. In 2018 bleken de jeugdhulpkosten hoger dan voorheen. Diverse maatregelen om de kosten van trajectfinanciering te monitoren en te beheersen zijn genomen. Het financiële effect voor 2020 is nog niet (volledig) bekend. 
    Ingeschat risico: PM
  • Het werkelijke inzicht in de lasten (voor met name Jeugd, regionaal) is nog niet goed in beeld. Hiervoor zijn we te afhankelijk van derden en hebben we gemerkt dat de zorgaanbieders de basis nog niet op orde hebben. Daarnaast wordt dit beeld bevestigd doordat we zelfs nu nog rekeningen krijgen van instellingen over 2016 en dat loopt nog steeds door.
    Ingeschat risico: PM
  • Per 2019 is het abonnementstarief WMO ingevoerd. Iedereen die een eigen bijdrage in de WMO betaalt, gaat een vast maandbedrag van € 20 betalen (2019: € 17,50). Het risico is dat dit tarief een aanzuigende werking gaat hebben op de zorgvraag.
    Ingeschat risico: PM

 

Participatie
Met de invoering van de Participatiewet is de instroom in de Wet sociale werkvoorziening gestopt. Vanuit die achtergrond zijn de acht gemeenten gestart met de herstructurering van de sociale werkvoorziening. Dit is afgerond met een fairdeal, dienstverleningsovereenkomsten en een nieuwe gemeenschappelijke regeling. Alle huidige sw-medewerkers blijven werkzaam binnen Caparis en vier gemeenten worden eigenaar. De gemeente Ooststellingwerf gaat op basis van haar vastgestelde re-integratiebeleid ‘Inclusief Ooststellingwerf’ de komende jaren uitvoering geven aan de Participatiewet.

 

Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. 

 

Kengetallen Rekening 2018 Begroting 2019 Rekening 2019
Netto schuldquote 40% 46% 42%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 35% 43% 35%
Solvabiliteitsratio 39% 32% 32%
Structurele exploitatieruimte 0% 2% -1%
Grondexploitatie 3% 2% 3%
Belastingcapaciteit 93% 89% 92%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) -836 -1.371 -818

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie
Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. 

Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit gemiddeld is.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. 

Grondexploitatie            
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 3% geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 92% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten.

Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo
De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2019 is negatief.

 

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

 

Financiële consequenties

In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van de kapitaalgoederen per programma opgenomen:

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2018 Begroting Begroting 2019
2. Welzijn & educatie
Huisvesting onderwijs -1.530 -1.421 -1.561 -1.570 - 9 N
Welzijn- en sportaccommodaties -820 -840 -1.064 -794 270 V
3. Ruimtelijke & economische ontwikk.
Verhardingen -1.461 -1.269 -1.474 -1.478 - 5 N
Bruggen en oevervoorzieningen -108 -63 -26 -31 - 5 N
Verkeersvoorzieningen -247 -241 -241 -224 18 V
Openbaar Groen -500 -571 -635 -652 - 17 N
Rioleringen -1.665 -1.703 -1.633 -1.664 - 32 N
Rioolheffing 2.664 2.712 2.641 2.663 21 V
6. Bestuur & Dienstverlening
Automatisering -1.043 -1.043 -1.153 -1.140 12 V
Totaal onderhoud kapitaalgoederen -4.712 -4.439 -5.145 -4.890 255

Wegen, kunstwerken en verlichting

Wegen
Beleidskader
De gemeente maakt bij het beheer van haar wegen gebruik van een wegbeheersysteem dat een CROW-keurmerk keurmerk voor wegbeheer heeft (CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). De MOP (Meerjarenonderhoudsplanning) Wegen is vastgesteld. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP. Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is in 2013 door u vastgesteld.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

 

Civieltechnische kunstwerken

Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Openbare verlichting

Beleidskader
De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. In 2018 is besloten om de traditionele lichtpunten versneld te vervangen door led lichtpunten. Hiervoor is een investeringskrediet beschikbaar gesteld.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Groen, riolering en gebouwen

Groen
Beleidskader
Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen (IMAG-normen) te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’. Er wordt een nieuw Biodiversiteitsplan, inclusief uitvoeringsagenda, opgesteld. Het Biodiversiteitsplan vervangt na, na vaststelling, de Notitie Groenbeleid 2011.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

 

Riolering
Beleidskader
In maart 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In dit plan zijn de ambities van de gemeente op het gebied van de invulling van de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht vastgelegd. Evenals welke activiteiten we moeten uitvoeren om deze ambities te halen. Ook is aangegeven welke kosten hiermee gemoeid zijn en op welke wijze deze gedekt worden. De rioolheffing hoeft, buiten de inflatiecorrectie, niet te stijgen gedurende de periode 2015-2019. Vanaf 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie het zwaartepunt bij het uitvoeren van de gemeentelijk riolerings- en watertaken. 

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De in het GRP 2015-2019 aangegeven kosten worden gedekt door de inkomsten van de rioolheffing. Het GRP 2015-2019 is de basis voor de gemeentelijke begroting.  De inkomsten vanuit de rioolheffing worden gebruikt om investeringen in de vrijvervalrioleringen direct af te boeken, om de exploitatielasten te dekken en om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden. 

De uitwerking van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie past nu binnen de huidige begroting. Het doel is om in het volgende GRP de klimaatadaptatie strategie van Ooststellingwerf vast te leggen en de financiële gevolgen daarvan in beeld te brengen.

Gymnastieklokalen
Beleidskader
Per 1 januari 2015 is het “onderhoud buitenkant” van de onderwijsgebouwen overgeheveld naar de schoolbesturen. De voorziening ‘Onderhoud onderwijsgebouwen en gymlokalen’ is daarom in 2015 opgeheven. Hiervoor is de voorziening ‘Onderhoud gymnastieklokalen’ in de plaats gekomen. De instandhouding van gymnastieklokalen blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De onderlegger hiervan is de MOP 2015-2024 Gymnastieklokalen.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Overige gebouwen
Beleidskader
Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MOP’s) opgenomen. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen ‘De Weijert’, gemeentelijke monumenten en woningen. De gemeentelijke gebouwen inspecteren we periodiek voor het actualiseren van de MOP’s.

Financiële gevolgen voor de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd. Het onderhoud aan de accommodatie Buitendienst is geminimaliseerd vanwege (mogelijke) verbouwplannen in 2020.

 

Sport en ICT

Sportaccommodaties
Beleidskader
Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst te Oosterwolde en sporthal de Bongerd te Haulerwijk) met dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Voor de andere B (= het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar. SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteed aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal te Appelscha voor een periode van 10 jaar.

Financiële gevolgen voor de jaarrekening
Op basis van de MOP's 2017-2026 van de B's, is de jaarlijkse dotatie van € 144.000 per 2017 in de onderhoudsvoorziening stopgezet. Het planmatig onderhoud wordt conform de MOP uitgevoerd. In 2018 zijn de MOP's geactualiseerd.

 

Sportterreinen
Beleidskader
Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. Om tot een gelijkmatige verdeling van de veldrenovaties te komen, is in 2013 een MOP 2014-2018 (renovatieplan) grassportvelden opgesteld. U heeft in 2016 besloten het sportcomplex Waskemeer met een wetraveld uit te breiden.

Financiële gevolgen voor de jaarrekening
De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden zijn afgestemd op de beschikbare middelen. Bij de vaststelling van de Programmabegroting 2014-2017 is besloten vanaf 2014 jaarlijks voor de renovatie van grassportvelden (1 toplaag) € 45.000 (incl. BTW) beschikbaar te stellen. De kosten voor het specialistisch onderhoud van het wetraveld Waskemeer is voor rekening van de gemeente.

De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. Er is een aanvraag ingediend voor een uitgebreide omgevingsvergunning voor het sportcomplex Waskemeer. Na het succesvol verlopen van het dit proces kan het wetraveld worden gerealiseerd.

 

ICT
Beleidskader
De afgelopen jaren zijn Rijksprogramma’s zoals iNUP en dienstverleningsconcepten zoals ‘Overheid geeft Antwoord' leidend geweest voor de ontwikkelingen op het gebied van digitale dienstverlening. Hieraan gerelateerde investeringen waren vooral gericht op het verbeteren van ICT-basisvoorzieningen en -registraties (de ‘bouwstenen’ zoals de Basisregistratie Personen en de Basisregistratie Adressen & Gebouwen) en het verbeteren van werkprocessen en ICT-systemen.

‘Digitale overheid 2017’ en ‘Digitale Agenda 2020’ zijn de nieuwe richtinggevende programma’s. Deze programma’s maken deel uit van het nieuwe OWO Informatiebeleidsplan 2017-2020. Dat beschrijft de verdere richting van de informatievoorziening van de gemeente(n). De verdergaande digitalisering vraagt daarnaast continue onderhoud en aandacht voor beveiliging en beschikbaarheid van systemen. Ook het borgen van het prestatieniveau van de ICT-systemen blijft zeer belangrijk voor ons. Om deze uitdagingen te kunnen waarborgen op financieel gebied, zijn in het meerjarig investeringsplan ICT/Dienstverlening onder andere de vervangingsinvesteringen opgenomen. Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland hanteren zo veel mogelijk eenzelfde schema, zodat we inkoopvoordelen kunnen halen. We onderzoeken nog hoe we tot een OWO ICT-begroting en vervangingsschema kunnen komen.

Naast het Informatiebeleidsplan werken we met een I&A Jaarplan. Hierin zijn de meer projectmatige activiteiten opgenomen, zoals het harmoniseren van het applicatielandschap van (OWO) vakafdelingen. Werkzaamheden op dit gebied worden sinds 2015 vanuit een centraal OWO-team uitgevoerd.

Financiële gevolgen voor de jaarrekening
De ICT-projecten zijn afgestemd op de beschikbare middelen. De exploitatiekosten blijven onverminderd hoog, onder andere door hoge licentiekosten. Door jaarlijks eventuele overschotten over te hevelen (zoals met u is afgesproken), kunnen we tekorten in latere jaarschijven opvangen. Zo lijken de middelen vooralsnog voldoende om onze ambities te realiseren en de exploitatie te dekken. Het is nog niet duidelijk wat het effect van een gezamenlijke OWO ICT-begroting is. Eventuele tekorten (of overschotten) verantwoorden we in de voor- of najaarsrapportage. Of we betrekken ze bij de Programmabegroting.

 

Paragraaf 4 | Financiering

Paragraaf 4 | Financiering

De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken.

 

Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Algemene beleidslijn
De financiële verordening Ooststellingwerf 2017 is door u op 20 februari 2018 vastgesteld. In artikel 13 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

 

Risicobeheer
Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2019 bedraagt € 5,8 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2019 van afgerond € 68,4 miljoen). Zoals onderstaand overzicht aangeeft zijn wij in 2019 onder de gestelde norm gebleven. 

Renterisiconorm
De renterisiconorm is bedoeld om te voorkomen dat wij in een bepaald jaar geconfronteerd worden met, in verhouding tot de vaste schuld, forse renteherzienings- en herfinancieringsproblemen. De norm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Voor Ooststellingwerf bedraagt de renterisiconorm € 13,7 miljoen. Dit betekent dat in 2019 de som van de vaste geldleningen waarvan de rente wordt herzien en de noodzakelijke herfinancieringen beneden de € 13,7 miljoen moet blijven. Onderstaand schema laat zien dat de renterisiconorm niet is overschreden. 

x € 1.000
Kasgeldlimiet Rekening
2019
Kasgeldlimiet aanvang begrotingsjaar 5.810
Omvang vlottende schuld
1e kwartaal -2.914
2e kwartaal -758
3e kwartaal 336
4e kwartaal 493
x € 1.000
Rente risiconorm Rekening
2019
Rente risiconorm 13.672
Aflossingen en renteherzieningen
Reguliere aflossingen geldleningen 5.000
Geldleningen met renteherzieningen 0
Totaal Aflossingen en renteherzieningen 5.000
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 8.672

Leningenportefeuille

Opgenomen gelden
Het aandeel van de geldleningen opgenomen ten behoeve van de woningbouw is ca 6% per ultimo 2019. Deze leningen zijn doorgeleend met een opslag op het rentepercentage. Sinds 1999 zijn er geen leningen meer verstrekt aan woningbouwcorporaties. In 2019 hebben er alleen maar reguliere aflossingen plaatsgevonden. In september 2019 is er een lange financiering aangetrokken ter hoogte van € 20 miljoen tegen een rentepercentage van -0,065% (looptijd 10 jaar). Met deze financiering is de liquiditeitsbehoefte afgedekt en is er ook ruimte voor nieuwe investeringen. 

 

x € 1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Eigen leningen Woningbouw leningen
Bedrag Rente Bedrag Rente
Stand per 1 januari 22.600 1,80% 2.704 4,20%
Nieuwe leningen 23.000
Reguliere aflossingen -5.000 -64
Vervroegde aflossingen
Stand per 31 december 40.600 0,95% 2.640 4,23%

Het gemiddelde rentepercentage begin 2019 is als volgt berekend: rente 2019 / stand 1-1-2019. Het gemiddelde rentepercentage eind 2019: rente 2020 / stand per 31-12-2019. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is geen rekening gehouden met herfinanciering.

Uitgezette gelden
De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn, om in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we vordering af ten laste van het lopende boekjaar. 

 

x € 1.000
Leningenportefeuille uitgezette gelden Bedrag
Leningen aan woningcorporaties 2.640
MFC Oldeberkoop 247
Volkskredietbank 119
Sportverenigingen 16
Dorpshuizen 24
Stichting Stimuleringsfonds (verzilverleningen) 300
Stichting Stimuleringsfonds (stimuleringsleningen) 200
Stichting Stimuleringsfonds (blijversleningen) 60
Stichting Stimuleringsfonds (duurzaamheidsleningen) 700
Stichting Stimuleringsfonds (startersleningen) 300
Stand per 1 januari 2020 4.606


Overig

Schatkistbankieren
Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven het drempelbedrag van 0,75% van de begroting, moeten stallen bij het Rijk. Voor Ooststellingwerf betekent dit dat er gemiddeld een bedrag van € 513.000 (dit is 0,75% van het begrotingstotaal van € 68,4 miljoen) op de gezamenlijke bankrekeningen mag staan. Het saldo daarboven moeten we afstorten bij het Rijk. Zie de tabel in de bijlage voor het overzicht schatkistbankieren.

Liquiditeitsprognose
Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille de komende jaren verder kunnen afbouwen door het aantrekken van deels fix en/of lineaire leningen.

Renteschema
Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en Verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen. Elk jaar moet bij de jaarrekening de werkelijke doorbelaste rentelasten worden vergeleken met de voorgecalculeerde doorbelaste rentelasten. Als de afwijking meer dan 25% is dan moeten we overgaan tot correctie. In 2019 is dit niet het geval, zie onderstaande tabel.

 

x € 1.000
Renteschema 2019 Bedrag
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 530
b. De externe rentebaten (idem) -157
Saldo rentelasten en rentebaten 373
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend -16
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden -114
toegerekend
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor 116
is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden
toegerekend
-14
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 359
d1. Rente over eigen vermogen -
d2. Rente over voorzieningen -
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 359
e. De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag 0,6) -360
Renteresultaat op het taakveld Treasury -1

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

De gemeente Ooststellingwerf wil met lef en passie werken aan duurzame en toekomstbestendige initiatieven. Groot en klein, van binnen en van buiten de organisatie. Met een mentaliteit die gebaseerd is op daadkracht, op 'meer doen, minder praten'. Vertrouwen in de kracht van medewerkers én inwoners is de basis onder het (samen)werken. We willen meer faciliteren dan regisseren, initiatief van buitenaf omarmen en zo het woon- werk-, en leefklimaat in Ooststellingwerf op continue basis verbeteren.

 

Interbestuurlijk toezicht en Human Resource Management

Interbestuurlijk toezicht
We geven uitvoering aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht/Wabo, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie.


Human Resource Management

De uitvoering van het strategisch personeelsbeleid is in volle gang en zal een aantal jaren in beslag nemen. In 2019 lag het accent op de kwaliteit van de schriftelijke advisering als vervolg op het traject voor medewerkers rond de rolinvulling in de driehoek ambtenaar- college- raad. Dat traject is nog niet helemaal voltooid en zal begin 2020 worden afgerond. Daarnaast is aandacht besteed aan innovatie door de introductie van andere werkwijzen als Lean, plaats- en tijdonafhankelijk werken en is een start gemaakt met de introductie van programmamanagement.

 

Financiën, Planning & Control & Juridische kwaliteitszorg

Financiën, Planning & Control
De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol.

In 2019 is onderzoek gedaan naar de kostenbeheersing in het Sociaal Domein. De focus voor 2019 is jeugd geweest. Wij hebben aan u, als raadscommissie, op 7 mei 2019 een eindrapportage Taskforce Jeugd opgeleverd. Hierin zijn een aantal Quickwins opgenomen en mogelijkheden om de kosten te beheersen. Voor de begroting 2020 heeft u middelen beschikbaar gesteld om de besparingen te realiseren. In 2019 is gestart met de Taskforce WMO en in 2020 zal uitvoering worden gegeven aan de Taskforce Participatie.   

In 2019 is verder vormgegeven aan de digitalisering van de P&C Cyclus. De mogelijkheden om de voor- en najaarsrapportage uit te voeren binnen Pepperflow is hier 1 van. Verdere uitvoering vindt plaats in 2020. Door verder te digitaliseren kan het P&C proces efficiënter en effectiever worden uitgevoerd.

In 2019 is veel aandacht geweest voor het meerjarenbegrotingstekort vanaf 2020. In november 2019 hebben wij u een meerjarenbegroting 2020-2024 inclusief dekkingsplan kunnen presenteren die structureel in evenwicht is.

Juridische kwaliteitszorg
De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) van team Bedrijfsvoering zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. BJZ is verantwoordelijk voor de organisatie brede juridische kwaliteitszorg en juridische control.

Klachten
De informele aanpak die we in de klachtenprocedure hanteren blijft effectief. Het jaarverslag 2018 van de Klachtenfunctionaris vermeldt dat 75% van de binnengekomen klachten informeel is opgelost zonder tussenkomst van de klachtenfunctionaris. De klachten­functionaris spreekt hierover zijn waardering uit.

De klachtenfunctionaris is niet bevoegd voor de lichte hulpverleningstrajecten bij het Gebiedsteam. De Jeugdwet vereist hiervoor een klachtenregeling en een klachtencommissie. Dit is in Ooststellingwerf ingevuld door aansluiting bij de Klachtencommissie van Sociaal Maatschappelijk Werk Fryslân. Tot op heden is er nog geen klachtbehandeling door deze commissie geweest. Evaluatie is uitgesteld totdat er voldoende ervaringen zijn met klachtbehandeling door de Klachten­commissie van Sociaal Maatschappelijk Werk Fryslân.

Bezwaarschriften
De Algemene Kamer van de Bezwaarschriftencommissie spreekt in haar jaarverslag 2018 opnieuw haar waardering uit over de wijze waarop de bestuursorganen worden vertegenwoordigd. De Algemene Kamer herhaalt en benadrukt het belang van een goede motivering van besluiten. Ook in 2018 zijn geen voor bezwaar vatbare besluiten genomen die op veel weerstand gestuit zijn.

De Sociale Kamer vermeldt in het jaarverslag 2018 dat opnieuw bijna de helft van de ingediende bezwaren is ingetrokken. De Kamer merkt op dat de vertegenwoordiging van de het college over het algemeen van een goede kwaliteit is. De Kamer merkt op dat er sprake is van een afname van het aantal bezwaarschriften en dat, evenals in 2017, aandacht is gegeven aan de tijdige afhandeling van de bezwaren.

Opleidingen
In 2019 zijn verschillende interne juridische trainingen georganiseerd, naast vakinhoudelijke opleidingen, om de juridische kennis en kunde blijvend op peil te brengen of te houden.

 

Rechtmatigheid, Inkoop, Informatiebeveiliging en Privacy

Rechtmatigheid
Betrouwbaarheid en rechtmatig handelen binnen wet & regelgeving is een belangrijk punt voor de gemeente. Jaarlijks leggen we in het Interne Controle plan de uitvoering van de verbijzonderde interne rechtmatigheidscontrole vast. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen tijdig gesignaleerd en gecorrigeerd worden.

 

Inkoop
In 2019 is ter bevordering van lokale/regionale inkoop binnen de OWO een zogenoemde tussenstap opgenomen in het inkoopbeleid; dit houdt in dat er zo mogelijk lokaal, daarna OWO (“tussenstap””) en vervolgens regionaal wordt ingekocht. De besturen van de OWO commerciële clubs hebben hier positief op gereageerd. In het kader van Beter Aanbesteden heeft OWO meegedaan met de pilot betreffende evaluatie van de inkooptrajecten, het ontwikkelde evaluatieformulier wordt landelijk geïmplementeerd. In het najaar van 2020 wordt aan Beter Aanbesteden een OWO marktontmoetingsdag georganiseerd. Om de leveranciersrelaties te verbeteren is er een aanvang gemaakt met de implementatie van past performance en een leveranciersselectieleidraad. Om duurzaamheid gestalte te geven en onze voorbeeldrol hierin hebben we het manifest verantwoord inkopen (MVI) en het ambitie document Circulair Fryslân ondertekend.

Informatiebeveiliging en privacy

Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Ons informatiebeveiligingsbeleid is volledig gebaseerd op het treffen van passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG). In 2019 is er vanuit de VNG een begin gemaakt alle losstaande overheidsbaselines te vervangen door de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), zodat er één normenkader ontstaat voor gemeenten, provincies, waterschappen en rijk. Ten behoeve van de implementatie van de BIO hebben er inmiddels diverse bijeenkomsten plaatsgevonden om ons voor te bereiden op de verantwoordingssystematiek volgens dit nieuwe normenkader. De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Beveiliging van onze gegevens en sturen op houding en gedrag vraagt continu aandacht en investeringen. De gemeente heeft diverse instrumenten ingezet om de informatiebeveiligings- en privacybewustzijn te optimaliseren. De gemeente heeft in 2019 zichtbaar voldaan aan de normen die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van onze dienstverlening via DigiD en aan de specifiek normen die gelden voor de Basisregistratie Personen (BRP) en de waardedocumenten, Suwinet, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en Basisregistratie Ondergrond (BRO). 

Met de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn de eisen waaraan verwerkingen van persoonsgegevens moeten voldoen verscherpt. Burgers hebben het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. Ook hebben burgers het recht om gegevens uit de database te verwijderen, tenzij legitieme wettelijke vereisten dit voorkomen. De privacyrechten van burgers zijn daarmee uitgebreid en versterkt. Gegevensbescherming en privacy dringen door in alle processen binnen onze gemeentelijke organisatie. Privacy heeft een direct raakvlak met informatiebeveiliging en vraagt continue aandacht en investeringen. In 2019 hebben we zichtbaar gewerkt aan de inrichting van onze processen, systemen en interne organisatie conform de privacywetgeving. De gemeente beschikt over een register van verwerkingsactiviteiten. Deze wordt actueel gehouden om daarmee te voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. De Functionaris Gegevensbescherming houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels. 

Communicatie, ICT en OWO afdelingen

Communicatie
We zetten communicatie in om bij te dragen aan het realiseren van de doelstellingen van de raad, van het college en de doelstellingen van de gemeentelijke organisatie.

De gemeente is verantwoordelijk voor veel verschillende opgaven en werkt daaraan samen met inwoners, organisaties, bedrijven, onderwijs en andere belanghebbenden. We zetten in op dialoog en co-creatie. We spelen in op de belangrijke (online) trends en op een eenduidige positionering en profilering van de gemeente: zowel offline en online, in beeld, tekst en video. Het afgelopen jaar zijn er bijvoorbeeld bijna 20% meer volgers bij gekomen op Facebook.

Naast uitvoerende activiteiten werkt het cluster communicatie aan het stimuleren van communicatiebewustzijn en -vaardigheden van de hele organisatie. We zetten in op webcare in combinatie met het Klanten Contact Centrum. Steeds meer diensten kunnen online worden aangevraagd. We spelen een adviserende rol in de organisatieontwikkelingen en ontwikkelingen participatie. Communicatie richt zich op de diverse onderdelen als: Visie Sociaal Domein, duurzaamheid en dienstverlening. 

 

Informatie- en communicatietechnologie
De informatisering projecten uit het uitvoeringsjaarplan 2019 zijn conform planning uitgevoerd. Zoals afgesproken heeft monitoring van de voortgang en eventuele bijstelling van het uitvoeringsplan door de OWO-gemeenten op drie momenten in het jaar plaats gevonden. Invliegers vanuit de wetgeving zijn opgenomen en gefinancierd vanuit projecten die minder geld kostten dan oorspronkelijk geraamd. Voor 2019 was er een structureel investeringsbudget van € 150.000 per OWO-gemeente beschikbaar voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening.

De informatievoorziening draagt bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid. Dichtbij inwoners, bedrijven en recreanten. We creëren hiermee randvoorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een klantgerichte en effectieve dienstverlening aan inwoners en bedrijven.

 

OWO afdelingen: het fundament van onze samenwerking
De OWO samenwerking bestaat uit 3 afdelingen:

  • De afdeling Beheer & Registratie (Belastingen & Vastgoedinformatie en Backoffice Sociaal Domein) in Oosterwolde.
  • De afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk.
  • De afdeling Bedrijfsvoering in Wolvega.


Deze afdelingen zijn onlosmakelijk verbonden met deze gemeenten. De OWO-afdelingen bestaan uit ruim 140 fte die een substantieel van de werkzaamheden van de drie OWO-gemeenten uitvoeren. Zo dragen ze bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid.

In 2018 is vanuit de OWO-afdelingen aangegeven dat als gevolg van nieuwe dan wel veranderde wettelijke kaders (zoals Omgevingswet, 2e fase Basisregistratie Grootschalige Topografie, Algemene verordening persoonsgegevens) en gewijzigde omstandigheden de dienstverlening in kwantitatieve zin moet worden aangepast (groei totale personeelsbestand bijvoorbeeld). Dit heeft geleid tot in eerste instantie een incidentele uitzetting van budget in 2019. Bij de behandeling van de begroting 2020 is dit structureel gemaakt.

Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de OWO-afdelingen zich in voor de 4 K’s: Meer Kwaliteit, vergroten van Kennis, vermindering van Kwetsbaarheid en minder (meer)Kosten.

 

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

 

Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.


We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

 

SDF

Verband Gemeenschappelijke Regeling Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle 20 Friese gemeenten nemen deel in deze GR. Er vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats tussen gemeenten over (de uitvoer van) deze regeling in het portefeuillehouders overleg.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF) werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.
Financieel belang De centrumgemeente berekent de integrale kosten voor haar dienstverlening door aan gemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet. Onze bijdrage voor 2019 is begroot op € 92.000.
Verwachte omvang van het vermogen x € 1.000 Het resultaat wordt verrekend met de bijdragen van de gemeente. Er is daarom geen sprake van vermogen.
Verwachte resultaat x € 1.000 € 0 (2019)
Risico's Als het SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en controlcyclus van het SDF.

VRF

Verband Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Een gemeenschappelijke regeling met de 20 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn:
·         Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie portefeuillehouders);
·         Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen);
·         Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen;
·         Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) (3 Ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers).
Gemeentelijk belang en openbaar belang Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken. En het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen
Financieel belang Bijdrage 2019 € 2.324.931:
1. Gezondheid € 169.834
2. Jeugdgezondheidszorg € 755.694
3. Veiligheid € 77.148
4. Brandweer € 1.322.255
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 3.042 1-1-2018 € 54.158
31-12-2018 € 5.266 31-12-2018 € 49.980
Resultaat x € 1.000 € 1.874 (2018)
Risico's Als de VRF zich niet houdt aan afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF.

SW Fryslân

Verband Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Er nemen naast Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur: wethouder Bos
Gemeentelijk belang en openbaar belang De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Voor de toekomst heeft de GR besloten de WSW verantwoord en versneld af te bouwen, met aandacht voor de positie van de huidige werknemers. Dit doen we door een gezamenlijk beschutwerkbedrijf (met 8 deelnemende gemeenten) in stand te houden. Nieuwe activiteiten van Caparis N.V. komen niet voor rekening van de aandeelhouders. Verder streeft de GR naar het terugdringen van het subsidie- en exploitatietekort bij Caparis N.V. Vanaf 1-1-2020 zijn de activiteiten van de GR veranderd waarbij er geen sprake meer is van de uitvoering van de WSW. Door de gemeente is een DVO (dienstverleningsovereenkomst) afgesloten met Caparis voor de uitvoering van deze activiteiten. Vanaf 2020 is daarom ook geen bijdrage aan de GR meer.
Financieel belang Onze exploitatiebijdrage voor de GR SW Fryslân voor 2019 bedraagt € 3.315.000
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
01-01-2018 € 625 01-01-2018 € 6.394
31-12-2018 € 600 31-12-2018 € 5.661
Resultaat x € 1.000 € 0 (2018)
Risico's Als gemeente lopen we het risico dat het subsidietekort oploopt in de komende jaren. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Recreatieschap

Verband Recreatieschap Drenthe te Diever
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle 12 Drentse gemeenten nemen deel. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak. Het is het instrument waarmee gezamenlijke acties kunnen worden ondernomen, beleidszaken kunnen worden afgestemd en gemeentegrens-overschrijdende zaken kunnen worden opgepakt. Individuele vraagstukken kunnen bovengemeentelijk (en daardoor in breder verband) worden opgepakt. “Samen is meer dan de som der delen”.
Financieel belang Bijdrage 2019: € 75.100
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 670 1-1-2018 € 685
31-12-2018 € 665 31-12-2018 € 1.222
Resultaat x € 1.000 € 5 (2018)
Risico's De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De bijdrage is beperkt en de regeling heeft een financieel gezonde positie.

FUMO

Verband Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân.
Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen.
Financieel belang Bijdrage 2019 € 244.950
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 6 1-1-2018 € 3.883
31-12-2018 € 647 31-12-2018 € 4.241
Resultaat x € 1.000 € 448 (2018)
Risico's De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De FUMO vult een organisatie in op basis van uitgangspunten en een bedrijfsplan uit 2012. Intussen is gebleken dat die uitgangspunten niet meer actueel zijn. Dit verhoogt het risico van financiële tekorten in de aanloopfase. Diverse gemeenten, waaronder de OWO-gemeenten, hebben in een zienswijze aan de bel getrokken en dringend gevraagd om uiterst sober en zuinig te opereren. We voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan.

Hûs en Hiem

Verband Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) te Leeuwarden
Gemeenschappelijke regeling
Deelnemers Een Gemeenschappelijke Regeling van deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. Vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang De commissie Ruimtelijke Kwaliteit Hûs en Hiem, welstandadvisering en monumentenzorg heeft als doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeente te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland. Betrokken gemeenten moeten op grond van de nieuwe Omgevingswet een onafhankelijke commissie benoemen die zich uitspreekt over verbouwingen, sloop of verplaatsing van rijksmonumenten. Daarnaast adviseert deze commissie ook over meer kwaliteitsvragen dan monumenten alleen.
Financieel belang Voor de dienstverlening biedt de gemeente geen vergoeding aan deze GR. Leges die de GR - Hûs en Hiem bij de gemeente in rekening brengt worden één op één doorberekend naar de aanvrager. De Gemeenschappelijke Regeling is budgetneutraal.
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 322 1-1-2018 € 94
31-12-2018 € 369 31-12-2018 € 120
Resultaat x € 1.000 € 2 (2018)
Risico's In feite loopt de gemeente geen risico. Kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het teruglopen van de bouwactiviteiten in relatie tot de financiële crisis zoals we die in de afgelopen jaren hebben ervaren. Dit risico kunnen we verminderen door in te spelen en actief te reageren op ontwikkelingen en toekomstprognoses in de begroting. Zo kunnen we daar waar nodig bijsturen of zelfs maatregelen afdwingen om de kosten dekkend te maken voor de komende jaren. Dit alles conform de eisen en voorschriften zoals die zijn gesteld in de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem.

Caparis

Verband Caparis NV te Drachten
De herstructurering van Caparis is afgerond. Wij zijn geen eigenaar meer per 31-12-2019. Vanuit de verkoop van onze aandelen Caparis N.V. en de verrekening van de fair deal hebben wij een bedrag ontvangen van € 517.000

Omrin

Verband Omrin:
a. Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN) te Leeuwarden
b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden
Vennootschappen en Coöperaties
Invloed Gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Omrin (Afvalsturing en Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald.
Financieel belang Aandelenkapitaal:
a. € 54.457
b. € 46.807
Het uitbetaalde dividend over 2018 bedraagt € 567 (Afvalsturing) en € 3.705 (NV Fryslan Miljeu)
Omvang van het vermogen x € 1.000 a. Eigen vermogen: a. Vreemd vermogen
1-1-2018 € 48.680 1-1-2018 € 160.130
31-12-2018 € 50.585 31-12-2018 € 152.203
b. Eigen vermogen: b. Vreemd vermogen
1-1-2018 € 7.908 1-1-2018 € 16.979
31-12-2018 € 8.414 31-12-2018 € 16.324
Resultaat x € 1.000 a. € 2.026 (2018)
b. € 1.192 (2018)
Risico's De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.

BNG

Verband N.V. Bank Nederlandse gemeenten te Den Haag
Vennootschappen en Coöperaties
Gemeentelijk belang en openbaar belang De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De burgemeester van Ooststellingwerf vertegenwoordigt de gemeente.
Financieel belang 18.720 aandelen a € 2,50 nominaal. Het dividend over 2018 is € 53.352
Vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 4.687.000 1-1-2018 € 135.185.000
31-12-2018 € 4.991.000 31-12-2018 € 132.518.000
Resultaat x € 1.000 € 464.000 (2018)
Risico's De onderkende risico’s voor de verbonden partij zijn minimaal. BNG publiceert op hun website het risicoprofiel. Daaruit blijkt dat door de topratings de bank in staat is tegen lage prijzen geld aan te trekken op de geld- en kapitaalmarkt. De BNG hanteert een strak kapitalisatiebeleid. De bank heeft een gezonde financiële positie.

SBMVO

Verband Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde
Stichtingen en Verenigingen
Gemeentelijk belang en openbaar belang De stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed beheert en exploiteert en houdt de voorziening (= de Kampus) in stand voor de huidige gebruikers (= het Stellingwerf College, Kunst & COO en de Openbare Bibliotheek). Maar ook voor culturele evenementen en overige activiteiten in het openbaar belang en voor de inwoners van Ooststellingwerf. De Stichting is volle eigenaar en is verantwoordelijk voor de meerjarige instandhouding van de Kampus.
Financieel belang De gemeente staat garant voor een lening van € 1 miljoen.
Vermogen x € 1.000 Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
1-1-2018 € 48 1-1-2018 € 1.052
31-12-2018 € 59 31-12-2018 € 1.057
Resultaat x € 1.000 € 11 (2018)
Risico's Een risico is dat de Stichting door onvoorziene omstandigheden zijn taak niet meer kan uitvoeren (bijvoorbeeld als een van de huidige gebruikers ophoudt te bestaan). Dit risico wordt beperkt doordat indien nodig bestuurlijk overleg plaatsvindt. Daarnaast ontvangen wij als gemeente jaarlijks het jaarverslag van de Stichting, dat we aan de gemeenteraad ter decharge voorleggen. Ooststellingwerf staat garant voor de lening van € 1.000.000. Uit de jaarrekening van de Stichting blijkt dat de stand van de liquide middelen samen met de activa ongeveer 1,5 keer de hoogte van de lening is. Daarom is het financiële risico voor ons gering.

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Grondbeleid

De gemeente is van actief grondbeleid overgegaan naar facilitair grondbeleid. Daarbij is de nadruk komen te liggen op de uitvoering van de wettelijke taken: volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (RO). De gemeente heeft vanuit de Woningwet de volkshuisvestelijke taak. De RO taak is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening uit hoofde van de procedures van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Faciliterend grondbeleid gaat uit van "gebiedsontwikkeling door derden". Uit Hoofdstuk 6.4 Wro vloeit voort dat het kosten verhaal daarbij verplicht is. De gemeente stelt het bestemmingsplan vast waarbij de kosten van gemeenschapsvoorzieningen worden verhaald. Dit gebeurt door het sluiten van een (anterieure) overeenkomst. Als dat niet lukt dient er een exploitatieplan opgesteld te worden.

 

Algemene beleidslijn

Het realiseren van gebiedsontwikkeling en volkshuisvesting vraagt om een op maat gesneden aanpak. De aanpak die in de Woonvisie 2017-2022 voorstaat, is om het beleid verder uit te werken in (flexibele) uitwerkingsagenda’s. Het grondbeleid staat ook in het kader van de Woonvisie. In de toekomst moeten we meer aandacht hebben voor het 'managen' van de gevolgen van de demografische ontwikkelingen. De komende 10 jaar zet de vergrijzing door. We krijgen een periode van woningverdunning als gevolg van een veranderde samenstelling van onze bevolking. Dit heeft gevolgen voor onze in te zetten grondposities. De grondposities hebben we nu (grotendeels) aangewend voor zonnepaneelvelden.

 

Doelstelling
Nu de Woonvisie is vastgesteld zal ook de Nota grondbeleid hierop worden aangepast. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.” De nieuwe Nota grondbeleid zal in het kader staan van de uitvoering (instrumenteel) van de Woonvisie.

De wijze waarop we het grondbeleid uitvoeren
Extern: het grondbeleid is gericht op:

  • ruimtelijke kwaliteit
  • het stimuleren van plaatselijke economie
  • het inzetten op duurzaamheid
  • het opstellen van economisch beleid
  • het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid
  • vraaggerichte aansluiting bij lokale initiatieven

Intern: Het grondbeleid aanpassen aan de trends en ontwikkelingen in de samenleving.

  • richt het grondbedrijf zich primair op de volkshuisvestelijke en wettelijke taken uit de Wro
  • voldoet het grondbedrijf aan de kwaliteitscriteria van het BBV
  • heeft het grondbedrijf een interne bezetting (fte) met voldoende kennis en kunde (functies) om de regie goed uit te kunnen voeren
  • is het grondbedrijf robuust, toekomstbestendig, gericht op continuïteit en in staat om te anticiperen op conjuncturele ontwikkelingen
  • is het grondbedrijf financieel transparant en gezond (inzet op maximale terugverdiencapaciteit)
  • heeft het grondbedrijf nieuwe dwarsverbanden met de leefbaarheid

Alles is te herleiden naar de ambities die we als gemeente nastreven. De uitkomst is de uiteindelijke realisatie van de gemeentelijke ambitie.

 

Uitvoering

Woningbouwopgave
De corporaties Actium en WoonFriesland hebben op korte termijn geen plannen meer om nieuwe huurwoningen te bouwen. Ook heeft Actium aangegeven dat ze woningen afstoot (op beperkte schaal) en oog heeft voor verbetering van hun huurwoningen. Wel heeft Actium het plan opgevat om alle woningen in het Haerenkwartier te slopen en daarvoor in de plaats duurzame woningen te bouwen. Dit is een enorme opgave. Met de corporaties zijn prestatieafspraken gemaakt. Particuliere initiatieven voor woningbouw lopen. In Oosterwolde is de Elsjeshof woonrijp gemaakt. In Elsloo liggen nog gronden op voorraad. In Langedijke is door grote belangstelling op dit moment geen kavel meer vrij. In Donkerbroek-West zijn inmiddels kavels verkocht en nog enkele kavels beschikbaar.

De Woonvisie geeft de (cijfermatige) onderbouwing van de woningbouwprognose. Hoewel de inschattingen op de demografische ontwikkelingen enigszins fluctueren, is de algemene trend dat Ooststellingwerf een anticipeer gemeente is. We moeten kijken naar de langere termijn effecten van nieuwe woningbouw. Het is noodzakelijk dat het uitvoeringsprogramma met deze inzichten rekening houdt. Ook zien we dat particuliere initiatieven zijn gestart (zoals het miniatuurpark te Appelscha, de Wrongel te Oosterwolde en Sinnesicht te Haulerwijk), waarbij de gemeente begeleidt.

 

Complexen grondexploitatie
Actief grondbeleid wordt facilitair grondbeleid.
De gemeente zal hiervoor de nadruk leggen op facilitair grondbeleid. Voor de lopende complexen lopen we binnen de exploitatie toch nog wel enig risico doordat rentelasten verder doorlopen in een langere exploitatie. Dit ligt vooral in het afzettempo van de woningbouwgrond.

We zijn zeer terughoudend met de aankoop van grond, we zijn immers afgestapt van het actief grondbeleid. Temeer omdat een aankoop nagenoeg gelijk wordt gevolgd door een afwaardering. De gronden die door de gemeente zijn aangekocht behouden we na afwaardering. De reden daarvoor is dat we ze gebruiken voor zonnepaneelvelden.

Ontwikkelingen niet-woningbouw

  • Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord: het plan zet in op de verbetering van de openbare ruimte en het faciliteren van particulier initiatief.
  • Masterplan Regio Appelscha: het plan voorziet in maatregelen om recreatie en toerisme te stimuleren.


Bedrijventerreinen

  • Oosterwolde Venekoten: Hier zijn nog enkele stroken bedrijfsterrein beschikbaar.
  • Het Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord zet in op de revitalisering van het gebied Venekoten-Noord.
  • Oosterwolde Ecomunity: dit is een particulier initiatief, gericht op de realisatie van een hoogwaardig duurzaam bedrijvenpark met een kenniscentrum.
  • Haulerwijk De Turfsteker: in Haulerwijk is nog een gedeelte van het bedrijventerrein beschikbaar.

 

Grondexploitatie

Gelet op de kaveluitgifte is 2019 een redelijk succesvol jaar geweest. We zien dat na stagnatie in de verkopen nu een positieve wending is opgetreden. Kaveluitgifte stand van zaken per februari 2020:

  • Langedijke: 11 verkocht; 2 optie; 0 vrij
  • Elsloo: 8 verkocht; 1 optie; 2 vrij
  • Donkerbroek West: 6 verkocht; 1 optie; 3 vrij
  • Waskemeer: 4 verkocht

Particuliere ontwikkelingen
Buiten de gemeentelijke grondexploitatie zijn er in 2019 voorbereidingen getroffen voor een aantal belangrijke woningbouwontwikkelingen voor onze gemeente.

  • In Haulerwijk is het project Sinnesicht gestart waarin zowel bungalows als appartementen worden gerealiseerd.
  • In Oosterwolde is op het terrein waar voorheen coöperatieve zuivelindustrie “De Zuid-Oost-Hoek” was gelegen, het woningbouwproject de Wrongel gestart.
  • In Appelscha is op het voormalige terrein van het miniatuurpark, nu gelegen aan de nieuwe straat met de naam “Het Oldehof”, gestart met “het project Klein Appelscha” met zowel koopwoningen als (zorg)woningen.

 

Winstnemingen grondexploitatie
Voor de lopende complexen hebben we geen hoog risico. In overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de winsten die genomen konden worden (inclusief de winst bij afsluiting van de complexen) toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG).

Bij verkoop van gronden (kaveluitgifte) wordt de gemeente ook geconfronteerd met de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting verrekenen we met het betreffende complex.

 

Algemene reserve grondexploitatie
Het doel van de ARG is om de winsten van de complexen toe te voegen en over deze reserve te beschikken indien een complex niet kostendekkend is (een soort vereveningsfonds). Ook renteverliezen ten gevolge van een langere looptijd van een complex komen ten laste van de reserve. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie is het op peil houden van de reserve van essentieel belang.

We hebben in 2019 een tussentijdse winst van € 234.000 (2018: € 420.000 en 2017: € 550.000). Na de jaarlijkse actualisatie van de ARG kan € 339.000 vrijvallen ten gunste van het resultaat. De stand van de reserve is per 31-12-2019 € 2.073.000. Naast een bedrag van € 341.000 als ARG, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 1.732.000 beschikbaar.

Budget strategische aankopen
Het budget strategische aankopen is feitelijk een jaarlijks mandaat van de gemeenteraad aan het college om snel strategische aankopen te kunnen doen. Het budget strategische aankopen wordt nu geregeld in artikel 16 van de Financiële verordening gemeente Ooststellingwerf. Daarin is bepaald dat het college strategische aankopen kan verrichten tot een bedrag van € 1.000.000 per jaar. De voorwaarden om het krediet aan te mogen spreken staan in de ‘Nota Grondbeleid’ (zie artikel 16 financiële verordening 2017 Ooststellingwerf ex artikel 212 Gemeentewet). 

Meerjarenbegroting grondexploitatie

Per complex (woningbouwgronden en industriegrond) houdt de gemeente een exploitatie bij waarin de huidige stand van zaken is opgenomen en een prognose wordt gegeven over de verdere looptijd van de exploitatie (doorgaans 10 jaar). Voor de resultaten hanteren we de in het BBV voorgeschreven POC-methodiek.

PAS en PFAS
Er zijn geen bouwprojecten stil komen te vallen als gevolg van de PAS. Globaal valt te zeggen dat er wel vertraging is opgetreden bij sommige bouwprojecten als gevolg van de PAS, maar in onze gemeente zijn hierdoor geen projecten komen te vervallen. Voor Pfas is (nog) geen nieuw beleid. Dus er is niets veranderd ten opzichte van het verleden. Dat betekent dat grondtransporten nu nog steeds moeten zijn voorzien van de voorgeschreven documentatie (lees: bodemonderzoeken).

Paragraaf 8 | Gebiedsuitwerking

Gebiedsuitwerking

De maatschappij is altijd in beweging. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de beleidslijn ingezet van een terugtredende overheid naar meer initiatief voor de maatschappelijke instellingen. Deze paragraaf geeft inzicht in de veranderende maatschappelijke setting, om het voorzieningenniveau en de (fysieke en sociale) leefbaarheid ook in de toekomst in stand te houden. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Ook stimuleren we dorpen om meer samen te werken.

 

Algemene beleidslijn

Blik op de toekomst
Het primaat van de inrichting van de maatschappij komt meer bij de inwoners te liggen. De term participatiemaatschappij begint steeds meer te beklijven. Inwoners krijgen en nemen ook vaker het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Als gevolg hiervan neemt de zeggenschap van inwoners toe.

In 2019 is de Visie op Samenleven vastgesteld. Hierin zijn opgenomen de 4 opgaven; Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed opgroeien. 

Coalitieakkoord "Saemen aan de slag"
Sinds mei 2018 is het Coalitieakkoord 2018-2022 "Saemen an de slag" van kracht. Eén van de speerpunten is het in stand houden van de leefbaarheid van alle kernen. Initiatieven vanuit de bevolking worden waar mogelijk ondersteund. De gemeente wil daarin een actieve rol spelen. Plaatselijke belangen, wijk- en bewonerscommissies en andere belangenverenigingen zoals de "Onafhankelijke Seniorenvereniging Ooststellingwerf" (OSO) en stichting "DO" en energie coöperatie "De Eendracht" zullen nog meer worden betrokken bij het reilen en zeilen in onze gemeente. Niet alleen signaleren en aandragen van onderwerpen, maar ook actief bij de totstandkoming van besluitvorming en het uitvoeren van plannen, ieder vanuit zijn specifieke rol; met de juiste facilitering.

Uitvoeringsprogramma 2018-2022
Het Uitvoeringsprogramma 2018-2022 is een integrale vertaling van de voornemens uit het Raadsprogramma 2018-2022 en het Coalitieakkoord 2018-2022. U heeft op 17 juli 2018 ingestemd met het verwerken van het uitvoeringsprogramma (inclusief met moties en amendementen) in de Programmabegroting 2019-2022. Speerpunten hierin om de leefbaarheid te borgen zijn het in standhouden van de dorpsbudgetten voor alle inwoners, de vervolgstap om actief in te zetten op Participatie en het continueren van Het Fonds in de periode 2018-2021.

In 2019 zijn de wijk- en dorpsbudgetten gecontinueerd en het tweede jaar van Het Fonds is in uitvoering gebracht. 26 projecten van de 42 aangevraagde projecten zijn gehonoreerd waaronder een aanvraag vanuit het regiobudget ten behoeve van de regio Appelscha. Participatie van de inwoners wordt ondersteund in 2019 door een tweetal opbouwwerkers van de stichting Scala vanuit de pilot extra opbouwwerk voor de dorpen. Dit naar aanleiding van de dorpsgesprekken in het kader van de visie ontwikkeling Sociaal Domein. 

Omgevingswet
De geplande datum van in werking treden was aanvankelijk 1 januari 2021 maar recent is deze datum weer uitgesteld. De Omgevingswet stelt het vaststellen van een omgevingsvisie wettelijk verplicht; de vaststelling van de visie stond gepland voor eind 2020/begin 2021 maar zal waarschijnlijk hierdoor ook doorschuiven. Als deze visie door de raad is vastgesteld vervalt de huidige Structuurvisie 2010-2020-2030 en de daaraan gekoppelde notitie Platteland aanzet.

Er is een programmamanager Omgevingswet aangesteld die verantwoordelijk is voor de implementatie van de wet op programmatische wijze. De omgevingsvisie is een project dat valt onder dit programma. Voor de uitvoering van dit specifieke project is een projectleider aangesteld.

Beleid
In het voorjaar van 2012 is de notitie ‘Platteland aanzet’ (Kaders gebiedsuitwerkingen) vastgesteld, met als doel het waarborgen van de leefbaarheid en de kwaliteit van de voorzieningen. Deze notitie is een uitvloeisel van de Structuurvisie 2010-2020-2030; Ooststellingwerf, de grenzeloze toekomst. Deze is op 15 september 2009 vastgesteld. In deze visie komen drie relevante zaken naar voren:

  • De demografische veranderingen;
  • De voorzieningen voor de inwoners;
  • De indeling van de gemeente in vier overlappende gebieden.


U heeft in het voorjaar van 2012 ook kennisgenomen van de notitie “Voortgang pilot dorpsagenda’s / gebiedsagenda’s” en ingestemd met de gewijzigde aanpak in het vervolgtraject (= versnellen en vereenvoudigen). Doel hiervan is de toegankelijkheid en de kwaliteit van de voorzieningen te waarborgen, de samenwerking tussen de dorpen te stimuleren en het opstellen van dorps- en gebiedsagenda’s in de vier gebieden. De notitie stoelt op de volgende uitgangspunten:

  • Dorpsagenda’s focussen op leefbaarheid op dorpsniveau;
  • Notitie “Platteland aanzet” geeft gemeentelijke kaders en uitgangspunten;
  • Gebiedsagenda’s focussen op het delen van voorzieningen door de dorpen in een gebied;
  • Het opstellen van dorpsagenda’s versnellen en vereenvoudigen;
  • Versneld opschalen naar gebiedsagenda’s.


In april 2018 heeft u ingestemd met de notitie 'Participatie in Ooststellingwerf, samen aan de slag!'. Centraal hierbij is de vraag: Hoe kunnen we de kracht van de gemeenschap optimaal benutten voor het invoeren van alle vormen van participatie? Dit willen en zullen we ook toepassen het uitvoeren van nieuwe en bestaande beleidsdoelstellingen. Burger- en overheidsparticipatie krijgen de komende periode een stevige verankering in het gemeentelijk bestel. We willen een gemeente zijn die dicht bij de inwoner staat en als betrouwbaar en betrokken wordt ervaren. Door gebruik te maken van de diverse participatievormen, gaan we de mogelijkheden van het particulier initiatief nog meer stimuleren.

In het najaar van 2019 is in het OPO overleg afgesproken dat er met ingang van 2020 wordt gestopt met de gebiedsagenda's.

Gebiedsbeleid

Gebiedsagenda’s (Programma 3, Thema 3.4 Bouwen & Wonen)
In 2013 zijn in samenwerking met de vier gebieden vier gebiedsagenda’s opgesteld.

  • Oosterwolde;
  • De kanaal- en wegdorpen tussen Haulerwijk en Oosterwolde (gebied Haulerwijk);
  • Tussen het Drents-Friese Wold en het Fochtelooerveen (gebied Appelscha);
  • Tussen de Tjonger en de Lende (gebied Oldeberkoop).


Op 10 verschillende thema’s is aangegeven welke voorzieningen belangrijk zijn voor het behoud van de leefbaarheid in de dorpen:

  • Woonomgeving;
  • Wonen;
  • Verkeer en bereikbaarheid;
  • Recreatie en toerisme;
  • Sport en ontspanning / voorzieningen;
  • Werkgelegenheid / bedrijvigheid;
  • Onderwijs;
  • Zorg;
  • Cultuur en historie;
  • Duurzaamheid.


Door het opstellen van de gebiedsagenda’s is het besef ontstaan dat niet de individuele dorpen, maar de vier gebieden de entiteit zijn waar in de toekomst de gesprekken en de afspraken met de gemeente plaatsvinden. De gebiedsagenda’s gelden daarbij als kader voor de afstemming met de gebieden over de 10 thema’s. De wijze van communiceren werken wij verder uit.

De naamstelling in de regio-overleggen is gewijzigd. In april 2015 zijn tijdens het overleg van de Overkoepelende Plaatselijke Belangen Ooststellingwerf (OPBO) inhoudelijke en procedurele afspraken gemaakt over de invulling.

In het najaar van 2019 is in het OPO overleg afgesproken dat er met ingang van 2020 wordt gestopt met de gebiedsagenda's.

 

Dorpsbudgetten (Programma 2, Thema 2.1.3)
Vanaf 2011 ontvangt elk dorp en de vier wijken in Oosterwolde een eigen budget (€ 1.000 per dorp/€ 250 per wijk + € 1 per inwoner). Dit is bedoeld om de sociale samenhang en de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van de dorpen en wijken te stimuleren. Maar ook voor het ondersteunen van activiteiten en projecten op het niveau van dorpen en wijken. De dorpsbudgetten voorzien in een behoefte en functioneren naar volle tevredenheid. Bij de Programmabegroting 2018-2021 zijn de dorpsbudgetten structureel verhoogd met € 25.000 tot € 65.000.

De dorpen/wijken zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding, zonder tussenkomst van de gemeente. In het samenwerkingsverband met betrekking tot het Project Dorps- en Wijkbeheer is Caparis geen partij meer omdat vanaf oktober 2017 negen medewerkers van Caparis in dienst bij Stichting Werk Ooststellingwerf zijn gekomen. Het project wordt nu georganiseerd door de Buitendienst en de dorpen/wijken.  

Het team dorps- en wijkbeheer is er om de dorpen te ondersteunen met het treffen van maatregelen en het onderhouden van voorzieningen in de openbare ruimte. De dorpen en wijken kunnen hun opdrachten en wensen kenbaar maken, die - zoveel als mogelijk is - door het team worden uitgevoerd. Vanaf 2017 is de zogenaamde strippenkaart niet meer in gebruik omdat dit zorgde voor veel administratieve werkzaamheden.

In 2019 zijn de wijk- en dorpsbudgetten gecontinueerd.

Participatie (Programma 4, Thema 4.4)
Door het toepassen van overheidsparticipatie streven we het volgende na:

  • Toename van betrokkenheid van onze inwoners bij vraagstukken in hun dorp/wijk
  • Toename van ervaren zeggenschap en eigenaarschap en (3) toename van het lerend vermogen van de gemeentelijke organisatie.


In 2018 (aanloopjaar) is een budget beschikbaar van € 250.000. Voor 2019-2021 is een gemiddeld jaarlijks budget van € 500.000 beschikbaar. De budgetten zijn inclusief uitvoeringskosten. Vanaf 2020 gaat het participatiebudget over in de reserve Ambitiefonds.

Het Fonds (Programma 4, Thema 4.5)
In 2018 en 2019 is er een pilot met regiobudget van € 50.000 geweest. De regio's konden dat gebruiken voor dorps overstijgende plannen. Evaluatie en de aanwezigheid van plannen bij de overige regio's leidt wel of niet tot een vervolg van het regiobudget. Voor de periode 2018-2021 is € 250.000 per jaar beschikbaar voor Het Fonds.

In 2019 heeft de tweede tender van Het Fonds plaatsgevonden. Er zijn 42 aanvragen ingediend, 26 projecten zijn gehonoreerd. Daarmee is het budget van € 250.000 besteed. Vanuit het regiobudget van € 50.000 is een aanvraag vanuit de regio Appelscha gehonoreerd.

Bottum-up projecten in relatie tot de Streekagenda Zuidoost Fryslân (Programma 3, Thema 3.1.1)
Het project Plattelânsprojecten is gestopt en vervangen door het Iepen Mienskipsfûns. De gemeentelijke cofinanciering is vervallen, maar de doelstelling is niet gewijzigd.

De Streekagenda Zuidoost Fryslân is opgesteld door vijf gemeenten (Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf), alsmede het Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân. De Streekagenda geeft focus aan de uitvoering van projecten voor de ontwikkeling van Zuidoost op regionale schaal. Het is een groeimodel voor een regionale gebiedsgerichte aanpak en samenwerking, met als doel een leefbaar platteland. Het is ook een middel om de regionale samenwerking en gebiedsgerichte aanpak verder te versterken, met als doel de regio sterker en mooier te maken. Als overheden onderling, maar ook met maatschappelijke partners.

De streekagenda heeft een looptijd tot en met 2019. De betrokken gemeenten zijn van mening dat het een succesvol instrument is om de leefbaarheid in de streek te borgen en hebben het college van GS schriftelijk verzocht de streekagenda te continueren. Daarnaast is er een regio-deal ingediend bij het rijk.

Aanvalsplan Aandachtsgebieden/gelden Benedictus (Programma 1, Thema 1.3 Participatie)
In 2011 is het project Aanvalsplan Stimuleringsregeling Aandachtsgebieden Fryslân gestart met een doorlooptijd tot 2024. Dit project is gericht op de wijken Haerenkwartier en Oosterwolde-Zuid. Het omvat een integrale aanpak van de problematiek op fysiek en sociaal terrein in deze wijken, in samenspraak met de bewoners. Het project is vanaf 2017 verlengd. Deze integrale aanpak passen we ook in Haulerwijk toe in relatie tot het project 'Het Betrokken Dorp', met een looptijd van 2017 t/m 2019. Voor 2020 en verder komt er naar verwachting weer subsidie beschikbaar voor aandachtsgebieden.

In 2019 zijn de verschillende projecten vanuit deze regeling voortgezet in de aandachtsgebieden Haerenkwartier en Haulerwijk. Oosterwolde Zuid wordt niet meer aangemerkt als aandachtsgebied. In het Haerenkwartier wordt een totale renovatie/nieuwbouw van de wijk uitgevoerd. In het najaar van 2019 is een nieuwe subsidieaanvraag neergelegd bij de provincie voor de periode 2020-2023.

Financiën

In lijn met de begroting 2020 is ervoor gekozen om geen financiële tabel van deze paragraaf op te nemen, omdat deze weinig toevoegt.

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

In september 2017 heeft u de Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 vastgesteld. Dit is een doorstart van het Milieubeleidsplan 2010-2016. Op basis van ervaringen en resultaten zijn de doelen en ambities aangescherpt. We werken de versnellingsagenda uit in een programma duurzaamheid, waarbij de focus komt te liggen op energie, klimaatadaptie en Biobased Economy. Als gevolg van het Klimaatakkoord zijn landelijke doelstellingen op het gebied van duurzame energie vertaald naar strategieën (Regionale Energie Strategieën) om deze doelstellingen te bereiken.

Energie

Doelstelling: een duurzame, energieneutrale gemeente in 2030 (Programma 3, Thema 3.3.1)
In 2030 gebruiken we niet meer energie dan we zelf duurzaam opwekken. We gebruiken zo spaarzaam mogelijk energie en als we energie gebruiken, doen we dat zo efficiënt mogelijk. Energie wekken we duurzaam op, met zo min mogelijk uitstoot van CO2. Door energieneutraal te worden, verlagen we onze CO2-uitstoot substantieel. Om onze doelstelling te behalen, moeten we flink versnellen. We blijven daarom inzetten op energiereductie en het duurzaam opwekken van energie.

Om onze ambitie te realiseren, zetten we in op grootschalige opwekking van zonne-energie, verduurzaming van de bebouwde omgeving en onderzoeken we de mogelijkheden van kleinschalige windenergie en gaan met de provincie in overleg over de mogelijkheden van plaatsing van kleine windmolens bij een brede doelgroep. We verbinden en onderzoeken de mogelijkheden voor lokale energienetwerken (Smart Grids) 1). Opslag van energie is daarin ook een onderwerp van groot belang. Nieuwe duurzame vormen van mobiliteit dragen bij aan onze verduurzaming en houden ons gebied ook in de toekomst voor iedereen bereikbaar. We volgen de ontwikkelingen op dit gebied en stimuleren waar mogelijk. We maken gebruik van laagrentende leningen om duurzame maatregelen te stimuleren. Verder willen we waterstofgas als energiedrager verder ontwikkelen en faciliteren een onderzoek naar de ontwikkeling van een waterstof conversiefaciliteit op het Ecomunitypark te Oosterwolde. Om inzichtelijk te krijgen welke maatregelen noodzakelijk zijn om onze ambitie voor 2030 te halen, ontwikkelen we een energietool. Wij werken samen met andere Friese gemeenten in een zogenaamde RES-regio uit het klimaatakkoord. In september 2019 heeft u daartoe het startdocument ondertekend.

1) Smart grid is een elektriciteitssysteem dat gebruikmaakt van informatie, tweerichtingsverkeer, communicatietechnologieën en computerintelligentie op een geïntegreerde manier voor elektriciteitsopwekking, -distributie en -consumptie.

Afval als grondstof

Doelstelling: een duurzaam schone leefomgeving, niet meer te verbranden restafval dan 100kg per inwoner per jaar én 75% recyclen van het ingezamelde afval in 2020 (Programma 3, Thema 3.3.2)
We zetten in op meer scheiding en minder restafval. ‘Diftar’ en nascheiding blijven. Om te komen tot een eerlijke afrekening van de afvalstoffenheffing en om inwoners te stimuleren afval beter te scheiden, en vooral geen gft-afval meer in de ‘Sortibak’ te doen, zijn we per 2019 gestart met afrekenen op gewicht (Diftar+). De ‘Biobak’ wordt niet gewogen; hiervoor houden we vast aan het € 1,- tarief per lediging. Versnellen is nodig om onze doelstellingen vóór 2020 te halen.

Samen met inwoners, plaatselijke belangen en buurtcommissies blijven we inzetten op een schone en veilige leefomgeving. Vooralsnog worden projecten en acties met betrekking op de leefomgeving zoals aanpak zwerfafval en hondenpoep gecontinueerd. Aan de hand van resultaten van de ‘Leefbaarometer’ sturen we bij.

Biobased Economy

Doelstelling: ontwikkelen van een Biobased economie (Programma 3, Thema 3.1.2)
Op dit moment is de Biobased Economy wereldwijd gezien een ‘bewegend doel’. Er bestaat geen stappenplan of handboek dat voorschrijft hoe men zo’n economie ontwikkelt. Om als gemeente toch grip te krijgen op deze ontwikkeling, hebben we concrete doelstellingen geformuleerd voor 2020. Deze zijn beschreven in het ‘Uitvoeringsprogramma Biobased Economy’. Het programma omvat 50 projecten en 40 verschillende partners.

Inmiddels zijn de eerste projecten afgerond, lopen een aantal projecten en zijn nieuwe opgestart. Deze dragen bij aan duurzame innovaties op het gebied van Agro & Food, Bouw & Materiaaltoepassingen en Recreatie & Toerisme binnen onze gemeente. Voorbeelden zijn het haalbaarheidsonderzoek naar een voedselbos waarin voedselproductie en natuur hand-in-hand gaan; het ontwikkelen van een applicatiecentrum voor bio-composieten waarin innovatieve bouwmaterialen getest worden door lokale en regionale bouwbedrijven; en het trainen van vijf tot tien horecaondernemers om met streekproducten en seizoensgebonden producten te werken, inclusief de logistiek hieromtrent.

Biodiversiteit

In onze gemeente wordt het nieuwe biodiversiteitsbeheer op steeds meer plekken zichtbaar. Bijvoorbeeld door verschraling van onze bermen en de aanleg van bloemrijke bermen. We willen meer samenwerken met inwoners en ondernemers om biodiversiteit onder de aandacht te brengen en te bevorderen. Ook het Wetterskip Fryslân is een partner; biodiversiteit is immers meer dan alleen groen. We continueren ons huidige beleid, maar zetten in op versnelling van uitvoering van projecten en acties. Voor dit onderwerp stellen we een uitvoeringsagenda 'Biodiversiteit’ op.

Financiën

x € 1.000
Financiën paragraaf 9 Duurzaamheid
Eenmalig
Biobased Economy (budget € 300.000 voor 2019-2021) 51
Biodiversiteit 20
Structureel
Millennium en fairtrade 0
Aanpak zwerfvuil- himmelwike 4
Milieu-educatie 7
Uitvoeringsplan extra aanpak zwerfafval (tot en met 2022) 47
Bijdrage Afvalfonds Verpakkingen 2019 -30
Budget milieubeleid 89
Opbrengst retributie zonnepaneelvelden -127
Daarnaast ook:
Duurzaamheidslening (refundable) 287
Stimulering duurzame initiatieven (refundable) 0