Meer
Publicatiedatum: 31-05-2017

Inhoud

Programma onderdelen

Financieel meerjarenperspectief

3.2.1 Budgetten per programma

Budgetten per programma

In bijgaand overzicht treft u de budgetten per begrotingsprogramma aan op basis van bestaand beleid. Elk programma is onderverdeeld naar lasten en baten. Per jaarschijf kunt u het resultaat voor en na bestemming aflezen. In de bijlage ‘Overzicht reserves en voorzieningen 2016 - 2021’ vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening. Het totaaloverzicht Programmabegroting 2018-2021 geeft, in het kader van de dualisering, het autorisatieniveau van de raad aan. Dit gebeurt namelijk op programmaniveau. Binnen deze budgetten is het college geautoriseerd de begroting uit te voeren. Dit is dus ook het niveau waarop u wordt geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het nieuwe beleid. De documenten voor de planning en controlcyclus worden op dit niveau afgestemd.

Noodzakelijke mutaties op programmaniveau in de loop van het dienstjaar leggen wij door middel van een begrotingswijzing aan u voor. De programmabegroting is de basis voor de productenbegroting en de leidraad voor het uitvoeren van het geformuleerde beleid.

  bedragen x € 1.000
Programmabegroting Rekening
2016
Begroting
2017
Begroting
2018
MJB
2019
MJB
2020
MJB
2021
Resultaat voor bestemming            
Lasten            
1. Sociale Domein - 25.890 - 27.536 - 27.234 - 27.208 - 27.312 - 27.127
2. Welzijn & educatie - 8.261 - 7.908 - 6.189 - 5.949 - 5.977 - 5.946
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. - 12.699 - 10.494 - 8.327 - 8.167 - 8.016 - 7.586
5. Openbare orde en veiligheid - 1.544 - 1.617 - 1.722 - 1.738 - 1.753 - 1.782
6. Bestuur & Dienstverlening - 26.908 - 21.485 - 22.836 - 22.856 - 22.824 - 22.967
Totaal Lasten - 75.302 - 69.040 - 66.308 - 65.918 - 65.883 - 65.409
Baten            
1. Sociale Domein 9.385 9.173 9.401 9.467 9.587 9.796
2. Welzijn & educatie 531 538 531 500 500 500
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. 8.968 6.424 6.728 8.086 7.252 6.553
5. Openbare orde en veiligheid 16 - - - - -
6. Bestuur & Dienstverlening 57.857 47.171 48.621 48.637 48.658 48.705
Totaal Baten 76.758 63.305 65.281 66.688 65.997 65.553
Resultaat voor bestemming 1.456 - 5.735 - 1.027 770 114 144
Mutatie reserves            
Toevoegingen - 5.650 - 1.841 - 84 - 1.380 - 698 - 85
Onttrekkingen 6.856 9.069 1.971 1.300 1.024 202
Mutatie reserves 1.206 7.228 1.887 - 80 326 117
Resultaat na bestemming 2.662 1.494 860 690 440 261

 

 

3.2.2 Financiële positie

3.2.2 Financiële positie

Voor het beoordelen van de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in het gemeentelijke financiële beleid, de mogelijke (financiële) risico’s en het (eigen) vermogen van de gemeente. Gekeken wordt naar het begrotingsperspectief, het weerstandsvermogen, de belastingcapaciteit, de grondexploitatie en de reserves en voorzieningen.

 

De punten, voor het beoordelen van de financiële positie, zijn nader toegelicht in de volgende zeven onderdelen:

  • de budgettaire positie in 2018 tot en met 2021:
  • het weerstandsvermogen;
  • de beheersplannen;
  • de grondexploitatie;
  • de belastingcapaciteit;
  • de reserves en voorzieningen

Financiële positie voor de komende begrotingsperiode samengevat

Samenvatting

  • Het positieve begrotingsperspectief geeft ons geen aanleiding om te komen met nadere dekkingsvoorstellen.
  • De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,961 miljoen. Het beschikbare weerstandsvermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves) is voldoende om risico’s af te dekken.
  • Met ingang van het begrotingsjaar 2016 schrijft het Rijk een vijftal financiële kengetallen voor, die verplicht zijn opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. Op basis van deze kengetallen kunnen we concluderen dat de financiële positie van onze gemeente goed is te noemen. Het jaren geleden ingezette financiële beleid heeft ertoe geleid dat de financiële positie is versterkt.
  • Het niveau van het onderhoud kapitaalgoederen is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau. Om het MOP Wegen goed uit te voeren zetten we eenmalig € 1.000.000 in om in de periode 2017 tot en met 2020 te besteden (jaarlijks € 250.000).
  • In de Algemene reserve grondexploitatie is een bedrag opgenomen voor mogelijke risico’s. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie, is het op peil houden van deze reserve van essentieel belang.
  • De belastingdruk neemt de komende jaren verder af. De opbrengst OZB wordt in 2018 niet trendmatig verhoogd. Vanaf 2017 is € 950.000 gereserveerd om de belastingtarieven van afval en riolering te verlagen. Belastingen verhogen we daar waar nodig trendmatig. Bij de bestemmingsheffingen, zoals de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges (retributies) is het uitgangspunt volledige kostendekking; de burger betaalt gemiddeld niet meer dan de kostprijs voor het afnemen van deze gemeentelijke producten en diensten. De leges omgevingsvergunningen zijn gebaseerd op 75% kostendekking.
  • De onroerende zaak belastingen, forensenbelasting en de toeristenbelasting zijn algemene belastingen en hebben het karakter van algemeen dekkingsmiddel en vloeien als zodanig in de algemene middelen van de gemeente. Vanaf 2015 ontvangen we jaarlijks € 1,232 miljoen structurele opbrengst precariobelasting. Dit bedrag wordt ingezet als dekkingsmiddel. Door gewijzigde wetgeving kan tot en met 2021 precariobelasting voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven worden geheven. Als gevolg hiervan zetten we de structurele opbrengst vanaf 2017 tot en met 2021 in vijf stappen om naar incidenteel geld.
  • Onze reservepositie is op dit moment toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de reserves zijn gevormd. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd.

    Voor u is het van belang vast te stellen in hoeverre meerjarig voldoende middelen beschikbaar zijn voor het uitvoeren van de taken waarvoor de gemeente zich moet inzetten en voor het continueren van de bedrijfsvoering. Daarbij is het van belang inzicht te hebben in het vermogen van de gemeente en inzicht in de mogelijke risico’s die kunnen worden gelopen.  Dit houdt in dat:
  • in de begroting alle lasten en baten zijn geraamd op basis van het bestaand beleid;
  • de mogelijke risico’s zijn aangegeven;
  • de meerjarenbegroting een reëel beeld geeft van de financiële positie op middellange termijn.

1. Budgettaire positie in 2018-2021

In de begroting geven we per programma aan wat de kaders zijn voor het bestaande beleid. De baten en lasten ramen we op basis van de begroting van het voorgaande jaar inclusief de inmiddels vastgestelde begrotingswijzigingen. Hierbij houden wij rekening met de door de raad vastgestelde uitgangspunten. Daarnaast wijken we, als blijkt dat externe factoren hiervoor aanleiding geven, in voorkomende gevallen af van het door de raad vastgestelde percentage voor prijsstijgingen en dergelijke.

Het begrotingsperspectief 2017-2020 is behoorlijk minder positief dan was aangekondigd bij de Kaderbrief 2018-2021. De begrotingsresultaten per jaarschijf zijn gemiddeld € 380.000 lager dan eerder was begroot. Toch is het begrotingsperspectief voor de komende planperiode van vier jaar structureel en reëel in evenwicht. Het positieve meerjarige begrotingsresultaat geeft ons geen aanleiding te komen met nadere dekkingsvoorstellen. De economische vooruitzichten voor 2018 en volgende jaren zijn positief. We verwachten dat deze tendens ook gaat doorwerken in de lokale economie van Ooststellingwerf. Het consistent uitvoeren van het financiële beleid en een verantwoorde beheersing van de financiële huishouding blijft ook de komende jaren van belang.

In de begroting is voor de jaren 2018-2021 in totaal € 3,67 miljoen aan incidentele lasten en € 3,611 miljoen (vooral onttrekkingen aan reserves) aan incidentele baten geraamd. De omvang van het incidentele saldo is met € 59.000 beperkt. In de bijlage ‘Overzicht incidentele lasten en baten’ vindt u een specificatie.

2. Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is het vermogen om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit in gevaar komt. De weerstandscapaciteit bestaat uit de potentieel in te zetten middelen om de tegenvallers op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ wordt hierop uitgebreid ingegaan. De beschikbare weerstandscapaciteit (reserves, onbenutte investeringscapaciteit, stille reserves en eventuele ruimte in de begroting inclusief onvoorzien) bedraagt 1 januari 2018 € 15,4 miljoen.

 

Dit bedrag kan als volgt gespecificeerd worden:

  • algemene reserve € 10,2 miljoen (exclusief bodembedrag van € 3 miljoen);
  • bestemmingsreserves € 5,2 miljoen.

De benodigde weerstandscapaciteit wordt vastgesteld aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,961 miljoen. De huidige aanwezige weerstandscapaciteit is van voldoende niveau (omvang). De mogelijke risico’s zijn beheersbaar te noemen. Op het moment dat een risico zich voordoet, is er voldoende weerstandscapaciteit om het risico op te kunnen vangen.

 

3. Beheersplannen: onderhoud van kapitaalgoederen

Voor elk kapitaalgoed is een (actueel) beleidsplan aanwezig. In de meerjarenbegroting zijn de budgetten opgenomen die afgestemd zijn op het gewenste onderhoudsniveau. Verder zijn, daar waar noodzakelijk, vervangingsinvesteringen opgenomen. Het betreft: wegen, riolering, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, civiel technische kunstwerken, sportaccommodaties, sportterreinen, gebouwen, ICT en groen. In de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ wordt per kapitaalgoed kort ingegaan op het beleidskader en de financiële gevolgen (vooral onderhoud)in de begroting.

Jaarlijks wordt bij de behandeling van de jaarrekening de reserves en voorzieningen geactualiseerd. De meerjarige onderhoudsbehoefte van de kapitaalgoederen is in beeld. De omvang van de reserves en voorzieningen is afgestemd op de meerjarige onderhoudsbehoefte. Ten aanzien van de overige kapitaalgoederen hebben we hiervoor gelden gereserveerd in de onderhoudsbegroting. Het niveau van het onderhoud is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau.

4. Grondexploitatie

De grondexploitatie is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld (zie paragraaf ‘Grondbeleid’). Na de vaststelling van de Woonvisie op 23 mei 2017, staat ook de nieuwe Nota grondbeleid op de rol. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.

Bij de ontwikkeling van ruimtelijke projecten is het uitgangspunt minimaal een sluitende exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals bv. bij bedrijfsterreinen en inbreidingslocaties, wordt een niet sluitende exploitatie geaccepteerd. Wel wordt in deze gevallen getracht om met maatregelen binnen het plan wel tot dekking van de kosten te komen. Ook in andere gevallen is het uitgangspunt dat er dekking van het tekort moet zijn voordat de exploitatie kan worden vastgesteld. U stelt de exploitatieopzet vast. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie. Dit saldo is verwerkt in een reserve: de Algemene reserve grondexploitatie. De begrote stand van de reserve is per 1-1-2018 ruim € 1,989 miljoen. Naast een bedrag van € 395.000 als algemene reserve grondexploitatie, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 1,594 miljoen beschikbaar.

Bij de bepaling van de omvang van deze reserve wordt een minimumniveau aangehouden. Besloten is de hoogte van de reserve te baseren op een bedrag voor mogelijke risico’s en een bedrag voor grondaankopen. Dit niveau wordt bij de jaarlijkse actualisatie van de reserves en voorzieningen bijgesteld.

5. De (onbenutte) Belastingcapaciteit

In het Coalitieakkoord 2014-2018 staat vermeld dat de onroerende zaak belastingen (zo nodig) in de periode 2014-2018 trendmatig worden verhoogd. De OZB wordt niet ingezet als middel om de begroting sluitend te maken. Bij de uitwerking van deze begroting is hiermee rekening gehouden. De belastingdruk neemt de komende jaren af. Besloten is de opbrengst OZB voor het jaar 2018 niet trendmatig te verhogen. Vanaf 2017 hebben we € 950.000 vrij gemaakt om de belastingtarieven van afval en riolering te verlagen. Belastingen verhogen we daar waar nodig trendmatig.

Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd. Er geldt een tot 1 januari 2022. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 structureel geraamd in de begroting (€ 1,232 miljoen). Het besluit tot wijziging heeft verstrekkende gevolgen voor het begrotingsperspectief vanaf 2022.  Door een jaarlijkse stapsgewijze afbouw van de structurele opbrengst precariobelasting anticiperen we tijdig.

Vanaf 2008 is de limitering van de onroerende zaak belastingen (OZB) vervallen. Wel heeft de regering een macronorm ingesteld voor de verhoging van de OZB. De macronorm OZB volgens de Meicirculaire 2017 voor het begrotingsjaar 2018 is 3,1% (2017: 1,97%). Bij overschrijding van de norm kan het Rijk eventueel ingrijpen via een correctie van het volume van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds.

In overeenstemming met het bestaande beleid hebben we bij de berekening van een aantal tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met een trendmatige stijging van 1½ %. Voor de afvalstoffenheffing is kostendekking het uitgangspunt, waarbij de egalisatiereserve Reiniging ingezet wordt om de tarieven te egaliseren.  Door u is besloten € 828.000 toe te voegen aan deze reserve. Het doel is het vaste tarief afvalstoffenheffing per perceel de komende jaren op een laag niveau te houden, en zo mogelijk in te zetten om de VANG-doelstellingen te realiseren.

In de raadsvergadering van 26 september a.s. is een voorstel geagendeerd over het kostendekkingsplan rioolheffing met twee opties. Met ingang van 2018 moeten we een omslagrente (nieuwe methode) toerekenen aan onze (riolerings)investeringen. Deze rentelasten dalen sterk ten opzichte van 2017. Hierdoor kunnen de tarieven rioolrecht naar beneden. We stellen voor een tarief te hanteren op het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing met een korting van 7½ % ten opzichte van het GRP 2014-2019. Verder worden de inkomsten vanuit de rioolheffing gebruikt om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden.

Uit het kengetal belastingcapaciteit kan afgeleid worden dat de woonlastendruk van Ooststellingwerf lager is dan het landelijk gemiddelde. De gemiddelde woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde.

6. Reserves en voorzieningen

Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd bij het opmaken van de jaarstukken. De actualisatie is opgesteld op basis van uitgangspunten die door het college in januari 2008 zijn vastgesteld.

Onze reservepositie is gezond en is toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de (bestemmings)reserves zijn gevormd. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd. De uitkomsten van de actualisatie 2016-2021 zijn in deze programmabegroting meegenomen. We stellen vast dat de jaarlijkse actualisatie een goed inzicht oplevert in de samenhang tussen de exploitatie enerzijds en de reserves en voorzieningen anderzijds. Het verschil tussen resultaat voor en na bestemming wijkt jaar op jaar minder af. Dit is ook af te leiden uit het kengetal structurele exploitatieruimte. Uiteindelijk is het belangrijk dat de omvang van de reservepositie die aangehouden wordt, past bij de risico’s, schaalgrootte en ambitieniveau van de gemeente.

Bij de behandeling van deze programmabegroting worden wensen en prioriteiten afgezet tegen eventuele overschotten binnen het eigen vermogen (reserves). Incidenteel kan een reserve aangewend worden voor incidentele uitgaven ofwel om een tekort van een jaarschijf tijdelijk te dekken. Er wordt een meerjarig beslag (2018–2021) gelegd op de algemene reserve van totaal € 2,736 miljoen (€ 2,077 miljoen nieuw beleid 2017, verhoging budget rekenkamer € 4.200, € 5.000 ter dekking van niet gerealiseerd opbrengsten snippergroen, onttrekking voor afschrijvingen investeringen maatschappelijk nut € 628.000 en € 22.000 onttrekking vergoeding N381).

  bedragen x € 1.000
Minimale niveau Algemene reserve Begroting
2018
Bodembedrag 3.000
Benodigde weerstandscapaciteit 1.961
Specifieke bestemming herstructurering Caparis 453
Meerjarig beslag 2018-2021 2.736
Minimale niveau algemene reserve 8.150
Algemene reserve per ultimo 2017 13.189
Vrij aanwendbaar 5.039

Rekening houdende met het bodembedrag van € 3 miljoen, de benodigde weerstandscapaciteit van bijna € 2 miljoen, de specifieke bestemming voor herstructurering Caparis € 453.000 en het meerjarig beslag 2018–2021 (inclusief de voorgestelde dekking van de eenmalige besteding van precariogelden) van € 2,736 miljoen, is een bedrag van € 5 miljoen vrij aanwendbaar. Het vrij besteedbare deel van de reserve Strategische projecten bedraagt bijna € 3,2 miljoen.

  bedragen x € 1.000
Reserves en voorzieningen Saldo
ultimo
2016
Saldo
ultimo
2017
Saldo
ultimo
2018
Saldo
ultimo
2019
Saldo
ultimo
2020
Saldo
ultimo
2021
Reserves            
Algemene reserve 15.658 13.189 12.068 11.361 10.655 10.453
Bestemmingsreserves 14.767 12.285 11.519 12.306 12.686 12.771
Totaal Reserves 30.425 25.474 23.587 23.667 23.341 23.224
Voorzieningen            
Voorziening bestaande risico's (art 44. 1b) 1.054 1.054 1.054 1.054 1.054 1.054
Voorz.tbv gelijkm. verd.lst (art 44. 1c) 2.801 2.344 2.081 1.852 1.444 1.506
Voorz. Van derden verkregen middelen (art 44. 2) 5.789 5.010 5.248 5.453 5.680 5.907
Voorz.arb.kst gerel.verpl. ongel.verl. 2.742 2.767 2.792 2.817 2.842 2.867
Totaal Voorzieningen 12.386 11.175 11.175 11.175

11.019

11.333
Totaal 42.811 36.649 34.762 34.842 34.360 34.557

In bovenstaande tabel is een overzicht opgenomen van de reserves en voorzieningen 2016-2021. In de bijlage vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening.