Meer
Publicatiedatum: 31-05-2017

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale heffingen

Paragraaf 1 | Lokale heffingen

De gemeente stuurt rekeningen voor een aantal belastingen en heffingen. Denk aan de onroerendezaakbelasting, rioolheffing en reinigingsheffing. Deze lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft een overzicht van de diverse heffingen.

>

1.1 Algemene beleidslijn

Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen.

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging over te gaan. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s af te dekken.

>

2.1 Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2018 € 15.400.000. Dit bestaat uit de Algemene reserve van € 10.200.000 (exclusief het bodembedrag van € 3.000.000) en de bestemmingsreserves van € 5.200.000. Het totaal van de bestemmingsreserves is € 12.300.000. Voor de weerstandscapaciteit halen we hier de reserve Sociaal domein € 5.100.000 en de Algemene reserve grondexploitatie €2.000.000 vanaf.

De benodigde weerstandscapaciteit is € 1.960.500 (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 15.400.000 is er nog de algemene buffer van € 3.000.000 (als onderdeel van de Algemene reserve). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitatie, openeinde-regelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

2.3 Kwantificeerbare risico's

2.4 Sociaal Domein

Uit de Meicirculaire van de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds blijkt dat de budgetten die we van het Rijk ontvangen voor het Sociaal Domein de komende jaren ten opzichte van 2017 stapsgewijs teruglopen naar € 14,0 miljoen in 2021.

       bedragen x € 1.000
Sociaal Domein 2017 2018 2019 2020 2021
Meicirculaire 2017          
AWBZ naar Wmo 4.103 4.163 4.116 4.134 4.128
Jeugdzorg 5.915 5.997 6.002 6.055 6.086
Participatiewet 4.486 4.176 3.991 3.806 3.743
Totaal 14.504 14.336 14.108 13.995 13.957

De daling van het budget zit vooral in Participatiewet. Hiervoor geldt dat er sprake dient te zijn van afbouw binnen de WSW.  We hebben nog onvoldoende inzicht in de totale kosten voor het Sociaal Domein. Daarnaast hebben we voor 2018 een hele andere inkoopstrategie  voor Jeugd. Het is daarom lastig een inschatting te maken van de te verwachten kosten Sociaal Domein voor 2018 en verdere jaren. Net als in voorgaande jaren zijn de budgetten voor jeugd en AWBZ budgettair neutraal opgenomen in de begroting 2018.  In 2018 starten we met de evaluatie van het Sociale Domein. Naar verwachting beschikken we dan over genoeg (betrouwbare) historische gegevens. Bij deze evaluatie betrekken we ook de ontwikkelingen binnen het Gebiedsteam. Met behulp van deze evaluatie moeten we beter inzicht krijgen in de risico’s en de financiële consequenties van de transitie en transformatie binnen het Sociale Domein.

2.5 Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. Deze kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven dus inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Door de wijziging in het BBV is er vanaf 2017 ook een geprognosticeerde balans. De in deze paragraaf opgenomen kengetallen komen voort uit deze balans.

Kengetallen Rekening
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
Netto schuldquote 36% 48% 49% 46% 42% 39%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 27% 37% 46% 42% 38% 34%
Solvabiliteitsratio 39% 28% 33% 34% 35% 36%
Structurele exploitatieruimte 2% -1% 0% 1% 1% 0%
Grondexploitatie 3% 6% 1% 1% 1% 0%
Belastingcapaciteit 92% 93% 91% 92% 93% 93%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) 2.054 -1.689 -2.521 -90 -733 18
             

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

>

3.1 Financiële consequenties

  bedragen x €1.000
Onderhoud kapitaalgoederen Rekening
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
2. Welzijn & educatie            
Huisvesting onderwijs - 2.513 - 2.265 - 1.482 - 1.442 - 1.464 - 1.437
Welzijn- en sportaccommodaties - 1.029 - 1.074 - 815 - 815 - 814 - 814
3. Ruimtelijke & economische ontwikkelingen            
Baatbelasting 69 0 - - - -
Bruggen en oevervoorzieningen - 130 - 63 - 63 - 63 - 63 - 63
Openbaar Groen - 533 - 591 - 581 - 600 - 599 - 577
Rioleringen - 2.637 - 1.841 - 1.877 - 1.877 - 1.877 - 1.877
Rioolheffing 2.781 2.742 2.864 2.864 2.864 2.864
Verhardingen - 1.367 - 1.473 - 1.335 - 1.260 - 1.260 - 1.010
Verkeersvoorzieningen - 290 - 348 - 338 - 338 - 338 - 338
6. Bestuur & Dienstverlening            
Automatisering - 1.140 - 1.312 - 1.045 - 1.023 - 1.021 - 1.021
Totaal onderhoud kapitaalgoederen - 6.789 - 6.223 - 4.670 - 4.552 - 4.572 - 4.271

Paragraaf 4 | Financiering

Paragraaf 4 | Financiering

De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken.

>

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

De gemeente Ooststellingwerf is een zelfbewuste plattelandsgemeente. We werken open, zakelijk en betrokken samen om collectieve belangen te behartigen en te realiseren voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Deze missie vraagt om een organisatie die competent en flexibel is. Zodat we kunnen inspelen op de steeds veranderende vraag uit de omgeving. Als organisatie willen we verbindend zijn, in contact staan en eigen kracht stimuleren en ondersteunen. De komende jaren willen we verder investeren in het ontwikkelen van de organisatie en het continu verbeteren van de bedrijfsvoeringsprocessen.

Naar een wendbare organisatie

We zitten in een overgang van door de overheid gestuurde initiatieven naar initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven zelf. Dit vergt van onze bedrijfsvoering nog meer flexibiliteit om goed in te kunnen spelen op een steeds veranderende vraag uit de omgeving en eigen organisatie.

Dit vraagt om een set spelregels die enerzijds de kaders bewaken, en anderzijds meebewegen met de opgaven vanuit de samenleving.

>

Paragraaf 6 | Verbonden Partijen

Paragraaf 6 | Verbonden Partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

>

6.1 Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In deze begroting nemen wij voor het eerst, in het kader van vernieuwing BBV, in de verschillende programma’s informatie op over verbonden partijen. In de programma’s wordt aangegeven op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf is vereenvoudigd tot een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat wij alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking;
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen;
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise;
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker;
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor.

We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

 

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Het realiseren van gebiedsontwikkeling en volkshuisvesting vraagt om een op maat gesneden aanpak. Door de crisis op de woningmarkt en de krimp is het noodzakelijk dat we nieuwe inzichten ontwikkelen die aansluiten op deze situatie. In onze gemeente is de nieuwbouw van de sociale huur nagenoeg weggevallen. In de nieuwe aanpak gaan we kijken naar organische gebiedsontwikkeling, nieuwe verdienmodellen (pauzelandschappen) en validiteit van de woningbouwopgave uit de Woonvisie 2017-2022. De gemeente heeft daarin nog een volkshuisvestelijke taak. De andere taak vloeit voort uit Hoofdstuk 6.4 Wro, dat het kosten verhaal bij particuliere initiatieven verplicht stelt. De voorkeur van de wetgever gaat uit naar het aangaan van een (anterieure) overeenkomst. Indien dat niet lukt dient er een exploitatieplan opgesteld te worden. 

>

Paragraaf 8 | Gebiedsuitwerking

Paragraaf 8 | Gebiedsuitwerking

De maatschappij is altijd in beweging. De afgelopen jaren heeft de Rijksoverheid de beleidslijn ingezet van een terugtredende overheid naar meer initiatief voor de maatschappelijke instellingen. Deze paragraaf geeft inzicht in de veranderende maatschappelijke setting, om het voorzieningenniveau en de (fysieke en sociale) leefbaarheid ook in de toekomst in stand te houden. Inwoners krijgen en nemen steeds meer het initiatief voor de inrichting van hun eigen omgeving. Ook stimuleren we dorpen om meer samen te werken.

>

8.3 Financiën

bedragen x € 1.000

Financiën paragraaf 8 Gebiedsuitwerking 

Eenmalig

 

Dorpsbudgetten 1)

25

Aandachtsgebieden/Benedictus (restant te besteden in 2017-2018)

44

Structureel

 

Dorpsbudgetten 

40

Caparis (1.600 uur)

40

Cofinanciering projecten Streekagenda

36

   

1) Wij stellen voor dit eenmalig te verlengen in 2018

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

Paragraaf 9 | Duurzaamheid

In september 2017 heeft u de Versnellingsagenda Duurzaam Ooststellingwerf 2030 vastgesteld. Dit is een doorstart van het Milieubeleidsplan 2010-2016. Op basis van ervaringen en resultaten zijn de doelen en ambities aangescherpt. De focus ligt op de thema’s Duurzame Energie, Afval als Grondstof, Biobased Economy en Biodiversiteit. Samen met inwoners, bedrijven en instellingen stellen we per thema een uitvoeringsagenda op, waarin we de weg naar realisatie met u vastleggen. De focus van de eerste uitvoeringsagenda’s ligt op de periode 2017-2020. De uitvoeringsagenda’s bevatten subthema’s met concrete projecten en een financiële onderbouwing die aan de gemeenteraad worden voorgelegd ter besluitvorming. De voortgang wordt gerapporteerd via de PenC-cyclus. We rapporteren dan niet alleen over de (project)resultaten, maar ook waar we staan in de verschillende benchmarks zoals de gemeentelijke duurzaamheidsindex, de Governance monitor duurzame gemeenten, de Klimaatmonitor , de monitor van de Omrin (OARS) en de Milieubarometer.

>

9.1 Energie

Doelstelling: een duurzame, energieneutrale gemeente in 2030.

In 2030 gebruiken we niet meer energie (in TJ) dan we zelf duurzaam opwekken. We gebruiken zo spaarzaam mogelijk energie en als we energie gebruiken, doen we dat zo efficiënt mogelijk. Energie wekken we duurzaam op, met zo min mogelijk uitstoot van CO2. Door energieneutraal te worden, verlagen we onze CO2-uitstoot substantieel. Om onze doelstelling te behalen, moeten we flink versnellen. In het huidige tempo zijn we pas over 44 jaar energie neutraal. We blijven daarom inzetten op energiereductie en het duurzaam opwekken van energie.

Om onze ambitie te realiseren, zetten we in op grootschalige opwekking van zonne-energie, verduurzaming van de bebouwde omgeving en onderzoeken we de mogelijkheden van kleinschalige windenergie. We verbinden en onderzoeken de mogelijkheden voor lokale energienetwerken (Smart Grids) 1). Opslag van energie is daarin ook een onderwerp van groot belang. Nieuwe duurzame vormen van mobiliteit dragen bij aan onze verduurzaming en houden ons gebied ook in de toekomst voor iedereen bereikbaar . We volgen de ontwikkelingen op dit gebied en stimuleren waar mogelijk. Om inzichtelijk te krijgen welke maatregelen noodzakelijk zijn om onze ambitie voor 2030 te halen, ontwikkelen we een energietool.

1) Smart grid is een elektriciteitssysteem dat gebruikmaakt van informatie, tweerichtingsverkeer, communicatietechnologieën en computerintelligentie op een geïntegreerde manier voor elektriciteitsopwekking, -distributie en -consumptie.

9.2 Afval als grondstof

Doelstelling: een duurzaam schone leefomgeving, niet meer te verbranden restafval dan 100kg per inwoner per jaar én 75% recyclen van het ingezamelde afval in 2020.

We zetten in op meer scheiding en minder restafval. ‘Diftar’ en nascheiding blijven. Om te komen tot een eerlijke afrekening van de afvalstoffenheffing en om inwoners te stimuleren afval beter te scheiden, en vooral geen gft-afval meer in de ‘Sortibak’ te doen, gaan we afrekenen op gewicht (Diftar+) en niet meer per lediging. De ‘Biobak’ wordt niet gewogen; hiervoor houden we vast aan het € 1,- tarief per lediging.

We stellen voor (agenda raad 26 september a.s.) de invoering van ‘Diftar+’ plaats te laten vinden vanaf begin 2019. Uitgangspunt bij het berekenen van de Afvalstoffenheffing is 100% kostendekkendheid en geen kostenverhoging voor het ledigen van een ‘Sortibak’ bak zonder gft-afval. We gaan actief met inwoners in gesprek over wat nodig is voor een goede invoering van ‘Diftar+’ en wat zij nodig hebben om deze doelstelling te halen. Versnellen is nodig om onze doelstellingen vóór 2020 te halen.

Samen met inwoners, plaatselijke belangen en buurtcommissies blijven we inzetten op een schone en veilige leefomgeving. Vooralsnog worden projecten en acties met betrekking op de leefomgeving zoals aanpak zwerfafval en hondenpoep gecontinueerd. Aan de hand van resultaten van de ‘Leefbaarometer’[1] sturen we bij.

9.3 Biobased Economy

 Doelstelling: ontwikkelen van een Biobased economie.

Op dit moment is de Biobased Economy wereldwijd gezien een “bewegend doel”. Er bestaat geen stappenplan of handboek die voorschrijft hoe men zo’n economie ontwikkelt. Om als gemeente toch grip te krijgen op deze ontwikkeling, hebben we concrete doelstellingen geformuleerd voor 2020. Deze zijn beschreven in het ‘Uitvoeringsprogramma Biobased economy’. Het programma behelst 50 projecten en 40 verschillende partners.

Inmiddels zijn de eerste projecten gestart. Deze dragen bij aan duurzame innovaties op het gebied van Agro & Food, Bouw & Materiaaltoepassingen en Recreatie & Toerisme binnen de gemeente Ooststellingwerf. Voorbeelden zijn het haalbaarheidsonderzoek naar een voedselbos waarin voedselproductie en natuur hand-in-hand gaan; het ontwikkelen van een applicatiecentrum voor bio-composieten waarin innovatieve bouwmaterialen getest worden door lokale en regionale bouwbedrijven; en het trainen van 5 tot 10 horecaondernemers om met streekproducten en seizoensgebonden producten te werken, inclusief de logistiek hieromtrent.

Naast projecten waarbij ondernemers of onderwijsinstellingen actiehouder zijn, worden er in 2017 ook projecten gestart die betrekking hebben op de interne huishouding van de gemeente. De gemeente is hier “in the lead” en onderzoekt hoe het thema Biobased Economy kan integreren met bestaande thema’s zoals vergunningen, Omgevingswet en inkoop & aanbesteding. De Biobased Economy kan een kwaliteitsimpuls betekenen voor de werkgelegenheid binnen onze plattelandsgemeenten. In het najaar van 2018 wordt het ‘kenniscentrum Biobased Economy’ geopend.

9.4 Biodiversiteit

Doelstelling: overal waar mogelijk passen we beheer op biodiversiteit toe en creëren we bewustwording en draagvlak door het belang van biodiversiteit actief uit te dragen.

In de gemeente wordt het nieuwe biodiversiteitsbeheer op steeds meer plekken zichtbaar. Bijvoorbeeld door verschraling van onze bermen en aanleg van bloemrijke bermen. We willen meer samenwerken met inwoners en ondernemers om biodiversiteit onder de aandacht te brengen en te bevorderen. Ook het ‘Wetterskip’ is een partner; biodiversiteit is immers meer dan alleen groen. We continueren ons huidige beleid, maar zetten in op versnelling van uitvoering van projecten en acties uit het ‘Biodiversiteitsplan’.

9.5 Financiën

  bedragen x €1.000
Financiën paragraaf 9 Duurzaamheid  
Structureel  
Milleniumdoelen en fairtrade 12
Aanpak zwerfvuil - Himmelwike 5
Milieueducatie 8
Uitvoeringsplan extra aanpak zwerfafval (tot en met 2022) 30
Biobased economy 300
Structureel budget Milieu (gedekt uit financiële opbrengsten zonnepanelen) 100