Meer
Publicatiedatum: 27-11-2018

Inhoud

Programma onderdelen

Financieel meerjarenperspectief

Budgetten per programma

Budgetten per programma

In bijgaand overzicht treft u de budgetten per begrotingsprogramma aan op basis van bestaand beleid. Elk programma is onderverdeeld naar lasten en baten. Per jaarschijf kunt u het resultaat voor en na bestemming aflezen. In de bijlage ‘Overzicht reserves en voorzieningen 2017 - 2022’ vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening. Het totaaloverzicht Programmabegroting 2019-2022 geeft, in het kader van de dualisering, het autorisatieniveau van de raad aan. Dit gebeurt namelijk op programmaniveau. Binnen deze budgetten is het college geautoriseerd de begroting uit te voeren. Dit is dus ook het niveau waarop u wordt geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van het nieuwe beleid. De documenten voor de planning en controlcyclus worden op dit niveau afgestemd.

Noodzakelijke mutaties op programmaniveau in de loop van het dienstjaar leggen wij door middel van een begrotingswijzing aan u voor. De programmabegroting is de basis voor de productenbegroting en de leidraad voor het uitvoeren van het geformuleerde beleid.

 

bedragen x € 1.000
Programmabegroting Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Resultaat voor bestemming
Lasten programma´s
1. Sociale Domein -29.829 -27.982 -28.217 -27.697 -27.602 -27.635
2. Welzijn & educatie -7.554 -7.425 -7.117 -7.046 -7.015 -6.142
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. -10.428 -10.772 -7.965 -7.577 -7.426 -7.363
5. Openbare orde en veiligheid -1.581 -1.766 -1.802 -1.817 -1.852 -1.886
6. Bestuur & Dienstverlening -9.630 -11.914 -12.462 -12.433 -12.301 -12.272
Totaal Lasten -59.022 -59.859 -57.563 -56.570 -56.197 -55.297
Baten programma´s
1. Sociale Domein 9.454 9.413 8.790 8.856 8.986 9.182
2. Welzijn & educatie 625 623 603 503 503 503
3. Ruimtelijke & economische ontwikk. 7.195 7.766 7.733 7.469 6.504 6.500
5. Openbare orde en veiligheid 9 - - - - -
6. Bestuur & Dienstverlening 2.926 1.082 1.016 987 1.070 1.029
Totaal Baten 20.210 18.885 18.142 17.815 17.063 17.214
Totaal programma´s -38.812 -40.974 -39.422 -38.755 -39.134 -38.084
Lasten algemene dekkingsmiddelen
Algemene uitkering
Deelnemingen -1 -1 -1 -1 -1
Lokale heffingen -7 -7 -7 -7 -7
Saldo financieringsfunctie -1.168 -31 -137 -139 -128 -76
Onvoorzien -29 -36 -36 -36 -36
Overige algemene dekkingsmiddelen -232 -783 -144 -378 -624 -144
Totaal lasten algemene dekkingsmiddelen -1.400 -851 -324 -561 -795 -264
Baten algemene dekkingsmiddelen
Algemene uitkering 40.511 41.760 43.241 43.797 44.246 44.367
Deelnemingen 53 54 54 54 54 54
Lokale heffingen 3.816 4.194 4.230 4.234 4.238 2.915
Saldo financieringsfunctie 22 54 30 29 29 29
Onvoorzien
Overige algemene dekkingsmiddelen 50 9 9 9 9 9
Totaal baten algemene dekkingsmiddelen 44.452 46.070 47.563 48.123 48.575 47.374
Totaal algemene dekkingsmiddelen 43.052 45.219 47.239 47.563 47.780 47.110
Totaal lasten overhead -9.759 -11.709 -10.472 -10.472 -10.472 -10.472
Totaal baten overhead 1.909 2.119 2.147 2.147 2.147 2.147
Totaal overhead -7.850 -9.591 -8.325 -8.325 -8.325 -8.325
Resultaat voor bestemming -3.610 -5.345 -508 483 321 702
Mutaties reserves
Toevoegingen -3.101 376 -1.232 -1.123 - -53
Onttrekkingen 9.874 5.751 2.098 1.311 338 65
Mutaties reserves 6.773 6.127 867 188 338 13
Resultaat na bestemming 3.163 782 359 671 659 714

Financiële positie

Financiële positie

Voor het beoordelen van de financiële positie is het van belang inzicht te hebben in het gemeentelijke financiële beleid, de mogelijke (financiële) risico’s en het (eigen) vermogen van de gemeente. We kijken naar het begrotingsperspectief, het weerstandsvermogen, de belastingcapaciteit, de grondexploitatie en de reserves en voorzieningen.

De punten, voor het beoordelen van de financiële positie, zijn nader toegelicht in de volgende zes onderdelen:

  1. de budgettaire positie in 2019 tot en met 2022:
  2. het weerstandsvermogen;
  3. de beheersplannen;
  4. de grondexploitatie;
  5. de belastingcapaciteit;
  6. de reserves en voorzieningen

 

Samenvatting

  • Het begrotingsperspectief geeft ons geen aanleiding om te komen met nadere dekkingsvoorstellen. Wel gaan we bij de uitwerking van de visie Sociaal Domein nadrukkelijk kijken naar de budgettaire mogelijkheden. Het begrotingsevenwicht willen we in de eerstvolgende jaren tot stand brengen, mogelijk met aanvullende maatregelen buiten het Sociaal Domein.
  • De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,354 miljoen. Het beschikbare weerstandsvermogen (algemene reserve en bestemmingsreserves) is voldoende om risico’s af te dekken.
  • Met ingang van het begrotingsjaar 2016 schrijft het Rijk een vijftal financiële kengetallen voor, die verplicht zijn opgenomen in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. Op basis van deze kengetallen kunnen we concluderen dat de financiële positie van onze gemeente goed is te noemen. Het ingezette financiële beleid van de afgelopen jaren heeft ertoe geleid dat de financiële positie is versterkt.
  • Het niveau van het onderhoud kapitaalgoederen is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau. Om het MOP Wegen goed uit te voeren zetten we eenmalig € 1.000.000 in om in de periode 2017 tot en met 2020 te besteden (jaarlijks € 250.000).
  • In de Algemene reserve grondexploitatie is een bedrag opgenomen voor mogelijke risico’s. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie, is het op peil houden van deze reserve van essentieel belang.
  • De belastingdruk blijft de komende jaren gelijk. De opbrengst OZB wordt in 2019 niet trendmatig verhoogd. Vanaf 2017 is € 950.000 gereserveerd om de belastingtarieven van afval en riolering te verlagen. Belastingen verhogen we daar waar nodig trendmatig. Bij de bestemmingsheffingen, zoals de afvalstoffenheffing en rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekking. De opbrengst leges burgerzaken zijn in principe kostendekkend. De inwoner betaalt gemiddeld niet meer dan de kostprijs voor het afnemen van deze gemeentelijke producten en diensten. De leges omgevingsvergunningen zijn gebaseerd op 75% kostendekking.
  • De onroerende zaak belastingen, forensenbelasting en de toeristenbelasting zijn algemene belastingen en hebben het karakter van algemeen dekkingsmiddel en vloeien als zodanig in de algemene middelen van de gemeente. We ontvangen jaarlijks € 1,327 miljoen structurele opbrengst precariobelasting. Dit bedrag wordt ingezet als dekkingsmiddel. Door gewijzigde wetgeving kan tot en met 2021 precariobelasting voor kabels en leidingen voor de nutsbedrijven worden geheven. Als gevolg hiervan zetten we de structurele opbrengst vanaf 2017 tot en met 2021 in vijf stappen om naar incidenteel geld.
  • Onze reservepositie is op dit moment toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de reserves zijn gevormd. Wel is het belangrijk te onderkennen dat de bestemmingsreserves Sociaal Domein en Strategische projecten na de voorstellen voor nieuw beleid 2019-2022 bijna geheel zijn benut. Bij de actualisatie van de Reserves en voorzieningen bij de Jaarstukken 2018 kijken naar de hoogte van de huidige buffer van € 3 miljoen in de Algemene reserve. Door de risico's die we lopen in het Sociaal Domein wordt dit opnieuw beoordeeld. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd.

Voor u is het van belang vast te stellen in hoeverre meerjarig voldoende middelen beschikbaar zijn voor het uitvoeren van de taken waarvoor de gemeente zich moet inzetten en voor het continueren van de bedrijfsvoering. Daarbij is het van belang inzicht te hebben in het vermogen van de gemeente en inzicht in de mogelijke risico’s die kunnen worden gelopen. Dit houdt in dat:

  • in de begroting alle lasten en baten zijn geraamd op basis van het bestaand beleid;
  • de mogelijke risico’s zijn aangegeven;
  • de meerjarenbegroting een reëel beeld geeft van de financiële positie op middellange termijn.

 

1. Budgettaire positie in 2019-2022

In de begroting geven we per programma aan wat de kaders zijn voor het bestaande beleid. De baten en lasten ramen we op basis van de begroting van het voorgaande jaar inclusief de inmiddels vastgestelde begrotingswijzigingen. Hierbij houden wij rekening met de door de raad vastgestelde uitgangspunten. Daarnaast wijken we, als blijkt dat externe factoren hiervoor aanleiding geven, in voorkomende gevallen af van het door de raad vastgestelde percentage voor prijsstijgingen en dergelijke.

Het begrotingsperspectief 2019-2022 is minder positief dan gepresenteerd bij Uitvoeringsprogramma 2018-2022. De begrotingsresultaten per jaarschijf zijn gemiddeld € 320.000 lager dan eerder was begroot. Het uitgangspunt dat de eerste twee jaarschijven structureel in evenwicht zijn is niet te realiseren. Het begrotingsperspectief 2019-2022 inclusief nieuw beleid is nagenoeg sluitend. Bij de uitwerking van de visie Sociaal Domein kijken we nadrukkelijk naar de budgettaire mogelijkheden. Het begrotingsevenwicht willen we in de eerstvolgende jaren tot stand brengen, mogelijk met aanvullende maatregelen buiten het Sociaal Domein. Het consistent uitvoeren van het financiële beleid en een verantwoorde beheersing van de financiële huishouding blijft ook de komende jaren van belang.

De daling van begrotingsresultaten wordt vooral veroorzaakt door autonome invloeden. Zo nemen de salarislasten (+1% extra) toe, ontvangen we jaarlijks minder eigen bijdrage door de invoering abonnementstarief WMO, zijn de salarissen OWO begroting zijn bijgesteld, de financieringslasten Haerenkwartier zijn opgenomen bij nieuw beleid (niet primitief verwerkt in de begroting) en jaarlijks is een voordeel door investeringen in de openbare verlichting (led).

In de begroting is voor de jaren 2019-2022 in totaal € 4,832 miljoen aan incidentele lasten en € 7,893 miljoen (vooral onttrekkingen aan reserves) aan incidentele baten geraamd. In de bijlage ‘Overzicht incidentele lasten en baten’ vindt u een specificatie.

 

2. Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is het vermogen om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit in gevaar komt. De weerstandscapaciteit bestaat uit de potentieel in te zetten middelen om de tegenvallers op te vangen. In de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’ wordt hierop uitgebreid ingegaan. De beschikbare weerstandscapaciteit (reserves, onbenutte investeringscapaciteit, stille reserves en eventuele ruimte in de begroting inclusief onvoorzien) bedraagt 1 januari 2019 € 15,904 miljoen.

Dit bedrag kan als volgt gespecificeerd worden:

  • algemene reserve € 11,448 miljoen (exclusief bodembedrag van € 3 miljoen);
  • bestemmingsreserves € 4,456 miljoen (exclusief reserve Sociaal Domein en de Algemene reserve grondexploitatie).

De benodigde weerstandscapaciteit wordt vastgesteld aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 1,354 miljoen. De huidige aanwezige weerstandscapaciteit is van voldoende niveau (omvang). De mogelijke risico’s zijn beheersbaar te noemen. Op het moment dat een risico zich voordoet, is er voldoende weerstandscapaciteit om het risico op te kunnen vangen.

 

3. Beheersplannen: onderhoud van kapitaalgoederen

Voor elk kapitaalgoed is een (actueel) beleidsplan aanwezig. In de meerjarenbegroting zijn de budgetten opgenomen die afgestemd zijn op het gewenste onderhoudsniveau. Verder zijn, daar waar noodzakelijk, vervangingsinvesteringen opgenomen. In het nieuw beleid voor de periode 2019-2022 zijn verschillende (vervangings)investeringen voor de openbare ruimte opgenomen. Het betreft: wegen, riolering, openbare verlichting, verkeersvoorzieningen, civiel technische kunstwerken, sportaccommodaties, sportterreinen, gebouwen, ICT en groen. In de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ wordt per kapitaalgoed kort ingegaan op het beleidskader en de financiële gevolgen (vooral onderhoud)in de begroting.

Jaarlijks wordt bij de behandeling van de jaarrekening de reserves en voorzieningen geactualiseerd. De meerjarige onderhoudsbehoefte van de kapitaalgoederen is in beeld. De omvang van de reserves en voorzieningen is afgestemd op de meerjarige onderhoudsbehoefte. Ten aanzien van de overige kapitaalgoederen hebben we hiervoor gelden gereserveerd in de onderhoudsbegroting. Het niveau van het onderhoud is gebaseerd op actuele onderhoudsplannen en is afgestemd op het gewenste onderhoudsniveau.

 

4. Grondexploitatie

De grondexploitatie is een onderdeel van de totale exploitatie van de gemeente. Gelet op de risico’s in relatie tot de omvang van de bedragen is een afzonderlijke paragraaf over het grondbeleid verplicht gesteld (zie paragraaf ‘Grondbeleid’). Na de vaststelling van de Woonvisie op 23 mei 2017, wordt ook in deze raadsperiode de nieuwe Nota grondbeleid vastgesteld. De doelstelling voor het grondbedrijf zoals geformuleerd in de Nota Grondbeleid 2011 is niet veranderd: “Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen.

Bij de ontwikkeling van ruimtelijke projecten is het uitgangspunt minimaal een sluitende exploitatie. In bepaalde gevallen, zoals bv. bij bedrijfsterreinen en inbreidingslocaties, wordt een niet sluitende exploitatie geaccepteerd. Wel wordt in deze gevallen getracht om met maatregelen binnen het plan wel tot dekking van de kosten te komen. Ook in andere gevallen is het uitgangspunt dat er dekking van het tekort moet zijn voordat de exploitatie kan worden vastgesteld. U stelt de exploitatieopzet vast. Door de jaren heen heeft dit geleid tot een saldo in de grondexploitatie. Dit saldo is verwerkt in een reserve: de Algemene reserve grondexploitatie. De begrote stand van de reserve is per 1-1-2019 € 2,251 miljoen. Naast een bedrag van € 519.000 als algemene reserve grondexploitatie, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 1,732 miljoen beschikbaar.

Bij de bepaling van de omvang van deze reserve wordt een minimumniveau aangehouden. Besloten is de hoogte van de reserve te baseren op een bedrag voor mogelijke risico’s en een bedrag voor grondaankopen. Dit niveau wordt bij de jaarlijkse actualisatie van de reserves en voorzieningen bijgesteld.

 

5. De (onbenutte) Belastingcapaciteit

Bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2018-2022 heeft u via een amendement besloten de nullijn voor de OZB te hanteren in 2019. Bij de uitwerking van deze begroting is hiermee rekening gehouden. De belastingdruk blijft de komende jaren gelijk. Vanaf 2017 is € 950.000 vrij gemaakt om de belastingtarieven van afval en riolering te verlagen.

Het Kabinet heeft de precariobelasting voor nutsbedrijven per 1 juli 2017 gewijzigd. Precariobelasting mag geheven worden tot 1 januari 2022. De opbrengst precariobelasting is tot en met 2021 geraamd in de begroting (€ 1,327 miljoen). Het besluit tot wijziging heeft verstrekkende gevolgen voor het begrotingsperspectief vanaf 2022. Door een jaarlijkse stapsgewijze afbouw van de structurele opbrengst precariobelasting anticiperen we tijdig.

Vanaf 2008 is de limitering van de onroerende zaak belastingen (OZB) vervallen. Wel heeft de regering een macronorm ingesteld voor de verhoging van de OZB. De macronorm voor 2019 is nog niet bekend gemaakt.

In overeenstemming met de uitgangspunten hebben we bij de berekening van een aantal tarieven voor de gemeentelijke belastingen en rechten rekening gehouden met een trendmatige stijging van 2½ %. Voor de afvalstoffenheffing is kostendekking het uitgangspunt, waarbij de reserve Lastenverlichting ingezet wordt om de tarieven te egaliseren. Door u is besloten € 828.000 toe te voegen aan deze reserve. Het doel is het vaste tarief afvalstoffenheffing per perceel de komende jaren op een laag niveau te houden, en zo mogelijk in te zetten om de VANG-doelstellingen te realiseren.
Het gebruikers- en eigenarendeel van de rioolheffing is met ingang van 2018 met 7½% gedaald ten opzichte van de tarieven in 2017. Ook voor de rioolheffing geldt het uitgangspunt van 100% kostendekking. Verder worden de inkomsten vanuit de rioolheffing gebruikt om de voorziening Riolering de komende jaren op peil te houden.

Uit het kengetal belastingcapaciteit kan afgeleid worden dat de woonlastendruk van Ooststellingwerf lager is dan het landelijk gemiddelde. De gemiddelde woonlasten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde.

 

6. Reserves en voorzieningen

Jaarlijks worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd bij het opmaken van de jaarstukken. De actualisatie is opgesteld op basis van uitgangspunten die door ons in januari 2008 zijn vastgesteld.

Onze reservepositie is gezond en is toereikend voor het realiseren van de doelen waarvoor de (bestemmings)reserves zijn gevormd. Voor diverse risico’s hebben we voorzieningen gevormd. De uitkomsten van de actualisatie 2017-2022 (Jaarstukken 2017) zijn in deze programmabegroting meegenomen. De jaarlijkse actualisatie levert een goed inzicht in de samenhang tussen de exploitatie enerzijds en de reserves en voorzieningen anderzijds. Het verschil tussen het resultaat voor en na bestemming op begrotingsbasis (primitief) blijft constant. Dit is ook af te leiden uit het kengetal structurele exploitatieruimte. Uiteindelijk is het belangrijk dat de omvang van de reservepositie die aangehouden wordt, past bij de risico’s, schaalgrootte en ambitieniveau van de gemeente.

Bij de behandeling van deze programmabegroting zijn de wensen en prioriteiten afgezet tegen eventuele overschotten binnen het eigen vermogen (reserves). Incidenteel kan een reserve aangewend worden voor incidentele uitgaven ofwel om een tekort van een jaarschijf tijdelijk te dekken. Er wordt een meerjarig beslag (2018–2021) gelegd op de algemene reserve van totaal € 2,218 miljoen (€ 1,068 miljoen nieuw beleid 2017 en € 1,15 miljoen voor het tekort bij Jeugd in 2019 en 2020).

Wel is het belangrijk te onderkennen dat de bestemmingsreserves Sociaal Domein en Strategische projecten na verwerking van de voorstellen voor nieuw beleid 2019-2022 bijna geheel zijn benut. Bij de actualisatie van de Reserves en voorzieningen bij de Jaarstukken 2018 kijken we naar de hoogte van de huidige buffer van € 3 miljoen in de Algemene reserve. Door de risico's die we lopen in het Sociaal Domein wordt dit opnieuw beoordeeld.

Rekening houdende met het bodembedrag van € 3 miljoen, de benodigde weerstandscapaciteit van ruim € 1,3 miljoen, de specifieke bestemming voor herstructurering Caparis € 453.000 en het meerjarig beslag 2019–2022 van € 2,218 miljoen, is een bedrag van € 7,4 miljoen vrij aanwendbaar.

 

bedragen x € 1.000
Minimale niveau Algemene reserve Begroting
2019
Bodembedrag 3.000
Benodigde weerstandscapaciteit 1.354
Specifieke bestemming herstructurering Caparis 453
Meerjarig beslag 2018-2021 2.218
Minimale niveau algemene reserve 7.025
Algemene reserve per ultimo 2018 14.448
Vrij aanwendbaar 7.423

Overzicht reserves en voorzieningen

In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de reserves en voorzieningen 2017-2022. In de bijlage vindt u een gespecificeerd meerjarenoverzicht per reserve en per voorziening.

bedragen x € 1.000
Reserves en voorzieningen Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo
ultimo ultimo ultimo ultimo ultimo ultimo
2017 2018 2019 2020 2021 2022
Reserves
Algemene reserve 15.444 14.448 13.163 12.229 12.229 12.229
Bestemmingsreserves 10.870 8.413 8.895 9.710 9.441 9.494
Totaal Reserves 26.314 22.861 22.059 21.940 21.671 21.723
Voorzieningen
Voorziening bestaande risico's (art 44. 1b) 929 929 929 929 929 929
Voorz.tbv gelijkm. verd.lst (art 44. 1c) 2.654 1.866 1.745 1.337 1.399 1.301
Voorz. Van derden verkregen middelen (art 44. 2) 5.002 5.002 4.951 5.007 5.063 5.118
Voorz.arb.kst gerel.verpl. ongel.verl. 2.541 2.566 2.591 2.616 2.641 2.666
Totaal Voorzieningen 11.127 10.363 10.217 9.890 10.032 10.015
Totaal 37.441 33.224 32.276 31.830 31.703 31.738