Paragrafen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen

De gemeente stuurt belastingaanslagen voor een aantal belastingen en heffingen. Dit zijn de onroerendezaakbelasting, rioolheffing, en afvalstoffenheffing voor alle belastingplichtigen binnen onze gemeente. Daarnaast zijn er nog specifieke belastingsoorten voor bepaalde doelgroepen zoals de toeristenbelasting, forensenbelasting, en de BIZ (bedrijveninvesteringszone). We heffen ook leges. De lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van onze inkomsten. Deze paragraaf laat de hoogte van de inkomsten zien en geeft uitleg over de diverse heffingen.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Algemene beleidslijn

Het fiscale beleid voeren we uit in overeenstemming met de fiscale wetgeving, de gevormde jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals die gelden voor het belastingrecht. Daarnaast zijn rechtvaardigheid, redelijkheid en billijkheid zowel bij de heffing als bij de invordering de bepalende elementen.

Bijzonderheden en ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Bijzonderheden en ontwikkelingen

De Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ)
Zoals elk jaar worden de nieuwe WOZ-waarden gebruikt voor o.a. de heffing van de onroerendezaakbelasting en forensenbelasting. De waardepeildatum voor de WOZ-waarde ligt steeds één jaar voor het belastingjaar en blijft daardoor actueel. Door de actualiteit van de waarde wordt deze mede voor andere doeleinden, zoals de belastingdienst voor de erfbelasting en eigen woningforfait, forensenbelasting, waterschapslasten en door notarissen gebruikt.

Basisregistraties
Als gemeente maken wij verplicht gebruik van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De BAG/WOZ koppeling gaat zorgen voor een onderlinge afstemming tussen de BAG en de WOZ, een wettelijke verplichting. Deze afstemming tussen basisregistraties is het begin van de keten waarin de basisregistraties met elkaar onderling worden verbonden. Doelstelling daarvan is om meer samenhang te creëren in de Geo informatie infrastructuur. Dit betreft een objectenregistratie met daarin basisgegevens van objecten in de fysieke werkelijkheid zoals o.a. gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen en gemeentegrenzen. Deze informatie is van groot belang voor beleidsvraagstukken, vergunningverlening maar ook voor de belastingheffing en het beantwoorden van vragen van inwoners over hun leefomgeving.

Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) 
De legesverordening is per 2024 vernieuwd in verband met de invoering van de omgevingswet en Wkb. Naast aanpassing aan de nieuwe wetgeving is de legesverordening in OWO-verband ook zoveel mogelijk geharmoniseerd voor de hoofdstukken 2 (omgevingsvergunningen) en 3 (APV gerelateerde diensten). De diensten binnen deze hoofdstukken worden uitgevoerd door de OWO-afdeling VTH. Hoofdstuk 1 is uitsluitend tekstueel geharmoniseerd op basis van het VNG-model. Hiervoor is gekozen, omdat de dienstverlening voor hoofdstuk 1 niet plaatsvindt via OWO-VTH, maar via de separate gemeenten.

Na twee jaar met de nieuwe legesverordening gewerkt te hebben worden de inzichten meegenomen voor de verordening voor 2027. U ontvangt eind 2026 een voorstel voor een beperkte herziening van de legesverordening voor 2027.

Belastingsoorten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Belastingsoorten

Onroerendezaakbelasting (OZB)
De hoogte van de OZB-aanslag wordt berekend met een percentage over de WOZ-waarde van een pand. Het percentage wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen (zoals bedrijfspanden, winkels en kantoren) betalen OZB. De opbrengst OZB is voor een gemeente vrij te besteden. 

Benchmark: Met ingang van 2020 is de macronorm vervangen door de benchmark woonlasten. Dit hebben de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken afgesproken. Deze benchmark houdt in dat de tarieven van een gemeente worden vergeleken met de tarieven van andere gemeenten en landelijke en provinciale gemiddelden. Om te laten zien wat de verschillen zijn tussen gemeenten en proberen hierdoor de (forse)stijging OZB te temperen. Basis voor de vergelijking zijn de resultaten van de onderzoeken van het COELO. Tot nu toe blijkt de benchmark nog minder effectief dan de macronorm, er staan geen sancties op.

Rioolheffing
Eigenaren en gebruikers van woningen en niet-woningen (voornamelijk bedrijfspanden) die aangesloten zijn op het riool betalen rioolheffing. Met de opbrengsten hiervan betalen we het beheer en onderhoud van de riolering, drainage, een aantal sloten binnen de bebouwde kom en andere zaken die nodig zijn voor de inzameling en het transport van afval-, grond- en regenwater. In het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) 2025-2029 is het kostendekkingsplan opgenomen. Daarin staat hoe de heffing zich in deze periode ontwikkelt. 

Leges
Leges zijn bedoeld om de kosten te dekken van diensten die de gemeente levert, zoals vergunningverlening of burgerzaken. Gemeenten moeten aantonen dat de totale begrote opbrengsten van alle leges niet hoger zijn dan de totale begrote kosten (maximaal 100% kostendekkendheid). In 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ingevoerd. Deze wetten hebben impact op de legesbaten. Ook zien we een toename in de bouwactiviteiten. Per saldo leidt dit tot meer legesbaten dan verwacht bij invoering van de wetgeving. We monitoren de komende jaren de werkelijke kosten en opbrengsten en kunnen tarieven desgewenst bijstellen. 

Toeristenbelasting
 De raad heeft bij de kaderbrief 2027 besloten de tarieven voor 2027 vast te stellen op € 1,20 en € 1,90 per persoon per nacht (was € 1,20 en 1,65 in de periode 2024-2026). Het tarief van € 1,20 per persoon per nacht is voor overnachtingen in kampeermiddelen op kampeerterreinen en in kampeerboerderijen. Het tarief van € 1,90 per persoon per nacht is voor verblijf in andere verblijfsaccommodaties. In de raadsvergadering van 27 juni 2023 heeft de raad bij amendement besloten om leeftijd van vrijstelling toeristenbelasting kinderen te verhogen van vier jaar naar twaalf jaar. Deze leeftijdsvrijstelling blijft in stand. 

Forensenbelasting
Onder de naam ‘forensenbelasting’ heffen we een belasting van personen die (voor meer dan 90 dagen per jaar) een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet voor zichzelf en/of hun gezin beschikbaar houden. De belasting heffen we naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen (de WOZ-waarden). De belasting van caravans of chalets met een standplaats voor meerdere jaren wordt naar een vast bedrag geheven.

Bedrijven Investeringszone (BIZ)
BIZ (Bedrijven Investeringszone): Op 20 oktober 2021 heeft u ingestemd met de verordening Bedrijveninvesteringszone Oosterwolde Centrum 2021 (BIZ). De opbrengsten van de BIZ worden als subsidie uitgekeerd aan de stichting BIZO. Met de stichting is een uitvoeringsovereenkomst gesloten waarin de activiteiten zijn opgenomen die zij met de subsidie gaan verwezenlijken. Op 22 april 2025 heeft u ingestemd met de verlenging van de verordening voor de periode 2026-2031.

Een tweede BIZ-gebied is in onderzoek geweest namelijk voor de beveiliging van twee bedrijventerreinen ten oosten van Oosterwolde en deel van de Nanningaweg. Er is een onderzoek ingesteld in 2025 en er zijn bijeenkomsten georganiseerd voor een draagvlakmeting bij de gebruikers en eigenaren in het vastgestelde gebied. De uitslag van de draagvlakmeting was een negatieve beoordeling. De uitbreiding van de huidige bestaande regeling is nu in onderzoek. 

Afvalstoffenheffing
Voor het ophalen en verwerken van afval leggen we een afvalstoffenheffing op. Deze heffing bestaat uit een vast bedrag per woning (vastrecht), een bedrag voor het aantal keren dat afval wordt aangeboden en het aantal kilo's restafval (Diftar+). Het vastrecht moet altijd worden betaald, ook als er geen afval wordt aangeboden. 

Kwijtschelding
We voeren de kwijtschelding uit volgens de Uitvoeringsregeling van de Invorderingswet 1990. Als inkomenstoets voor de kwijtschelding wordt de 100% bijstandsnorm gehanteerd. Dit betekent dat, afgezien van vermogen, aanvragers met een inkomen op bijstandsniveau in principe voor kwijtschelding in aanmerking komen. Kwijtschelding geldt niet voor alle belastingsoorten, alleen voor de afvalstoffenheffing vast deel (+ Diftar tot € 100) en rioolheffing (alleen gebruikersdeel). We gebruiken een versnelde en vereenvoudigde, geautomatiseerde toets vooraf (via het Bureau InformatieDiensten Nederland: BIDN) om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Bij twijfel wordt er nog extra informatie opgevraagd bij de aanvrager. De kosten voor kwijtschelding zitten berekend in het tarief voor rioolheffing en vastrecht van de afvalstoffenheffing. 

Inkomsten

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Inkomsten

Lokale heffingen en leges

x € 1.000
Lokale heffingen en leges Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
lokale heffingen 10.245 10.538 11.354 11.564 11.564 11.564
leges 1.552 1.221 1.211 1.142 1.009 1.009
Totaal 11.797 11.759 12.565 12.706 12.573 12.573

Lokale heffingen

x € 1.000
Lokale heffingen Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
3.2. Leefomgeving en natuur
Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 3.068 3.417 3.509 3.509 3.509 3.509
Rioolheffing (gecombineerd) 3.113 3.147 3.435 3.435 3.435 3.435
Totaal 3.2 Leefomgeving en natuur 6.181 6.564 6.944 6.944 6.944 6.944
4.4 Recreatie en toersime
Forensenbelasting 156 149 152 152 152 152
Toeristenbelasting 419 349 419 419 419 419
Totaal 3-1 Thema Economie 575 498 571 571 571 571
6.1 Algemene dekkingsmiddelen
Onroerende zaakbelasting eigenaren 3.128 3.179 3.418 3.576 3.576 3.576
Onroerende zaakbelasting gebruikers 296 297 353 405 405 405
Bedrijven investeringszone 65 - 68 68 68 68
Totaal 6.1 algemene dekkingsmiddelen 3.489 3.476 3.839 4.049 4.049 4.049
Totaal Lokale heffingen 10.245 10.538 11.354 11.564 11.564 11.564

Leges

x € 1.000
Leges Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
1.1. Wonen en ruimtelijke ontwikkeling
Bestemmingsplannen 4 29 30 30 30 30
Omgevingsvergunningen, baten 958 550 550 550 550 550
3.1. infrastructuur en bereikbaarheid
Verharding 27 62 62 62 62 62
5.1 Bestuur,dienstverlening en financien
Burgelijke stand / huwelijk 19 13 13 13 13 13
Burgerzakenleges 526 552 541 472 339 339
Gemeentehuis en buitendienst 5 0 0 0 0 0
5.2 Openbare orde en veiligheid
Overige leges 13 15 15 15 15 15
Totaal Leges 1.552 1.221 1.211 1.142 1.009 1.009

Kostendekking

Terug naar navigatie - Paragraaf 1 | Lokale Heffingen - Kostendekking

Berekening van kostendekkendheid riolering en reiniging
In onderstaande tabellen staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen riolering en reiniging. Het uitgangspunt bij deze heffingen is volledige kostendekking. Naast de baten en lasten die worden verantwoord op bijbehorende taakvelden mogen we een aantal lasten toerekenen, waaronder overhead. De overhead is berekend als opslagpercentage over de directe salarislasten die op het taakveld verantwoord zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in een opslagpercentage voor de salarislasten van de buitendienst (64%) en van de binnendienst (71%).


Berekening van kostendekkendheid leges
In onderstaande tabel staan de berekeningen van kostendekkendheid van de heffingen leges. De totale kostendekkendheid van de legesverordening komt uit op 86%. Kostendekkendheid bij leges burgerzaken (hoofdstuk 1) is niet haalbaar, vanwege wettelijke maximumtarieven voor de belangrijkste diensten in dit hoofdstuk. De kostendekkendheid bij leges omgevingsvergunningen (hoofdstuk 2) fluctueert jaarlijks door fluctuaties in de omvang van bouwactiviteiten. De lage kostendekkendheid bij APV gerelateerde onderwerpen (hoofdstuk 3) is een politieke keuze om te stimuleren dat vergunningen voor deze diensten worden aangevraagd. 

De berekening van de tarieven gebeurt extracomptabel. Bij de kosten taakvelden zijn de directe personeelskosten en de materiële kosten opgenomen die samenhangen met het verstrekken van de diensten waarvoor leges geheven worden. Bij directe personeelskosten gaat het bijvoorbeeld om de uren van baliemedewerkers en van de uren van de medewerkers bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) en Ruimtelijke Ordening (RO). De basis voor de toerekening van deze kosten zijn de teamplannen en historische cijfers. Materiële kosten zijn bijvoorbeeld de kosten die samenhangen met de afdracht aan het Rijk voor reisdocumenten en de afdracht aan het RDW voor rijbewijzen. De overhead wordt via een opslag op de directe personeelskosten toegerekend. Voor hoofdstuk 1 rekenen we met het integraal uurtarief van Ooststellingwerf. Daarin hanteren we een opslag van 71% voor overhead over de directe loonkosten. Voor hoofdstuk 2 en 3 rekenen we met het integraal uurtarief van VTH. Daarin hanteren we een opslag van 61% voor overhead over de directe loonkosten. Er is voor gekozen om de btw niet als kostenelement mee te wegen, omdat het overgrote deel van de kosten de eigen personele kosten betreft waarvoor geen btw verschuldigd is. De wel toerekenbare btw maakt slechts een klein onderdeel uit van de kosten.

Toelichting overhead
Op de taakvelden verantwoorden we alle baten en lasten die direct betrekking hebben op het taakveld, waaronder salarislasten. De lasten die we niet direct aan de taakvelden kunnen toerekenen, zijn de overheadkosten. Overhead is 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces'. Het gaat hier dan om onder andere personele kosten, huisvesting, ICT, etc.

Omdat alle directe kosten al rechtstreeks zijn toegerekend aan de taakvelden, passen we een opslagpercentage toe voor overhead op salarislasten bij taakvelden waarvoor we kostendekkende tarieven mogen berekenen. Bijvoorbeeld afval, riolering en leges.

x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting Rioolheffing Begroting Reinigingsheffing
(taakveld 7.2) (taakveld 7.3)
Lasten
Lasten 2.402 3.493
Baten - -628
Netto lasten taakveld 2.402 2.865
Toe te rekenen lasten
Overhead 503 137
Kwijtschelding 52 105
Rente - -1
Dubieuze debiteuren 7 10
Slootonderhoud en straatreiniging 171
BTW 300 393
Totaal toe te rekenen lasten 1.033 644
Totale lasten 3.435 3.509
Opbrengst heffingen -3.435 -3.509
Dekkingspercentage 100% 100%

.

x € 1.000
Berekening van kostendekkendheid Begroting hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Begroting hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen Begroting hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Totaal
Lasten
Lasten 546 452 35 1.033
Baten 0 0
Netto lasten 546 452 35 1.033
Toe te rekenen lasten
Overhead 180 173 22 375
Totaal toe te rekenen lasten 180 173 22 375
Totale lasten 726 625 57 1.408
Opbrengst heffingen -616 -580 -15 -1.211
Dekkingspercentage 85% 93% 26% 86%

.

 

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Deze paragraaf laat zien hoe solide onze begroting is en in hoeverre we financiële tegenvallers kunnen opvangen. Het gaat om de relatie tussen de (financiële) weerstandscapaciteit en alle risico’s die de gemeente loopt die niet zijn afgedekt door reserves, voorzieningen en verzekeringen. Door het vormen van een weerstandsvermogen hoeven we bij een financiële tegenvaller in de uitvoering niet direct te anticiperen. Het weerstandsvermogen is op dit moment voldoende om de risico’s op te vangen.

Conclusie weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Conclusie weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit is per 1 januari 2026 € 27,750 miljoen. De benodigde weerstandscapaciteit is € 3,221 miljoen (zie overzicht bij kwantificeerbare risico's). Het weerstandsvermogen is ruim voldoende om de risico’s af te dekken. Naast de beschikbare weerstandscapaciteit van € 27,750 miljoen is er nog de algemene buffer van € 5 miljoen (als onderdeel van de Algemene reserve en wordt vanaf de jaarrekening 2024 berekend op 5% van het begrotingstotaal). Deze beide gecombineerd maakt dat in relatie tot de omvang van de activiteiten er voldoende buffer aanwezig is voor het opvangen van de risico’s.

Risico’s, die zich regelmatig voordoen en die vrij goed meetbaar zijn, maken geen onderdeel uit van de risico’s binnen het weerstandsvermogen. Hiervoor zijn verzekeringen afgesloten of reserves en voorzieningen gevormd. We gaan op de volgende manier om met de risico’s rondom grondexploitaties, openeinderegelingen, verbonden partijen en decentralisaties:

Grondexploitaties
Hiervoor is de Algemene reserve grondexploitatie ingesteld. Deze reserve is bestemd voor het opvangen van verliezen (bijvoorbeeld van niet-kostendekkende complexen), planschadeclaims en verlaging van verkoopprijzen. We beoordelen ieder jaar opnieuw of de reserve toereikend is. 

Openeinderegelingen
De belangrijkste openeinderegelingen zijn de regelingen Sociaal Domein en WWB. De risico's door openeinderegelingen nemen we waar mogelijk mee in de bepaling van de weerstandscapaciteit.

Verbonden Partijen
Jaarlijks beoordelen we de jaarrekeningen, begrotingen en tussentijdse rapportages van de verbonden partijen en leggen die aan u voor. We nemen deel aan aandeelhoudersvergaderingen en bij de meeste verbonden partijen ook aan tussentijdse overleggen. Net als bij de grondexploitatie geldt dat er geen extra financiële buffer noodzakelijk is, omdat er geen risico’s zijn die een gevaar vormen voor de financiële positie. Als dit wel het geval is, nemen we dat risico mee in deze paragraaf. Dat beoordelen we ieder jaar opnieuw.

Projecten
De risico's bij projecten worden per project geïnventariseerd en maken onderdeel uit van het projectplan. 

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemene beleidslijn

Om het weerstandsvermogen te beoordelen zetten we de beschikbare weerstandscapaciteit af tegen de benodigde weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit is een optelsom van middelen die beschikbaar zijn om de gevolgen van risico's die niet begroot zijn te dekken.

Benodigde weerstandscapaciteit
De benodigde weerstandscapaciteit stellen we vast aan de hand van een risico-inventarisatie. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarnaast zijn de financiële gevolgen van deze risico’s zo veel mogelijk weergegeven.

Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Het gaat dan vooral om de reservecapaciteit (algemene- en bestemmingsreserves), de onbenutte begrotingscapaciteit, de onbenutte investeringscapaciteit en de stille reserves. We bepalen de beschikbare weerstandscapaciteit aan de hand van de algemene reserve en bestemmingsreserves. We willen een beschikbare weerstandscapaciteit met minimaal de omvang van de benodigde weerstandscapaciteit.

x € 1.000
Weerstandscapaciteit per 1 januari 2027 Bedrag
Algemene reserve 30.850
Bodembedrag (-/-) -5.000
A 25.850
Bestemmingsreserves: 7.920
Reserve kapitaallasten (-/-) -3.415
Reserve grondexploitatie (-/-) -2.605
B 1.900
Beschikbare weerstandscapaciteit (A+B) 27.750

Risicobeheersing
Risicobeheersing is de manier waarop we risico’s beheersen, inclusief de processen en systemen waarmee we dat doen. Onze organisatie heeft tal van beheersmaatregelen getroffen om de doelstellingen in de programma's te realiseren. Er is een grote verscheidenheid aan maatregelen, die we als volgt indelen:

  • Juridische beheersmaatregelen (inkoopvoorwaarden, contractbepalingen, leveringsvoorwaarden, juridische kwaliteitszorg)
  • Financiële beheersmaatregelen (financial control, verzekeringen, bankgaranties, financieringsfunctie artikel 13 Financiële verordening)
  • Organisatorische beheersmaatregelen (AO/IC, procedures, 4-ogen-principe, audits)
  • Materiële beheersmaatregelen en informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen (gemeentelijk informatiebeveiligingsplan).


Twee keer per jaar, als onderdeel van de P&C-cyclus, actualiseren we het overzicht met de belangrijkste risico’s. Dit doen we op basis van dossieronderzoek en interviews met management en medewerkers. Na identificatie van het risico brengen we de oorzaak en het gevolg van het risico in beeld. We kwantificeren ieder risico (als dat mogelijk is). En we maken een inschatting van de kans dat het risico zich voordoet, evenals het financiële gevolg. Dit resulteert in het risicoprofiel voor onze gemeente. Vervolgens inventariseren we voor elk risico de getroffen beheersmaatregelen.

Bij de kwantificeerbare risico's staat een opsomming van de risico’s. Per risico is een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet, evenals de financiële gevolgen. Bij deze inschattingen gebruiken we onderstaande tabel:

Categorie Kans op voorkomen Kwantitatief Financieel gevolg
1. < of 1 keer per 10 jaar 10% Geen geld gevolgen
2. 1 keer per 5-10 jaar 30% < € 25.000
3. 1 keer per 2-5 jaar 50% > € 25.000 - € 100.000
4. 1 keer per 1-2 jaar 70% > € 100.000 - € 500.000
5. 1 keer per jaar of meerdere keren per jaar 90% > € 500.000

Kwantificeerbare risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kwantificeerbare risico's

De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de jaarstukken 2025 met ruimt € 850.000 afgenomen. Dit heeft een aantal oorzaken, de grootsten staan hieronder genoemd: 

  • Het risico op afwijkingen op WWB budgetten (nr. 4) is ruim € 100.000 lager geworden omdat het de afgelopen jaren niet voor is gekomen. Daardoor kan het bedrag naar beneden. 
  • Het risico op een tekort op het btw-compensatiefonds (nr. 11) is € 80.000 lager geworden doordat het plafond naar beneden is bijgesteld en wij daar in de begroting rekening mee hebben gehouden. 
  • Het risico van stijgende kosten voor accommodatiebeleid (nr. 12) is naar beneden bijgesteld met ruim € 400.00. Dat komt doordat het eerst was ingedeeld als gemiddeld risico en nu met een berekening op geld is gezet. 
  • Het risico van € 250.000 in verband met de onderhoudsplannen is uit de berekening gehaald omdat de plannen inmiddels door de raad zijn vastgesteld. 

 

Nr. Risico en beheersmaatregel Kans op voorkomen risico Financieel gevolg Benodigde weerstands-capaciteit
1 Risico: afschrijvingen bedrijfsgebouwen met restwaarde (60% van de WOZ waarde) 1 5 € 698.419
Toelichting risico: We schrijven bedrijfsgebouwen af tot 60% van de WOZ-waarde. Risico: Als het bedrijfsgebouw niet meer de maatschappelijke functie vervult is er het risico dat de resterende boekwaarde hoger is dan de eventuele verkoop c.q. vervanging.
Beheersmaatregel: Het percentage ligt in lijn met het percentage van de WOZ bij verkopen de laatste jaren (59%). De kans dat dit de komende jaren fors verslechterd is beperkt.
2 Risico: financiële kwetsbare positie Jeugdhulp Friesland (JHF) 3 3 € 97.500
Toelichting risico: De financieel kwetsbare positie van JHF kan leiden tot een aanvullende steunvraag aan de Friese gemeenten. Dit kan samenhangen met de terugbetaling van de verstrekte lening, ongedekte transitiekosten als gevolg van de afbouw van de gesloten jeugdzorg en een mogelijke verslechtering van de financiële situatie van JHF. Beheersmaatregel: de financiële ontwikkelingen van JHF worden door de Friese gemeenten nauwgezet gevolgd. Met het uitstel van de terugbetaling van de lening is JHF in staat gesteld om de organisatie verder te ontwikkelen, de continuïteit van zorg te borgen en te werken aan een structureel financieel herstel.
3 Risico: Bijstelling Algemene uitkering gemeentefonds (au) 5 5 € 673.710
Toelichting risico: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, de zogenaamde “trap op, trap af systematiek”. Als na afloop van een jaar blijkt dat de rijksuitgaven lager zijn dan gepland, wordt de algemene uitkering naar beneden aangepast. Dit vertaalt zich in een aanpassing van het accres. We nemen 1% van de algemene uitkering op als benodigd weerstandsvermogen.
Beheersmaatregel: Drie keer per jaar verschijnt er een circulaire. Deze circulaires beoordelen we en rekenen we door.
4 Risico: afwijking op WWB I-deel budgetten, waardoor beroep op algemene middelen onvermijdelijk is 1 3 € 80.835
Toelichting risico: Bij een tekort van 10% van het WWB I-deel budget moeten wij 7,5% betalen uit eigen middelen. Het risico gaat over dit mogelijke tekort.
Beheersmaatregel: Eén keer per maand ontvangen we managementcijfers met de stand van zaken. Hierdoor kan op financieel gebied bijgestuurd worden. Ook zijn er procesmaatregelen aan de poort en ten aanzien van uitstroom. Beïnvloeding van klantaantallen is niet of zeer marginaal mogelijk.
5 Leegstand in M.F.A.’s in eigendom van de gemeente met overwegend een onderwijsfunctie 5 3 € 90.000
Toelichting risico: De gemeente beheerd en exploiteert het MFS in Waskemeer en MFA in Haulerwijk. Per 1 januari 2027 zal ook de exploitatie en beheer van MFS Zuid in Oosterwolde overgenomen worden van de stichting. Alle Locaties hebben op dit moment een normatief overschot aan bruto vloeroppervlak, c.q. leegstand. Met het gevolg dat de accommodaties niet meer kostendekkend te exploiteren zijn, dit kan leiden tot extra kosten voor de gemeente
Beheersmaatregel: We blijven zoeken maatschappelijke invulling van de aanwezige normatieve leegstand binnen de MFA´s.
6 Risico: overige garanties 1 3 € 50.000
Toelichting risico: er zijn garanties verleend aan instellingen op het terrein van gezondheid, volkshuisvesting en onderwijs.
Beheersmaatregel: we beoordelen het overzicht garanties.
7 Risico: garanties woningbouwcorporaties 1 3 € 50.000
Toelichting risico: het waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft de bestaande directe risico’s op geldleningen overgenomen. De gemeente kan op basis van de ‘achtervangregeling’ worden aangesproken.
Beheersmaatregel: Het door het Waarborgfonds verstrekte overzicht wordt beoordeeld en daarnaast wordt bij een individuele aanvraag de situatie beoordeeld.
8 Risico: diverse gerechtelijke procedures 4 3 € 54.400
Toelichting risico: op basis van de huidige stand van zaken lopende procedures en/of te verwachten claims/procedures is een inschatting gemaakt.
Beheersmaatregel: juridische kwaliteitszorg en inhuur van externe juristen bij lopende procedures en/of te verwachten claims.
9 Risico: National Hypotheek Garantie 1 2 € 19.000
Toelichting risico: vanaf 2011 heeft het Rijk de achtervang voor alle nieuwe hypotheekgaranties op zich genomen. De gemeente blijft echter wel garant staan voor de vóór 1 januari 2011 verleende garanties.
Beheersmaatregel: we beoordelen het jaarlijks verstrekte overzicht van hypotheekgaranties.
10 Risico: terugbetaling verstrekte geldleningen 1 2 € 6.000
Toelichting risico: Er zijn leningen verstrekt aan instellingen op het terrein van volkshuisvesting, veiligheid, sport en dorpshuizen. Het is niet in alle gevallen duidelijk of er voldoende opstallen, installaties e.d. aanwezig zijn, om in geval van het uitblijven van betaling de restantschuld te voldoen.
Beheersmaatregel: bij eventuele achterstanden in aflossingen ondernemen we meteen actie.
11 Risico: een tekort op het btw-compensatiefonds, waardoor teruggave lager wordt of ontbreekt 3 4 € 160.500
Toelichting risico: Voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt mede op advies van de provincie de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2025. Voor 2026 wordt de helft van het risico meegenomen.
Beheersmaatregel: voor de begroting 2027 is het bedrag van het jaar 2025 gebruikt. Voor de volgende begroting zal dit worden herzien en geactualiseerd.
12 Accommodatiebeleid 1 5 € 90.463
Toelichting risico: In september 2024 is het voorkeursscenario voor het accommodatiebeleid en huisvestingsplan onderwijs vastgesteld. Binnen dit scenario worden vrijwel alle accommodaties verduurzaamd of vernieuwd. Een beperkt aantal accommodaties wordt afgestoten. Voor een aantal accommodaties in Oosterwolde en Appelscha is in 2025 en 2026 het accommodatiebeleid vastgesteld. De totale investering voor het accommodatiebeleid bedraagt € 72,37 miljoen voor de periode tot en met 2050, met een jaarlijkse kapitaallast die oploopt van € 30.000 in 2026 tot uiteindelijk € 3,6 miljoen in 2050. Er is een kans dat de kosten voor het accommodatiebeleid harder stijgen dan de beschikbare budgetten.
Beheersmaatregel: De kapitaallasten zijn geraamd in de begroting en worden ieder jaar verhoogd. Ook worden de budgetten voor het accommodatiebeleid jaarlijks geïndexeerd. Het nog niet benodigde deel van deze budgetten wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid.
TOTAAL € 2.070.827
Risico's ingedeeld in klein, gemiddeld en groot
13 Risico: Verbonden partijen 2 4 € 250.000
Toelichting risico: Ten aanzien van de verbonden partijen blijft extra aandacht noodzakelijk voor de uitvoeringsorganisatie FUMO en de Veiligheidsregio Fryslân (VRF). Deze samenwerkingsverbanden zijn van rijkswege verplicht gesteld en gelden dus voor de 18 Friese gemeenten. De invloed die als individuele gemeente kan worden uitgeoefend is (zeer) beperkt.
Beheersmaatregel: De OWO-samenwerking heeft een positief effect als vanuit een gezamenlijk belang kan worden opgetrokken. Ook in de overige samenwerkingsverbanden zien we dat gemeenten elkaar steeds beter vinden, maar dat er lang niet altijd een eensluidende visie is binnen de 18 Friese gemeenten. Daarbij is de gemeente altijd vertegenwoordigd in de gezamenlijke overleggen. Verder is onze gemeente sinds kort betrokken bij het controllers overleg voor Friese gemeentes inzake verbonden partijen. Gezamenlijk optrekken t.a.v. verbonden partijen heeft als voordeel om gezamenlijk vanuit hetzelfde afwegingskader de acteren richting de verbonden partij. Mogelijke beheersing van risico’s van verbonden partijen is kansrijker als dit namens alle/meer deelnemers worden gedaan. Daarnaast is het ook efficiënter. Zowel voor de gemeente als voor de verbonden partij.
14 Risico: OWO bedrijfsvoering 2 3 € 250.000
Toelichting risico: het risico bestaat dat er vanuit de samenwerking extra lasten naar voren komen die of onvermijdelijk zijn, danwel grote voorkeur genieten van 2 van de 3 gemeentes.
Beheersmaatregel: Er is structureel overleg en tot op heden is er nog geen sprake van 2 tegen 1 besluiten.
15 Risico: invoering omgevingswet 5 3 € 250.000
Toelichting risico: Tot 2032 hebben gemeenten de tijd om een omgevingsplan op te stellen. De voorbereidingen hiervoor zijn inmiddels gestart. Via diverse circulaire hebben wij compensaties ontvangen voor de invoeringskosten van de omgevingswet (en Wkb). Wij kunnen nu nog onvoldoende inschatten of de beschikbare middelen en eventueel nog te ontvangen middelen toereikend zijn om alle invoeringskosten te dekken.
Beheersmaatregel: Zowel de lasten voor het opstellen omgevingsplan als de kostendekkenheid leges wordt gemonitord. Indien monitoring aanleiding geeft tot bijstelling, ontvangt u hiervoor een voorstel.
16 Risico: extra lasten door invoering WMO abonnementstarief 3 3 € 250.000
Toelichting risico: De invoering van het abonnementstarief leidt aantoonbaar tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning, vooral huishoudelijke hulp. Toch weigert het kabinet gemeenten volledig te compenseren voor de extra kosten. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. Vanaf 1 januari 2028 komt (naar verwachting) een aanpassing in de eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp via de Wmo, waarbij meer rekening wordt gehouden met de draagkracht van huishoudens.
Beheersmaatregel: Er wordt al scherp gekeken naar de uitvoeringskosten op dit vlak. Daarbij is de gemeente afhankelijk van de VNG, die onderhandelt over aanpassing van de zogenaamde 'openeinderegeling'.
17 Risico: Fraude 5 1 € 50.000
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiële schade loopt door onrechtmatige handelingen door medewerkers op het gebied van fraude, corruptie, bedreiging en beïnvloeding
Beheersmaatregel: Er wordt periodiek een fraude risicoanalyse uitgevoerd door onze eigen Interne Controle. Daarbij komen de risico's jaarlijks aan bod in een separate bespreking met het DT. Daarbij worden zowel interne risico's (functiescheiding e.d.) als externe risico's (cybercrime, ransomware e.d.) besproken
18 Risico: Informatiebeveiliging risico datalekken 5 1 € 50.000
Toelichting risico: het risico dat de gemeente financiële schade loopt door datalekken, cybercrime e.d.
Beheersmaatregel: Er is een informatieveiligheids- en privacy beleid opgesteld. Alle (nieuwe) medewerkers volgen een e-learning privacy en informatieveiligheid. Daarbij zijn beheersmaatregelen verwerkt in processen en systemen. Ook worden jaarlijks bewustwordingsactiviteiten georganiseerd.
19 Risico: veiligheidsmaatregelen politieke ambtsdragers 2 1 € 50.000
Toelichting risico: in rechtspositionele besluiten is uitdrukkelijk bepaald dat het betreffende bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de bekostiging van voorzieningen ten behoeve van de politieke ambtsdrager, welke in het Stelsel bewaken en beveiligen worden aangemerkt als werkgeverskosten. In deze lijn past dat beveiliging op het werk maar ook daarbuiten voor zover die een werkgeverszorg is, voor rekening komt van de gemeente en door de gemeente geregeld wordt.
TOTAAL € 3.220.827

Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans

Terug naar navigatie - Paragraaf 2 | Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen en geprognosticeerde balans

Kengetallen drukken de verhouding uit tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen ons helpen bij de beoordeling van de financiële positie van onze gemeente. De kengetallen geven informatie over hoeveel (financiële) ruimte onze gemeente heeft om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven inzicht in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid. Ook geeft het mogelijkheden om onze gemeente te vergelijken met andere gemeenten. Er is ook een geprognosticeerde balans opgenomen in de begroting. De kengetallen komen voort uit deze balans. 

Kengetallen Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Netto schuldquote 20% 42% 49% 74% 94% 103%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 13% 35% 42% 69% 89% 98%
Solvabiliteitsratio 41% 35% 35% 29% 25% 23%
Structurele exploitatieruimte 6% 2% 0% 0% 0% 2%
Grondexploitatie 3% 2% 2% 2% 2% 2%
Belastingcapaciteit 82% 85% 83% 83% 83% 83%
EMU saldo (bedrag x € 1.000) 18 -11.435 -3.768 -25.516 -14.628 -10.214

Beoordeling onderlinge verhouding kengetallen in relatie tot de financiële positie
Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen moeten we altijd in samenhang bekijken. Ze geven alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld van de financiële positie van onze gemeente. Op basis van de kengetallen concluderen we dat de financiële positie van onze gemeente op dit moment goed is. De gemeente staat voor een omvangrijk investeringsprogramma de komende jaren. De investeringen bijvoorbeeld als gevolg van het vastgestelde accommodatiebeleid zijn verwerkt in de geprognotiseerde balans en dus ook in bovenvermelde kengetallen. Dat heeft gevolgen voor de netto schuldquote en solvabiliteitsratio. De kengetallen blijven voor de komende jaren binnen de normen.

Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
De netto schuldquote is de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en afgezet tegen de totale baten. We geven de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weer. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor een gemeente geldt dat als de netto schuldquote uitkomt boven de 130% er sprake is van een zeer hoge schuld. De netto schuldquote gaat omhoog omdat we moeten lenen om het investeringsprogramma te financieren. Een schuldquote tussen en 90% en 130% wordt als neutraal beoordeeld.

Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in hoeverre de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het is het eigen vermogen (de reserves) als percentage van het balanstotaal. Een solvabiliteit tussen de 20% en 50% voor gemeenten is gemiddeld. Hoe hoger het solvabiliteitsratio, hoe hoger de weerbaarheid van de gemeente. Uit de tabel blijkt dat onze solvabiliteit terugloopt, maar dat we boven de 20% blijven.

Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In de eerste drie jaren van de begroting is deze nul, maar het laatste jaar 2%.

Grondexploitatie
Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten (exclusief mutaties reserves). Hoe lager het kengetal, hoe lager de grondpositie ten opzichte van de totale geraamde baten. De grondexploitatie kan een behoorlijke invloed hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is belangrijk, deze moeten we weer terugverdienen bij de verkoop. Ieder jaar beoordelen we of de gronden tegen een actuele waarde op de balans staan. Het kengetal van 2,0% ligt ruim onder de signaleringswaarde van 20% en geeft aan dat het risico voor ons zeer laag is. Als er nieuwe exploitaties worden uitgegeven zal dit percentage stijgen. Uiteraard wordt de ratio daarin meegewogen.

Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoeverre we een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kunnen opvangen en of er ruimte is voor nieuw beleid. De gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) voor een gezin worden afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Na de algemene uitkering uit het Gemeentefonds zijn de belastinginkomsten de belangrijkste inkomsten voor een gemeente. Het Centrum van Onderzoek van de Lagere Overheden (Coelo) publiceert jaarlijks de Atlas van de lokale lasten. Deze publicatie is de basis voor de berekening van dit kengetal. De woonlasten in onze gemeente zijn lager dan het landelijk gemiddelde. Het kengetal van 83% geeft aan dat er ruimte is om financiële tegenvallers op te vangen door het verhogen van de opbrengsten vanuit woonlasten.

Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo
De EMU-systematiek (kosten en opbrengsten) die het Rijk hanteert werkt anders dan het baten-lastenstelsel dat we (als decentrale overheid) hanteren. Investeringen en uitgaven bijvoorbeeld die we dekken uit reserves tellen wel door in het EMU-saldo, maar hebben geen gevolg voor de uitkomst in het baten-lastenstelsel. Dus bij een sluitende begroting kan het EMU-saldo negatief zijn. Tussen het Rijk en de decentrale overheden zijn afspraken gemaakt voor de beheersing van het EMU-saldo. Het tekort voor de decentrale overheid mag niet hoger uitkomen dan 0,4% van het bruto binnenlands product. Ons EMU-saldo voor de jaren is ruim negatief door de verwachte investeringen.

Geprognosticeerde balans
De geprognosticeerde balans biedt inzicht op hoofdlijnen van de effecten van de verwachte financiële ontwikkeling van de gemeente voor de komende jaren. De balans is opgesteld op basis van bestaand beleid inclusief de verwachte investeringen vanuit het accommodatiebeleid.

x € 1.000
Activa Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Vaste Activa
Immateriele Vaste Activa 3.197 3.909 2.896 2.819 5.872 4.964
Materiele Vaste activa 65.786 79.422 85.574 106.490 121.346 132.968
Financiele vaste activa 7.677 11.267 7.283 5.258 5.138 5.097
Totaal Vaste activa 76.660 94.598 95.753 114.567 132.356 143.029
Vlottende activa
Voorraden 2.786 1686 1.686 1686 1686 1686
Vordering 22.263 5.321 5.974 5.321 5.321 5.321
Liquide middelen 418 367 367 367 367 367
Overlopende activa 7.187 4.893 4.893 4.893 4.893 4.893
Totaal Vlottende activa 32.654 12.267 12.920 12.267 12.267 12.267
Totaal Activa 109.313 106.865 108.673 126.834 144.623 155.296
x € 1.000
Passiva Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Vaste passiva
Eigen vermogen 41.568 38.099 37.325 36.302 35.279 33.890
Resultaat 3.437 833 438 300 217 1.638
Voorzieningen 12.379 7.497 9.443 4.543 4.555 4.325
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer 35.220 45.035 46.066 70.288 89.171 100.042
Totaal Vaste passiva 92.604 91.464 93.272 111.433 129.222 139.895
Vlottende passiva
Vaste schulden met een rentetypische looptijd tot 1 jaar of korter 2.809 4.219 4.219 4.219 4.219 4.219
Overlopende passiva 13.899 11.182 11.182 11.182 11.182 11.182
Totaal Vlottende passiva 16.708 15.401 15.401 15.401 15.401 15.401
Totaal Passiva 109.313 106.865 108.673 126.834 144.623 155.296

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die daarna regelmatig onderhoud vergen. Bijvoorbeeld wegen, gebouwen, riolering en groen. Het onderhoud van kapitaalgoederen is van groot belang voor een goede kwalitatieve instandhouding van het openbare voorzieningenniveau. Dit onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. In deze paragraaf gaan we per kapitaalgoed in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. 

Wegen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Wegen

Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de wegen worden op basis van de vastgestelde MOP uitgevoerd. Periodiek inspecteren we alle verhardingen voor het actualiseren van de MOP.

Beheer
Voor het beheer van de wegen is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig. 

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Het wegenbudget is een tweejaarlijks budget waarbij er geschoven kan worden met het budget tussen die beide jaren. Deze eventuele verschuiving wordt bij de jaarstukken verwerkt via de algemene reserve. 

Wegen x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 1.724 1.214 1.214 1.214 1.219 1.219
Klein onderhoud exploitatielasten 66 70 30 30 30 30
Overige onderhoudslasten 78 30 70 70 70 70
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 1.868 1.314 1.314 1.314 1.319 1.319
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -81 -88 -88 -88 -88 -88

Civieltechnische kunstwerken

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Civieltechnische kunstwerken

Beleidskader
De onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de civieltechnische kunstwerken worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek, aan de hand van inspecties.

Beheer
Voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (onder andere bruggen en oevervoorzieningen) is een beheersysteem operationeel. De gegevens die in het beheersysteem zitten actualiseren we regelmatig.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Bij de kaderbrief 2025-2028 is voor deze periode € 1.224.564 aan krediet beschikbaar gesteld. 

Civiel technische kunstwerken x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 85 69 85 85 85 85
Klein onderhoud exploitatielasten 0 17 0 0 0 0
Overige onderhoudslasten 9 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 94 86 85 85 85 85
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -9 0 0 0 0 0

Openbare verlichting

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Openbare verlichting

Beleidskader
De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden aan de openbare verlichting worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek.

Beheer
Voor het beheer en onderhoud van de openbare verlichting participeren we, samen met de meeste andere Friese gemeenten en de provincie Fryslân, in de "Coöperatie Openbare Verlichting & Energie Fryslân U.A." De Coöperatie ondersteunt in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting.

Financiële gevolgen voor de begroting
De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. Voor de jaren na 2027 zal er een groter budget nodig zijn door de vervangingen die dan gepland staan. 

Openbare verlichting x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 61 58 58 58 58 58
Klein onderhoud exploitatielasten 37 36 36 36 36 36
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 98 94 94 94 94 94
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -3 0 0 0 0 0

Groen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Groen

Beleidskader
Biodiversiteit maakt onderdeel uit van het Programma Duurzaam Ooststellingwerf 2026-2030. Het Biodiversiteitsplan 2021 vervangt op onderdelen de Notitie Groenbeleid 2011. In 2020 heeft is de notitie “Het behoud van veilige bomen" vastgesteld. 

Beheer
In de Notitie Groenbeleid 2011 is aangegeven welke grond door de gemeente kan worden afgestoten (snippergroen). Voor de uitvoering van het groenbeheer gebruiken we een beheersysteem. Het gemiddelde onderhoudsniveau in Ooststellingwerf is in overeenstemming met kwaliteitsniveau B van de Landelijke ‘CROW-kwaliteitscatalogus openbare ruimte’.

Financiële gevolgen voor de begroting

De werkzaamheden voeren we binnen de financiële kaders uit. 

Groen x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 0 0 0 0 0 0
Groot onderhoud exploitatielasten 429 554 550 557 609 623
Klein onderhoud exploitatielasten 197 15 15 15 15 15
Overige onderhoudslasten 87 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 713 569 565 572 624 638
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -11 -40 -40 -40 -40 -40

Riolering en water

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Riolering en water

Beleidskader
In 2025 is het Water- en rioleringsprogramma 2025-2029 (Wrp) vastgesteld. In het Wrp staat hoe de gemeente invulling geeft aan de afvalwater-, hemelwater- en grondwaterzorgplicht.

Financiële gevolgen voor de begroting
In het kostendekkingsplan bij het Wrp is weergegeven hoe de heffing zich ontwikkelt in de periode 2025-2029. In de Verordening rioolheffing wordt jaarlijks het exacte tarief vastgesteld.

Riolering / water x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening -466 -45 133 127 127 127
Groot onderhoud exploitatielasten 1.155 887 897 907 911 916
Klein onderhoud exploitatielasten 674 160 146 146 146 146
Overige onderhoudslasten 238 536 566 562 558 553
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 1.601 1.538 1.742 1.742 1.742 1.742
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed -3.121 -3.147 -3.435 -3.435 -3.435 -3.435

Sport- en welzijnsaccommodaties

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Sport- en welzijnsaccommodaties

In september 2024 is het voorkeursscenario voor het accommodatiebeleid en huisvestingsplan onderwijs vastgesteld. Binnen dit scenario worden vrijwel alle accommodaties verduurzaamd via vervangende nieuwbouw of anderszins (bijvoorbeeld vergroening op natuurlijke momenten). Een beperkt aantal accommodaties wordt afgestoten. In 2025 is het accommodatiebeleid vastgesteld. Het benodigde budget voor de kapitaallasten van het accommodatiebeleid wordt jaarlijks verhoogd totdat dit voldoende is om alle lasten te kunnen dekken. Het nog niet benodigde deel van deze budgetten wordt jaarlijks toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid. 

Op 3 maart 2026 heeft de raad ingestemd met een voorstel over de nieuwe onderhoudsplannen van de sport- en welzijnsaccommodaties. In dit voorstel is rekening gehouden met het vastgestelde accommodatiebeleid. Onderdeel van dit voorstel is een extra dotatie bij de jaarrekening 2025 van € 1.535.000 om het geplande onderhoud 2026 te kunnen uitvoeren. Ook zijn de dotaties vanaf 2026 structureel verhoogd om het benodigde onderhoud de komende jaren te kunnen uitvoeren. 

Sport- en welzijnsaccommodaties x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 1.980 147 425 425 425 425
Groot onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 57 44 64 64 64 64
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 2.037 191 489 489 489 489
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 719 759 763 763 763 763

Huisvesting gemeentelijke activiteiten

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Huisvesting gemeentelijke activiteiten

De huisvesting voor gemeentelijke activiteiten betreffen het gemeentehuis, de gemeentewerf en de Milieustraat (Omrin). Als onderdeel van het accommodatiebeleid & huisvestingsplan onderwijs is besloten dat het gemeentehuis verduurzaamd wordt. Hier wordt uitvoering aan gegeven. In november 2025 heeft de raad besloten het college opdracht te geven een nieuw uitgewerkt plan op te stellen voor de huisvesting van de Gemeentewerf met als uitgangspunt om nieuwbouw van de Gemeentewerf te realiseren. In het laatste kwartaal van 2026 zal het voorstel omtrent de nieuwbouw van de Gemeentewerf worden geagendeerd.

Beheer
Voor het groot onderhoud aan het gemeentehuis, de gemeentewerf en de Milieustraat is een voorziening aanwezig. De onderhoud- en vervangingswerkzaamheden worden op basis van de MOP uitgevoerd. De MOP actualiseren we periodiek. Voor het gemeentehuis is een actuele MOP aanwezig. In afwachting van de nieuwbouwplannen voor de andere twee gebouwen zijn die MOP's niet geactualiseerd.

Financiële gevolgen voor de begroting
In onderstaande tabel zijn de huidige lasten voor het klein- en groot onderhoud van het gemeentehuis, de gemeentewerf en de Milieustraat opgenomen. 

Huisvesting gemeentelijke activiteiten x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 75 75 75 75 75 75
Groot onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 150 73 73 73 73 73
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 225 148 148 148 148 148
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 0 0 0 0 0 0

Overige gebouwen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Overige gebouwen

Beleidskader
De gemeente is eigenaar van het Biosintrum, de Bosbergtoren, molen ‘De Weijert’, museum Oold Ark, de tennisaccommodaties in Appelscha, Oosterwolde en Haulerwijk, de voormalige opslagruimte sportpark Ontwijk, clubgebouw voormalige vv Griffioen, voormalig schoolgebouw bbs de Peggebult en de koepel en spots aan de Boerestreek. De gemeente is ook eigenaar van diverse gebouwen/faciliteiten aan de Turfroute, zoals de toiletgebouwen in Oosterwolde en Donkerbroek, de passantenhaven/toiletgebouw in Oldeberkoop, de vuilwaterpomp in Appelscha en de stroompalen en muntautomaten aan de Turfroute. Het Biosintrum wordt verhuurd aan de stichting Pionier. De Bosbergtoren wordt sinds medio 2022 verhuurd aan Coöperatie Appelscha. De molen wordt verhuurd aan stichting Korenmolen De Weyert en het museum wordt verhuurd aan museum Oold Ark. 

In juni 2025 heeft besluitvorming plaatsgevonden over het accommodatiebeleid & huisvestingsplan onderwijs. Besloten is dat de onderkant van de molen en het museum in Makkinga verduurzaamd worden. Ook is besloten dat de tennisaccommodaties in Oosterwolde, Appelscha en Haulerwijk verduurzaamd worden op voorwaarde dat de verenigingen deze accommodaties overnemen. Het voormalig clubgebouw vv Griffioen wordt in afwachting van de ontwikkelingen rond korfbalvereniging DIO vooralsnog niet verduurzaamd.

Beheer
Voor het groot onderhoud aan de Bosbergtoren en het Biosintrum zijn voorzieningen gevormd. De onderhoudsplannen zijn de basis voor aanwending en dotatie aan de voorziening. Voor het groot onderhoud aan de overige gebouwen zijn geen onderhoudsplannen beschikbaar. Voor een aantal gebouwen is het wel gewenst dat hier onderhoudsplannen voor worden opgesteld. In 2027 ontvangt u een voorstel voor de vaststelling van deze onderhoudsplannen.

Financiële gevolgen voor de begroting
In onderstaande tabel zijn de huidige lasten voor het klein- en groot onderhoud van het Biosintrum en de Bosbergtoren opgenomen. Klein- en groot onderhoud aan de andere gebouwen wordt gedekt via bestaande budgetten danwel via extra budget wat via de P&C cyclus wordt aangevraagd.

Huisvesting overige gebouwen x € 1.000
Onderhoudslasten kapitaalgoed Rekening Begroting Begroting MJB MJB MJB
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Groot onderhoud toevoeging aan de voorziening 39 39 39 39 39 39
Groot onderhoud exploitatielasten 0 0 0 0 0 0
Klein onderhoud exploitatielasten 56 28 29 29 29 29
Overige onderhoudslasten 0 0 0 0 0 0
Totaal onderhoudslasten kapitaalgoed 95 67 68 68 68 68
Totaal exploitatiebaten kapitaalgoed 111 103 104 104 104 104

Sportterrreinen

Terug naar navigatie - Paragraaf 3 | Onderhoud kapitaalgoederen - Sportterrreinen

Beleidskader
Het specialistische onderhoud aan de grasvelden van de gemeentelijke sportterreinen wordt in opdracht van ons uitgevoerd. De basis van de onderhoudswerkzaamheden zijn de kwaliteitscriteria van de KNVB. Op basis hiervan voeren we planmatig onderhoud aan de sportvelden uit. Dit is vastgelegd in de notitie ‘Planmatig onderhoud grassportvelden’. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Het overige onderhoud voeren de sportverenigingen zelf uit. Hier krijgen de sportverenigingen een jaarlijkse vergoeding voor. Het sportcomplex Waskemeer is uitgebreid met een wetra-veld en beschikt nu over een volledig trainingsveld. Daarnaast zijn alle sportvelden voorzien van automatische beregening. In 2023 is het onderhoud opnieuw aanbesteed en gegund voor vier jaar met tweemaal de mogelijkheid om de termijn met een jaar te verlengen. Er wordt gebruik gemaakt van robotmaaiers.

Financiële gevolgen voor de begroting
De aard en omvang van het planmatig onderhoud aan de grassportvelden is afgestemd op de beschikbare middelen. Per jaar renoveren we de toplaag van één veld. Elk jaar wordt er bekeken welk sportveld aan een toplaagrenovatie toe is. De weersomstandigheden, bespelingsdruk, grasbezetting, vlakheid, beschikbaarheid overige velden op een complex zijn afwegingsfactoren die de basis vormen van een toplaagrenovatie. De jaarlijkse kosten voor de renovatie van 1 grassportveld wordt gedekt uit de exploitatie. Bij de Kaderbrief 2027-2030 is een krediet van € 912.000 beschikbaar gesteld voor het realiseren van een kunstgrasveld bij SV Oosterwolde. De hieruit vloeiende kapitaallasten zijn opgenomen in de begroting.

Paragraaf 4 | Financiering

Paragraaf 4 | Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Paragraaf 4 | Financiering

De paragraaf Financiering gaat over het aantrekken, beheren en uitzetten van gelden. Ook het garanderen en verstrekken van geldleningen aan derden valt hieronder. Deze activiteiten vormen een onderdeel van de treasuryfunctie van de gemeente. Een adequate sturing op de geldstroom is noodzakelijk. In deze paragraaf gaan we in op de vraag hoe we gelden zo optimaal mogelijk beleggen dan wel aantrekken.

Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Algemene beleidslijn en Risicobeheer

Algemene beleidslijn
De financiële verordening Ooststellingwerf 2023 is door u op 26 september 2023 vastgesteld. In artikel 19 van deze verordening is de financieringsfunctie beschreven. De verordening berust op de bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het uitgangspunt van de Wet Fido is het beheersen van risico's. Het doel is om doelmatig en doeltreffend om te gaan met de beschikbare financiële middelen.

Risicobeheer
Op grond van de Wet Fido moeten gemeenten zich houden aan de zogenaamde kasgeldlimiet en de renterisiconorm.


Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal. De uitkomst van die berekening is het maximale bedrag dat rente typisch ‘kort’ gefinancierd mag worden. De kasgeldlimiet voor 2027 bedraagt € 8,9 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2027 van afgerond € 104,4 miljoen). 

Renterisiconorm
De renterisiconorm is gesteld op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari. Daar wordt het berekende renterisico op de vaste schuld tegen af gezet. Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisiconorm niet overtreffen. Navolgend schema (in bedragen x € 1.000) laat zien dat de renterisiconorm in de jaren 2027-2030 naar verwachting niet wordt overschreden.

x € 1.000
Rente risiconorm Begroting MJB MJB MJB
2027 2028 2029 2030
Renterisiconorm
Lasten begroting 104.378 102.371 101.375 100.419
Percentage renterisiconorm 20% 20% 20% 20%
Totaal renterisiconorm 20.876 20.474 20.275 20.084
Aflossingen en renteherzieningen
Reguliere aflossingen geldleningen 4.500 4.500 4.500 1.000
Geldleningen met renteherzieningen
Totaal aflossingen en renteherzieningen 4.500 4.500 4.500 1.000
Ruimte (+) / Overschrijding (-) 16.376 15.974 15.775 19.084

Leningenportefeuille

Terug naar navigatie - Paragraaf 4 | Financiering - Leningenportefeuille

Opgenomen gelden
De onderstaande tabel geeft inzicht in de samenstelling, grootte en rentegevoeligheid van de opgenomen geldleningen. De leningen zijn onderverdeeld in leningen opgenomen voor onze eigen huishouding en leningen opgenomen ten behoeve van woningcorporaties. Deze leningen zijn met een renteopslag weer doorgeleend naar de corporaties (sinds 1999 zijn we hiermee gestopt).

x € 1.000
Leningenportefeuille opgenomen gelden Eigen leningen Woningbouw leningen
Bedrag Gemidd. rente Bedrag Gemidd. rente
Stand per 1 januari 2027 28.500 1,84% 2.144 4,70%
Nieuwe leningen 20.000 0
Reguliere aflossingen -4.500 -78
Vervroegde aflossingen
Stand per 31 december 2027 44.000 3,38% 2.066 4,01%

Het gemiddelde rentepercentage begin 2027 is als volgt berekend: rente 2027 / stand 1-1-2027. Het gemiddelde rentepercentage eind 2027: rente 2028 / stand per 31-12-2027. Voor de berekening van het gemiddelde rentepercentage is rekening gehouden met een in 2027 aan te trekken financiering ter hoogte van € 20 miljoen (conform Kaderbrief 2027-2030).

De investeringen die wij gaan doen zorgen ervoor dat we financieringen moeten gaan aantrekken. De planningen van de investeringen zijn hierin erg belangrijk, samen met de geplande aflossingen. Daarom is bij de Kaderbrief 2027-2030 budget opgenomen om de rentelasten hiervan te dekken. Volgens de huidige liquiditeitsprognose loopt onze behoefte hierin op naar € 80 miljoen in 2029. Bij de Kaderbrief 2027-2030 is voorgesteld om budget vrij te maken voor rentelasten zodat we in 2027 € 20 miljoen kunnen lenen en in 2028 nog eens € 20 miljoen. Voor een deel van deze rentelasten is al dekking, omdat we bij de investeringen en de daarbij behorende ramingen van kapitaallasten rekening hebben gehouden met de rekenrente. Het werkelijke rentepercentage bij het aantrekken van een lening is op dit moment hoger. Het benodigde budget voor 2027 is € 440.000 en vanaf 2028 € 810.000 om daarmee de rentelasten te dekken.  

Uitgezette gelden
De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen beperkt risico. Veelal zijn er opstallen, installaties en dergelijke aanwezig die naar verwachting voldoende zijn om, in geval van het uitblijven van betaling, de restantschuld te voldoen. We voeren ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid. Waar nodig nemen we tijdig de gebruikelijke invorderingsmaatregelen. Wanneer invordering niet (meer) mogelijk is, boeken we vordering af ten laste van het lopende boekjaar.

x € 1.000
Leningenportefeuille uitgezette gelden Bedrag
Leningen aan woningcorporaties 2.142
MFC Oldeberkoop 174
Volkskredietbank 119
Sportverenigingen 767
Stichting Stimuleringsfonds (verzilverleningen) 4.200
Stand per 1 januari 2027 7.402

Overig
Schatkistbankieren
Vanaf 1 januari 2014 zijn alle decentrale overheden verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat we alle overtollige liquide middelen, het saldo liquide middelen boven een bepaald drempelbedrag van de begroting, moeten stallen bij het Rijk. Voor gemeenten met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

Liquiditeitsprognose
Twee keer per jaar onderzoeken we aan de hand van een liquiditeitsprognose in hoeverre we de huidige leningenportefeuille nog juist is.

Renteschema
Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en -baten van de gemeente en het verwachte renteresultaat.

x € 1.000
Renteschema 2027 Bedrag
a. De externe rentelasten over de korte en lange financiering 1.065
b. De externe rentebaten (idem) -107
Saldo rentelasten en rentebaten 958
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorgerekend 15
c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden -101
toegerekend
c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor 101
is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden
toegerekend
-15
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 943
d1. Rente over eigen vermogen
d2. Rente over voorzieningen
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 943
e. De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag) -348
Renteresultaat op het taakveld Treasury 595

.

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering

De gemeente Ooststellingwerf is een benaderbare, lokale overheid. Wij weten wat er speelt en bieden oplossingen die ertoe doen. 

We zijn een mooie, groene gemeente. We bieden onze inwoners, ondernemers en bezoekers een aantrekkelijke, veilige en bereikbare leefomgeving. Inwoners en ondernemers kunnen bij ons rekenen op een goede service onder alle omstandigheden. Veel voorkomende verzoeken worden snel en adequaat afgehandeld. We weten wat er speelt in onze samenleving en omgeving. Dit betekent dat wij reageren op signalen en meedenken met initiatieven. Wij faciliteren zelfredzaamheid en bieden hulp en zorg waar nodig. Wij zoeken naar integrale oplossingen voor complexe onderwerpen waar verschillende belangen bij elkaar komen. 

Wij zijn trots op de OWO-samenwerking en onze OWO-partners kunnen rekenen op een proactieve inzet in de samenwerking.

Interbestuurlijk toezicht

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Interbestuurlijk toezicht

We geven uitvoering aan de Wet revitalisering generiek toezicht. Deze wet zorgt voor een vereenvoudiging van het toezicht tussen de verschillende bestuurslagen, het zogenoemde ‘interbestuurlijk toezicht’. Het belangrijkste uitgangspunt van de wet is dat het interbestuurlijk toezicht verschuift van verticaal toezicht (provincie - raad) naar horizontale verantwoording (college - raad). De provinciale toetsing vindt plaats op de volgende domeinen: Omgevingsrecht, Ruimtelijke Ordening, Water en Riolering, Fries, Archief en Informatiestromen, Monumenten en Archeologie. In samenspraak met de gemeente wordt per domein een toezichtsplan opgesteld.

Human Resource Management

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Human Resource Management

In de sturingsfilosofie (2024) hebben we vastgesteld welke principes we willen hanteren bij het inrichten van de organisatie en welke uitgangspunten we gaan toepassen bij het aansturen van processen en medewerkers. In 2027 werken we aan de concrete invulling hiervan in de dagelijkse praktijk. Met name zal gewerkt worden aan de volgende drie thema’s:

  • Sterk leiderschap. In de sturingsfilosofie zijn de diverse managementrollen en stijl van leidinggeven op hoofdlijnen beschreven. Dit vormt de basis voor effectieve sturing van de organisatie. In de praktijk vraagt dit nog om een verdere concretisering en onderlinge afstemming. In 2027 is aandacht voor leiderschapsontwikkeling door middel van diverse bijeenkomsten, intervisiesessies en individuele ontwikkeltrajecten.
  • Aantrekkelijk werkgeverschap. In een krappe arbeidsmarkt en een hoge arbeidsmobiliteit is medewerkerstevredenheid een belangrijk thema. Enerzijds om medewerkers te kunnen behouden voor onze organisatie, anderzijds omdat werktevredenheid en -prestaties aan elkaar gerelateerd zijn. Daarom voeren we in 2027 een Medewerkerstevredenheidsonderzoek uit. Hiermee krijgen we inzicht hoe medewerkers het werken bij onze gemeente waarderen. De uitkomsten zullen vervolgens benut worden om de tevredenheid verder te vergroten.
  • Integraal samenwerken. Om effectief te kunnen inspelen op de veelheid aan vraagstukken, zoals bestuurlijke opdrachten vanuit het coalitieakkoord, zal vanaf 2027 gewerkt gaan worden met een meerjarenplanning-systematiek. Dit zorgt voor een verbetering van de (integrale) sturing op onze belangrijkste opgaven.

Financiën, Planning & Control

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Financiën, Planning & Control

De financiële functie voorziet de gemeenteraad, het college en de organisatie van actuele en volledige financiële informatie voor de ondersteuning van de gemeentelijke beleidsontwikkeling en uitvoering. Deze functie is gericht op een duurzame en gezonde financiële positie van de gemeente. Kwaliteit, snelheid en toegankelijkheid spelen in deze processen een belangrijke rol. 

Juridische kwaliteitszorg

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Juridische kwaliteitszorg

De juridische functie in de vak afdelingen en het cluster Bestuurlijk Juridische Zaken (BJZ) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de juridische kwaliteit van het gemeentelijk handelen. Zij ondersteunen daarnaast het bestuur en de organisatie met juridisch advies. Juridische control is de taak van BJZ. We investeren in kennis en kunde (door beschikbaar stellen van informatie en standaard formats, casusanalyse, opleidingen en trainingen) en vroegtijdige betrokkenheid van de juridisch adviseurs van BJZ bij dossiers. We stimuleren de 'informele aanpak': eerst het goede gesprek (premediation).

Rechtmatigheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Rechtmatigheid

Vanaf boekjaar 2023 is de wetgeving met betrekking tot de accountantscontrole van gemeenten gewijzigd. In 2023 is in de Jaarstukken voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Hiermee wordt verantwoording afgelegd over de mate waarin de gemeente de wet- en regelgeving naleeft, voor zover dit financiële gevolgen heeft. Om verantwoording af te kunnen leggen vormt de verbijzonderde interne controle een belangrijke basis. Jaarlijks leggen we de uitvoering hiervan vast in het Interne Controleplan. De gemeente blijft zichtbaar werken aan de verbetering van processen zodanig dat afwijkingen gesignaleerd en gecorrigeerd worden. Eind 2025 heeft u een aanpassing van de financiële verordening vastgesteld. Het BBV is namelijk aangepast waardoor de nieuwe gemaximeerde grens voor fouten en onduidelijkheden samen 2% van de totale lasten (exclusief toevoegingen aan de reserves) is (in plaats van 3%). 

Informatiebeveiliging en Privacy

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Informatiebeveiliging en Privacy

Inwoners, ondernemingen en instellingen moeten erop kunnen vertrouwen dat we zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens. Het is daarom van groot belang dat gegevens alleen onder strikte voorwaarden gebruikt worden en goed beveiligd zijn tegen onbevoegd gebruik. Gegevensbescherming en privacy zijn integraal onderdeel van onze bedrijfsvoering. In 2027 werken wij verder aan het versterken van processen, systemen en organisatorische maatregelen om blijvend te voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van privacy en informatiebeveiliging.

Daarnaast geven de drie OWO-gemeenten invulling aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Cyberveiligheidswet, die op 15 augustus 2026 in werking is getreden. Deze wet, waarmee de Europese NIS2-richtlijn in Nederlandse regelgeving is verankerd, stelt strengere eisen aan governance, risicobeheersing, incidentmelding, ketenveiligheid en de digitale weerbaarheid van organisaties. De OWO-gemeenten hebben gezamenlijk een nieuw strategisch informatiebeveiligingsbeleid vastgesteld dat aansluit op deze wettelijke eisen en richting geeft aan een toekomstbestendige, risicogerichte aanpak van informatiebeveiliging en cyberweerbaarheid. 

Ons informatiebeveiligingsbeleid dient volledig gebaseerd te zijn op het treffen van passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2.0 (BIO2.0), het normenkader geldend voor de gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk. Jaarlijks leggen we volgens dit normenkader verantwoording af aan de gemeenteraad en de verschillende toezichthouders.

De beveiligingsfunctionaris (CISO) zorgt voor de coördinatie en toezicht op de naleving van beveiligingsmaatregelen en -procedures, voor elk onderdeel van het informatiebeveiligingsbeleid. Jaarlijks toetsen we door middel van zelfevaluatie en externe audits de specifieke maatregelen voor de BRP en de waardedocumenten, de BAG, BGT, BRO, DigiD en Suwinet. 

Transparantie over de verwerking van persoonsgegevens is een belangrijk uitgangspunt. Daarom hebben inwoners op grond van de AVG en, waar relevant, de Wpg het recht op informatie over welke persoonsgegevens worden verwerkt, met welk doel dit gebeurt en aan welke partijen deze gegevens worden verstrekt. De Functionaris Gegevensbescherming (FG) houdt onafhankelijk toezicht op de naleving van de privacywetgeving binnen de gemeentelijke organisatie. Omdat privacy en informatiebeveiliging nauw met elkaar verbonden zijn, blijven beide thema's voortdurende aandacht vragen. Daarom investeren wij niet alleen in techniek en processen, maar ook in bewustwording en kennisontwikkeling van medewerkers. Met trainingen, voorlichtingscampagnes en periodieke oefeningen versterken wij het informatiebeveiligings- en privacybewustzijn binnen de organisatie en vergroten wij onze digitale weerbaarheid.

 

Fraude

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Fraude

Jaarlijks stellen we vast of we binnen onze algehele bedrijfsvoering in voldoende mate effectieve technische en organisatorische maatregelen hebben getroffen om misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude te voorkomen, dan wel op te sporen. Hierbij houden we ook rekening met invloeden van buiten de organisatie, zoals corruptie, omkoping, bedreiging en cybercrime. In 2023 is de overkoepelende nota misbruik en oneigenlijk gebruik door het college vastgesteld. 

Communicatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - Communicatie

Ook in 2027 zetten we in op heldere, toegankelijke en doelgerichte communicatie. We willen dat inwoners, ondernemers en andere betrokkenen weten wat er speelt, begrijpen welke keuzes de gemeente maakt en weten waar zij terechtkunnen voor informatie, dienstverlening en mogelijkheden om mee te denken of mee te doen. Daarvoor zetten we verschillende online en offline communicatiekanalen in, passend bij de doelgroep en het onderwerp.

Bij bestuurlijke dossiers, projecten en organisatieontwikkelingen adviseren we vroegtijdig over de communicatieaanpak, de omgeving waarin een onderwerp speelt en mogelijke communicatieve effecten en risico’s. Om deze rol goed te kunnen vervullen, is het nodig dat team communicatie vanaf een vroeg stadium wordt betrokken. Daarmee dragen we bij aan zorgvuldige besluitvorming en communicatie die aansluit bij wat er in de samenleving leeft.

We blijven onze communicatie doorontwikkelen op basis van bereik, gebruik en toegankelijkheid. We monitoren en verbeteren onze website en sociale media en volgen ontwikkelingen in het communicatievak en het mediagebruik van onze doelgroepen. Zo zorgen we ervoor dat onze communicatie aansluit bij de manier waarop mensen informatie zoeken en ontvangen.

Daarnaast werken we verder aan een communicatiebewuste organisatie. We ondersteunen medewerkers en bestuurders bij het helder en begrijpelijk communiceren en stimuleren dat communicatie vanaf het begin onderdeel is van beleid, projecten en dienstverlening. Begrijpelijke taal, met B1 als uitgangspunt waar dat passend is, blijft daarbij een belangrijk aandachtspunt. 

OWO bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 5 | Bedrijfsvoering - OWO bedrijfsvoering

De afdeling OWO Bedrijfsvoering richt zich op de verdere uitrol van de thema’s uit de Informatievisie (I-visie), zoals deze door het college is vastgesteld. Daarbij hanteren wij het principe van de smart follower: ontwikkelingen die door de VNG, leveranciers en andere relevante partijen worden geïnitieerd, worden actief gevolgd en, wanneer deze aantoonbare meerwaarde bieden voor onze gemeente, geïmplementeerd.

De thema’s uit de I-visie hebben betrekking op digitale dienstverlening, informatieveiligheid en privacy, de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering en datagedreven werken. Gezien de financiële uitdagingen vraagt het realiseren van deze ambities om creativiteit en een zorgvuldige afweging van prioriteiten. Waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande initiatieven, zoals het programma Dienstverlening en het project Bedrijfscontinuïteit.

Op het gebied van informatieveiligheid wordt gestart met het project Role Based Access (RBA), waarmee autorisaties beter worden afgestemd op rollen en verantwoordelijkheden binnen de organisatie. Daarnaast wordt aandacht besteed aan procesgericht en zaakgericht werken. Beide projecten dragen bij aan een veilige, efficiënte en toekomstbestendige informatievoorziening en ondersteunen de verdere professionalisering van de organisatie.

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Paragraaf 6 | Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft. Een bestuurlijk belang betekent dat de gemeente zeggenschap heeft. Een financieel belang betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar heeft gesteld die ze kwijt is in geval van faillissement van de partij. De gemeente heeft ook een financieel belang als de verbonden partij haar financiële problemen kan verhalen op de gemeente. Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. De verbonden partijen bestaan uit Gemeenschappelijke Regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Algemene beleidslijn

Elke verbonden partij draagt direct of indirect bij aan de beleidsdoelen van de gemeente. In de programma’s geven we aan op welke wijze de verbonden partij aansluit op het eigen beleid, de activiteiten en welke risico’s er zijn met betrekking tot de samenwerking. Deze paragraaf geeft een totaalbeeld van participaties in verbonden partijen en van de financiële aspecten.

Verbonden partijen zijn (participaties in) Gemeenschappelijke Regelingen, stichtingen en verenigingen en vennootschappen. Van bestuurlijk belang is sprake als de gemeente zeggenschap heeft door een zetel in het bestuur of door stemrecht. Onder financieel belang verstaan we dat de gemeente middelen ter beschikking heeft gesteld die ze kwijtraakt in geval van faillissement van de verbonden partij. Of dat de gemeente voor een bepaald bedrag aansprakelijk wordt gesteld als de verbonden partij zijn/haar verplichtingen niet nakomt.

Deelname in een verbonden partij is een alternatief voor enerzijds het zelf uitvoeren van gemeentelijke taken of anderzijds het uitbesteden van deze taken. Het uitgangspunt is dat we alleen deelnemen in een verbonden partij als we daarmee een publiek belang dienen. Er kunnen verschillende redenen zijn om deel te nemen in een verbonden partij, bijvoorbeeld:

  • Efficiencyvoordelen: kostenvoordeel door samenwerking
  • Risicospreiding: het delen van (financiële) risico’s met andere partijen
  • Kennisvoordeel: gebruik maken van elkaars kennis en expertise
  • Bestuurlijke kracht/effectiviteit: deelnemers staan samen sterker
  • Katalysatorfunctie: de gemeente als belangrijke initiërende factor

We streven naar het efficiënt uitvoeren van gemeentelijke taken op basis van samenwerking. Waarbij de sturingselementen zoals transparantie, kaderstelling, verantwoording en controle voldoende gewaarborgd zijn.

Beleidsmatig
Verbonden partij Bestuurlijk belang Openbaar belang (doel) Risico's (inhoud en/of financieel)
Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten Lid AB en DB (Wethouder Broersma) Binnen de Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten (uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Friesland (SDF)) werken de Friese gemeenten samen aan de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel van de regeling is specialistische zorg en ondersteuning leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten. Als het SDF de afspraken over de begroting niet haalt, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door periodiek de uitgaven te monitoren en bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting van het SDF in de planning- en controlcyclus van het SDF.
Veiligheidsregio Fryslan Lid AB en DB (Burgemeester Werkman - Brandweer & veiligheid) Lid AB (Wethouder Edema - GGD/Gezondheid) Veiligheidsregio Fryslân (VRF) is een samenwerkingsverband van de Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners. In de VRF werken zij samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Zo willen we (gezondheids)risico’s zo veel mogelijk beperken en het beleid van gemeenten op het gebied van gezondheid en veiligheid bevorderen. Als de VRF afwijkt van afspraken over de begroting, krijgen de gemeenten achteraf alsnog de rekening gepresenteerd. Dit risico beheersen we intern door bij bestuurlijk en ambtelijk overleg input te leveren. Daarnaast bespreken we de begroting en de jaarrekening van de VRF in de planning- en controlcyclus van de VRF. De prijsstijgingen gecombineerd met een takendiscussie blijven onderwerp van gesprek.
Sociale Werkvoorziening Fryslân te Drachten Lid AB en DB (Wethouder Edema) De taken vanuit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (WSW) moeten door ons als gemeente worden uitgevoerd. Op basis van efficiency en financiële redenen zijn deze taken uitbesteed aan de GR. Vanaf 1 januari 2015 is nieuwe instroom in de WSW niet meer mogelijk. Dit heeft tot gevolg dat de WSW alleen nog van kracht blijft voor de huidige werknemers met een vaste aanstelling. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor uitstaande geldleningen van de GR.
Recreatieschap Drenthe te Diever Lid AB (Wethouder van 't Klooster) Het samenwerkingsverband heeft tot taak de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van recreatie & toerisme. Het Recreatieschap heeft primair een ondersteunende en verbindende taak om daarmee gezamenlijke acties te ondernemen. De financiële risico’s voor de Gemeenschappelijke Regeling zijn gering. De regeling heeft een financieel gezonde positie.
Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) te Grouw Lid AB (Wethouder Edema) Deelname aan de FUMO is wettelijk verplicht gesteld voor alle Friese gemeenten. Hiermee wordt beoogd de uitvoering van de milieuregelgeving te professionaliseren, te uniformeren en de afstemming met andere handhavingspartners (Justitie) te verbeteren. In het basistakenpakket is vastgelegd voor welke activiteiten (van bedrijven en instellingen) de FUMO haar werkzaamheden moet uitvoeren. De gemeente blijft het bevoegd gezag. De FUMO voert voor de gemeente gedeeltelijk het omgevingsrecht uit: de vergunningverlening en het toezicht van het milieucomponent van grote en complexe bedrijven en instellingen. De Gemeenschappelijke Regeling brengt een risico mee, dat alle deelnemers moeten bijspringen bij eventuele tekorten.
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) te Leeuwarden Lid AB en DB (Wethouder van Burgsteden) Hûs en hiem is een samenwerkingsverband van 17 Friese gemeenten en heeft als doel de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen op het gebied van de bouwkunstige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. In feite loopt de gemeente geen risico. Kosten gemaakt door de commissie worden één-op-één in rekening gebracht bij de aanvrager. Daarnaast is de financiële positie van de regeling gezond. Wel is het zaak alert te blijven bij maatschappelijke ontwikkelingen.
Vennootschappen en coöperaties
Omrin: a. Aflvasturing Friesland N.V. (Omrin) b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden Stemrecht AvA Omrin (Afvalsturing en Fryslân Miljeu) is het bedrijf van en voor gemeenten voor de reinigingstaken. Zij verwerkt het ingezamelde huishoudelijke afval en exploiteert de gemeentelijke milieustraat. Het bedrijf wil als totaaloplosser de gehele afvalketen bestrijken (van kringloop tot storten). Samen met de aandeelhouders wordt het beleid bepaald. De risico’s zijn beperkt. Op beleidsniveau is voor ons voldoende vertegenwoordiging en beslissingsbevoegdheid aanwezig. De onderneming heeft een gezonde financiële positie.
Bank Nederlandse gemeenten Stemrecht AvA De kerntaak van de BNG is om tegen lage tarieven krediet te verstrekken aan of onder garantie van Nederlandse overheden. Daarmee speelt de bank een essentiële rol in de financiering van door overheden gewenste maatschappelijke investeringen. De aandeelhouders van de BNG zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De onderkende risico’s voor de verbonden partij zijn minimaal. BNG publiceert op hun website het risicoprofiel. Daaruit blijkt dat door de topratings de bank in staat is tegen lage prijzen geld aan te trekken op de geld- en kapitaalmarkt. De BNG hanteert een strak kapitalisatiebeleid. De bank heeft een gezonde financiële positie.
Stichtingen en verenigingen
Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde co-financier De stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed beheert en exploiteert en houdt de voorziening (= de Kampus) in stand voor de huidige gebruikers (= het Stellingwerf College, Kunst & COO en de Openbare Bibliotheek). De Stichting is volle eigenaar en is verantwoordelijk voor de meerjarige instandhouding van de Kampus. Ooststellingwerf staat garant voor de lening van € 1.000.000. Uit de jaarrekening van de Stichting blijkt dat de stand van de liquide middelen samen met de activa ongeveer 1,7 keer de hoogte van de lening is. Daarom is het financiële risico voor ons gering.

Financiële overzichten

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 | Verbonden partijen - Financiële overzichten
* € 1.000
Financieel Progn financ. bijdrage /belang (Progn) financ. resultaat
Verbonden partij Jaar* EV VV
1-jan 31-dec 1-jan 31-dec
Gemeenschappelijke regelingen
Centrumregeling Sociaal Domein Friese Gemeenten 2027 296 - - - - -
Veiligheidsregio Fryslan 2027 3.551 7.206 7.223 94.779 105.753 0
Sociale Werkvoorziening Fryslân 2027 - - - 3.625 2.375 0
Recreatieschap Drenthe te Diever 2027 93 987 2.191 1.685 1.692 7
Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) 2027 796 800 800 4.755 4.755 -
Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Hûs en Hiem) 2027 - 491 491 367 345 0
Vennootschappen en coöperaties * Aandelen kapitaal
Omrin: a. Afvalsturing Friesland N.V. 2025 54 83.562 84.068 131.694 131.702 2.530
b. N.V. Fryslân Miljeu te Leeuwarden 2025 47 13.030 15.605 30.506 40.629 2.322
Bank Nederlandse gemeenten (* € 1mln) 2025 42 4.777 4.863 123.164 110.701 488
Stichtingen en verenigingen *
Stichting Beheer Multifunctioneel Vastgoed Oosterwolde 2025 - 81 101 1.110 1.055 21
* geprognotiseerde balansen niet aanwezig, daarom meest recente jaarcijfers opgenomen

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Paragraaf 7 | Grondbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Paragraaf 7 | Grondbeleid

Door de druk op de woningmarkt heeft de gemeenteraad al in 2022 besloten om actief regie te voeren op en beleid te maken over (haar eigen) grond ten behoeve van woningbouw. Waar nodig verrichten wij strategische aankopen mits deze passen binnen de jaarlijkse financieel mandaat (op grond van de vastgestelde Nota Grondbeleid en financiële verordening). Vanuit thema 1.1 'Wonen en ruimtelijke ontwikkeling' wordt er ambtelijk hard gewerkt aan deze woningbouwopgave.

Het grondbeleid is gericht op, en voldoet aan, de wettelijke taken: volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (RO). Ook staat het grondbeleid ten dienste van algemene maatschappelijke taken op het gebied van economie, werkgelegenheid, natuur, cultuur, zorg en onderwijs. Het geeft sturing aan de inzet en het gebruik van grond om zodoende de door de gemeente nagestreefde doelen te realiseren. Grondbeleid is daarmee een middel en geen doel op zich. 

Naast de gemeentelijke plannen zijn er woningbouwontwikkelingen die volledig door private ontwikkelaars worden uitgevoerd. Ook zijn er ontwikkelingen waarbij de gemeente regie voert op het gewenste woningbouwprogramma en de ontwikkeling/realisatie hiervan door een private partij laat uitvoeren. De kosten hiervan verhalen we vervolgens op de ontwikkelende partij (Afdeling 13.6 Omgevingswet). Dit doen we door het sluiten van een anterieure overeenkomst. In de gemeentelijke plannen worden de kosten verdisconteerd in de grondprijs, waarbij de Nota Grondprijzen 2026 als kader dient. Echter, door kostenverhogende factoren en de volkshuisvestelijke opgaven (2/3 betaalbaar en 30% sociale woningbouw) komt de financiële haalbaarheid van de gemeentelijke plannen onder druk te staan. De kans dat de gemeente eigen middelen zal moeten inzetten om plannen haalbaar te maken is niet ondenkbaar.

Algemene beleidslijn

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Algemene beleidslijn

Het grondbeleid wordt uitgevoerd aan de hand van de Nota Grondbeleid 2026: De Nota Grondbeleid schetst de uitgangspunten van het te voeren grondbeleid van de gemeente Ooststellingwerf. Het beschrijft onder andere de diverse grondbeleidsinstrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft en er worden concrete grondbeleidskeuzes gemaakt. Ook geeft het richtlijnen voor het 'in de markt zetten' van in exploitatie te brengen gronden. De methoden van prijsbepaling voor de toekomstige functie van de te verkopen grond staan beschreven, met als doel een zo marktconform mogelijke prijs. Voor de uitgifte van grond hanteren wij een uitgifteprotocol, overeenkomstig de juridische Didam-richtlijnen. Daarnaast wordt er momenteel aan een nieuwe nota grondbeleid gewerkt. 

Het grondbeleid vindt de grondslag in de volgende wettelijke landelijke/internationale regelgeving:

  • Omgevingswet
  • Omgevingsplan
  • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
  • Voorkeursrecht Gemeenten (Hfd 9 Omgevingswet)
  • Wet Markt en Overheid
  • Aangepaste Huisvestingswet 2014
  • Gemeentewet (Gemw)
  • Staatssteunregeling Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).


Het ontwikkelen en realiseren van woningbouw in relatie tot onze volkshuisvestelijke opgave vraagt om een op maat gesneden aanpak. Deze aanpak sluit aan bij de Woon(zorg)visie. Daarnaast zijn in de Regiodeal Wonen afspraken gemaakt met Rijk, Provincie en regio over de woningbouwopgave voor de gemeente Ooststellingwerf. 

Doelstelling
Het gemeentelijk grondbeleid heeft tot doel de bestuurlijke en maatschappelijk gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Ooststellingwerf mogelijk te maken door aankoop, exploitatie en uitgifte van gronden dan wel door medewerking te verlenen aan ontwikkeling van plannen door private personen, bedrijven en instellingen. Daarbij willen wij voldoen aan de door het Rijk en Provincie Fryslân gestelde volkshuisvestelijke opgaven. 

De wijze waarop we het grondbeleid uitvoeren
Extern: het grondbeleid is gericht op:

  • Ruimtelijke kwaliteit.
  • Het stimuleren van plaatselijke economie.
  • Het inzetten op duurzaamheid.
  • Het opstellen van economisch beleid.
  • Het verbeteren van veiligheid en leefbaarheid.
  • Vraaggerichte aansluiting bij lokale initiatieven.


Intern: Het grondbeleid aanpassen aan de trends en ontwikkelingen in de samenleving.

  • Richt grondzaken zich primair op de volkshuisvestelijke en wettelijke taken uit de Omgevingswet.
  • Voldoet grondzaken aan de kwaliteitscriteria van het BBV.
  • Heeft grondzaken een interne bezetting (fte) met voldoende kennis en kunde (functies) om de regie goed uit te kunnen voeren.
  • Is grondzaken robuust, toekomstbestendig, gericht op continuïteit en in staat om te anticiperen op conjuncturele ontwikkelingen.
  • Is grondzaken financieel transparant en gezond (inzet op terugverdiencapaciteit en kostenverhaal).
  • Heeft grondzaken dwarsverbanden met de leefbaarheid.

Uitvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Uitvoering

Met de komst van de Omgevingswet is de Nota Grondbeleid 2026 aangepast. In de Omgevingswet worden de instrumenten voor grondbeleid geïntegreerd in het stelsel van het omgevingsrecht. Het gaat om de volgende instrumenten: voorkeursrecht en onteigening. Herverkaveling en kavelruil in landelijk en stedelijk gebied worden toegevoegd aan het instrumentarium. Ook het kostenverhaal bij gebiedsontwikkeling is in de Omgevingswet opgenomen. 

Woningbouwopgave
Wonen in Ooststellingwerf
De Woon(zorg)visie 2022-2026 is door de raad vastgesteld en via een addendum verlengd tot 1 januari 2027. Als input hiervoor is onder andere woningmarktonderzoek gedaan. Wonen en zorg is een belangrijk thema voor het wonen de komende jaren, evenals betaalbaarheid en de beschikbaarheid van zowel koop als huurwoningen. We gaan voor een kwalitatieve toekomstbestendige woningvoorraad. 

Nieuwbouw
De gemeente heeft in het kader van de afgesloten Woondeal een opgave om 820 woningen te realiseren tot 2030. Op provinciaal niveau is er overleg om het aantal te realiseren woningen voor Fryslan te verhogen. De gevolgen voor Ooststellingwerf zijn op dit moment nog niet duidelijk. 

Vanuit thema 1.1 'Wonen en ruimtelijke ontwikkeling' zijn wij in gesprek met initiatiefnemers, corporaties, bouwers, ontwikkelaars en de provincie om alle mogelijkheden te benutten. We hebben hierbij speciale aandacht voor betaalbare woningen en innovatieve woningbouw. Daarnaast zetten we in op intensievere samenwerking met en tussen zorgpartijen om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen wonen. Ook hebben we aandacht voor de huisvesting van speciale doelgroepen zoals door het Rijk aangewezen.

Complexen grondexploitatie
Woningbouw

  • Langedijke: alle kavels verkocht, complex is in 2026 afgesloten.
  • Uitbreiding Elsloo: complex is in 2026 afgesloten.
  • De Kromten, Waskemeer: naar verwachting wordt het complex in 2027, na het woonrijp maken, afgesloten.
  • Muldersveld, Makkinga: verkoop kavels in 2026 opgestart, bouwrijp maken is gereed. Verwachting afsluiting complex in 2029.
  • 't Hooge 2, Oldeberkoop: verkoop kavels in 2026 opgestart, bouwrijp maken is gereed. Verwachting afsluiting complex in 2029.
  • Oosterwolde West: start verkoop kavels eind 2026/begin 2027, bouwrijp maken is gereed, afsluiting complex naar verwachting in 2029.
  • Rikkingahof: verkoop kavels volgt na wijziging omgevingsplan. Dit heeft enige vertraging opgelopen vanwege wijziging plannen Actium/Liante. Nieuwe planning wordt eind 2026 verwacht.


Bedrijventerreinen

  • Oosterwolde Venekoten: geen uitgeefbare grond meer beschikbaar.
  • Uitbreiding Venekoten: in voorbereiding.
  • Haulerwijk De Turfsteker: resterende percelen staan in verkoop.

Grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Grondexploitatie

Winstnemingen grondexploitatie
Voor de huidige lopende complexen lopen we beperkt risico. Op dit moment is er bij complex Muldersveld in Makkinga een verwachting van een verlies. Hiervoor is een verliesvoorziening (stand eind 2025 € 30.000) opgenomen ten laste van de algemene reserve grondexploitatie. In overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn de winsten die genomen konden worden toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondexploitatie (ARG). Dit overeenkomstig het in het BBV dwingend voorgeschreven systeem van de POC (percentage of completion). Bij verkoop van gronden (kaveluitgifte) wordt de gemeente ook geconfronteerd met de vennootschapsbelasting. 

Voor de toekomstige woningbouwcomplexen lopen we wel risico. Bij de totaliteit aan nieuwbouw dient 30% van de woningen sociaal te zijn. In de nieuwe wetgeving moet de nieuwbouw zelfs 2/3 betaalbaar zijn. Deze plannen zijn doorgaans financieel niet sluitend. Dit wordt nog nijpender bij complexen in binnenstedelijk gebied waar de grondprijzen hoger zijn (o.a. door sloop van bestaande bebouwing) dan bij buitenstedelijke gebieden (doorgaans agrarisch).

Algemene reserve grondexploitatie (ARG)
Het doel van de ARG is om de winsten van de complexen toe te voegen en over deze reserve te beschikken indien een complex niet kostendekkend is (een soort vereveningsfonds). Ook renteverliezen door een langere looptijd van een complex komen ten laste van de reserve. Om nu en in de toekomst verzekerd te zijn van een gezonde basis voor grondexploitatie is het op peil houden van de reserve van essentieel belang. We hebben sinds 2017 na het aanscherpen van de regels van het BBV de POC-methodiek moeten toepassen. Er wordt nu gekeken naar het 'percentage of completion'. De stand van de reserve is per 1-1-2026 € 2,605 miljoen. Naast een bedrag van € 2,024 miljoen als algemene reserve grondexploitatie, is voor Masterplan ‘Oosterwolde Centrum – Venekoten Noord’ € 0,581 miljoen beschikbaar.

Budget strategische aankopen
Het budget strategische aankopen is feitelijk een jaarlijks mandaat van de gemeenteraad aan het college om snel strategische aankopen te kunnen doen. Het college kan strategische aankopen verrichten tot het door de gemeenteraad vastgestelde bedrag. De voorwaarden om gebruik te maken van het mandaat staan in de ‘Nota Grondbeleid’ (zie financiële verordening 2023 Ooststellingwerf ex artikel 212 Gemeentewet, artikel 23, derde lid). 

Meerjarenbegroting grondexploitatie
Per complex (woningbouwgronden en industriegrond) houdt de gemeente een exploitatie bij waarin de huidige stand van zaken is opgenomen en een prognose wordt gegeven over de verdere looptijd van de exploitatie (doorgaans 10 jaar). We voorzien dat het aantal complexen (fors) wordt uitgebreid, immers we gaan weer woningbouw-initiatieven in ontwikkeling brengen. De administratie wordt hierop aangepast. Hiervoor hebben we het programma Grexmanager ter ondersteuning en huren we planeconomische capaciteit in.

Particuliere ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 | Grondbeleid - Particuliere ontwikkelingen

Particuliere ontwikkeling woningbouw
Naast het realiseren van gemeentelijke plannen voor woningbouw worden ook een (groot) aantal woningbouwprojecten door derden (projectontwikkelaars en particulieren) aangedragen en gerealiseerd. Binnen thema 1.1 'Wonen en ruimtelijke ontwikkeling' worden deze projecten begeleid. In de Planmonitor (opgedragen door de provincie Fryslân) houden wij deze projecten bij. 

Paragraaf 8 | Wet open overheid (Woo)

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | Wet open overheid (Woo) - Inleiding

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. In de wet is opgenomen dat bestuursorganen in de begroting aandacht besteden aan de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen over de uitvoering. De Woo kent daarnaast drie doelstellingen:

  1. Het openbaar maken van informatie op verzoek
  2. Het actief openbaar maken van informatie
  3. Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten


Ook de Archiefwet geeft aan dat overheidsdocumenten in goede en geordende staat moeten zijn. Komende periode gaan we kijken hoe we het publicatieproces (het actief openbaar maken) verder willen vormgeven. Tegelijkertijd komt daarbij de beoordeling of onze informatie goed, geordend en toegankelijk genoeg is, of dat hier nog verbeteringen nodig zijn. Tot slot zal ook het openbaar maken op verzoek worden geactualiseerd met de resultaten uit de twee andere doelstellingen. Eenvoudig gezegd; informatie wordt beter beschikbaar.

Waar staan we?

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | Wet open overheid (Woo) - Waar staan we?

De uitvoering van de Woo heeft binnen de organisatie steeds meer een vaste plek gekregen. Om de uitvoering verder te professionaliseren, is een Woo-specialist aangesteld. De Woo-specialist coördineert en behandelt Woo-verzoeken en ondersteunt de organisatie bij een zorgvuldige en tijdige afhandeling daarvan.

Daarnaast is een nieuwe anonimiseringstooling in gebruik genomen. Deze tooling ondersteunt bij het anonimiseren van documenten die openbaar worden gemaakt en draagt daarmee bij aan een efficiënter en eenduidiger openbaarmakingsproces.

Wat gaan we doen?

Terug naar navigatie - Paragraaf 8 | Wet open overheid (Woo) - Wat gaan we doen?

Het actief openbaar maken van informatie
De verplichting om verschillende categorieën informatie actief openbaar te maken, wordt landelijk gefaseerd ingevoerd. Begin 2026 is de invoering van de volgende fases opnieuw uitgesteld. Op dit moment is nog niet bekend wanneer de volgende informatiecategorie verplicht actief openbaar moet worden gemaakt. We volgen de ontwikkelingen vanuit het Rijk en de VNG en bereiden de organisatie voor op de informatiecategorieën die voor onze gemeente van toepassing zijn.

Daarbij richten we ons op het verder inrichten van de processen rondom actieve openbaarmaking. Ook werken we aan een passende publicatievoorziening, zodat informatie die actief openbaar moet worden gemaakt op een uniforme en toegankelijke manier kan worden gepubliceerd.

Het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen en houden van alle overheidsdocumenten 
We blijven werken aan het verbeteren van de informatiehuishouding. De nieuwe Informatievisie OWO 2026–2030 vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. Deze visie schetst op hoofdlijnen de richting en ambities voor de informatievoorziening van de OWO-gemeenten voor de periode 2026–2030.

Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen

1. Omgevingswet

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 1. Omgevingswet

De omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Wij hebben ons daar al geruime tijd op voorbereid, maar toch vraagt het de komende tijd veel van de organisatie.

Beleidscyclus
De omgevingswet vraagt een nieuwe manier van werken, namelijk met een beleidscyclus. Voor de inwerkingtreding van de omgevingswet werd een nieuw beleidsdocument in zijn geheel voorbereid en vastgesteld. Het gaat hier bijvoorbeeld om de structuurvisie, een bestemmingsplan of een ander beleidsdocument. Dit waren statische beleidsdocumenten. Onder de omgevingswet worden deze beleidsdocumenten door de beleidscyclus dynamisch. De beleidsdocumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan, worden per thema, maatschappelijke ontwikkeling of initiatief aangepast. De beleidsdocumenten moeten altijd met elkaar in overeenstemming zijn. Zo kan het voorkomen dat de omgevingsvisie aangepast moet worden om een thema, maatschappelijke ontwikkeling of initiatief mogelijk te maken in het omgevingsplan. Onderstaande afbeelding maakt de beleidscyclus inzichtelijk.



Omgevingsvisie
Een belangrijk project in het uitvoeringsprogramma is het opstellen van een omgevingsvisie voor onze gemeente. In deze omgevingsvisie legt de gemeente de koers en ambitie neer voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. In november 2021 is de omgevingsvisie voor Ooststellingwerf door de toenmalige gemeenteraad vastgesteld. Het is wettelijk verplicht om voor 2027 de omgevingsvisie conform de STOP/TPOD standaard te publiceren. Daarom zijn we in 2026 gestart met een actualisatie van de omgevingsvisie. We verwachten de omgevingsvisie in 2027 geactualiseerd te hebben.

Programma's
De wet kent een aantal verplichte programma's, zoals warmteprogramma, volkshuisvestingsprogramma (opvolger van de verplichte woonzorgvisie) en het actieplan geluid. Deze programma's moeten in 2027 (deels) vastgesteld zijn. Ook is een programma verplicht als een omgevingswaarde (bijvoorbeeld luchtkwaliteit) overschreden dreigt te worden. Binnen onze gemeente is (vooralsnog) geen sprake van een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. Naast verplichte programma's zijn er vrijwillige programma's om bijvoorbeeld een nieuw beleidskader vast te stellen voor een thema of gebiedsontwikkeling. Alle programma's zijn zelfbindend, inhoudende dat een gemeente zichzelf moet houden aan de programma's.

Omgevingsplan
Het gebiedsdekkende omgevingsplan is een onderdeel van de Omgevingswet en zal voor 1 januari 2032 klaar moeten zijn. Een gebiedsdekkend omgevingsplan is één omgevingsplan dat voor de hele gemeente geldt en waarin alle regels die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. Het maken van een dergelijk omgevingsplan is omvangrijk. In 2025 zijn wij, in OWO verband, begonnen met het gebiedsdekkende omgevingsplan. De transitie naar het gebiedsdekkende omgevingsplan zal waarschijnlijk tot 2032 in beslag nemen. De Nota Omgevingskwaliteit moet onderdeel uitmaken van het gebiedsdekkende omgevingsplan. In thema 8.1 wordt hier meer uitleg over gegeven. In de tussentijd werken we met tijdelijke omgevingsplannen (van rechtswege omgezette bestemmingsplannen) en worden nieuwe ontwikkelingen tijdelijk mogelijk gemaakt in hoofdstuk 21 van het gebiedsdekkende omgevingsplan, wat extra werk met zich meebrengt.

Transitiefase
De wet is veelomvattend en vraagt een andere manier van werken, waardoor in de eerste periode kinderziektes zullen optreden. We nemen onze huidige werkprocessen kritisch onder de loep en maken deze Omgevingswetproof. Dit geldt voor het vergunningentraject en voor ruimtelijke initiatieven die bij de gemeente binnenkomen. Ook hier kijken we naar harmonisatie en afstemming met onze OWO-partners. Op dit moment verwerken we, samen met de OWO-partners, de opgedane ervaringen in de nieuwe werkprocessen. We blijven de communicatie richting onze inwoners en bedrijven over de Omgevingswet intensiveren met meer informatie en uitleg.

2. Stikstof

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 2. Stikstof

De opgaven in het Landelijke gebied zijn en blijven een uitdaging voor ons als gemeente met een rijke aanwezigheid van natuur en landbouw. De aanpak "Water en bodem sturend" wordt hierin steeds belangrijker. Tegelijk maken mensen zich zorgen, agrariërs die stoppen, moeten extensiveren of hun bedrijf moeten verplaatsen. Dit vraagt inzet van onze organisatie uit verschillende vakgebieden, zoals het maken van nieuw beleid en programma's, het aanpassen van het omgevingsplan en goede afstemming op verschillende thema's. We werken daarom samen met medeoverheden, professionele partners via het kenniscentrum bodem, het Europese project SPADES (Spatial Planning and Design with Soils) als ook lokale partners en bewoners aan een gezamenlijke aanpak voor het gebied. Daarbij gebruiken we de middelen die nu beschikbaar zijn, zoals maatregelpakketten en gereserveerde middelen.


Wat gaan we doen:
Opstellen en uitvoeren van een Programma Landelijk gebied (2027). Het doel is het ontwikkelen en uitvoeren van een gebiedsgericht programma dat bijdraagt aan:

  • Sociaal economisch perspectief;
  • Herstel en versterking van natuur en biodiversiteit;
  • Duurzame landbouwtransitie;
  • Verbetering van water- en bodemkwaliteit;
  • Klimaatadaptatie in het landelijk gebied;
  • Het perspectief voor het op gang houden van vergunningverlening voor grondeigenaren en gebruikers;
  • We bieden sociaal psychologische hulp voor agrariërs die daar behoefte aan hebben;
  • Hierin samen met de raad optrekken.

3. Accommodatiebeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 9 | Strategische projecten en ontwikkelingen - 3. Accommodatiebeleid

De raad heeft in juni 2025 het accommodatiebeleid 2025-2050 vastgesteld, waarvan het integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs onderdeel is. Het is nu duidelijk wat er moet gebeuren met de accommodaties, waaronder: zwembaden, sporthallen, dorpshuizen, schoolgebouwen en andere niet-commerciële gebouwen in de gemeente. Blikvangers zijn de nieuwe Miente en een nieuw sportcomplex Boekhorst. Van sommige van deze accommodaties is de gemeente eigenaar en van andere niet. In het accommodatiebeleid komen beide ‘soorten’ aan de orde omdat ook gebouwen waar de gemeente geen eigenaar van is maatschappelijk van grote waarde kunnen zijn. De raad heeft in oktober 2025 besloten het Bosbad in stand te houden met een beroep op medeverantwoordelijkheid vanuit Appelscha. In januari 2026 heeft de raad besloten om het nieuwe sportcomplex de Boekhorst (sporthal + zwembad) te realiseren op de huidige locatie aan de Haer.

Waarom nieuw accommodatiebeleid
Er zijn grofweg vier redenen waarom het accommodatiebeleid, waarvan het integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs onderdeel van is, vastgesteld is. Ten eerste houden we Ooststellingwerf leefbaar. Goede en toegankelijke openbare gebouwen zijn daarvoor een voorwaarde. Daar ontmoeten inwoners elkaar, ontstaan sociale contacten, bewegen inwoners en leren kinderen. Ten tweede is rekening gehouden met ontwikkelingen als individualisering, vergrijzing en digitalisering. Ten derde is het belangrijk dat accommodaties goed beheerd, geëxploiteerd en onderhouden worden. Ten vierde wordt invulling gegeven aan de grote opgave om accommodaties te verduurzamen. Naast onze eigen ambities (college-akkoord, samenwerkingsagenda, diverse beleidsstukken) is er ook landelijk beleid (de sectorale routekaarten van het maatschappelijk vastgoed) dat we nu gaan uitvoeren. Hierin staat dat de CO2 uitstoot van het maatschappelijk vastgoed in 2030 met 49% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%.

Financieel kader
Voor het accommodatiebeleid, waarvan het integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs onderdeel is, wordt een investering gedaan van totaal € 71,84 miljoen voor de periode tot en met 2050, met een jaarlijkse kapitaallast die oploopt van € 30.000 in 2026 tot uiteindelijk € 3.568.000 in 2050. Overschotten ten opzichte van het budget accommodatiebeleid worden toegevoegd aan de reserve accommodatiebeleid en ingezet voor dekking van incidentele uitgaven accommodatiebeleid. Een jaarlijkse indexering wordt toegepast op de investeringen en de budgetten. Voor de periode 2026-2029 is een budget beschikbaar gesteld van € 200.000 voor de personele capaciteit die nodig is om het accommodatiebeleid uit te voeren. Dit wordt gedekt uit de reserve accommodatiebeleid.

Financiële planning
In het nieuwe vastgestelde beleid staat aan welke gebouwen (accommodaties) de gemeente geld gaat besteden en aan welke niet of minder. De uitvoering van het beleid gebeurt niet allemaal in één keer, want dit is financieel en organisatorisch een grote uitdaging. De uitvoering gebeurt daarom gefaseerd in de periode van 2025 tot 2050. Desalniettemin ligt de nadruk op de periode 2026-2029; dan worden de meeste accommodaties aangepakt. In de daarop volgende perioden 2030-2039 en 2040-2050 gaat het om een beperkt aantal. 

Paragraaf 10 | Visie op Samenleven

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - Inleiding

De Visie op Samenleven 2020-2024 is in oktober 2019 vastgesteld en vormt een integraal kader voor het sociaal domein. De visie is opgebouwd uit vier opgaven: Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. Per opgave zijn maatschappelijke effecten geformuleerd.

Eind 2023 is de Visie op Samenleven geëvalueerd met de Tussenbalans. Naar aanleiding daarvan is de doelenboom aangepast. De actuele doelenboom en de bijbehorende doe-agenda’s zijn te vinden op de website van de gemeente: Tussenbalans Visie op Samenleven.

Met de nieuwe programma-indeling van de begroting zijn de onderdelen van de Visie op Samenleven verdeeld over verschillende programma’s. Deze paragraaf is opgenomen om de samenhang van de Visie op Samenleven en de relatie met de programma-indeling zichtbaar te houden. 

Er is een aantal gemeenschappelijke regelingen dat bijdraagt aan de vier opgaven: 

  • Sociaal Domein Fryslân (SDF): Binnen de Centrumregeling SDF werken Friese gemeenten samen aan beleidsvoorbereiding en de inkoop van specialistische jeugdhulp en het bijbehorende contractbeheer. Het algemene doel is, om waar nodig, specialistische jeugdhulp en ondersteuning te leveren aan inwoners van alle Friese gemeenten.
  • Veiligheidsregio Fryslân (VRF): Binnen de VRF werken Friese gemeenten, Brandweer Fryslân, GGD Fryslân en andere partners samen aan brandweerzorg, publieke gezondheidszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De VRF werkt op het gebied van gezondheidszorg aan het beschermen en bevorderen van de gezondheid van de Friese inwoner. 
  • GR SW Fryslân: GR SW Fryslân en Caparis NV dragen bij aan het aanbieden van arbeidsplaatsen voor onze inwoners in het kader van de voormalige wet sociale werkvoorziening. Wij hebben een Dienstverleningsovereenkomst gesloten met Caparis voor de begeleiding en ontwikkeling van onze inwoners met een SW-indicatie.


Voor de vier verschillende opgaven zijn maatschappelijke effecten geformuleerd. Ze zijn uitgewerkt in doe-agenda’s en staan hieronder beschreven. Voor de inhoudelijke toelichting op de doelen, activiteiten en middelen verwijzen we naar de betreffende programma’s in deze begroting.

1. Opgave meedoen: Alle inwoners doen volwaardig mee

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 1. Opgave meedoen: Alle inwoners doen volwaardig mee

Inwoners vinden ‘Meedoen’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein. Het gaat om de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Participatiewet en de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening. Voor de Opgave Meedoen zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (A t/m D) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. 

Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 2, thema 2.1 Meedoen.

Maatschappelijk effect A. Mensen kunnen levensloopbestendig wonen (zie Doe Agenda A en woon(zorg)visie). 
A1. Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren (faciliteren)
A2. Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen (faciliteren)
A3. Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen (regisseren)

Maatschappelijk effect B. Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (zie doe-agenda B).
B1. Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt (regisseren) 
B2. Uitkeringsgerechtigden maken naar vermogen stappen op de Participatieladder (regisseren)
B3. Mensen ervaren een zinvolle invulling van hun dag (faciliteren)

Maatschappelijk effect C. Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (zie doe-agenda C en doe-agenda Inburgering). 
C1. Mensen zijn tevreden over hun maatschappelijk leven (loslaten)
C2. Mensen zijn zelfredzaam (faciliteren)
C3. Kinderen in armoede hebben mogelijkheden om mee te doen (regisseren)
C4. Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen (regisseren)
C5. Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving (stimuleren)

Maatschappelijk effect D. Mensen maken indien nodig gebruik van het vangnet
D1. Mensen zijn op de hoogte/kennen de wegen (regisseren)
D2. Mensen maken gebruik van de wegen (stimuleren)
D3. Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen (regisseren)
D4. Mensen zijn tevreden over de ondersteuning (stimuleren)

2. Opgave samenleven: Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale gemeenschap

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 2. Opgave samenleven: Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale gemeenschap

‘Samenleven’ is een belangrijk onderwerp voor onze inwoners. Ze vinden elkaar ontmoeten, elkaar helpen en actief zijn in verenigingen of andere activiteiten belangrijk. Voor de ‘Opgave Samenleven’ zijn in de Visie op Samenleven drie maatschappelijke effecten benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan werken. Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 2, thema 2.2 Samenleven.

Maatschappelijk effect E. Mensen voelen zich verbonden (zie doe-agenda E)
E1. Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen (loslaten)
E2. Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap (faciliteren)
E3. Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten (faciliteren)
E4. Mensen ervaren minder eenzaamheid (stimuleren)

Maatschappelijk effect F. Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar
F1. Mensen helpen elkaar (faciliteren)
F2. Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op (faciliteren)
F3. Mensen ervaren ruimte om ideeën/initiatieven te ontwikkelen (faciliteren)
F4. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren) Zie thema 1.3 Gezondheid.

Maatschappelijk effect G. Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sportinfrastructuur (zie doe-agenda G)
G1. Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sportactiviteiten (faciliteren)
G2. Mensen zijn op de hoogte en hebben toegang tot sociale, culturele en sportinfrastructuur (stimuleren)
G3. Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving (stimuleren)
G4. Er is een actief verenigingsleven (loslaten)
G5. Vrijwilligers floreren in de samenleving (faciliteren)

3. Opgave gezondheid: Inwoners ervaren een positieve gezondheid

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 3. Opgave gezondheid: Inwoners ervaren een positieve gezondheid

Inwoners vinden ‘Gezondheid’ een belangrijk thema. Daarnaast hebben we wettelijke taken op dit terrein en moeten we lokaal invulling geven aan de landelijke gezondheidsnota. Voor de Opgave Gezondheid zijn in de Visie op Samenleven vier maatschappelijke effecten (H t/m K) benoemd waar gemeente, organisaties, bedrijven en inwoners samen aan willen werken. Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 2, thema 2.3 Gezondheid.

Maatschappelijk effect H. Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen (zie doe-agenda HK)
H1. Mensen ervaren laagdrempelige mogelijkheden om hun eigen gezondheid te verbeteren (deels faciliteren, deels stimuleren)
H2. Mensen voelen zich lichamelijk gezond (stimuleren)
H3. Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving (stimuleren)
H4. Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd en geld en grenzen stellen (stimuleren)

Maatschappelijk effect I. Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden (zie doe-agenda I)
I1. Mensen vormen samen een dementievriendelijke gemeente (stimuleren)
I2. Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of daginvulling (faciliteren)
I3. Mantelzorgers raken niet overbelast (regisseren)

Maatschappelijk effect J. Mensen voelen zich veilig
J1. Jeugdigen komen niet in aanraking met geweld (regisseren)
J2. Mensen zijn weerbaar (faciliteren)
J3. Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties (regisseren)

Maatschappelijk effect K. Mensen leven in een gezonde leefomgeving (zie doe-agenda HK)
K1. Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk (regisseren)
K2. Mensen gaan graag naar buiten (loslaten)
K3. Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving (regisseren)

4. Opgave goed opgroeien: Jeugdigen (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen

Terug naar navigatie - Paragraaf 10 | Visie op Samenleven - 4. Opgave goed opgroeien: Jeugdigen (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen

Onderstaande maatschappelijke effecten staan in programma 1, thema 1.2 Goed Opgroeien.

Maatschappelijk effect L. Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal
L1. Jeugdigen krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien (faciliteren)
L2. Jeugdigen gaan naar school (regisseren)
L3. Jeugdigen halen een startkwalificatie (regisseren)
L4. Jeugdigen zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven) (regisseren)
L5. Jeugdigen en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden (regisseren)

Maatschappelijk effect M. Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders (zie doe-agenda O)
M1. Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid (loslaten)
M2. Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieve programma’s (stimuleren)
M3. Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) (regisseren)
M4. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren)
M5. Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties bij hun opvoedvragen (regisseren)

Maatschappelijk effect N. Jeugdigen zijn weerbaar
N1. Jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden (loslaten)
N2. Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen (faciliteren) - Zie ook doe-agenda HK Positieve gezondheid (2022).
N3. Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld (deels regisseren, deels stimuleren) - Zie Preventie en handhavingsplan Alcohol en Middelen 2021-2024

Maatschappelijk effect O. Jeugdigen en ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien (zie doe-agenda O)
O1. Jeugdigen met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund (regisseren)
O2. Jeugdigen en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund (regisseren)
O3. Scheidingen verlopen met minimale schade voor jeugdigen (stimuleren)
O4. Jeugdigen ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI (stimuleren)