Meer
Publicatiedatum: 16-09-2020

Inhoud

Programma onderdelen

Begrotingspositie 2021-2024

Vertrekpunten programmabegroting 2021-2024

Vertrekpunten Programmabegroting 2021-2024

De vertrekpunten zijn vastgelegd in de kaderbrief 2021-2024. U heeft kennis kunnen nemen van het meerjarenperspectief en de uitkomsten van de Meicirculaire 2020 over de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast heeft u ingestemd met de uitgangspunten voor de begroting.

De opzet van de programmabegroting is grotendeels gelijk aan de Programmabegroting 2020-2023.

Uitgangspunten op basis van bestaand beleid

Uitgangspunten op basis van bestaand beleid

De laatst verschenen circulaire van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds is de Meicirculaire 2020. De definitieve uitkomsten van de Septembercirculaire 2020 delen wij u mee voorafgaand aan de behandeling van de begroting.

De onderdelen van het financieel perspectief uit de kaderbrief 2021-2024 zijn primitief in deze begroting verwerkt. In de Kaderbrief staat ook dat het structurele saldo voor de komende jaren negatief is en dat er nog diverse ontwikkelingen zijn die, in negatieve zin, invloed gaan hebben op het begrotingsperspectief. U heeft daarom ingestemd met het starten van een heroverwegingsproces om voor de Kaderbrief 2022 met voorstellen te kunnen komen. Het procesvoorstel hiervoor wordt in september 2020 met u besproken. 

We hebben bij de primitieve ramingen rekening gehouden met de hierna genoemde uitgangspunten:

  • De Meicirculaire 2020 is de basis.
  • De ramingen voor de jaarschijf 2021 zijn gebaseerd op de ramingen zoals die zijn opgenomen in de meerjarenbegroting 2020-2023.
  • Autonome ontwikkelingen zijn in de ramingen verwerkt.
  • De ramingen voor bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zijn gebaseerd op (concept)begrotingen 2021-2024 van deze regelingen voor zover deze bekend waren.
  • Op 17 juli 2018 heeft u bepaald dat we voor het Sociaal Domein vanaf 2020 het uitgangspunt van budgettair neutraal ramen loslaten en over gaan op uitgavenraming met 2019 als basisjaar.


Daarnaast houden we (in de primitieve ramingen) rekening met de volgende uitgangspunten die u bij de Kaderbrief 2021-2024 heeft vastgesteld:

  • Lonen: + 3,5% (incl. pensioenpremie)
  • Prijzen: + 1,5%
  • OZB: + 1,5%
  • Forensenbelasting: stapsgewijze verhoging
  • Leges: + 1,5%
  • Afvalstoffenheffing: 100% kostendekking
  • Rioolrechten: 100% kostendekking
  • Toeristenbelasting: € 1,40 per persoon per nacht
  • Precariobelasting: 0% (tarieven mogen niet omhoog)

Bovenstaande begrotingsuitgangspunten zijn gebaseerd op bestaand beleid. Waar nodig is hieronder een toelichting gegeven van deze uitgangspunten.

Lonen en prijzen
De loonontwikkeling is gebaseerd op de raming van het CPB (loonvoet sector overheid). De budgetten ramen wij reëel in relatie tot de doelstelling en/of het beoogd effect. Automatische prijscompensatie voor uitbestede werkzaamheden en leveranties passen wij niet toe. De subsidies en bijdragen worden wel verhoogd. Voor het eerstvolgende begrotingsjaar (2021) gaan wij uit van lopende prijzen en daarna (2022 t/m 2024) van constante prijzen.

Onroerendezaakbelasting (OZB)
Door areaaluitbreiding ((ver)bouw woningen en niet-woningen) verhogen wij jaarlijks de opbrengst. Bij een algehele waardedaling c.q. waardestijging van de onroerende zaken verhogen dan wel verlagen wij het tarief van OZB, om de begrote opbrengst te realiseren.

Forensenbelasting
Bij de behandeling van de Programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om de opbrengsten van de forensenbelasting te verhogen met € 15.000 in 2020 tot € 60.000 in 2023. Voor 2024 gaan wij uit van dezelfde opbrengst als 2023. Naast deze stapsgewijze verhogingen is de trendmatige verhoging van de forensenbelasting gekoppeld aan de verhoging van de OZB. 

Toeristenbelasting
Bij de behandeling van de Programmabegroting 2020-2023 heeft u besloten om het tarief voor de toeristenbelasting met ingang van 2021 te verhogen naar € 1,40 per persoon per nacht en het tarief daarna jaarlijks te indexeren met € 0,05. Vanaf 2020 geldt voor kinderen tot en met de leeftijd van 4 jaar een vrijstelling voor de heffing toeristenbelasting.

Precariobelasting
Het tarief van € 2,18 per m1, dat per 1 januari 2016 is bepaald, blijft van kracht. In de afbouwfase is geen tariefsverhoging meer mogelijk. Tot en met 2021 blijven wij de geraamde opbrengst van € 2,096 miljoen heffen, inclusief een meeropbrengst van € 800.000 per jaar. Vanaf het belastingjaar 2016 kan deze extra netto meeropbrengst precariobelasting worden gerealiseerd doordat tussen Enexis en Liander netwerken zijn geruild. Via raadsmededeling nr. 540 hebben wij u over de gestaakte procedures geïnformeerd. Bij de voorjaarsrapportage 2020 is de geraamde toevoeging over de jaren 2020 en 2021 aan de reserve gecorrigeerd.

Begrotingsresultaat bestaand beleid

Begrotingsresultaat bestaand beleid

In het begrotingsresultaat geven we inzage in het resultaat van het meerjarenperspectief op basis van bestaand beleid en structurele lasten nieuw beleid voor zowel het komende jaar als de prognosejaren daarna. Het nieuw beleid beperken we tot het uitvoeren van wettelijke taken en het doen van vervangingsinvesteringen. Verder houden we rekening met autonome ontwikkelingen. Ten aanzien van wettelijke taken hanteert u het standpunt dat we ons hierbij beperken tot de middelen die het Rijk hiervoor (extra) beschikbaar stelt. Bijvoorbeeld binnen het Gemeentefonds of specifieke uitkeringen. Regelingen met een open einde karakter vormen hierbij een risico.

Het begrotingsresultaat voor de jaren 2021 tot en met 2024 ziet er uit zoals in onderstaande tabel. Het begrotingsperspectief is gecorrigeerd met het saldo van incidentele baten en lasten om zo het structurele begrotingsperspectief aan te geven. In bijlage C staat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten.

Na verwerking van bestaand beleid (inclusief autonome ontwikkelingen) is het structurele begrotingsperspectief 2021-2024 vanaf 2022 negatief. U heeft ingestemd met het starten van een proces om bij de Kaderbrief 2022 met heroverwegingen te komen. Ten opzichte van de Kaderbrief 2021 gecombineerd met de Meicirculaire 2020 is het begrotingsperspectief naar beneden bijgesteld. Dit komt voornamelijk door autonome invloeden zoals salarissen. Daarnaast zijn er op het gebied van Wmo hogere lasten, bijvoorbeeld bij hulpmiddelen, vervoer en begeleiding. Vanuit de Taskforce Wmo zijn Quickwins geformuleerd, deze heffen de hogere lasten nagenoeg op en zijn primitief in deze begroting verwerkt. Het structurele begrotingsperspectief voor 2021 is hoger dan gepresenteerd bij de Kaderbrief 2021. Dit komt omdat we de vrijgevallen verplichting van de reservering precariobelasting van € 800.000 als incidenteel (voordeel) hebben beschouwd, terwijl we deze als structureel (t/m 2021) moeten beschouwen. De uitkomsten van de Septembercirculaire 2020 zijn nog niet verwerkt in deze programmabegroting. Voor de begrotingsbehandeling zullen wij u hierover separaat informeren.

x € 1.000
Begrotingsperspectief Begroting MJB MJB MJB
2021 2022 2023 2024
Begrotingsresultaat
Saldo baten en lasten -131 -933 -795 -663
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) 793 22 22 22
Totaal structureel begrotingsperspectief 662 -911 -773 -641