Meer
Publicatiedatum: 29-07-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale heffingen

Inleiding

De gemeente stuurt rekeningen voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en reinigingsheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen.

Inkomsten

In onderstaande tabellen vindt u het totaal van de lokale heffingen en leges en de specificatie hiervan.

 

x € 1.000
Lokale heffingen en leges Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2017 Begroting Begroting 2018
leges 940 839 826 820 - 5 N
lokale heffingen 9.341 9.554 9.247 11.724 2.477 V
Totaal 10.281 10.394 10.072 12.545 2.472 V
x € 1.000
Lokale heffingen Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2017 Begroting Begroting 2018
3.1 Thema Economische ontwikk.
Toeristenbelasting 240 253 253 259 6 V
Reclamebelasting 45 43 43 41 - 1 N
3.3 Thema Milieu
Baatbelasting 0 - - - -
Rioolheffing (gecombineerd) 2.807 2.921 2.703 2.718 15 V
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 2.005 2.249 2.023 2.042 20 V
6.3 Thema Financiën
Onroerende zaakbelasting eigenaren 2.670 2.551 2.677 2.679 2 V
Forensenbelasting 72 78 77 72 - 5 N
Precariobelasting 1.246 1.232 1.232 3.673 2.441 V
Onroerende zaakbelasting gebruikers 255 229 240 239 - 1 N
Totaal 9.341 9.554 9.247 11.724 2.477 V
x € 1.000
Leges Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2017 Begroting Begroting 2018
3.2 Thema Openbare ruimte
Verharding 5 - - 9 9 V
3.4 Thema Bouwen en wonen
Bestemmingsplannen 44 25 25 19 - 6 N
6.2 Thema Dienstverlening
Drank en horeca 24 - - 13 13 V
Omgevingsvergunningen, baten 385 360 400 343 - 57 N
Rijbewijzen / reisdocumenten baten 467 432 379 419 40 V
Burgerlijke stand / huwelijk 14 13 13 15 2 V
Secretarieleges/dienstverlening baten 1 6 6 2 - 5 N
6.3 Thema Financiën
IP Bedrijfsvoering algemeen 1 - - 1 1 V
IP Huisvesting en werkplek 0 3 3 - - 3 N
Totaal 940 839 826 820 - 5 N

Bijzonderheden en ontwikkelingen

Precariobelasting
Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd (dat deel voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven gaat onder de vrijstellingen vallen). Voor gemeenten die op 10 februari 2016 een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022. Dat geldt ook voor Ooststellingwerf. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 structureel geraamd in de begroting tegen het door u vastgestelde tarief van € 2,18 per m1. Door een ruiling van netwerken is de grondslag voor heffing gewijzigd. Op basis van de eigen opgave van de metrages zijn de naheffingsaanslagen over de jaren 2016 tot en met 2019 opgelegd. Er is bezwaar aangetekend tegen de aanslagen. Zolang de aanslagen nog niet definitief zijn wordt deze opbrengst gereserveerd.

Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Voor het belastingjaar 2018 worden, zoals elk jaar, nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor de heffing van de onroerendezaakbelasting, gebaseerd op het prijspeil 1 januari 2017. De waardepeildatum ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals hypotheekverstrekking, successierechten en door notarissen gebruikt. Per 1 oktober 2016 is het mogelijk om als burger via de Landelijke Voorziening WOZ inzicht te krijgen in de WOZ-waarden van andere panden. Het Kadaster beheert deze Landelijke Voorziening.

Basisregistraties
Vanaf 1 juli 2011 geldt het verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (de BAG). Deze verplichting geldt dus ook voor de uitvoering van de Wet WOZ. In de gemeentelijke WOZ processen spelen de in de BAG opgenomen gegevens over adressen, oppervlakten en bouwjaren een belangrijke rol. De koppeling tussen de WOZ en de BAG is in december 2016 gerealiseerd. Halverwege 2016 zijn de Basisregistratie Kadaster (BRK) en de aansluiting van het Handelsregister (NHR) gerealiseerd. Per 1 april 2016 is de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) aangesloten op de Landelijke Voorziening. Momenteel wordt de BGT gekoppeld aan het beheren van de openbare ruimte (BOR).

Ontwikkelingen
Het kabinet is bezig met hervorming en herziening van het belastingstelsel voor lokale overheden. Er kan een verschuiving plaats vinden van rijksbelastingen naar gemeentebelastingen. Daarbij komen de 'kleine' belastingen te vervallen. Dit heeft onder andere impact (korting) op de inkomsten uit het Gemeentefonds en consequenties voor de wetgeving. Daarnaast zijn er voorstellen gedaan om het gemeentelijk belastinggebied te verruimen. Bijvoorbeeld door de invoering van een ingezeteneheffing en de wederinvoering van het gebruikersdeel OZB voor woningen.

In oktober 2017 is het nieuwe regeerakkoord tot stand gekomen en er staat niets in over de hervorming van het lokale belastinggebied. Wat wel is opgenomen is de duurzaamheid in belastingen. De opgaven liggen vaak niet op het bord van één overheidslaag, maar wordt er gezamenlijk opgetrokken op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en wereldniveau.  Er wordt gekeken naar bestaande regelgeving en de duurzaamheidsknelpunten die zich daar bij voor kunnen doen. 

Omgevingswet
Het Kabinet is in 2011 begonnen met een grote stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet heeft ook gevolgen voor bestaande verordeningen, beleidsregels, nadere regels en besluiten. De wet dient in te gaan op 1 januari 2021. De geo-informatie moet op orde zijn, zowel van de BAG als de BGT.

Belastingsoorten

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De jaarlijkse macronorm stelt een maximum aan extra OZB-inkomsten die gemeenten in het komende jaar mogen ophalen. Voor 2018 is op 29 maart 2018 in het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen de macronorm op 3,1% vastgesteld. Het kabinet wil samen met de VNG komen tot een woonlastennorm (bericht uit 2016). Daartoe zal door de werkgroep die het evaluatierapport over de macronorm OZB heeft opgesteld, de variant van woonlastennorm verder worden uitgewerkt. Hier is tot nu toe verder niets over bekend.

Woningwaarderingstelsel
De Tweede Kamer heeft de motie van het lid Monasch over aanpassing van het woningwaarderingstelsel per 1 oktober 2015 aangenomen. Per 1 januari 2006 was namelijk de gebruikersbeschikking WOZ voor de huurder verdwenen. Met deze aanpassing wordt dit gerepareerd en krijgen de huurders weer belang bij de verkrijging van de WOZ-waarde. Vanaf 2016 kan een huurder bezwaar maken tegen de hoogte van de WOZ-waarde. Aanpassing van de waarde kan dan doorwerken in de hoogte van de huur. De uitvoeringskosten die gemeenten moeten gaan maken voor bijvoorbeeld de bezwaarprocedure dekt het Rijk niet. In 2017 heeft één inwoner bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschikking en in 2018 zijn twee bezwaren ontvangen van huurders tegen de WOZ beschikking.

Rioolheffing
In maart 2015 heeft de Raad het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In het GRP 2015-2019 is aangegeven welke kosten gemoeid zijn met de rioleringstaken van de gemeente en op welke wijze deze gedekt worden. Uit dit kostendekkingsplan is de hoogte van de rioleringsheffing voor de komende 5 jaar bepaald. In 2017 is het kostendekkingsplan geactualiseerd vanwege gewijzigde wet- en regelgeving. Het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing is vanaf 2018 verlaagd.

Leges
Het onderzoek naar de kostendekkendheid van de omgevingsvergunningen is door u op 26 januari 2016 besproken. De aanbevelingen van de Rekenkamercommissie zijn hierbij meegenomen. De leges omgevingsvergunningen zijn voor de jaren 2016-2019 gebaseerd op 75% kostendekking. Hierbij is rekening gehouden met wettelijke kaders en rechtelijke uitspraken. 

Overige legestarieven: de legestarieven zijn afhankelijk van de tijdsbesteding, de maximale tarieven, de loonkosten en andere directe kosten. De bezorgkosten voor de paspoorten en ID kaarten zijn van € 15 (in de proefperiode) verlaagd naar € 6,95 in september 2018. 

Toeristenbelasting
Op advies van het recreatieschap Drenthe is het tarief van de toeristenbelasting de afgelopen jaren gefaseerd in lijn gebracht met onze omliggende Drentse gemeenten. Dit in het kader van de harmonisatie van de tarieven van de toeristenbelasting. Het voorgestelde tarief van het recreatieschap – een tariefstijging van € 0,05 per jaar voor de komende 5 jaar – heeft u niet overgenomen. Het tarief voor de toeristenbelasting voor 2013 en 2014 is op 19 oktober 2010 vastgesteld door de Raad op € 1,00 per persoon per overnachting. Dit tarief gold ook voor 2018.

Forensenbelasting
Onder de naam “forensenbelasting” heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). 

Baatbelasting
Vanaf 2018 worden er geen aanslagen Baatbelasting meer verstuurd. De verordeningen, dus ook de looptijd van invoering en aanslagopleggingen, zijn beëindigd.

Afvalstoffenheffing
Voor het ophalen en verwerken van afval vraagt de gemeente aan inwoners een vergoeding. Dit noemen we afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht) en een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden (Diftar). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. Het Rijk heeft per 1 april 2014 een afvalstoffenbelasting ingevoerd van € 13,- per ton restafval. Deze belasting wordt voor de helft doorgerekend. 

In de raadsvergadering van 25 september 2018 bent u akkoord gegaan met het invoeren van Diftar+ voor de Sortibak per 1 januari 2019. Diftar+ houdt in dat er per gewicht en frequentie wordt afgerekend. De Diftar afrekensystematiek voor de Biobak is niet gewijzigd.

Reclamebelasting
De Raad heeft op 14 december 2010 besloten tot de invoering, per 1 januari 2011, van reclamebelasting. De reclamebelasting houdt in dat de ondernemers een vast bedrag per jaar betalen. De gemeente legt deze belasting op en stort na aftrek van 5% beheerkosten de opbrengsten in een fonds. Met deze baten kunnen de ondernemers evenementen en activiteiten ontplooien, gericht op promotie en het zorgen voor een aantrekkelijk winkelklimaat van het centrum van Oosterwolde.

Kwijtschelding
We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen cum annexis, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten: onroerende zaakbelasting en toeristen- en forensenbelasting zijn hierbij uitgesloten. De kwijtschelding aan ondernemers, rekening houdend met de kosten voor kinderopvang en de doelgroep 65-plussers, zijn per 1 januari 2012 toegevoegd aan het beleid.

Kostendekking

Toelichting kostendekking
In de bijlage van de jaarstukken is een overzicht met taakvelden opgenomen. Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc. Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead voor taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval en riolering. 

Berekening van kostendekkendheid
In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten verantwoord op het taakveld mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (65%) en van de binnendienst (86%). Voor de reinigingsheffing is € 186.446 onttrokken uit de reserve lastenverlichting. De mutaties in de reserves zijn niet in onderstaande tabel verwerkt. De aanwending van de rioleringsvoorziening voor de exploitatie is wel verwerkt in de lasten van het taakveld. 

x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Rioolheffing Realisatie Rioolheffing (taakveld 7.2) Begroting Reinigingsheffing Realisatie Reinigingsheffing (taakveld 7.3)
(taakveld 7.2) (taakveld 7.3)
Kosten
Kosten 2.333 2.160 2.422 2.485
Inkomsten -29 -31 -507 -592
Netto kosten taakveld 2.304 2.129 1.916 1.893
Toe te rekenen kosten
Overhead 309 336 108 120
Kwijtschelding 46 45 90 81
Rente -1 -1
Dubieuze debiteuren 7 7 10 10
Watergangen 25 25
BTW 230 176 126 126
Totaal toe te rekenen kosten 617 589 333 335
Totale kosten 2.921 2.718 2.249 2.229
Opbrengst heffingen -2.921 -2.718 -2.249 2.042
Dekkingspercentage 100% 100% 100% 92%
x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Omgevingsvergunning titel 2 Realisatie Omgevingsvergunning titel 2 Begroting Leges burgerzaken titel 1 en titel 3 RealisatieLeges burgerzaken titel 1 en titel 3
Lasten
Lasten 328 323 399 365
Baten 0 0 0 0
Netto lasten 328 323 399 365
Toe te rekenen lasten
Overhead 211 215 118 100
Totaal toe te rekenen lasten 211 215 118 100
Totale lasten 539 538 517 465
Opbrengst heffingen -425 -362 -454 -459
Dekkingspercentage 79% 67% 88% 99%
De berekening van kostendekkendheid is op basis van kosten van verkochte producten (met name tijdsbesteding per product) waarvoor we legesopbrengsten ontvangen.

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging over te gaan. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken.

Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 31 december 2018 € 22,181 miljoen. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 14,296 miljoen (exclusief het bodembedrag van € 3 miljoen) en de bestemmingsreserves van € 7,885 miljoen. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 12,116 miljoen. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal domein € 2,074 miljoen en de Algemene reserve grondexploitatie € 2,157 miljoen vanaf.

De benodigde weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 22,181 miljoen is er nog de algemene buffer van € 3 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinde-regelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

Grondexploitaties: Hiervoor is de reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. 

Open einde regelingen: De belangrijkste openeinde-regelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico’s binnen het Sociaal Domein (WMO, jeugd en participatie) zijn gedekt door de reserve Sociaal Domein. Bij 2.4 staat een aparte toelichting hierover. Het risico in het kader van de WWB nemen we mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit (risico nummer 2).

Verbonden partijen: Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw.

Algemene beleidslijn

Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserve. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risicobeheersing
Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:

  • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg);
  • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, treasurystatuut);
  • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits);
  • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).


Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.

Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel:

Categorie Kans op voorkomen Kwantitatief Financieel gevolg
1. < of 1 keer per 10 jaar 10% Geen geld gevolgen
2. 1 keer per 5-10 jaar 30% < € 25.000
3. 1 keer per 2-5 jaar 50% > € 25.000 - € 100.000
4. 1 keer per 1-2 jaar 70% > € 100.000 - € 500.000
5. 1 keer per jaar of meerdere keren per jaar 90% > € 500.000

Kwantificeerbare risico's

De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2019 is € 34.000 hoger. Dat heeft de volgende oorzaken: 

  • De algemene uitkering is lager waardoor het risico op bijstelling van de algemene uitkering ook lager is (€ -13.000).
  • De verwachte voorschotten vanuit het BTW CompensatieFonds zijn lager, de begroting is daarop aangepast. Zorg voor een lager risico (€ -63.000).
  • Wijzigingen in risico's gerechtelijke procedures (€ + 109.000).
Nr. Risico en beheersmaatregel Kans op voorkomen risico Financieel gevolg Benodigde weerstands-capaciteit
1a. Risico: vangnet-uitkering wordt niet toegekend - - -
Toelichting risico: Het risico is dat we niet voldoen aan de voorwaarden waardoor we geen vangnetuitkering ontvangen. Voor 2018 is dit risico nihil omdat we geen aanspraak op de vangnetuitkering behoeven te doen.
1b. Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is 2 4 € 103.000
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. In de begroting is al rekening gehouden met een tekort van 3,2%. Het risico gaat over het resterende mogelijke tekort.
Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk.
2. Risico: bijstelling algemene uitkering gemeentefonds (AU) - - € 417.000
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door.
3. Overschotten in BTW compensatiefonds (BCF) 3 4 € 112.500
Toelichting risico: Als er overschotten zijn in het BCF worden deze (in het lopende jaar) toegevoegd aan het gemeentefonds. De verwachte voorschotten hebben we voor 50% meegenomen in de meerjarenraming. Voor 2019 gaat het om € 350.000.
Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we. Als er nieuwe informatie is over het BCF dan verwerken we deze in de begroting.
4. Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen 1 3 € 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restantschuld te voldoen.
Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie.
5. Risico: garanties woningbouwcorporaties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ nog worden aangesproken.
Beheersmaatregel: het door het waarborgfonds verstrekte overzicht beoordelen we en daarnaast beoordelen we bij een individuele aanvraag de situatie.
6. Risico: National Hypotheek Garantie 1 4 € 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties.
Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties.
7. Risico: overige garanties 1 5 € 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs.
Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties.
8. Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie 5 4 € 90.000
Toelichting risico: Bij (gedeeltelijke) leegstand lopen de exploitatiekosten van het gebouw door terwijl de inkomsten wegvallen. De exploitatie van de M.F.A’s komt daarmee onder druk te staan. Op dit moment is er (gedeeltelijk) leegstand in MFS de Boekebeam door het opheffen van obs Dalton Mst van Hasseltschool en bij MFA de Samensprong.
Beheersmaatregel: in 2013 is de ‘Visienota toekomst basisonderwijs in Ooststellingwerf’ door u vastgesteld, waarin de mogelijkheden staan voor het toekomstig onderwijslandschap. In maart 2012 is de notitie ‘platteland aan zet’ door u vastgesteld waarin de kaders zijn geschetst van het na te streven voorzieningenpeil.
9. Risico: diverse gerechtelijke procedures 5 4 € 540.000
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt.
Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims.
10. Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers - - PM
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt.
TOTAAL € 1.387.500

Risico's Sociaal Domein

Binnen het Sociaal Domein zijn diverse risico’s, hieronder staan de belangrijkste risico’s.

Jeugd en WMO

  • In 2021 wordt een wijziging op de Jeugdwet van kracht betreffende het woonplaatsbeginsel. Op dit moment vallen jeugdigen, waarvoor geldt dat zij onder voogdij zijn gesteld of ouder zijn dan 18 jaar én in een jeugdhulpinstelling of pleeggezin verblijven, financieel onder de gemeente waar de jeugdige verblijft. Na de wetswijziging vallen deze jeugdigen financieel onder de gemeente waar zij woonden voordat zij verhuisden naar een jeugdhulpinstelling of pleeggezin. Dit zou kunnen leiden tot meerkosten voor onze gemeente, maar het verdeelmodel van de jeugdhulpgelden wordt ook aangepast. Hoeveel kinderen uit onze gemeente dit betreft, is bij ons niet bekend. In 2019 zal het ministerie inzicht verschaffen in de financiële effecten van de wetswijziging.
    Ingeschat risico: PM
  • De landelijke tendens is dat de zorgkosten voor de Jeugd blijven toenemen.
    Ingeschat risico: PM
  • Het werkelijke inzicht in de lasten (voor met name Jeugd regionaal) is nog niet goed in beeld. We zijn afhankelijke van derden. Dit beeld wordt bevestigd doordat we zelfs nu nog rekeningen krijgen van instellingen over 2016 en 2017.
    Ingeschat risico: PM
  • Het Rijk heeft samen met gemeenten een traject gestart om de verdeelsystematiek van het Sociaal domein aan te passen. Dit heeft waarschijnlijk gevolgen voor de verdeling per 2021. Dit kan voor- of nadelig voor Ooststellingwerf zijn.
    Ingeschat risico: PM
  • In 2018 is gestart met trajectfinanciering bij Jeugdhulp. Dit is iets geheel nieuws. De verwachting is dat dit een positief effect zal hebben voor de mensen, maar het financiële effect is nog niet bekend.
    Ingeschat risico: PM
  • Per 2019 is het abonnementstarief WMO ingevoerd. Iedereen die een eigen bijdrage in de WMO betaalt, gaat een vast maandbedrag van € 17,50 betalen. Het risico is dat dit tarief een aanzuigende werking gaat hebben op de zorgvraag.
    Ingeschat risico: PM
  • Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de WMO een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het Centraal Administratiekantoor (CAK). De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door deze systematiek heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de WMO geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen krijgen.
    Ingeschat risico: PM

Participatiewet
Met de Participatiewet is de instroom in de Sociale Werkvoorziening Fryslân (SW) gestopt. De gemeenten kiezen ervoor om de Participatiewet niet gezamenlijk uit te voeren via de uitvoeringsorganisatie voor de sociale werkvoorziening (Caparis). Dit maakt een herstructurering en verantwoorde versnelling noodzakelijk in de afbouw van Caparis. De wijze waarop dit plaatsvindt is momenteel in onderzoek.

Ook worden we geconfronteerd met oplopende kosten als gevolg van het jaarlijks oplopend verschil tussen de rijksbijdrage en de werkelijke SW-loonkosten (het zogenaamde subsidietekort van Caparis). De subsidie per arbeidsplaats (SE) loopt van € 23.500 over 2019 terug tot € 23.095 in 2021. Dit tekort is verwerkt in de begroting.

Financiële kengetallen

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten.

Kengetallen Rekening 2017 Begroting 2018 Rekening 2018
Netto schuldquote 42% 49% 40%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 36% 46% 35%
Solvabiliteitsratio 39% 33% 39%
Structurele exploitatieruimte -1% 0% 0%
Grondexploitatie 4% 1% 3%
Belastingcapaciteit 91% 91% 93%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) -2.203 -2.521 -836

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen en financiële positie

Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente goed is. Het jaren geleden ingezette financiële beleid heeft er toe geleid dat de financiële positie is versterkt.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich tussen de 0% en 100%. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. Boven de 100% blijft er weinig leencapaciteit over om de gevolgen van financiële tegenvallers (door bijvoorbeeld een economische recessie) op te vangen. De netto schuldquote is vrijwel gelijk aan de netto schuldquote in de jaarrekening 2017.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit gemiddeld is.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 3% geeft aan dat het risico voor ons niet hoog is. 

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Coelo publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 93% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de woonlasten.

EMU-saldo
De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat wij (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die wij dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de totale sector overheid mag niet hoger uitkomen dan 3% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor 2018 is negatief.

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Financiële consequenties

In onderstaande tabel staan de financiële consequenties van de kapitaalgoederen per programma. 

x € 1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening Primitieve Actuele Rekening Verschil
2017 Begroting Begroting 2018
2. Welzijn & educatie
Huisvesting onderwijs -2.347 -1.482 -1.517 -1.530 - 13 N
Welzijn- en sportaccommodaties -903 -815 -1.073 -820 253 V
3. Ruimtelijke & economische ontwikk.
Verhardingen -1.531 -1.335 -1.580 -1.461 118 V
Bruggen en oevervoorzieningen -62 -63 -103 -108 - 5 N
Verkeersvoorzieningen -315 -338 -280 -247 33 V
Openbaar Groen -543 -581 -597 -500 96 V
Rioleringen -1.680 -1.877 -1.659 -1.665 - 7 N
Rioolheffing 2.758 2.864 2.646 2.664 18 V
Baatbelasting 0 - - - -
6. Bestuur & Dienstverlening
Automatisering -1.151 -1.045 -1.068 -1.043 24 V
Totaal onderhoud kapitaalgoederen -5.774 -4.670 -5.230 -4.712 518 V

Wegen, kunstwerken en verlichting

Wegen
Beleidskader
De gemeente maakt bij het beheer van haar wegen gebruik van een wegbeheersysteem dat een CROW-keurmerk voor wegbeheer heeft (CROW staat voor Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek).

De MOP (Meerjarenonderhoudsplanning) Wegen 2018-2022 is in 2018 vastgesteld. De onderhoudswerkzaamheden voor deze planperiode zijn afgestemd op het jaarlijks beschikbare budget. Ze zijn uitgevoerd op basis van de zogeheten vastgestelde minimumvariant. Met deze minimumvariant wordt de levensduur van de verharding zo lang mogelijk verlengd (in afwachting van groot onderhoud), zonder dat dit leidt tot (meer) onveilige situaties en/of (terechte) aansprakelijkheidsstellingen. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van MOP. Het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) is in 2013 door u vastgesteld.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Civieltechnische kunstwerken
Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties. Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (met name bruggen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten, worden regelmatig geactualiseerd en aangevuld.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Openbare verlichting
Beleidskader
De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting (OV) worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Binnen de MOP OV 2018-2022 (13 maart 2018 vastgesteld in de raad) wordt alle traditionele openbare verlichting vervangen door LED. Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de stichting ‘OV Fryslân’. De stichting ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Groen, riolering en gebouwen

Groen
Beleidskader
Op 24 januari 2012 is de Notitie Groenbeleid 2011 door u vastgesteld. Hierin is de groenstructuur voor de 13 dorpen van onze gemeente vastgelegd. Met het groenstructuurplan is inzichtelijk gemaakt welk belangrijk groen in de leefomgeving aanwezig is. Ook is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten. Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een groenbeheersysteem. Dit systeem wordt gebruikt om op basis van landelijke normen (IMAG-normen) te bepalen hoeveel uren nodig zijn en welk budget nodig is om het onderhoud aan de groenvoorzieningen uit te voeren. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Riolering
Beleidskader
In maart 2015 is het Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019 (GRP 2015-2019) vastgesteld. In dit plan zijn de ambities van de gemeente op het gebied van de invulling van de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht vastgelegd. Evenals welke activiteiten we moeten uitvoeren om deze ambities te halen. Ook is aangegeven welke kosten hiermee gemoeid zijn en op welke wijze deze gedekt worden. De rioolheffing hoeft, buiten de inflatiecorrectie, niet te stijgen gedurende de periode 2015-2019. Samen met het GRP 2015-2019 is een besparingsnotitie voorgelegd. Daarin staat omschreven op welke wijze we (in samenwerking met Weststellingwerf en Opsterland) vormgeven aan de besparingsopgave die in het Nationaal Bestuursakkoord Waterketen (2010) is vastgelegd. De resultaten van deze besparingsnotitie zijn verwerkt in het kostendekkingsplan dat bij het GRP 2015-2019 hoort. In september 2017 heeft het ministerie van Milieu en Waterstaat het Deltaplan Klimaatadaptatie uitgebracht. In 2018 is dit onderwerp het zwaartepunt bij het uitvoeren van de gemeentelijk riolerings- en watertaken geweest. 

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De in het GRP 2015-2019 aangegeven kosten worden gedekt door de inkomsten van de rioolheffing. Het GRP 2015-2019 is de basis voor de gemeentelijke begroting. In 2017 is een geactualiseerd kostendekkingsplan vastgesteld door de Raad. Op het tarief van 2018 is een korting gegeven van 7,5 %. De inkomsten vanuit de rioolheffing worden gebruikt om investeringen in de vrijvervalrioleringen direct af te boeken, om de exploitatielasten te dekken en om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden. De uitwerking van het Deltaplan Klimaat adaptatie past nu binnen de huidige begroting. Het doel is om in het volgende GRP de klimaatadaptatie strategie van Ooststellingwerf vast te leggen en de financiële gevolgen daarvan in beeld te brengen.

Gymnastieklokalen
Beleidskader
Per 1 januari 2015 is het "onderhoud buitenkant" van de onderwijsgebouwen overgeheveld naar de schoolbesturen. De voorziening "Onderhoud onderwijsgebouwen en gymlokalen" is daarom in 2015 opgeheven. Hiervoor is de voorziening "Onderhoud gymnastieklokalen" in de plaats gekomen. De instandhouding van gymnastieklokalen blijft een gemeentelijke verantwoordelijkheid. De onderlegger hiervan is de MOP 2015-2024 Gymnastieklokalen.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De MOP 2015-2024 in relatie tot de jaarschijf 2018 is uitgevoerd.

Overige gebouwen 
Beleidskader
Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is in verschillende meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) opgenomen, en/of is gebaseerd op dagelijks noodzakelijk (preventief en contracten) onderhoud. Het betreft de volgende gebouwen: het gemeentehuis, de gemeentewerf, het overslagstation, de Kompaan, molen de Weijert en gemeentelijke monumenten. De gemeentelijke gebouwen worden periodiek geïnspecteerd voor het actualiseren van de MJOP's. De reserve "onderhoud gebouwen bedrijfsvoering" is omgevormd naar een onderhoudsvoorziening op basis van de vastgestelde beheerplannen. Actualisatie van de MJOP's vindt plaats in 2019.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De werkzaamheden zijn binnen de financiële kaders uitgevoerd.

Sport en ICT

Sportaccommodaties
Beleidskader
Per 2017 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de 2 B's (sportcomplex de Boekhorst en sporthal de Bongerd) met de dezelfde exploitant voor een periode van 5 jaar. Voor de andere B (het Bosbad) is per 2017 Stichting Bosbad Appelscha (SBA) verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente en SBA hebben hiervoor een budgetovereenkomst getekend voor een periode van 10 jaar. SBA heeft het beheer en de exploitatie uitbesteedt aan een exploitant. Per 2018 geldt een nieuwe exploitatieovereenkomst voor het beheer en de exploitatie van de Steegdenhal voor een periode van 10 jaar.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
Het planmatig onderhoud in 2018 is conform de MOP's uitgevoerd.

Sportterreinen
Beleidskader
Het specialistisch onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijk sportterreinen is in opdracht door een deskundige derde uitgevoerd. De basis van het onderhoud zijn de kwaliteitseisen van de KNVB; dit is vastgelegd in de notitie "Planmatig onderhoud grassportvelden". Het overige onderhoud is door de sportverenigingen zelf uitgevoerd; hiervoor krijgen ze jaarlijks een vergoeding. Om tot een gelijkmatige verdeling van de renovatie (= vervangen toplaag) van de sportvelden op de gemeentelijke sportterreinen te komen, is in 2013 de MOP 2014-2018 (renovatieplan) grassportvelden opgesteld. In 2016 heeft de raad besloten middelen beschikbaar te stellen voor de uitbreiding van sportcomplex Waskemeer met een wetraveld.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
Het specialistisch onderhoud en de renovatie (= vervangen toplaag) van een sportveld is conform het bestek en de MOP uitgevoerd. De procedures voor de uitbreiding van het sportcomplex zijn in uitvoering, in 2018 zijn geen uitgaven gedaan voor de aanleg van het wetraveld.

ICT
Beleidskader
De afgelopen jaren zijn Rijksprogramma’s zoals iNUP en dienstverleningsconcepten zoals ‘Overheid geeft Antwoord” leidend geweest voor de ontwikkelingen op het gebied van digitale dienstverlening. Hieraan gerelateerde investeringen waren vooral gericht op het verbeteren van ICT-basisvoorzieningen en -registraties (de ‘bouwstenen’ zoals de Basisregistratie Personen en de Basisregistratie Adressen & Gebouwen) en het verbeteren van werkprocessen en ICT-systemen.

‘Digitale overheid 2017’ en ‘Digitale Agenda 2020’ zijn de nieuwe richtinggevende programma’s. Deze programma’s maken deel uit van het nieuwe OWO Informatiebeleidsplan 2017-2020. Dat beschrijft de verdere richting van de informatievoorziening van de gemeente(n). De verdergaande digitalisering vraagt daarnaast continue onderhoud en aandacht voor beveiliging en beschikbaarheid van systemen. Ook het borgen van het prestatieniveau van de ICT-systemen blijft zeer belangrijk voor ons. Om deze uitdagingen te kunnen waarborgen op financieel gebied, zijn in het meerjarig investeringsplan ICT/Dienstverlening onder andere de vervangingsinvesteringen opgenomen. Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland hanteren zo veel mogelijk eenzelfde schema, zodat we inkoopvoordelen kunnen halen. We onderzoeken nog hoe we tot een OWO ICT-begroting en vervangingsschema kunnen komen.

Naast het Informatiebeleidsplan werken we met een I&A Jaarplan. Hierin zijn de meer projectmatige activiteiten opgenomen, zoals het harmoniseren van het applicatielandschap van (OWO) vakafdelingen. Werkzaamheden op dit gebied worden sinds 2015 vanuit een centraal OWO-team uitgevoerd.

Financiële gevolgen in de jaarrekening
De ICT-projecten zijn afgestemd op de beschikbare middelen. De exploitatiekosten blijven onverminderd hoog, onder andere door hoge licentiekosten. Door jaarlijks eventuele overschotten over te hevelen (zoals met u is afgesproken), kunnen we tekorten in latere jaarschijven opvangen. Zo lijken de middelen vooralsnog voldoende om onze ambities te realiseren en de exploitatie te dekken. Het is nog niet duidelijk wat het effect van een gezamenlijke OWO ICT-begroting is. Eventuele tekorten (of overschotten) verantwoorden we in de voorjaars/najaarsrapportage. Of we betrekken ze bij de Programmabegroting.

Paragraaf 4 | Financiering

Inleiding

De paragraaf financiering heeft niet alleen, zoals de naam doet vermoeden, betrekking op het aantrekken van gelden. Ook het storten (via schatkistbankieren) van (tijdelijk) overtollige middelen is relevant. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. Deze paragraaf gaat in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen, dan wel aantrekken. De liquiditeitsprognose speelt hierbij een belangrijke rol.

Kasgeldlimiet

In de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de gemeente haar uitgaven met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Dit heet de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal en bedraagt voor 2018 € 5,6 miljoen. Zoals onderstaand overzicht aangeeft zijn wij in 2018 onder de gestelde norm gebleven:

x € 1.000
Kasgeldlimiet Rekening
2018
Kasgeldlimiet aanvang begrotingsjaar -5.636
Omvang vlottende schuld
1e kwartaal -2.984
2e kwartaal -2.112
3e kwartaal -3.399
4e kwartaal -4.010

Renterisiconorm

De renterisiconorm is bedoeld om te voorkomen dat wij in een bepaald jaar geconfronteerd worden met, in verhouding tot de vaste schuld, forse renteherzienings- en herfinancieringsproblemen. De norm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor Ooststellingwerf bedraagt de renterisiconorm € 13,3 miljoen. Dit betekent dat in 2018 de som van de vaste geldleningen waarvan de rente wordt herzien en de noodzakelijke herfinancieringen beneden de € 13,3 miljoen moest blijven. Onderstaand schema laat zien dat de renterisiconorm niet is overschreden.

x € 1.000
Rente risiconorm Rekening
2018
Rente risiconorm 13.262
Aflossingen en renteherzieningen
Reguliere aflossingen geldleningen 1.000
Geldleningen met renteherzieningen -
Totaal Aflossingen en renteherzieningen 1.000
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 12.262

Leningenportefeuille opgenomen gelden

Het aandeel van de geldleningen opgenomen ten behoeve van de woningbouw is bijna 11% per ultimo 2018. Deze leningen zijn doorgeleend met een opslag op het rentepercentage. Sinds 1999 zijn er geen leningen meer verstrekt aan de woningbouwcorporaties. In 2018 hebben er alleen reguliere aflossingen plaatsgevonden.

x € 1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Eigen leningen Woningbouw leningen
Bedrag Rente Bedrag Rente
Stand per 1 januari 23.600 1,96% 2.767 2,42%
Nieuwe leningen
Reguliere aflossingen -1.000 -63
Vervroegde aflossingen
Stand per 31 december 22.600 1,80% 2.704 1,94%

Schatkistbankieren

Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Wat betekent dat alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven het drempelbedrag 0,75% van de begroting, moeten worden gestald bij het Rijk. Voor gemeente Ooststellingwerf betekent dit dat er gemiddeld een bedrag van € 497.000 (dit is 0,75% van het begrotingstotaal van € 66,3 miljoen) op de gezamenlijke bankrekeningen mag staan. Het saldo daarboven moeten we afstorten bij het rijk. In 2018 is geen gebruik gemaakt van Schatkistbankieren. Zie de tabel in de bijlage voor het overzicht schatkistbankieren. Aan het eind van het jaar was er geen tegoed aangehouden bij het Rijk.

Renteschema

Met ingang van 2017 is het Besluit Begroting en verantwoording gewijzigd. Eén van de onderdelen is de gewijzigde rentetoerekening en de aanbeveling om onderstaand renteschema op te nemen. Elk jaar moet bij de jaarrekening de werkelijke doorbelaste rentelasten worden vergeleken met de voorgecalculeerde doorbelaste rentelasten. Als de afwijking meer dan 25% is dan moeten we overgaan tot correctie. In 2018 is dit niet het geval, zie onderstaande tabel:

x € 1.000
Renteschema werkelijk 2018 Bedrag
a. Werkelijke lasten over de korte en lange financiering 543
b. Werkelijke externe rentebaten (idem) 149
Saldo rentelasten en rentebaten 394
c1. Werkelijke rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend 32
c2. Werkelijke rente van projectfinanciering 116
c3. Werkelijke rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening 118
voor is aangetrokken (=projectfinanciering)
30
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 364
d1. Werkelijke rente over eigen vermogen -
d2. Werkelijke rente over voorzieningen -
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 364
e. De aan taakvelden werkelijke toegerekende rente 371
Verschil -8

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Inleiding

De gemeente Ooststellingwerf is een zelfbewuste plattelandsgemeente. We werken open, zakelijk en betrokken samen om collectieve belangen te behartigen en te realiseren voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Deze missie vraagt om een organisatie die competent en flexibel is. Zodat we kunnen inspelen op de steeds veranderende vraag uit de omgeving. Als organisatie willen we verbindend zijn, in contact staan en eigen kracht stimuleren en ondersteunen. De komende jaren willen we verder investeren in het ontwikkelen van de organisatie en het continu verbeteren van de bedrijfsvoeringsprocessen.

Naar een wendbare organisatie
We zitten in een overgang van door de overheid gestuurde initiatieven naar initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven zelf. Dit vergt van onze bedrijfsvoering nog meer flexibiliteit om goed in te kunnen spelen op een steeds veranderende vraag uit de omgeving en eigen organisatie. Dit vraagt om een set spelregels die enerzijds de kaders bewaken, en anderzijds meebewegen met de opgaven vanuit de samenleving.

Interbestuurlijk toezicht en Human Resource Management

Interbestuurlijk Toezicht
In 2018 hebben we uitvoering gegeven aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht/Wabo, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie.

In 2018 hebben wij de te beoordelen stukken (toezichtsjaar 2017) vóór 15 juli aangeleverd bij de provincie. Op basis hiervan heeft de provincie getoetst of onze gemeente voldoet aan de wettelijke bepalingen uit voornoemde wetgeving. In december verwacht het college de definitieve beoordeling “Totaalbeeld IBT” te ontvangen. De borging en uitvoering hebben we binnen de bestaande budgetten uitgevoerd. 

In opdracht van de provincie Fryslân verricht Pro Facto onderzoek naar de werking en doorontwikkeling van het interbestuurlijke toezicht. Dit onderzoek is in november 2018 gestart.

Human Resource Management
Nadat in 2018 in het organisatiestatement de koers van de organisatie is vastgesteld zijn we gestart met de organisatieontwikkeling. Het organisatiestatement en de koers die daarin is verwoord is, is samen met het MT en het cluster communicatie vertaald in een boekje. Dit boekje is aan het einde van een outdoordag waarop actief werd gewerkt met de waarden, aan iedereen uitgereikt. 

Eén van de eerste projecten was een aanpassing van de gesprekkencyclus. De systematiek was aan vernieuwing toe omdat deze te weinig ruimte bood voor flexibiliteit en de ontwikkeling van de organisatie. Op een participatieve wijze is met begeleiding van HR door medewerkers een nieuw voorstel geformuleerd voor een systematiek. Inmiddels wordt daarmee gewerkt.

Daarnaast zijn we gestart met het formuleren van een strategisch personeelsbeleid "Jouw initiatief telt!" dat past bij de nieuwe koers. Hiervoor is in november een brainstorm georganiseerd met medewerkers en leidinggevenden. De resultaten daarvan worden in het eerste kwartaal 2019 omgezet in voorstellen voor een uitvoeringsprogramma.

Naast organisatieontwikkeling vroeg ook een aantal arbo-onderwerpen onze aandacht. Als organisatie hechten we belang aan goede arbeidsomstandigheden. We zien dat als onderdeel van goed werkgeverschap. We hebben daarom regelingen op het gebied van ongewenst gedrag en het vermoeden van een misstand aangepast en ingevoerd met het bijbehorende communicatietraject. Om aandacht te vragen voor gezondheid hebben we samen met medewerkers voor de tweede keer een succesvolle fit-maand georganiseerd. Tenslotte zijn er een aantal onderdelen die periodiek een update behoeven uitgevoerd.

Financiën, Planning & Control en Juridische kwaliteitszorg

Financiën, Planning & Control
De financiële functie voorziet de raad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol. In februari 2018 hebt u ingestemd met het wijzigingen van de volgende verordeningen: de financiële verordening, de controleverordening en de verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid. We presenteren de financiële documenten en rapportages op een heldere en transparante manier via het portaal Financiën: ooststellingwerf.begrotingsapp.nl.

In 2016 is de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in werking getreden. In 2017 zijn nagenoeg alle wijzigingen opgenomen en/of verwerkt. In 2018 zijn de budgettaire gevolgen van invoering van de notitie Rente van de BBV verwerkt. Met ingang van 2018 slaan we de rentelasten om met behulp van een zogenaamd renteomslagpercentage.

In 2018 is het onderzoek naar Juridische Kwaliteitszorg afgerond en is er een onderzoek naar dubbele betalingen geweest. Daarnaast zijn wij gestart met een scrum over de P&C cyclus.

De huidige financiële positie is blijvend geborgd en verstevigd (o.a. verdere afbouw van langlopende geldleningen). De lokale lasten zijn in 2018 gedaald.

Juridische kwaliteitszorg
De juridische functie in de vakafdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) van team Bedrijfsvoering zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. BJZ is verantwoordelijk voor de organisatiebrede juridische kwaliteitszorg en juridische control.

De Rekenkamercommissie constateerde in haar rapport over juridische kwaliteitszorg dat overwegend sprake is van doelmatige en doeltreffende juridische kwaliteitszorg.

De informele aanpak die we in de klachtenprocedure hanteren blijft effectief. Het jaarverslag 2017 van de Klachtenfunctionaris vermeldt dat 62% van de binnengekomen klachten informeel is opgelost zonder tussenkomst van de klachtenfunctionaris.

De Jeugdwet vereist dat voor de lichte hulpverleningstrajecten bij het Gebiedsteam een klachtenregeling en een klachtencommissie beschikbaar zijn. De implementatie hiervan heeft in 2018 plaatsgevonden door aansluiting bij de Klachtencommissie van Sociaal Maatschappelijk Werk Fryslân.

De Algemene Kamer van de Bezwaarschriftencommissie spreekt in haar jaarverslag 2017 opnieuw haar waardering uit over de wijze waarop de bestuursorganen worden vertegenwoordigd. De Algemene Kamer vermeldt dat zij in 2017 geen enkel bezwaar zonder meer gegrond heeft geacht.

De Sociale Kamer vermeldt in het jaarverslag 2017 dat bijna de helft van de ingediende bezwaren is ingetrokken. De Kamer merkt op dat de vertegenwoordiging van de het college in het algemeen van een goede kwaliteit is. De Kamer merkt op dat in de loop van 2017 aandacht is gegeven aan de tijdige afhandeling van de bezwaren.

In 2018 zijn verschillende interne juridische trainingen georganiseerd, naast vakinhoudelijke opleidingen, om de juridische kennis en kunde blijvend op peil te brengen of te houden. Daarnaast biedt het Juridisch Vakberaad een platform voor informatie-uitwisseling en kennisdeling

Voorjaar 2018 zijn de JKZ-teamplannen geëvalueerd. Jaarlijks wordt met de actiehouders overlegd over de voortgang. De teamplannen en de verslaglegging zijn via intranet beschikbaar.

Rechtmatigheid, Inkoop, Informatiebeveiliging en Privacy

Rechtmatigheid
Betrouwbaarheid en aantoonbaar werken binnen wet & regelgeving is een belangrijk punt voor de gemeente. We verankeren borging van ons rechtmatig handelen in onze (inkoop)processen. De inrichting is zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden. Jaarlijks leggen we in het plan Interne Controle de uitvoering van de verbijzonderde interne rechtmatigheidscontrole vast. De afgelopen jaren heeft de managementletter een sterk afnemend aantal aandachtspunten laten zien. De verklaring van de externe accountant geeft een beeld van de mate van beheersing, het “in control zijn” van de gemeente.

Inkoop
In 2018 is op een juiste wijze toepassing gegeven aan het inkoop en aanbestedingsbeleid. Er is op actieve wijze invulling gegeven aan de zogenoemde maatschappelijke waarden. Voor het onderdeel (speerpunt) lokale en regionale inkoop heeft de Raad een zogenoemde “”tussenstap”” in haar inkoopbeleid opgenomen waardoor nu ook de OWO ondernemers actief worden benaderd voor het uitbrengen van een offerte. Er is een (digitale) tool geïmplementeerd m.b.t. uitvoering social return on investment.

Voor wat betreft het verbeteren van de leveranciersrelaties is een leveranciersselectieleidraad opgesteld en nadere toepassing gegeven aan past performance en contractmanagement.

Inkoop en aanbesteding participeren in de werkgroep m.b.t. implementatie van e-facturering; vanaf medio november 2018 is het mogelijk om gebruik te maken van e-facturering.
Duurzaamheid is binnen inkoop en aanbesteding een belangrijk onderwerp, een eerste stap met betrekking tot het op te stellen actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) is gezet en wordt verder uitgerold in 2019.

Informatiebeveiliging en Privacy
Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Ons meerjareninformatiebeveiligingsbeleid kent passende technische en organisatorische maatregelen om informatie te beschermen en te waarborgen dat de gemeente voldoet aan de relevante wet- en regelgeving. De beveiligingsfunctionaris zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. In 2018 kan onze gemeente op het gebied van informatiebeveiliging goede resultaten overleggen vanuit de uitgevoerde zelfevaluaties via ENSIA. Uit de externe audit blijkt dat de gemeente zichtbaar heeft voldaan aan de essentiële normen omtrent het veilig gebruik Suwinet en de normen die noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de dienstverlening DigiD.

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is per 25 mei 2018 in werking getreden, waarmee de eisen waaraan verwerkingen van persoonsgegevens moeten voldoen zijn verscherpt. Tegelijkertijd zijn ook de privacyrechten van burgers uitgebreid en versterkt. Burgers hebben onder meer het recht te weten welke gegevens van hen worden verwerkt, voor welk doel en met wie deze worden gedeeld. Het in kaart hebben van de wettelijke grondslag van verwerking van persoonsgegevens is in dit kader van groot belang. De gemeente heeft daarom in 2018 een verwerkingsregister opgesteld om te kunnen voldoen aan de verantwoordingsplicht en inzicht te kunnen geven aan burgers wanneer zij hun privacyrechten uitoefenen. In 2018 heeft onze gemeente twee Functionarissen Gegevensbescherming benoemd. Op deze wijze is het onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacyregels geborgd. Hoe de gemeente omgaat met de privacy is verankerd in privacybeleid.

Communicatie, ICT en OWO afdelingen

Communicatie
Er is ingespeeld op de belangrijke (online) trends en een eenduidige profilering van de gemeente over alle projecten en activiteiten heen. Niet alleen offline, maar we zijn ook doorontwikkeld online; in beeld, tekst en video. Er is veel gebruik gemaakt van animatie, infographics en film. Naast uitvoerende activiteiten richtte communicatie zich ook dit jaar op het stimuleren, coachen en ontwikkelen van communicatiebewustzijn en -vaardigheden van de organisatie. Daarnaast stond 2018 uiteraard in het teken van de verkiezingen. Er is meer ingezet op webcare in combinatie met het KCC. Daarnaast kunnen steeds meer diensten online worden aangevraagd. We spelen een adviserende rol in de organisatieontwikkeling en ontwikkelingen rond participatie. Er zijn diverse evenementen en bijeenkomsten geweest, zoals de nieuwe inwonersdag, uitreiking van het Mader Kunstrouteboekje, de ondernemersbijeenkomst, de vrijwilligersprijs en de mantelzorgdagen. Daarnaast zijn er veel projecten verder uitgerold zoals de communicatie rondom het uitvoeringsprogramma Biobased Economy en het Biosintrum, met de spijkerbroekencampagne en oplevering van het gebouw als hoogtepunt.

Informatie- en communicatietechnologie 
Ook 2018 stond – net als voorgaande jaren – in het teken van de verdere integratie van de ICT-systemen binnen OWO. Wij zorgen voor continuïteit en kwaliteit van de ICT-dienstverlening aan de participerende gemeenten.

De informatievoorziening draagt bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid. Dichtbij burgers, bedrijven en recreanten. Wij creëren hiermee randvoorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een klantgerichte en effectieve dienstverlening aan burgers en bedrijven. Ook voor 2018 hadden we een budget van € 150.000 per OWO-gemeente voor de verdere doorontwikkeling van de informatievoorziening. Dit is vastgelegd in het te verschijnen Informatisering jaarplan. Binnen ICT-beveiliging continueren we de noodzakelijke maatregelen . We volgen en analyseren actuele ontwikkelingen. Deze vertalen we in beheersingsmaatregelen.

OWO afdelingen: het fundament van onze samenwerking
In 2017 zijn de OWO-afdelingen in de drie gemeenten gerealiseerd:

  • Beheer & Registratie (Belastingen & Vastgoedinformatie en Backoffice Sociaal Domein) in Oosterwolde.
  • Vergunningen, Toezicht en Handhaving in Gorredijk.
  • Bedrijfsvoering in Wolvega.


Deze afdelingen zijn na vier jaar bouwen onlosmakelijk verbonden met deze gemeenten. De OWO-afdelingen vormen met ruim 140 fte en een grote hoeveelheid aan werkzaamheden en diensten een substantieel deel van de gemeentelijke organisaties. Ze dragen bij aan een toekomstbestendige, wendbare lokale overheid.

Ook buiten onze gemeenten is OWO een begrip. Een bijzonder en uniek samenwerkingsverband: samen waar het kan én met behoud van eigenheid. Onverminderd zetten de afdelingen zich in voor de 4 K’s: Meer Kwaliteit, vergroten van Kennis, vermindering van Kwetsbaarheid en minder (meer)Kosten.

Paragraaf 6 | Verbonden Partijen

Inleiding

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In deze begroting nemen we voor het eerst, in het kader van vernieuwing BBV, in de verschillende programma’s informatie op over verbonden partijen. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.

We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid en de activiteiten. Deze paragraaf geeft een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen, de financiële aspecten en de risico's.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.
  • Wettelijke verplichting


We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In deze begroting nemen we voor het eerst, in het kader van vernieuwing BBV, in de verschillende programma’s informatie op over verbonden partijen. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.

We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

SDF

Verband Gemeenschappelijke Regeling Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten te Leeuwarden
Deelnemers naast Ooststellingwerf Alle Friese gemeenten nemen deel in deze GR. Dit betekent naast Ooststellingwerf nog 19 andere gemeenten. Er vindt ambtelijk en bestuurlijk overleg plaats tussen gemeenten over (de uitvoer van) deze regeling in het portefeuillehouders overleg.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF)) werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.
Financieel belang De centrumgemeente berekent de integrale kosten voor haar dienstverlening door aan gemeenten. De kosten voor de dienstverlening bestaan uit kosten voor instandhouding en kosten voor taakuitvoering. De kosten voor instandhouding worden onder gemeenten verdeeld op basis van inwoneraantal van elke gemeente met peildatum 1 januari van jaar t-1. De kosten voor uitvoering van taken worden verdeeld onder gemeenten op basis van het percentuele aandeel dat een gemeente toekomt in het totaal van aantallen cliënten op basis van de Jeugdwet. Onze bijdrage voor 2018 is € 90.000.
Omvang van het vermogen x € 1.000 Het resultaat wordt verrekend met de bijdragen van de gemeente. Er is daarom geen sprake van vermogen.
Resultaat x € 1.000 € 0 (2018)
Risico's Als SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en controlcyclus rond het SDF.

VRF

Verband Veiligheidsregio Fryslân te Leeuwarden
Deelnemers naast Ooststellingwerf Een gemeenschappelijke regeling met de 20 Friese gemeenten. Zowel bestuurlijk als ambtelijk bestaan er gremia waarin (één van de) OWO-gemeente(n) vertegenwoordigd is/zijn:
·         Deelname in Algemeen Bestuur (AB) van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Dagelijks Bestuur (DB) van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Veiligheid van de VRF (drie burgemeesters);
·         Deelname in Agendacommissie Veiligheid van de VRF (burgemeester Oosterman);
·         Deelname in Bestuurscommissie Gezondheid (drie pfh’s);
·         Deelname in Agendacommissie Gezondheid (Heerenveen);
·         Deelname in POOK (Plenair Overleg Oranje Kolom) drie gemeentesecretarissen;
·         Deelname in ambtelijk regionaal overleg (zowel VRF-breed als in district Zuidoost) (3 Ambtenaren Openbare Orde en Veiligheid (AOV’ers).
Gemeentelijk belang en openbaar belang Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken. En het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen
Financieel belang Bijdrage 2018 € 2.209.489:
1. Gezondheid € 157.559
2. Jeugdgezondheidszorg € 701.075
3. Veiligheid € 74.327
4. Brandweer € 1.276.528
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 2.342
31-12-2017 € 3.042
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 53.790
31-12-2017 € 55.525
Resultaat x € 1.000 € 1.271 (2017)
Risico's Als de VRF zich niet houdt aan afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus rond de VRF.

SW Fryslân

Verband Gemeenschappelijke Regeling Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten
Deelnemers naast Ooststellingwerf Er nemen naast Gemeente Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur: wethouder Bos
Gemeentelijk belang en openbaar belang De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Voor de toekomst heeft de GR besloten de WSW verantwoord en versneld af te bouwen, met aandacht voor de positie van de huidige werknemers. Dit doen we door een gezamenlijk beschutwerkbedrijf (met 8 deelnemende gemeenten) in stand te houden. Nieuwe activiteiten van Caparis N.V. komen niet voor rekening van de aandeelhouders. Verder streeft de GR naar het terugdringen van het subsidie- en exploitatietekort bij Caparis N.V.
Financieel belang Onze exploitatiebijdrage voor de GR SW Fryslân voor 2018 bedraagt € 3.592.000
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
01-01-2017 € 690
31-12-2017 € 625
Vreemd vermogen:
01-01-2017 € 8.266
31-12-2017 € 6.394
Resultaat x € 1.000 € 65 (2017)
Risico's Als gemeente lopen we het risico dat het subsidietekort oploopt in de komende jaren. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Recreatieschap

Verband Recreatieschap Drenthe te Diever
Deelnemers naast Ooststellingwerf Alle 12 Drentse gemeenten. Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Jongsma
Gemeentelijk belang en openbaar belang Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak. Het is het instrument waarmee gezamenlijke acties kunnen worden ondernomen, beleidszaken kunnen worden afgestemd en gemeentegrens-overschrijdende zaken kunnen worden opgepakt. Individuele vraagstukken kunnen bovengemeentelijk (en daardoor in breder verband) worden opgepakt. “Samen is meer dan de som der delen”.
Financieel belang Bijdrage 2018: € 73.531
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 675
31-12-2017 € 670
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 682
31-12-2017 € 685
Resultaat x € 1.000 € 10 (2017)
Risico's De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De bijdrage is beperkt en de regeling heeft een financieel gezonde positie.

FUMO

Verband Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw
Deelnemers naast Ooststellingwerf Alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân.
Vertegenwoordiging in algemeen bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen.
Financieel belang Bijdrage 2018 € 222.500
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 430
31-12-2017 € 6
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 1.222
31-12-2017 € 3.377
Resultaat x € 1.000 €- 193 (2017)
Risico's De Gemeenschappelijke Regeling brengt een inherent risico mee: dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten. De FUMO vult een organisatie in op basis van uitgangspunten en een bedrijfsplan uit 2012. Intussen is gebleken dat die uitgangspunten niet meer actueel zijn. Dit verhoogt het risico van financiële tekorten in de aanloopfase. Diverse gemeenten, waaronder de OWO-gemeenten, hebben in een zienswijze aan de bel getrokken en dringend gevraagd om uiterst sober en zuinig te opereren. Wij voeren toezicht op de uitvoering van de taken door de FUMO. Op bestuurlijk niveau in het Algemeen Bestuur. Op ambtelijk niveau door deelname aan de Controllersgroep en het Opdrachtgeversoverleg. We hebben enkel de wettelijk verplichte basistaken in de FUMO ondergebracht. Niet de plustaken. Daarmee zijn we niet aansprakelijk voor de risico’s die met de uitvoering van plustaken gepaard gaan.

Hûs en Hiem

Verband Hûs en Hiem te Leeuwarden
Deelnemers naast Ooststellingwerf Een Gemeenschappelijke Regeling van deelnemende gemeenten op het gebied van de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de Provincie Fryslân. Vertegenwoordiging in het dagelijks bestuur door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang De commissie Ruimtelijke Kwaliteit Hûs en Hiem, welstandadvisering en monumentenzorg heeft als doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeente te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Friesland. Betrokken gemeenten moeten op grond van de nieuwe Omgevingswet een onafhankelijke commissie benoemen die zich uitspreekt over verbouwingen, sloop of verplaatsing van rijksmonumenten. Daarnaast adviseert deze commissie ook over meer kwaliteitsvragen dan monumenten alleen. Er is echter tot op heden nog geen enkele duidelijkheid over hoe zich dat zal gaan ontwikkelen. Laat staan welke vorm dat zal krijgen binnen het nog te ontwikkelen beleid van de gemeente Ooststellingwerf.
Financieel belang Voor de dienstverlening biedt de gemeente geen vergoeding aan deze GR. Leges die de GR - Hûs en Hiem bij de gemeente in rekening brengt worden één op één doorberekend naar de aanvrager. De Gemeenschappelijke Regeling is budgetneutraal.
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 166
31-12-2017 € 322
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 107
31-12-2017 € 94
Resultaat x € 1.000 € 153 (2017)
Risico's In feite loopt de gemeente geen risico; kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het teruglopen van de bouwactiviteiten in relatie tot de financiële crisis zoals we die in de afgelopen jaren hebben ervaren. Dit risico kunnen we verminderen door in te spelen en actief te reageren op ontwikkelingen en toekomstprognoses in de begroting. Zo kunnen we daar waar nodig bijsturen of zelfs maatregelen afdwingen om de kosten dekkend te maken voor de komende jaren. Dit alles conform de eisen en voorschriften zoals die zijn gesteld in de Gemeenschappelijke Regeling Hûs en Hiem.

Caparis

Verband Caparis NV te Drachten
Deelnemers naast Ooststellingwerf Er nemen naast Ooststellingwerf nog 7 gemeenten deel. Vertegenwoordiging in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) door wethouder Verhagen.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Vanuit deze regeling nemen wij deel in Caparis N.V. De kernactiviteit is “het aanbieden van arbeidsplaatsen in het kader van de (voormalige Wet) sociale werkvoorziening voor inwoners uit de gemeente Ooststellingwerf” . Het beleidsvoornemen voor de deelname in Caparis N.V. is het stimuleren van de beweging van binnen naar buiten. Dit betekent dat meer SW-werknemers gaan werken in het reguliere bedrijfsleven door middel van uitplaatsing, detachering, jobcarving en functiecreatie. Verder is het streven het bedrijfsresultaat te verbeteren. Dit wil Caparis N.V. realiseren door meer en nieuwe opdrachten te verwerven, het verbeteren van de netto toegevoegde waarde op arbeid en het verlagen van huisvesting- en personeelslasten.
Financieel belang De gemeente is aandeelhouder.
Omvang van het vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
01-01-2017 € 13.920
31-12-2017 € 16.091
Vreemd vermogen:
01-01-2017 € 9.966
31-12-2017 € 7.505
Resultaat x € 1.000 € 2.171 (2017)
Risico's Als gemeente lopen we het risico dat het subsidietekort oploopt in de komende jaren. Daarnaast zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.

Omrin

Verband Omrin:
a. Afvalsturing Friesland N.V. (OMRIN) te Leeuwarden
b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden
Invloed Gemeente is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders door wethouder Hijlkema.
Gemeentelijk belang en openbaar belang Omrin (Afvalsturing en Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald.
Financieel belang Aandelenkapitaal:
a. € 54.457
b. € 46.807
Het uitbetaalde dividend over 2017 bedraagt € 3.213 (Afvalsturing)
Omvang van het vermogen x € 1.000 a. Eigen vermogen:
1-1-2017 € 44.721
31-12-2017 € 48.680
a. Vreemd vermogen
1-1-2017 € 180.871
31-12-2017 € 160.130
b. Eigen vermogen:
1-1-2017 € 7.412
31-12-2017 € 7.908
b. Vreemd vermogen
1-1-2017 € 16.871
31-12-2017 € 16.979
Resultaat x € 1.000 a. € 4.080 (2017)
b. € 1.167 (2017)
Risico's De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.

BNG

Verband N.V. Bank Nederlandse gemeenten te Den Haag
Gemeentelijk belang en openbaar belang De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De burgemeester van Ooststellingwerf vertegenwoordigt de gemeente.
Financieel belang 18.720 aandelen a € 2,50 nominaal. Het dividend over 2017 is € 47.361
Vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 4.486.000
31-12-2017 € 4.953.000
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 149.483.000
31-12-2017 € 135.041.000
Resultaat x € 1.000 € 393.000 (2017)
Risico's De onderkende risico’s voor de verbonden partij zijn minimaal. BNG publiceert op hun website het risicoprofiel. Daaruit blijkt dat door de topratings de bank in staat is tegen lage prijzen geld aan te trekken op de geld- en kapitaalmarkt. De BNG hanteert een strak kapitalisatiebeleid. De bank heeft een gezonde financiële positie.

SBMVO

Verband Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde
Gemeentelijk belang en openbaar belang De stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed beheert en exploiteert en houdt de voorziening (= de Kampus) in stand voor de huidige gebruikers (= het Stellingwerf College, Kunst & COO en de Openbare Bibliotheek). Maar ook voor culturele evenementen en overige activiteiten in het openbaar belang en voor de inwoners van Ooststellingwerf. De Stichting is volle eigenaar en is verantwoordelijk voor de meerjarige instandhouding van de Kampus.
Financieel belang De gemeente staat garant voor een lening van € 1 miljoen.
Vermogen x € 1.000 Eigen vermogen:
1-1-2017 € 52
31-12-2017 € 46
Vreemd vermogen:
1-1-2017 € 1.565
31-12-2017 € 1.580
Resultaat x € 1.000 € -6 (2017)
Risico's Een risico is dat de Stichting door onvoorziene omstandigheden zijn taak niet meer kan uitvoeren (bijvoorbeeld als een van de huidige gebruikers ophoudt te bestaan). Dit risico wordt beperkt doordat indien nodig bestuurlijk overleg plaatsvindt. Daarnaast ontvangen wij als gemeente jaarlijks het jaarverslag van de Stichting, dat we aan de Raad ter decharge voorleggen. Ooststellingwerf staat garant voor de lening van € 1.000.000. Uit de jaarrekening van de Stichting blijkt dat de stand van de liquide middelen samen met de activa ongeveer 1,6 keer de hoogte van de lening is. Daarom is het financiële risico voor ons gering.

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Inleiding

De gemeente is van actief grondbeleid overgegaan naar facilitair grondbeleid. Daarbij is de nadruk komen te liggen op de uitvoering van de wettelijke taken: volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (RO). De gemeente heeft vanuit de Huisvestingswet de volkshuisvestelijke taak. De RO taak is de zorg voor een goede ruimtelijke ordening uit hoofde van de procedures van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). 

Faciliterend grondbeleid gaat uit van "gebiedsontwikkeling door derden". Uit Hoofdstuk 6.4 Wro vloeit voort dat het kostenverhaal daarbij verplicht is. De gemeente stelt het bestemmingsplan (ruimtelijke procedure) vast waarbij de kosten van gemeenschapsvoorzieningen worden verhaald. Dit gebeurt door het sluiten van een (anterieure) overeenkomst. Als dat niet lukt dient er een exploitatieplan opgesteld te worden. Wij hanteren de lijn dat er voorafgaand aan de ruimtelijke procedure een anterieure overeenkomst wordt overeengekomen, daardoor behoort het exploitatieplan tot de uitzondering. In de praktijk geeft dit duidelijkheid met betrekking tot de inrichting en kwaliteit van de openbare ruimte, die overgedragen wordt aan de gemeente. 

Algemene beleidslijn

Algemene beleidslijn
Het realiseren van gebiedsontwikkeling en volkshuisvesting vraagt om een op maat gesneden aanpak. De aanpak die in de Woonvisie 2017-2022 voorstaat, is om het beleid verder uit te werken in (flexibele) uitwerkingsagenda’s. Het grondbeleid staat ook in het kader van de Woonvisie. We hebben meer aandacht voor het 'managen' van de gevolgen van de demografische ontwikkelingen. Het is duidelijk dat de komende 10 jaar de vergrijzing doorzet. We krijgen een periode van woningverdunning als gevolg van een veranderde samenstelling van onze bevolking. Dit heeft gevolgen voor onze in te zetten grondposities. Veel van onze grondposities zijn aangewend voor zonnepaneelvelden. De gemeentelijke gronden die hiervoor niet zijn aangewend, zijn opgenomen in de MVA. 

Doelstelling
Na de vaststelling van de Woonvisie op 23 mei 2017 wordt ook de nieuwe Nota grondbeleid hierop aangepast. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.” De nieuwe Nota grondbeleid zal in het kader staan van de uitvoering (instrumenteel) van de Woonvisie.

De wijze waarop we het grondbeleid uitvoeren
Extern: het grondbeleid is gericht op:

  • ruimtelijke kwaliteit;
  • het stimuleren van plaatselijke economie;
  • het inzetten op duurzaamheid;
  • het opstellen van economisch beleid;
  • het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid;
  • vraaggerichte aansluiting bij lokale initiatieven.


Intern:

  • Het grondbeleid aanpassen aan de trends en ontwikkelingen in de samenleving.
  • richt het grondbedrijf zich primair op de volkshuisvestelijke en wettelijke taken uit de Wro;
  • voldoet het grondbedrijf aan de kwaliteitscriteria van het BBV;
  • heeft het grondbedrijf een interne bezetting (fte) met voldoende kennis en kunde (functies) om de regie goed uit te kunnen voeren;
  • is het grondbedrijf robuust, toekomstbestendig, gericht op continuïteit en in staat om te anticiperen op conjuncturele ontwikkelingen;
  • is het grondbedrijf financieel transparant en gezond (inzet op maximale terugverdiencapaciteit);
  • heeft het grondbedrijf nieuwe dwarsverbanden met de leefbaarheid.

Alles is te herleiden naar de ambities die we als gemeente nastreven. De uitkomst is de uiteindelijke realisatie van de gemeentelijke ambitie.

Uitvoering

Woningbouwopgave
De woningcorporatie Actium heeft aangegeven dat ze verwacht in 2019 40 woningen in de gemeente Ooststellingwerf te slopen, deze worden in 2020 vervangen door 44 nieuwbouwwoningen. Actium verwacht in 2019 10 woningen te verkopen bij het vrijkomen na vertrek van de zittende huurder. Woonfriesland heeft aangegeven in 2019 geen woningen te slopen, geen woningen te verkopen en woningen aan te willen kopen om versnippering van het bezit te herstellen. Met de corporaties zijn hierover prestatieafspraken gemaakt. Particuliere initiatieven voor woningbouw beginnen op kleine schaal weer te lopen. In Elsloo en Langedijke liggen nog gronden op voorraad. In het bestemmingsplan Donkerbroek-West is de uitgifte van kavels gestart. Er zijn inmiddels ook al kavels verkocht.

De Woonvisie geeft de (cijfermatige) onderbouwing van de woningbouwprognose. Hoewel de inschattingen op de demografische ontwikkelingen enigszins fluctueren, is de algemene trend dat Ooststellingwerf een anticipeer gemeente is. De Woonvisie laat zien dat tot 2020 nog ruimte voor nieuwe woningbouw is. Deze ruimte is door de provincie begrensd. Er is een einde gekomen aan het ‘plafondloos bouwen op inbreidingslocaties’. We kijken naar de langere termijn effecten van nieuwe woningbouw. De verwachting, gelet op de demografische ontwikkelingen, is dat er woningen zullen ‘overblijven’ in onze gemeente. Het is noodzakelijk dat het uitvoeringsprogramma met deze inzichten rekening houdt.

Complexen grondexploitatie
Actief grondbeleid wordt facilitair grondbeleid. Voor de lopende complexen lopen we binnen de exploitatie toch nog wel enig risico doordat rentelasten verder doorlopen in een langere exploitatie. Dit ligt vooral in het afzettempo van de woningbouwgrond. In 2018 zijn er weer kavelverkopen geweest. 

We zijn zeer terughoudend met de aankoop van grond, we zijn immers afgestapt van het actief grondbeleid. Temeer omdat een aankoop nagenoeg gelijk wordt gevolgd door een afwaardering. De gronden die door de gemeente zijn aangekocht behouden we na afwaardering.

Ontwikkelingen niet-woningbouw

  • Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord: het plan zet in op de verbetering van de openbare ruimte en het faciliteren van particulier initiatief.
  • Appelscha Boerestreek: het plein aan de Boerestreek is opgeknapt en er is nieuwe horeca gebouwd.
  • Masterplan Regio Appelscha: het plan voorziet in maatregelen om recreatie en toerisme te stimuleren.


Bedrijventerreinen

  • Oosterwolde Venekoten: een strook bedrijfsterrein is ontsloten; deze grond is bijna voor de helft uitgegeven. De rest is in optie of nog vrij.
  • Het Masterplan Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord zet in op de revitalisering van het gebied Venekoten-Noord.
  • Oosterwolde Ecomunity: dit is een particulier initiatief, gericht op de realisatie van een hoogwaardig duurzaam bedrijvenpark met een kenniscentrum.
  • Haulerwijk De Turfsteker: over de grond, die nog in eigendom van de gemeente is, zijn afspraken gemaakt.   

Grondexploitatie

Winstnemingen grondexploitatie 
Voor de complexen lopen we geen hoog risico. In overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de winsten die genomen konden worden (inclusief de winst bij afsluiting van de complexen) toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG). In 2016 zijn de NIEGG (Niet in exploitatie genomen gronden) overgebracht naar de materiële vaste activa (strategische gronden). Dit is gebeurd op basis van de waarde in de huidige bestemming (agrarische waarde). In 2018 is dit verder aangescherpt: gronden komen ofwel in de BIE (Bouwgrond in exploitatie) of worden toegevoegd aan de MVA (Materiële vaste activa). Bij verkoop van gronden (kaveluitgifte) wordt de gemeente ook geconfronteerd met de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting komt ten laste van de ARG.

Algemene reserve grondexploitatie
Het doel van de ARG is om de winsten van de complexen toe te voegen en over deze reserve te beschikken indien een complex niet kostendekkend is (een soort vereveningsfonds). Ook renteverliezen ten gevolge van een langere looptijd van een complex komen ten laste van de reserve. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie is het op peil houden van de reserve van essentieel belang. We hebben sinds 2017 na het aanscherpen van de regels van het BBV de POC methodiek moeten hanteren. In de exploitaties wordt nu gekeken naar het "percentage of completion". In 2018 bedraagt de tussentijdse winst € 420.000. Na de jaarlijkse actualisatie van de ARG kan € 410.000 vrijvallen ten gunste van het resultaat. De stand van de reserve op 31-12-2018 is € 2.157.000. Naast een bedrag van € 425.000 als ARG, is voor Masterplan "Oosterwolde Centrum - Venekoten Noord" € 1.732.000 beschikbaar.

Budget strategische aankopen
Het budget strategische aankopen is feitelijk een jaarlijks mandaat van de gemeenteraad aan het college om snel strategische aankopen te kunnen doen. Het college kan strategische aankopen verrichten tot een bedrag van € 1.000.000 per jaar. De voorwaarden om het krediet aan te mogen spreken staan in de ‘Nota Grondbeleid’. (zie financiële verordening 2017 Ooststellingwerf ex artikel 212 Gemeentewet, artikel 16, derde lid). 

Meerjarenbegroting grondexploitatie
Per complex (woningbouwgronden en industriegrond) houdt de gemeente een exploitatie bij waarin de huidige stand van zaken is opgenomen en een prognose wordt gegeven over de verdere looptijd van de exploitatie (doorgaans 10 jaar). 

Paragraaf 8 | Gebiedsuitwerking

Inleiding

De maatschappij is altijd in beweging. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de beleidslijn ingezet van een terugtredende overheid naar meer initiatief voor de maatschappelijke instellingen. Deze paragraaf geeft inzicht in de veranderende maatschappelijke setting, om het voorzieningenniveau en de (fysieke en sociale) leefbaarheid ook in de toekomst in stand te houden. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Ook stimuleren we dorpen om meer samen te werken.

Algemene beleidslijn

Blik op de toekomst
De maatschappij is altijd in beweging. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de beleidslijn ingezet van een terugtredende overheid naar meer initiatief voor de maatschappelijke instellingen. Het primaat van de inrichting van de maatschappij komt steeds meer bij de inwoners te liggen. De term participatiemaatschappij begint steeds meer te beklijven. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Als gevolg hiervan neemt de zeggenschap van inwoners toe.

Coalitieakkoord 'Samen Voortbouwen'
Sinds april 2014 bestaat het Coalitieakkoord 2014-2018 "Samen Voortbouwen". De gemeente wil samen met de vertegenwoordigers van de wijken/dorpen/gebieden bespreken wat mogelijk is om de leefbaarheid te behouden en te verbeteren. Aandachtspunten zijn "zelfredzaamheid" met eigen budget, met innovatieve ideeën komen en inspelen op demografische ontwikkelingen. De dorpsbudgetten zijn vanaf 2014 per dorp/wijk verhoogd.

Via het O.P.O.-overleg, de regio-overleggen, de bezoeken van de dorpencoördinatoren met collega's aan de PB-en, direct contact tussen de Buitendienst en de PB-en, en het Fonds is in 2018 de leefbaarheid in de dorpen behouden c.q. verbeterd. 

Vastgesteld beleid
In het voorjaar van 2012 is de notitie "Platteland aanzet (Kaders gebiedsuitwerkingen) vastgesteld, met als doel het waarborgen van de leefbaarheid en de kwaliteit van de voorzieningen. Deze notitie is een uitvloeisel van de Structuurvisie 2010-2020-2030; Ooststellingwerf, de grenzeloze toekomst. Deze is op 15 september 2009 vastgesteld. In deze visie komen drie relevante zaken naar voren:

  • De demografische veranderingen;
  • De voorzieningen voor de inwoners;
  • De indeling van de gemeente in vier overlappen de gebieden.

U heeft in het voorjaar van 2012 ook kennisgenomen van de notitie "Voortgang pilot dorpsagenda's/gebiedsagenda's" en ingestemd met de gewijzigde aanpak in het vervolgtraject (= versnellen en vereenvoudigen). Doel hiervan is de toegankelijkheid en de kwaliteit van de voorzieningen te waarborgen, de samenwerking tussen de dorpen te stimuleren en het opstellen van dorps- en gebiedsagenda's in de vier gebieden. De notitie stoelt op de volgende uitgangspunten:

  • Dorpsagenda's focussen op de leefbaarheid op dorpsniveau;
  • Notitie "Platteland aanzet" geeft gemeentelijke kaders en uitgangspunten;
  • Gebiedsagenda's focussen op het delen van voorzieningen door de dorpen in een gebied;
  • Het opstellen van dorpsagenda's versnellen en vereenvoudigen;
  • Versneld opschalen naar gebiedsagenda's.

 

Gebiedsbeleid

Gebiedsagenda's

In 2013 zijn in samenwerking met de 4 gebieden 4 gebiedsagenda's opgesteld:

  1. Oosterwolde
  2. De kanaal- en wegdorpen tussen Haulerwijk en Oosterwolde (gebied Haulerwijk)
  3. Tussen het Drents-Friese Wold en het Fochtelooerveen (gebied Appelscha)
  4. Tussen de Tjonger en de Lende (gebied Oldeberkoop)

Op 10 verschillende thema's is aangegeven welke voorzieningen belangrijk zijn voor het behoud van de leefbaarheid in de dorpen:

  1. Woonomgeving
  2. Wonen
  3. Verkeer en bereikbaarheid
  4. Recreatie en toerisme
  5. Sport en ontspanning / voorzieningen
  6. Werkgelegenheid / bedrijvigheid
  7. Onderwijs
  8. Zorg
  9. Cultuur en historie
  10. Duurzaamheid

Bij het opstellen van de gebiedsagenda's is het besef ontstaan dat niet de individuele dorpen, maar de 4 gebieden de entiteit zijn waar in de toekomst de gesprekken en de afspraken met de gemeente plaatsvinden. De gebiedsagenda's gelden daarbij als kader voor de afstemming met de gebieden over de 10 thema's. De wijze van communiceren werken wij verder uit.

De naamstelling in de regio-overleggen is gewijzigd. In april 2015 zijn tijdens het overleg van de Overkoepelende Plaatselijke Belangen Ooststellingwerf (OPO) inhoudelijke en procedurele afspraken gemaakt over de invulling. De regio-overleggen van november 2015 zijn volgens die afspraken uitgevoerd. Vanaf 2016 is er jaarlijks 2 keer per regio een overleg.

In 2017 is het OPO overleg meer beleidsmatig ingevuld; uit de evaluatie met de regio-overleggen blijkt dat er verbeteringen mogelijk zijn. In 2018 wordt deze opgepakt. In 2018 is tweemaal een OPO overleg gevoerd en in de 4 regio's een najaarsoverleg. Tijdens de zomer heeft het nieuwe college kennisgemaakt met de dorpen en de vier bewonerscommissies. Ook zijn Dorpsgesprekken gestart met inwoners om tot een gedragen visie over het Sociaal Domein te komen.

Dorpsbudgetten
Vanaf 2011 ontvangt elk dorp en de 4 wijken in Oosterwolde een eigen budget (€ 1.000 per dorp/€ 250 per wijk + € 1 per inwoner). Dit is bedoeld om de sociale samenhang en de zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van de dorpen en wijken te stimuleren. Maar ook voor het ondersteunen van activiteiten en projecten op het niveau van dorpen en wijken. De dorpsbudgetten voorzien in een behoefte en functioneren naar volle tevredenheid. Bij de programmabegroting 2018 zijn de dorpsbudgetten structureel verhoogd met € 25.000 tot € 65.000.

De dorpen/wijken zijn zelf verantwoordelijk voor de besteding, zonder tussenkomst van de gemeente. Vanaf 2012 heeft elk dorp en de 4 wijken in Oosterwolde de beschikking over 100 uren Caparis via een strippenkaart. Dit is bedoeld om de dorpen/wijken leefbaar te houden. Hiervoor is ook het project Dorps- en Wijkbeheer gestart. Dit is een samenwerkingsverband van de buitendienst, Caparis en de dorpen/wijken, bedoeld om de dorpen/wijken te ondersteunen met het treffen van maatregelen en voorzieningen in de openbare infrastructuur.

Bottum-up projecten in relatie tot de Streekagenda Zuidoost
Het project Plattelânsprojecten is gestopt en vervangen door het Iepen Mienskips Fûns. De gemeentelijke cofinanciering is vervallen, maar de doelstelling is niet gewijzigd.

De Streekagenda Zuidoost is opgesteld door de 5 gemeente Heerenveen, Ooststellingwerf, Opsterland, Smallingerland en Weststellingwerf, alsmede Wetterskip Fryslân en provincie Fryslân. De Streekagenda geeft focus aan de uitvoering van projecten voor de ontwikkeling van Zuidoost op regionale schaal. Het is een groeimodel voor een regionale gebiedsgerichte aanpak en samenwerking, met als doel een leefbaar platteland. Het is ook een middel om de regionale samenwerking en gebiedsgerichte aanpak verder te versterken, met als doel de regio mooier te maken. Als overheden onderling, maar ook met maatschappelijke partners.

Binnen de werkgroep Wonen zijn er in 2017 twee regionale themasessies gehouden; (1) Kwaliteit en verduurzaming van de sociale woningvoorraad in samenhang met de particuliere voorraad en openbare ruimte en (2) Kernenbeleid in relatie tot demografische ontwikkelingen; opgave(n) voor de sociale woningvoorraad in de grotere kernen ten opzichte van de kleinere kernen. De beide sessies zijn een vervolg op het project "Investeringsstrategieën kwaliteitsverbetering en verduurzaming bebouwde omgeving" om de mogelijkheden te verkennen om als gemeenten, provincie, corporaties en huurdersorganisaties tot gezamenlijke investeringsstrategieën voor de sociale woningvoorraad te komen. De belangrijkste conclusie van de verkenning was dat er behoefte is aan verdieping, inzicht en stroomlijning binnen de bestaande overlegstructuur (cyclus van prestatieafspraken) om tot strategieën te komen. 

De betrokken partijen hebben in 2018 in gezamenlijkheid de conclusie getrokken dat over thema (1) er de noodzaak is om een stap te maken over de energietransitie. Partijen achten het verstandig een stap verder te gaan en de discussie over ambitiebepaling en strategie niet op regionaal maar op provinciaal niveau te voeren. Over thema (2) zitten de partijen niet voldoende op één lijn om gezamenlijke stappen te zetten. De corporaties vragen om heldere regionale beleidskeuzes waaronder het gezamenlijk afspraken maken over het verstevigen van de kernen en elkaar daaraan houden. Gemeente vragen zich af of een gezamenlijk woningmarktonderzoek (ondersteunend aan kernenbeleid) noodzakelijk is. Zij geven aan voor een mogelijk vervolg voor het kernenbeleid nader in beraad te willen gaan. Dit thema reikt verder dan het wonen alleen; het gaat ook om het voorzieningenaanbod (waaronder ook wonen en zorg) en bereikbaarheid van de kernen, kortom leefbaarheid. Het vervolgtraject is hiermee afgerond.

Daarnaast is in 2018 het Streekagenda project Leefbaarheid (wonen en zorg) opgestart; het is een onderwerp dat ons allemaal raakt en waarbij regionale afstemming wenselijk is. Daarom is het opgenomen in de Streekagenda Zuidoost 2017-2019 met als doel visievorming en kennisdeling.

Aanvalsplan Aandachtsgebieden
In 2011 is het project Aanvalsplan Stimuleringsregeling Aandachtsgebieden Fryslân gestart met een doorlooptijd tot 2024. Dit project is in eerste aanleg gericht op de wijken Haerenkwartier en Oosterwolde-Zuid. In voorkomende gevallen mogen ook projecten in andere delen van Oosterwolde worden opgestart in dit kader. Het omvat een integrale aanpak van de problematiek op fysiek en sociaal terrein in deze wijken, in samenspraak met de bewoners. Het project is vanaf 2017 verlengd. Deze integrale aanpak passen we ook in Haulerwijk toe in relatie tot het project 'Het Betrokken Dorp', met een looptijd van 2017 t/m 2019. Ook Haulerwijk is aangemerkt als aandachtsgebied.

In 2018 heeft het project Voor de wijk Door de wijk een doorstart gemaakt onder de naam Wijknet. Dit project werd eerder uitbesteed bij Caparis maar is nu gemeentelijk gecoördineerd. Een voormalig deelnemer is aangenomen als coördinator en is daardoor zelf uit de uitkering. Met deelnemers uit onze kaartenbak voeren ze groenonderhoud uit voor hulpbehoevenden en de gemeente.

Het project Blokaanpak is opgegaan in de wijkvernieuwing Haerenkwartier. Er is een klankbordgroep van circa 35 enthousiaste bewoners die meedenken over verbetering van woningen, openbare ruimte en leefbaarheid. Begin 2018 is als basis de Ontwikkelrichting wijkvernieuwing Haerenkwartier vastgesteld.

Het project "Het Betrokken Dorp" in Haulerwijk is betrokken geweest bij de vernieuwingen in het dorpspark te Haulerwijk (nieuwe beton fiets/wandelpaden, outdoor fitness, muziekkoepel, upgraden hangketen etc.). Vanuit het project "Het Betrokken Dorp" vinden gesprekken plaats met verschillende organisaties en personen in Haulerwijk met als doel het verbeteren van het samenleven, samenwerken en verbinding tussen de verschillende doelgroepen en organisaties. Het Sportplatform Haulerwijk functioneert al een aantal jaren. Er wordt gezocht naar verbetering van de samenwerking tussen (sport)verenigingen en sportorganisaties op dorpsniveau. Samenwerking op het gebied van o.a. vrijwilligers, inkoop, activiteiten, sportabonnementen.  

De bewaking van de voortgang van Aandachtsgebieden gebeurt door een kernteam van vertegenwoordigers uit de verschillende gebieden, gemeente en provincie. Eind 2018 is in het kernteam de tussenevaluatie van Aandachtsgebieden besproken.

Financiën

x € 1.000
Financien paragraaf 8 Gebiedsuitwerking Realisatie 2018
Eenmalig
Dorpsbudgetten (amendement Programmabegroting 2018-2021) 25
Aandachtsgebieden/Benedictus (2013-2016), restant € 38.000 is besteed in 2018 38
Aandachtsgebieden/Benedictus (2017-2019), restant € 314.000 te besteden in 2019 260
Structureel
Dorpsbudgetten 39
Uitvoering wijk- en dorpbeheer door medewerkers Stichting Werk Ooststellingwerf
Cofinanciering project bottum-up Streekagenda/gebiedsgericht beleid 43

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

Inleiding

In september 2017 heeft u de Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 vastgesteld. Dit is een doorstart van het Milieubeleidsplan 2010-2016. Op basis van ervaringen en resultaten zijn de doelen en ambities aangescherpt. De focus ligt op de thema’s Duurzame Energie, Afval als Grondstof, Biobased Economy en Biodiversiteit. Samen met inwoners, bedrijven en instellingen stellen we per thema een uitvoeringsagenda op, waarin we de weg naar realisatie met u vastleggen. De focus van de eerste uitvoeringsagenda’s ligt op de periode 2017-2020. De uitvoeringsagenda’s bevatten subthema’s met concrete projecten en een financiële onderbouwing die aan u worden voorgelegd ter besluitvorming. De voortgang wordt gerapporteerd via de P&C-cyclus. We rapporteren dan niet alleen over de (project)resultaten, maar ook waar we staan in de verschillende benchmarks zoals de gemeentelijke duurzaamheidsindex, de Governance monitor duurzame gemeenten, de Klimaatmonitor, de monitor van de Omrin (OARS) en de Milieubarometer.

Voor Biobased Economy is al een uitvoeringsagenda vastgesteld. Voor de overige thema's stellen we in 2019 een uitvoeringsagenda op.

Energie

Subsidieregeling Duurzaam en Leefbaar Ooststellingwerf
In 2018 is de subsidieregeling Duurzaam en Leefbaar Ooststellingwerf, naast de Duurzaamheidslening en de Blijverslening uitgebreid met nog twee onderwerpen. De stimuleringsregeling voor Postcoderozen en de Verzilverlening is toegevoegd. In totaal is voor de uitvoering van de subsidieregeling Duurzaam en Leefbaar Ooststellingwerf in 2018 ruimt € 1.2 miljoen door de raad beschikbaar gesteld. Onlangs is daar in 2019 de starterslening met een bedrag van € 300.000 aan toegevoegd.

Voor de duurzaamheidslening is veel belangstelling. Er is in totaal € 700.000 voor deze lening beschikbaar. Eind 2018 zijn ruim 100 duurzaamheidsleningen verstrekt. Hiermee is het budget nagenoeg besteed. Door aflossing wordt het revolverende fonds ieder jaar met ongeveer € 70.000 gevoed. Dit bedrag komt weer beschikbaar voor de duurzaamheidsleningen. De besteding van de gelden is heel divers. Van energie besparen door isolatie tot het opwekken van duurzame energie door zonnepanelen of warmtepompen.

Energiemarkt en elfwegentocht op 7 juli 2018
De energiemarkt is in het gemeentehuis georganiseerd en is met 250 bezoekers zeer goed bezocht door inwoners van Ooststellingwerf. Op deze dag zijn presentaties gehouden over zonneboilers en warmtepompen. De bezoekers waren in de gelegenheid om een ritje in een waterstof auto te maken. Ook was er een virtueel reality spel. Er was voor de inwoners de mogelijkheid om informatie in te winnen bij de diverse kramen met ondernemende standhouders op de energiemarkt, van isolatie tot duurzame energie. Ook is op deze dag meegedaan aan de elfwegentocht vanuit Drenthe naar Appelscha. In Appelscha zijn de deelnemers ontvangen door onder meer wethouder Fimke Hijlkema.

Presentatie op de informatieavond van de Werkgroep Overtjonger in Donkerbroek
In april is met behulp van studenten coöperatie Sameen een presentatie gehouden in het dorpshuis over duurzame energie.

Versnelde uitrol slimme meters
Met Liander is een versnelde uitrol van de slimme meters gerealiseerd. Hierdoor is het voor de deelnemers aan de projecten mogelijk het energieverbruik beter en eenvoudiger te monitoren en meer inzicht te krijgen in het energieverbruik.

Energie voor het MKB
In 2018 is het project energie voor het MKB dat in 2017 gestart is met 14 bedrijven afgerond.
Binnen dit project is de energiesituatie van de bedrijven in beeld gebracht en zijn mogelijke besparingen op energie binnen de bedrijven aangegeven.

Onderzoek kleine windturbines
In 2018 is voor de streekagenda gemeenten een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van kleine windturbines. De resultaten leggen wij u binnenkort ter kennisname voor.

Uitvoering projecten: goed voorbeeld doet goed volgen, perspectief op 0 en Smart Grid
In 2018 zijn activiteiten binnen de projecten goed voorbeeld doet goed volgen, perspectief op 0 en smart grid uitgevoerd:
- Voor de deelnemers is een huisbezoek georganiseerd in Fochteloo bij een enthousiaste deelnemer.
- Voor de deelnemers zijn in samenwerking met studenten twee bijeenkomsten georganiseerd voor collectieve inkoop zonnepanelen.
- Woningen van deelnemers zijn doorgelicht op hun energieprestatie en mogelijkheden naar energieneutraal.

Stellingwerf College
Op het Stellingwerf College zijn door de leerlingen 2 projecten uitgevoerd op de onderwerpen
a. Thema duurzame energie project ’nieuwe warmte’
b. Thema duurzame leefomgeving project Hondenpoep

Stookt u voor uw buren/warmtescan project werkgroep 'Overtjonger'
Dit project loopt nog gestaag door en voorziet inwoners van warmtebeeldfoto's van de woning met een eventueel maatwerkadvies. 75 aanmeldingen.

Verduurzaming sportaccommodaties
Dit project is in 2018 opnieuw opgepakt. Voor sportverenigingen is het mogelijk om een landelijke subsidie te ontvangen voor het treffen van maatregelen. Sport Fryslân is hier actief in. 

Zonnepaneelvelden.
In september 2017 is door u beleid vastgesteld voor zonnepaneelvelden in Ooststellingwerf. In 2018 zijn zonneparken in Haulerwijk, Donkerbroek, Oosterwolde en Appelscha operationeel geworden. 

Afval als grondstof

VANG-doelstellingen. Binnen de ambitie om in 2030 een duurzaam Ooststellingwerf te realiseren past het streven om als samenleving geen afval meer te produceren, maar grondstoffen die weer gebruikt kunnen worden voor nieuwe producten. Hiervoor zijn zogenaamde VANG-doelstellingen opgesteld, van afval naar grondstof. Met de bewonerscommissie in Oosterwolde en de plaatselijke belangen van Appelscha, Haulerwijk, en Haule zijn afspraken gemaakt over de plaatsing van afvalbakken voor hondenpoep. In 2018 zijn daar Makkinga, Oldeberkoop en Elsloo bijgekomen. 

Biobased Economy

Op dit moment is de Biobased Economy wereldwijd gezien een ‘bewegend doel’. Er bestaat geen stappenplan of handboek dat voorschrijft hoe men zo’n economie ontwikkelt. Om als gemeente toch grip te krijgen op deze ontwikkeling, hebben we concrete doelstellingen geformuleerd voor 2020. Deze zijn beschreven in het ‘Uitvoeringsprogramma Biobased economy’. Het programma omvat 50 projecten en 40 verschillende partners.

Inmiddels zijn de eerste projecten gestart. Deze dragen bij aan duurzame innovaties op het gebied van Agro & Food, Bouw & Materiaaltoepassingen en Recreatie & Toerisme binnen onze gemeente. Voorbeelden zijn het haalbaarheidsonderzoek naar een voedselbos waarin voedselproductie en natuur hand-in-hand gaan; het ontwikkelen van een applicatiecentrum voor bio-composieten waarin innovatieve bouwmaterialen getest worden door lokale en regionale bouwbedrijven; en het trainen van 5 tot 10 horecaondernemers om met streekproducten en seizoensgebonden producten te werken, inclusief de logistiek hieromtrent.

Biodiversiteit

Doelstelling: overal waar mogelijk passen we beheer op biodiversiteit toe en creëren we bewustwording en draagvlak door het belang van biodiversiteit actief uit te dragen. In de gemeente wordt het nieuwe biodiversiteitsbeheer op steeds meer plekken zichtbaar. Bijvoorbeeld door verschraling van onze bermen en aanleg van bloemrijke bermen. We willen meer samenwerken met inwoners en ondernemers om biodiversiteit onder de aandacht te brengen en te bevorderen. Daarom hebben we een project opgezet waarin we biodiversiteit in de schijnwerpers zetten en samen met inwoners en ondernemers een gezamenlijk biodiversiteitsplan gaan maken. Dit project wordt uitgevoerd in 2019 en 2020.

De gemeente heeft in samenwerking met Comprix en de Tjongerwerven een schoolbreed project over bijen aangeboden aan alle basisscholen. In het openbaar groen zijn diverse bermen voorzien van een bloem/kruidenrijk mengsel. Daarnaast zijn er bloembollen aangeplant en zijn plantvakken voorzien van vaste planten.

Financiën

x € 1.000
Financien paragraaf 9 Duurzaamheid Realisatie 2018
Eenmalig
Biobased Economy (beleidsadvisering en subsidies) 182
Biodiversiteitsplan (€ 30.000: uitvoering vindt plaats in 2019 en 2020) 0
Structureel
Millenniumdoelen en fair trade 0
MilieuBeleidsPlan gelden 68
Aanpak zwerfvuil - Himmelwike 7
Uitvoeringsplan extra aanpak zwerfafval (t/m 2022) 37
Bijdrage Afvalfonds Verpakkingen 2018 -30
Milieueducatie (lasten) 22
Milieueducatie (baten) -9
Opbrengst retributie zonnepaneelvelden -105
Uitvoering leningen duurzaamheid (in 2018 € 500.000 beschikbaar)
Uitvoering stimuleringsregeling duurzame initiatieven (in 2018 € 40.000 beschikbaar)